Aandoening/behandeling van A t/m Z


Alfabetisch overzicht

Wat is het?

Ablatio Retinae is een netvliesloslating. Een netvliesloslating kan spontaan optreden of als complicatie (zeer zeldzaam) na het toedienen van een intravitreale injectie of na het ondergaan van een staaroperatie. Heeft u na een intravitreale injectie of een staaroperatie last van vlekken en flitsen neem dan direct contact met ons op. Bij een scheurtje in het netvlies of een al kleine loslating kunnen wij u nog behandelen met een laserbehandeling. Als er sprake is van een grotere netvliesloslating dan is een aanvullende operatie geïndiceerd in een speciaal centrum. De grotere netvliesloslating komt zo zeldzaam voor bij een intravitreale injectie of staaroperatie dat wij niet de juiste apparatuur in huis hebben om een hersteloperatie te kunnen uitvoeren.


Het Oogcentrum Noordholland vertelt u graag meer

Heeft u meer vragen naar aanleiding van deze informatie belt u ons dan gerust. De medewerkers van het Oogcentrum Noordholland staan voor u klaar en geven u deskundig antwoord op al uw vragen.

Oogcentrum Noordholland
Gildestraat 10
1704 AG Heerhugowaard

Telefoonnummer: 088-9191800
E-mail adres: info@oogcentrumnoordholland.nl

Openingstijden:
ma-vr 8.00-17.30 uur

Voor spoed zijn wij 24 uur bereikbaar 088-9191800

 

Wat is het?

Het oog wordt op spanning gehouden door een evenwicht tussen de aanmaak en de afvoer van kamerwater. Deze spanning wordt oogdruk genoemd. Het kamerwater wordt in het corpus ciliare aangemaakt en loopt langs de iris (regenboogvlies) en pupilopening naar de voorste oogkamer. De afvoer vindt plaats in de kamerhoek, dat is de hoek tussen het hoornvlies en de iris, waar het kamerwater, via het trabekel systeem (soort afvoerkanaaltjes) wordt afgevoerd.

Bij een afsluitbare kamerhoek is de bouw van het oog dusdanig dat de afstand tussen het hoornvlies en de iris klein is. Er is dan sprake van een ondiepe voorste oogkamer of een nauwe kamerhoek. Doordat er weinig ruimte is in de voorste oogkamer, is er een risico dat het afvoersysteem (trabekel systeem) wordt afgesloten door de iris en de oogdruk stijgt.

Hoge oogdruk is de belangrijkste risicofactor voor glaucoom. Glaucoom zelf is een oogziekte waarbij de zenuwvezels van de oogzenuw onherstelbaar beschadigd raken. Door de schade aan de oogzenuw ontstaan blinde vlekken in het gezichtsveld, tunnelzicht en uiteindelijk blindheid.

De afsluiting van de kamerhoek kan worden onderverdeeld in twee soorten; acuut en chronisch. De acute vorm is zeldzaam maar kan ernstige oogheelkundige gevolgen hebben. Hierbij veroorzaakt de iris een plotselinge blokkade van de afvoer van het kamerwater. De iris bolt dan zover naar voren dat het afvoerkanaal volledig wordt dichtgedrukt. De oogdruk (normaal gemiddeld tussen de 11-21 mmHg) loopt hierdoor in korte tijd zeer hoog op (40-60 mmHg). Dit moet met spoed door oogarts gezien worden.

De chronische vorm komt vaker voor. Hierbij is er sprake gedeeltelijke/tijdelijke afsluitingen door de iris, waardoor er perioden van hogere druk zijn die kunnen worden afgewisseld met normale druk.

Bij routineonderzoek kan een nauwe afsluitbare kamerhoek naar voren komen. Dit is goed te behandelen waardoor er glaucomateuze schade als gevolg van een te hoge oogdruk kan worden voorkomen.

 

Oorzaken

Over het algemeen komt een nauwe kamerhoek vaker voor bij mensen met verziendheid (een plus-sterkte). Het oog is bij verziendheid vaak korter van bouw, waardoor de kamerhoek ondieper is. Op oudere leeftijd kan de ruimte tussen het hoornvlies en de iris ook afnemen, doordat er staar ontstaat en de lens in dikte toeneemt.

 

Symptomen

Afsluitbare kamerhoek

– Geen, dit is veelal een toevalsbevinding bij een oogheelkundig onderzoek

 

Chronische kamerhoekafsluiting

– lichtkringen rondom lampen voornamelijk in het donker

– perioden van hoofdpijn boven de wenkbrauw voornamelijk in het donker

 

Acute stijging oogdruk (Acuut glaucoom)

Bij een volledige afsluiting treden de volgende klachten vaak plotseling op:

    • Extreme pijn in het aangedane oog / hoofdpijn boven de wenkbrauw
    • Forse roodheid en tranen
    • misselijkheid en braken
    • gezichtsverlies
    • last van het licht
    • lichtkransen rond lampen
    • lichtstijve pupil en wazig hoornvlies

 

Mogelijke behandelingen

Afsluitbare kamerhoek/chronische kamerhoekafsluiting

Bij een afsluitbare kamerhoek of chronische kamerhoekafsluiting, wordt met een laser een opening in de iris gemaakt (perifere iridotomie).

De laser maakt een opening in de iris

Het kamerwater kan weer naar de kamerhoek

Voorafgaand aan de behandeling krijgt u oogdruppels die uw oog verdoven en de pupil verkleinen. Als de druppels goed zijn ingewerkt neemt u plaats achter de laser. De oogarts plaatst een lens op het oog en maakt met het laser een opening in de iris. Dit kan een oncomfortabel gevoel geven. De opening in de iris wordt meestal onder het bovenooglid gemaakt. Over het algemeen wordt deze behandeling poliklinisch verricht. In uitzonderlijke gevallen kan het operatief gebeuren. (Operatief ingrijpen wordt een perifere iridectomiegenoemd.)

Acute stijging oogdruk (Acuut glaucoom)

Als het bij een acuut glaucoom niet mogelijk is om meteen een opening in de iris te maken met de laser, zal worden gestart met medicatie om de druk te verlagen. Hiervoor zijn verschillende combinaties mogelijk. Meestal wordt gestart met:

      • Oogdruppels die de pupil verkleinen
      • Oogdruppels die de oogdruk verlagen
      • Tabletten die de aanmaak van het kamerwater verminderen
      • Oogdruppels met steroïden om een ontsteking tegen te gaan
      • Eventueel pijnstillers

Als de oogdruk is gedaald zal alsnog een opening in de iris worden gemaakt om herhaling te voorkomen.

In veel gevallen zal ook aan het andere oog een perifere iridotomie worden verricht, dit ter preventie van acuut glaucoom.

Soms is het nodig om oogdruppels te blijven gebruiken die de oogdruk verlagen.

 

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Afsluitbare kamerhoek

Door met de laser een opening te maken in de iris kan deze weer terugzakken en komt de kamerhoek beter open te staan. Hierdoor wordt het risico dat de iris de kamerhoek ooit zal afsluiten weggenomen.

Chronische kamerhoekafsluiting

Door met de laser een opening te maken in de iris kan deze weer terugzakken en komt de kamerhoek beter open te staan. Hierdoor wordt de tijdelijke/gedeeltelijke blokkade weggenomen, de afvoer verbeterd en het risico dat de iris de kamerhoek ooit volledig zal afsluiten wordt weggenomen.

Acute stijging oogdruk (acuut glaucoom)

De behandeling met medicatie en laser heeft als doel de veel te hoge oogdruk in korte tijd omlaag te brengen en zo een aanval van acuut glaucoom te doorbreken. Daarmee wordt geprobeerd schade aan de oogzenuw te voorkomen of te beperken. Vaak wordt na een aanval van acuut glaucoom in het ene oog, preventief ook een opening in de iris van het ander oog gemaakt.

 

Mogelijke complicaties

Deze laserbehandeling heeft weinig kans op complicaties. Mogelijke complicaties zijn oogdrukstijging, lokale irisbloeding, en ontsteking meestal is dit tijdelijk. Tot enkele uren na de behandeling is de pupil erg klein. Hierdoor kunt u tijdelijk last hebben van ‘koker zien’. Tot enkele dagen na de laser kunt u last hebben van een beurs gevoel, lichte hoofdpijn en gevoeligheid voor licht.

Er is een kleine kans op lichtverstrooiing en de iris opening kan weer dicht groeien, waardoor een herbehandeling nodig is

 

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Geen

 

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Op de dag van de behandeling is het verstandig niet zelf auto te rijden.

 

Instructies voor thuis na de behandeling

Na de laserbehandeling druppelt u 7 dagen lang, 3x per dag 1 druppel Dexamethason in behandelde oog. Het wordt aangeraden om op de dag van de laserbehandeling rustig aan te doen.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, physician assistant, optometrist.

 

Als u besluit zich te laten behandelen

Het is mogelijk dat de arts u bedenktijd heeft gegeven om tot een besluit te komen of u zich laat behandelen en/of welke behandeling u wenst te ondergaan. Als u besluit zich te laten behandelen, vernemen wij dat graag van u. U kunt dan telefonisch contact opnemen met onze medewerkers om een afspraak te maken.

 

Vragen en/of klachten

Op onze website vindt u meer informatie over de behandelingen die wij uitvoeren, maar ook informatie over onze medewerkers en ons privacyreglement. Voor vragen en/of klachten kunt u altijd telefonisch, per e-mail of via het contactformulier op onze website contact met ons opnemen. Onze medewerkers staan voor u klaar en geven deskundig antwoord op al uw vragen. Een onafhankelijke klachtenfunctionaris bemiddelt bij onvrede of klachten.

Mocht u niet tevreden zijn met de manier waarop wij uw klacht hebben behandeld, dan heeft u de mogelijkheid om uw klacht in tweede instantie aan een onafhankelijke geschillencommissie voor te leggen. Het Oogcentrum is aangesloten bij de geschillencommissie van Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN). Meer informatie over deze geschillencommissie kunt u vinden op: zkn.nl/consumenten/over-zkn/geschillencommissie.

 

Veiligheid

Een veilig verblijf voor iedereen in het Oogcentrum is voor ons een topprioriteit. Om uw veiligheid te waarborgen vragen wij u de instructies van de medewerkers van het Oogcentrum nauwgezet op te volgen. Onze medewerkers kennen de risico’s.

Heeft u zich tijdens uw verblijf in het Oogcentrum op enig moment onveilig gevoeld of bent u een situatie tegengekomen die voor u of anderen in het Oogcentrum gevaarlijk kan zijn? U helpt ons door dat aan ons te melden. U kunt dat ter plekke melden aan iedere medewerker van het Oogcentrum of achteraf telefonisch, per brief of per e-mail. Wij bespreken alle meldingen en nemen de mogelijke maatregelen om gevaarlijke situaties op te lossen.

Oogcentrum Noordholland beschikt over de “Meldcode signalen bij kindermishandeling en huiselijk geweld OCNH”. Dit betekent dat een medewerker van Oogcentrum Noordholland bij het signaleren van dergelijke signalen volgens een vastgesteld stappenplan te werk gaat en mogelijk hulp biedt aan het slachtoffer of een melding doet bij ‘Veilig Thuis’.

 

Wat is het?

Een amblyoop oog (“lui” oog) is een oog waarbij het vermogen om te zien is achtergebleven tijdens de ontwikkeling in de vroege kinderjaren. Bij een lui oog is er geen aantoonbare pathologische oogafwijking aanwezig en de gezichtsscherpte is niet te corrigeren met de juiste brilsterkte. Wanneer een oog een goed gezichtsvermogen ontwikkelt, terwijl het andere oog dat niet doet, wordt het oog met de slechtere gezichtsscherpte het ‘luie oog‘ genoemd. Een lui oog kan alleen ontstaan in de periode dat het scherp zien nog in ontwikkeling is. Dit is ook de enige periode waarin een lui oog nog te behandelen is. Hoe eerder een lui oog ontdekt wordt, hoe eerder het behandeld kan worden en hoe groter de kans dat een maximale gezichtsscherpte behaald wordt.
Amblyopie / een lui oog ontstaat doordat het beeld dat in het oog binnenkomt onderdrukt wordt door de hersenen. De afwijking komt vrij vaak voor: bij 4 op de 100 kinderen. Een lui oog kan ontstaan in de baby-, peuter- en kinderleeftijd, echter niet na de basisschool leeftijd.

Oorzaken

Een amblyoop oog / lui oog kan veroorzaakt worden door verschillende factoren:

  • Scheelzien (strabismus)
    Bij scheelzien staan de ogen niet op het zelfde punt gericht. Het beeld van het afwijkende oog wordt door de hersenen uitgeschakeld om dubbelzien te voorkomen. Op den duur verleert het oog het kijken en wordt daarbij lui (amblyoop). Het kind kijkt steeds met het andere, goede oog.
  • Brilsterkte-afwijking
    Een amblyoop oog / lui oog kan ook ontstaan bij een sterkte-afwijking aan de ogen. Kinderen kijken dan vaak recht (er is geen scheel zien aanwezig), maar ontwikkelen toch een lui oog. Dit komt omdat het oog met de grootste sterkte-afwijking niet scherp ziet en zich niet goed kan ontwikkelen. Dit onscherpe beeld krijgt in de hersenen minder aandacht en wordt min of meer verdrongen. Op den duur kan hierdoor een lui oog ontstaan. Eze vorm van amblyopie is moeilijk te herkennen en komt alleen maar tot uiting bij een zorgvuldige gezichtsscherptedaling. In een enkel geval kan de amblyopie ook aan beide ogen ontstaan. Als er voor beide ogen een hoge sterkte nodig is krijgen beide ogen een matig beeld en kan er soms een dubbelzijdige amblyopie ontstaan.
  • Oogaandoeningen
    Bij bepaalde oogziekten kunnen de beelden niet goed het netvlies bereiken.
    Voorbeelden hiervan zijn een hangend ooglid (ptosis), een troebeling van het hoornvlies of de lens (zoals bij staar). In dit geval wordt door de troebeling geen scherp beeld gevormd en kan het oog zich niet goed ontwikkelen waardoor een lui oog kan ontstaan. Het meest onduidelijke of vervormde beeld wordt onderdrukt door de hersenen.
  • Combinatie van bovenstaande punten 
    Door een combinatie van bovenstaande oorzaken verdwijnt bij het oog met de afwijking de prikkel tot ontwikkelen van de gezichtsscherpte. Daarnaast kan bij het ontstaan van een lui oog ook een erfelijke aanleg een rol spelen.

Symptomen

Een lui oog wordt bijna altijd pas ontdekt wanneer de kinderen de visustest (test om per oog de gezichtsscherpte te bepalen) doen bij het consultatiebureau. Zij zullen dan door de arts van het consultatiebureau worden doorgestuurd naar een orthoptist.
Je kunt aan de buitenkant van het oog niet zien of een kind een lui oog heeft.

Mogelijke behandelingen

Wordt het luie oog veroorzaakt door een sterkte-afwijking of een organische afwijking, dan zal deze oorzaak eerst behandeld moeten worden. In geval van een sterkte-afwijking zal de orthoptist zonodig een bril voorschrijven. In het geval van een organische afwijking van het oog zal de oogarts adviseren in de mogelijkheden van behandeling. Hierna kan worden gestart met de behandeling van het luie oog. Zoals eerder beschreven is een lui oog een achterstand in de ontwikkeling van het zien. Deze achterstand moet ook weer ingehaald worden. Afplakken van het goede oog met een oogpleister is dan de meest efficiënte behandelwijze. Een goed alternatief voor het afplakken bestaat er niet, echter er is wel een minder goede behandeling zoals het indruppelen van het goede oog met pupilverwijdende druppels. Hierdoor ziet dat oog tijdelijk wazig en moet het luie oog gebruikt worden om te kunnen zien. Niet elke vorm van een lui oog is geschikt voor deze behandeling. Door de chemische effecten van deze behandeling heeft het gebruik van een pleister altijd de voorkeur.

Het afplakken van het goede oog heeft dus als doel de ontwikkeling van de gezichtsscherpte van het ‘luie oog’ weer te stimuleren. Het heeft geen invloed op de brilafwijking en het verbetert de oogstand ook niet.

Belangrijk is om zo snel mogelijk met de behandeling te starten. Na een bepaalde leeftijd is de gezichtsscherpte namelijk niet meer te verbeteren. Afhankelijk van de oorzaak is een amblyopiebehandeling zinvol tot ongeveer 9 jaar. Hoe jonger de leeftijd waarop de behandeling wordt gestart, des te sneller zal het zicht van het luie oog verbeteren en heb je de grootste kans op volledig herstel van het zicht.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Een vroegtijdig gestarte behandeling die trouw wordt uitgevoerd leidt tot de beste resultaten. Of een oog gedurende een aantal uren per dag of de hele dag moet worden afgeplakt, is onder meer afhankelijk van de leeftijd van het kind en de mate van het luie oog. Het is daarom belangrijk de instructies van de oogarts, optometrist of orthoptist nauwlettend te volgen.

Mogelijke complicaties

Er zijn geen complicaties te verwachten.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Geen.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Geen.

Instructies voor thuis na de behandeling

Geen.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

 

Wat is het?
Bij een Anel-test wordt het traanafvoersysteem doorgespoten. Bij iedere knipperslag loopt vocht in het oog vanuit de traanklier en wordt er oud vocht afgevoerd via de bovenste en onderste traankanalen via de traanzak naar de neus. Als er ergens een verstopping in de afvoer zit, gaan tranen overlopen. De Anel-test wordt gedaan voor het aantonen of uitsluiten van een traanwegverstopping. Het is geen behandeling.

Oorzaken
Klachten van tranende ogen kunnen verschillende oorzaken hebben. Een Anel-test wordt uitgevoerd om te kijken hoe het traanafvoersysteem functioneert. Zie voor meer informatie onze folder ‘tranende ogen’.

Uitvoering
Vooraf krijgt u een verdovende druppel. Via het onderste traanpunt spuit de oogarts met een holle naald een zoutoplossing door het onderste traankanaal. Komt de vloeistof via de traankanalen terug, dan weet de oogarts dat er een verstopping zit en dat dit waarschijnlijk de klacht van tranende ogen veroorzaakt. De tranen kunnen in dit geval niet afgevoerd worden via de traanweg en/of de traanzak naar de neus. Loopt de vloeistof weg via de neus en keel, dan kan een verstopping worden uitgesloten.
Als het traankanaal erg nauw is, of als er een obstructie is, kan de oogarts besluiten een sondage te doen. Dit houdt in dat het traankanaal wordt opgerekt.

Welke resultaten kunt u verwachten van het onderzoek?
De doorgankelijkheid van de traanwegen wordt getest.

Complicaties
Er worden geen complicaties verwacht.
Tijdens de Anel-test voelt u de zoutoplossing in de keel, als de traanwegen doorgankelijk zijn. De test kan als onprettig worden ervaren, maar is niet pijnlijk.

Instructies voorafgaand aan het onderzoek
Geen.

Instructies voor na het onderzoek
Geen.

 

Wat is het?

Het netvlies is de binnenbekleding van het oog. Het licht dat het oog binnenkomt, wordt door het netvlies opgevangen en via de oogzenuw naar de hersenen vervoerd. De bloedvoorziening in het netvlies bestaat uit slagaders (arteriën) die het bloed aanvoeren en aders (venen) die het bloed afvoeren.

Bij een vaatafsluiting ontstaat een doorstromingsprobleem waardoor het oog minder gaat functioneren. Er zijn 2 typen afsluitingen:

  • arteriële vaatafsluiting
  • veneuze vaatafsluiting

In deze folder wordt de arteriële vaatafsluiting besproken.

Een arteriële vaatafsluiting is een afsluiting van een slagader. Gebeurt dit in het oog dan krijgt een deel van het netvlies (arteriële takafsluiting) of het gehele netvlies (arteriële stamafsluiting) geen bloed en zuurstof meer; het deel zonder zuurstof houdt op met functioneren (infarct). Het aangetaste deel van het netvlies is wit/bleker geworden door een tekort aan bloed en ophoping van vocht.

 

Oorzaken

Een bloedpropje is verreweg de meest voorkomende oorzaak van een arteriële vaatafsluiting. Een dergelijk bloedpropje wordt een embolie genoemd. Deze kan afkomstig zijn van een halsslagader of van het hart.

Ontsteking van het grote bloedvat aan de slaapkant van de schedel kan ook voor een arteriële vaatafsluiting zorgen. Dit bloedvat is dan gezwollen en pijnlijk bij druk.

 

Symptomen

Een afsluiting van een arterie (het bloedvat dat het bloed aanvoert) geeft een plotselinge, pijnloze uitval van het gezichtsveld.

Bij een takafsluiting zal een deel van het gezichtsveld zijn aangedaan, maar bij een stamafsluiting kan het zijn dat het aangedane oog niets meer ziet. Het gaat meestal om één oog. In sommige zeldzame gevallen treedt er na verloop van tijd vaatnieuwvorming op in het netvlies. Deze nieuwe vaten zijn van slechte kwaliteit en kunnen voor een hoge oogdruk en een pijnlijk oog zorgen.

 

Mogelijke behandeling

  • Screening op risicofactoren

De behandeling van een afsluiting van een bloedvat ligt voor een deel bij uw huisarts, internist of cardioloog. Er zal een screening worden gedaan op risicofactoren om herhaling te voorkomen. De risicofactoren zijn: hoge bloeddruk, suikerziekte, hart- en vaatziekten, verhoogd cholesterol, overgewicht en roken.

  • Medicamenten

Mogelijk worden bloedverdunners voorgeschreven, bij een ontsteking van een bloedvat ook prednison.

  • Laserbehandeling

Om te voorkomen dat nieuwgevormde slechte vaatjes verdere schade aan uw oog aanbrengen, is een laserbehandeling nodig. U krijgt vooraf druppels die de pupil verwijden en druppels die uw oog verdoven. Als de druppels goed zijn ingewerkt, loopt u met de arts mee de laserkamer in. Voordat de laserbehandeling wordt gedaan, plaatst de arts een lens op uw oog. Dit kan een oncomfortabel en drukkend gevoel geven. Hierna volgt de laserbehandeling. De laser maakt de nieuwe vaatjes kapot en laat een litteken achter. Soms vindt men de behandeling gevoelig, is dit bij u het geval, geef dit dan aan bij de arts.

Mocht het zo zijn dat na de laserbehandeling het oog gevoelig is, dan kunt u thuis een paracetamol nemen.

 

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

De behandeling is er op gericht om herhaling in de toekomst te voorkomen. Na een arteriële takafsluiting zal de gezichtsscherpte mogelijk na enige tijd iets toenemen, maar niet zo goed worden als voorheen. Na een arteriële stamafsluiting is de prognose slechter, naar verwachting zal de gezichtsscherpte niet meer herstellen.

Een laserbehandeling is alleen noodzakelijk om vaatnieuwvorming met een oplopende oogdruk (en daardoor pijn in het slechtziende/blinde oog) te voorkomen en niet om het gezichtsvermogen te verbeteren.

 

Mogelijke complicaties/bijwerkingen per behandeling

Medicamenten
In de bijsluiter kunt u de mogelijke complicaties/bijwerkingen lezen.

Laserbehandeling
Als reactie op de laserbehandeling kunnen zwakke, nieuwgevormde vaten een bloeding geven in het glasvocht.

 

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Geen.

 

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Op basis van de resterende gezichtsscherpte zal uw oogarts met u beslissen of autorijden vóór de behandeling verantwoord is. Bespreek dit met uw oogarts. Na de laserbehandeling mag u naar huis. Zelf autorijden of fietsen wordt afgeraden. Reizen met het openbaar vervoer is geen probleem.
Indien de gezichtsscherpte van uw andere oog voldoende is, mag u de dag na de behandeling weer autorijden.

Instructies voor thuis na de behandeling

Geen.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Ooglidrandontsteking / Blepharitis is een vaak langdurige (chronische) aandoening aan de ooglidrand, waarbij de haarzakjes en de talgkliertjes op de ooglidrand ontstoken zijn. Er zijn twee vormen van blepharitis:

Anterieure blepharitis 
Bij deze vorm is met name het gebied rondom de basis van de ooglidharen aangedaan. Overmatig geproduceerd vet van de talgklieren in de oogleden blijft aan de oogharen kleven en wordt vervolgens zuur. Hierdoor raken de ooglidranden geïrriteerd. In tweede instantie kunnen ook het slijmvlies (conjunctiva) en het hoornvlies (cornea) betrokken raken bij de ontsteking, wat een verminderde traankwaliteit tot gevolg heeft.

Posterieure blepharitis (Meibomitis of Meibom Klier Dysfunctie)
Deze vorm wordt gekenmerkt door een verstopping van de klieren van Meibom, welke aan de achterzijde van de ooglidrand liggen. De talg stapelt zich op in de klieren en wordt onvoldoende uitgescheiden. Bovendien is het deel dat toch in de traanfilm komt minder goed van kwaliteit. Dit veroorzaakt een verhoogde verdamping van de tranen en heeft droge ogen tot gevolg.

 

Oorzaken

Anterieure blepharitis

Stafylococcen blepharitis
Deze ontsteking wordt meestal veroorzaakt door een bacterie die normaal op de huid voorkomt, een staphylococ. Wanneer de bacteriën, die normaal gesproken geen afwijkingen veroorzaken, de overhand krijgen kunnen zij een ontsteking veroorzaken.

Seborrhoische blepharitis
Het ontstaan hiervan heeft meestal te maken met een bepaalde aanleg (eczema seborrhoicum of seborrhoische dermatitis). De korstjes zijn vaak zacht, bevinden zich op de ooglidrand en oogharen. Hierdoor zijn de wimpers aan elkaar geplakt.

Posterieure blepharitis
Deze vorm kan ontstaan door een ontsteking, zoals anterieure blepharitis, of kan op zichzelf staan, mogelijk als gevolg van ouderdom. Door het verslappen van de oogleden als gevolg van ouderdom wordt het vet minder effectief uit de talgkliertjes gedrukt met de knipperslag. Dit vet raakt ingedikt in de talgkliertjes en de oogleden raken ontstoken. Zonder deze vetlaag verdampt de traanfilm. Dit leidt tot droge ogen. Om de ogen te beschermen tegen uitdroging maken de traanklieren van de ogen extra traanvocht aan waardoor klachten van tranende ogen kunnen ontstaan.

 

Symptomen

Enige mate van blepharitis komt relatief vaak voor: bij 20-40% van de bevolking. Een deel van deze mensen heeft klachten. Deze klachten kunnen bestaan uit jeuk, irritatie, een ‘zandkorrel’-gevoel, branderigheid, vermoeide, tranende of droge ogen, milde lichtschuwheid, leesklachten, afscheiding, rode ogen, zwaar gevoel in de oogleden, excessief knipperen of wisselend zicht. Afhankelijk van de soort blepharitis klagen mensen over korstjes en/of schilfers op de oogleden. Ook kan men als klacht hebben dat de oogleden ’s morgens aan elkaar vastplakken.

 

Mogelijke behandelingen

Reinigen van de ooglidranden

 

BlephEx

 

Met warme kompressen
Als u in het bezit bent van een magnetron, zijn pittenzakken of hot-packs de meest effectieve vorm van warme kompressen. Pas op! Pittenzakken en hot-packs kunnen erg heet worden. Eerst testen op uw onderarm. Is het te heet, kunt u het eerst in een doek wikkelen en daarna 10 minuten lang op uw gesloten ogen leggen. Een ander alternatief is een warmte masker zoals het EyeCure Oogmasker, die warm wordt door middel van een chemische reactie waardoor geen magnetron nodig is. Door de warmte wordt de talg in de talgkliertjes zachter en is de talg makkelijker te verwijderen. Doe dit minimaal 6 weken lang 2 keer per dag, daarna kunt u afbouwen. Houdt er rekening mee dat u dit vaak moet blijven herhalen, op termijn in een lagere frequentie, als onderhoud.

Ooglidmassage
Na toepassing van de warme kompressen is het belangrijk om de oogleden te masseren om de verzachte talg uit de talgkliertjes te drukken. Druk een wattenstaafje tegen de onderkant van het onderooglid en rol, met een lichte tot matige druk op het ooglid, het wattenstaafje naar boven tot de ooglidrand. Herhaal dit over de hele breedte van het onderooglid. Voor het bovenooglid begint u met het wattenstaafje aan de bovenkant van het bovenooglid en drukt u met het wattenstaafje en met lichte tot matige druk het bovenooglid naar beneden. Dit herhaalt u over de hele breedte van het bovenooglid.

Ooglidhygiene
Na de ooglidmassage moet u de ooglidranden en wimpers schoonmaken. Doop een wattenstaafje of wattenschijfje in lauwwarm water en gebruik een geschikte reinigingslotion (Blephasol) of kant en klaar schoonmaakdoekjes (Blephaclean) die beschikbaar zijn via uw apotheek en de webshop van BlephEx. Maak hiermee zacht heen en weer gaande bewegingen langs beide ooglidranden bij de implant van de wimperhaartjes. Indien nodig kan men hierna met een droog wattenstaafje of gaasje de korstjes/schilfers verder verwijderen.

Het poetsen van de oogleden is belangrijk om de producten van de ontsteking te verwijderen. Doe dit minimaal 6 weken lang 2 maal per dag, daarna kunt u afbouwen. Houdt er rekening mee dat u dit vaak moet blijven herhalen, op termijn in een lagere frequentie, als onderhoud. Door eerst warme kompressen toe te passen gedurende 10 minuten, gevolgd door massage van de oogleden en als laatste de wimpers en ooglidranden goed schoon te maken kunt u het beste resultaat halen.

Kunsttranen en/of ontstekingsremmende oogzalf 
Soms is het nodig om naast de warme kompressen en het poetsen van de oogleden een antibioticum/ontstekingsremmer in de vorm van zalf voor te schrijven. Dit zal vooral gedaan worden om de ontsteking onder controle te krijgen. Deze antibiotica brengt u op uw oogleden aan na het poetsen. Er kan wat zalf in uw ogen komen, dit kan geen kwaad, maar geeft wel even wazig zicht. Blepharitis kan klachten van droge ogen geven en daarom worden er mogelijk ook kunsttranen voorgeschreven. Volg voor het gebruik van de kunsttranen en de zalf de instructies van de oogarts/optometrist op.

Antibiotica in tabletvorm
Bij ernstige gevallen van blepharitis kan ervoor gekozen worden een antibioticum in tabletvorm te geven. Volg hiervoor de instructies van de oogarts op. (Zie voor de bijwerkingen van het voorgeschreven antibioticum de bijsluiter).

 

Welke resultaten kunt u verwachten van uw behandeling?

Alle behandelingen hebben als doel de ontsteking in de ooglidranden te verminderen en daarmee de symptomen zoals vermoeide ogen, jeukende ogen, prikkende/branderige ogen en wisselend zicht te verminderen. Blepharitis is een chronische aandoening en zal daarom nooit helemaal verdwijnen. Het is daarom verstandig om in periodes dat u weinig/geen last heeft, toch de ooglidranden te blijven reinigen, minstens één keer per dag.

 

Mogelijke complicaties/bijwerkingen van de behandeling

Bij het poetsen van de oogleden kan het zijn dat de huid wat schraal of droog wordt. Als dit gebeurt, staak dan het gebruik van ooglidreinigingsproducten als Blephasol en poets de oogleden alleen met lauwwarm water. Mocht dit geen verbetering opleveren, verminder dan de frequentie van het poetsen.

Na het indruppelen van oogdruppels en/of zalf kan het zicht tijdelijk verminderd zijn (zie bijsluiter in de verpakking).

Over het algemeen is er een kleine kans op bijwerkingen. Er bestaan echter ook medicijnen met een grotere kans op bijwerkingen. Lees daarom altijd goed de bijsluiter.

Bij het gebruik van oogdruppels kan de kans op lichamelijke (systemische) bijwerkingen aanzienlijk worden verminderd door het dichtdrukken van de traanbuis na het druppelen. Hierdoor vloeit er minder oogdruppelvloeistof af naar de neus- en keelholte, zodat er minder werkzame stof wordt ingeslikt. De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk groter bij hogere doseringen.

Wanneer er tijdens het gebruik van een medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een bijwerking, (2) een wisselwerking van dit medicijn met een ander medicijn, (3) overgevoeligheid of (4) een allergische reactie. Neemt u in dat geval contact met ons op.

 

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling 

Geen.

 

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

In sommige gevallen is het lastig om zelf te poetsen. Als iemand anders poetst, kijk dan bij de behandeling van het bovenooglid naar beneden en bij de behandeling van het onderooglid naar boven.

 

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijkerwijs op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, physician assistent, optometrist of orthoptist.

 

Vragen en/of klachten

Op onze website vindt u meer informatie over behandelingen die wij uitvoeren, over onze medewerkers en over ons privacyreglement. Voor vragen en/of klachten kunt u altijd telefonisch, per e-mail of via het contactformulier op onze website contact met ons opnemen. Onze medewerkers staan voor u klaar en geven u deskundig antwoord op al uw vragen. Een onafhankelijke klachtenfunctionaris bemiddelt bij onvrede of klachten.

Mocht u niet tevreden zijn met de manier waarop wij uw vraag of klacht hebben behandeld, dan heeft u de mogelijkheid om u klacht in tweede instantie aan een onafhankelijke geschillencommissie voor te leggen. Het Oogcentrum is aangesloten bij de geschillencommissie van Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN). Meer informatie over de geschillencommissie kunt u vinden op zkn.nl/consumenten/over-zkn/geschillencommissie.

 

Veiligheid

Een veilig verblijf voor iedereen in het Oogcentrum is voor ons een topprioriteit. Om uw veiligheid te waarborgen vragen wij u de instructies van de medewerkers van het Oogcentrum nauwgezet op te volgen. Onze medewerkers kennen de risico’s.

Heeft u zich tijdens uw verblijf in het Oogcentrum op enig moment onveilig gevoeld of bent u een situatie tegengekomen die voor u of anderen in het Oogcentrum gevaarlijk kan zijn? U helpt ons door dat aan ons te melden. U kunt dat ter plekke melden aan iedere medewerker van het Oogcentrum of achteraf telefonisch, per brief of per e-mail. Wij bespreken alle meldingen en nemen de mogelijke maatregelen om gevaarlijke situaties op te lossen.

Oogcentrum Noordholland beschikt over de “Meldcode signalen bij kindermishandeling en huiselijk geweld OCNH”. Dit betekent dat een medewerker van Oogcentrum Noordholland bij het signaleren van dergelijke signalen volgens een vastgesteld stappenplan te werk gaat en mogelijk hulp biedt aan het slachtoffer of een melding doet bij Veilig Thuis.

Wat is het?
De BlephEx is een behandeling voor blepharitis, waarbij de randen van de oogleden intensief worden gepoetst d.m.v. een snel draaiend borsteltje.

 

 

Oorzaken
Blepharitis is een chronische ontsteking van de oogleden die wordt veroorzaakt door een overmatige groei van normale bacteriën die leven langs de ooglid rand. Blepharitis is vaak de voorloper voor ernstige ooglid ziekten, zoals meiboomklier dysfunctie en droge ogen. Het kan iedereen treffen, ongeacht leeftijd of geslacht, maar komt over het algemeen vaker voor als een persoon ouder is. Als deze bacteriegroei toeneemt vormt er een slijmlaagje langs de wimpers. Bacteriële toxinen worden vervolgens gevangen en beginnen het ooglid binnen te dringen en veroorzaken zwelling, waardoor mogelijke schade aan traanklieren en negatief effect op de traanproductie. Doordat de traanproductie afneemt, blijven de bacteriën zich ontwikkelen, waardoor zich een vicieuze cirkel vormt. (zie folder blepharitis)

 

Symptomen
De klachten kunnen bestaan uit jeuk, irritatie, een ‘zandkorrel’ gevoel, branderigheid, vermoeide, tranende of droge ogen, milde lichtschuwheid, leesklachten, afscheiding, rode ogen, zwaar gevoel in de oogleden, excessief knipperen of wisselend zicht. Ook kan men last hebben van korstjes en/of schilfers op de oogleden en het kan ook zijn dat de oogleden ‘s morgens aan elkaar blijven plakken.

 

Behandeling
De behandeling wordt uitgevoerd door een oogheelkundig specialist in een reguliere behandelkamer. Voor de behandeling krijgt u druppels om het oogoppervlak te verdoven. Door middel van een snel draaiend borsteltje  worden de randen van de oogleden gepoetst. Hierbij worden schilfers en bacteriën verwijderd en wordt de ooglidrand gepolijst. De behandeling duurt ongeveer 6 – 8 minuten en de meeste patiënten ervaren een tintelend gevoel.

Na de behandeling worden de ogen uitgespoeld.

Voor en na de behandeling worden er foto’s gemaakt van de oogleden.

 

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?
Alle BlephEx behandelingen hebben als doel de ontsteking in de ooglidranden te verminderen en daarmee de symptomen te verminderen. Blepharitis is een chronische aandoening en zal daarom nooit helemaal verdwijnen. U zult in geringe mate hinder blijven ondervinden van de bepharitis. In de meeste gevallen moet de BlephEx behandeling na 4 tot 6 maanden herhaald worden, voor een zo optimaal mogelijk resultaat.

 

Mogelijke complicaties/bijwerkingen van de behandeling
De kans op een complicatie is bij een BlephEx behandeling uiterst klein.
De ooglidranden kunnen wat rood zijn na de behandeling. Dit verdwijnt meestal binnen enkele uren. Er kan er een kleine erosie (schaafwondje) ontstaan op het hoornvlies. Dit wondje heelt meestal binnen enkele dagen.Na de behandeling kan het zicht tijdelijk verminderd zijn.

 

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling
Graag geen oog make-up dragen.

 

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer
Na een BlephEx®behandeling mag u zelf auto rijden. Mogelijk voelen uw oogleden geprikkeld en vindt u het prettig om u te laten rijden.

 

Instructies voor thuis na de behandeling
Na de behandeling zijn er geen beperkingen. Ons advies is om de ooglidhygiene te continueren. Kunsttranen en zalf mogen gewoon gebruikt worden na de behandeling.

 

Als u besluit zich te laten behandelen
Het is mogelijk dat de arts u bedenktijd heeft gegeven om tot een besluit te komen of u zich laat behandelen en/of welke behandeling u wenst te ondergaan. Als u besluit zicht te laten behandelen, vernemen wij dat graag van u. U kunt telefonisch contact opnemen met onze medewerkers om een afspraak te maken

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, physician assistant, optometrist of orthoptist.

 

Financiële aspecten
De kosten voor een BlephEx behandeling worden niet vergoed. Deze kosten bedragen €121,-.

 

Vragen en/of klachten
Op onze website vindt u meer informatie over de behandelingen die wij uitvoeren, maar ook informatie over onze medewerkers en ons privacyreglement. Voor vragen en/of klachten kunt u altijd telefonisch, per e-mail of via het contactformulier op onze website contact met ons opnemen. Onze medewerkers van Oogcentrum Noordholland staan voor u klaar en geven u deskundig antwoord op al uw vragen. Een onafhankelijke klachtenfunctionaris bemiddelt bij onvrede of klachten.

Mocht u niet tevreden zijn met de manier waarop wij uw klacht hebben behandeld, heeft u de mogelijkheid om uw klacht in tweede instantie aan een onafhankelijke geschillencommissie voor te leggen. Het Oogcentrum is aangesloten bij de geschillencommissie van Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN). Meer informatie over deze geschillencommissie kunt u vinden op: zkn.nl/consumenten/over-zkn/geschillencommissie.

 

Veiligheid
Een veilig verblijf voor iedereen in het Oogcentrum is voor ons een topprioriteit. Om uw veiligheid te waarborgen vragen wij u de instructies van de medewerkers van het Oogcentrum nauwgezet op te volgen. Onze medewerkers kennen de risico’s.

Heeft u zich tijdens uw verblijf in het Oogcentrum op enig moment onveilig gevoeld of bent u een situatie tegengekomen die voor u of anderen in het Oogcentrum gevaarlijk kan zijn? U helpt ons door dat aan ons te melden. U kunt dat ter plekke melden aan iedere medewerker van het Oogcentrum of achteraf telefonisch, per brief of per e-mail. Wij bespreken alle meldingen en nemen de mogelijke maatregelen om gevaarlijke situaties op te lossen.

Oogcentrum Noordholland beschikt over de “Meldcode signalen bij kindermishandeling en huiselijk geweld OCNH”. Dit betekent dat een medewerker van Oogcentrum Noordholland bij het signaleren van dergelijke signalen volgens een vastgesteld stappenplan te werk gaat en mogelijk hulp biedt aan het slachtoffer of een melding doet bij ‘Veilig Thuis’.

Wat is het?

Het Brown-syndroom is een stoornis in de oogbewegingen. Meestal is deze stoornis aangeboren, maar soms ontstaat het syndroom pas op latere leeftijd. De aandoening kan aan één oog of aan beide ogen voorkomen.

Oorzaken

De aangeboren vorm wordt meestal veroorzaakt doordat een deel van de pees van één van de schuine oogspieren niet goed kan ontspannen. Dit oog wordt tegengehouden bij het omhoog kijken.
Andere oorzaken kunnen zijn: een verkeerde aanleg van (de pees van) de oogspier of van de trochlea (een soort katrol in de oogkas waar de pees van deze schuine oogspier doorheen gaat).

Als het Brown-syndroom op latere leeftijd ontstaat, kan de oorzaak een zwelling van de pees van deze schuine oogspier zijn. Deze zwelling wordt meestal veroorzaakt door bijvoorbeeld een ontsteking. Ook kan het syndroom ontstaan door een ongeluk, waarbij de trochlea beschadigd raakt.

Symptomen

Bij het Brown-syndroom is de beweging van één of beide ogen beperkt bij kijken naar boven in de richting van de neus. Omdat één of beide ogen niet goed kunnen bewegen, wordt het hoofd vaak wat scheef gehouden en de kin geheven om prettiger te kunnen zien (torticollis).
Kijken naar boven wordt vaak als onprettig ervaren en wordt daarom vaak vermeden.
Bij kinderen kan hierbij soms een lui oog ontstaan, waarvoor zij dan een oogpleister moeten plakken. Meer informatie hierover leest u in de folder ‘lui oog (amblyopie)’.

Mogelijke behandeling

Bij de meeste kinderen is behandeling niet nodig, de afwijking herstelt meestal spontaan.
Bij een afwijkende oogstand is er een grote kans op een lui oog.
Het luie oog moet dan extra gestimuleerd worden om te gaan werken door het goede oog met een pleister af te plakken (zie folder ‘lui oog (amblyopie)’).
De behandeling hangt vaak af van de oorzaak van de stoornis. Er worden bijvoorbeeld medicijnen gegeven als er een ontsteking is. Zelden is een scheelzien operatie nodig.

Een operatie kan wel nodig zijn als:

  • de torticollis (het scheefhouden van het hoofd om enkel te zien) nekklachten veroorzaakt
  • het scheelzien aanwezig is bij recht vooruit kijken
  • de samenwerking tussen de ogen verslechtert

Met een oogspieroperatie verbetert de oogstand en de samenwerking tussen de ogen bij recht vooruit kijken en/of het vermindert de torticollis zodat de nekklachten afnemen.
Na de operatie kan het oog nog steeds problemen hebben met het omhoog kijken, omdat de pees van de aangedane oogspier zich niet volledig kan ontspannen.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Met een oogspieroperatie verbetert de oogstand en de samenwerking tussen de ogen bij recht vooruit kijken en/of het vermindert de torticollis zodat de nekklachten afnemen.
Na de operatie kan het oog nog steeds problemen hebben met het omhoog kijken, omdat de pees van de aangedane oogspier zich niet volledig kan ontspannen.

Mogelijke complicaties/bijwerkingen 

Mogelijke complicaties van een scheelzien operatie kunnen zijn:
Complicaties die het zicht bedreigen, zijn bij oogspiercorrecties wel bekend. Ze komen echter bijna nooit voor omdat de operatie alleen aan de buitenkant van de oogbol plaatsvindt. Er kunnen zich wel complicaties voordoen die minder ernstig zijn: allergische reacties op de gebruikte hechtmaterialen, hoornvliesproblemen en lichte infecties. Deze zijn vervelend, maar met oogdruppels goed te behandelen.
Over- en onder correcties kunnen voorkomen en geven soms klachten van dubbelzien. Meestal verdwijnt dit spontaan.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Indien er een oogspieroperatie noodzakelijk is:

Nadat de opererende oogarts akkoord is gegaan met een scheelzien operatie van u of uw kind, zal de orthoptist met u een datum afspreken voor de ingreep. Zij zal ook de gang van zaken verder met u doornemen. Voor patiënten die tevens onder behandeling zijn bij een andere specialist, moet toestemming voor narcose aan de betreffende specialist gevraagd worden. Voor de operatie gaat de patiënt naar het peroperatieve spreekuur van de anesthesist.

U krijgt een recept voor ontstekingsremmende oogdruppels mee, die u of uw kind na de operatie moet gebruiken, en een controle-afspraak voor de nacontrole bij de orthoptist en oogarts (dit is ongeveer tien dagen na de operatie).

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Als u een oogspieroperatie heeft ondergaan mag u na de behandeling geen autorijden en is het noodzakelijk om begeleiding mee te nemen voor vervoer.

Instructies voor thuis na de behandeling

Indien er een oogspieroperatie noodzakelijk is:

De oogarts doet direct na de operatie wat zalf in het geopereerde oog om een ontsteking te voorkomen. Er wordt geen verband op het geopereerde oog gedaan. Voor de patiënt is het soms wat eng om de ogen open te doen. De ogen zijn wat rood en/of gezwollen. De zwelling is na enkele dagen weg en de roodheid is na enkele weken verdwenen. Eén of meer oogspieren zijn tijdens de operatie los geweest en daarna weer aan de oogbol gehecht. De patiënt kan wat last hebben van de hechtingen; ze kunnen wat prikken. Deze lossen vanzelf op en hoeven er dus niet uitgehaald te worden. De patiënt heeft over het algemeen weinig pijn aan de ogen. Zo nodig kunt u paracetamol gebruiken. Patiënten voelen zich meestal niet erg ziek van de narcose. In principe mag u of uw kind alles doen na de operatie. Wel moet worden opgepast met zand en stof. Tot drie weken na de operatie is zwemmen niet toegestaan, douchen mag wel (daarbij zorg dragen dat er geen water en zeep in de ogen loopt).

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u of uw kind van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Cataract / Staar is het troebel worden van de lens in het oog. Vlak achter de pupil zit de ooglens. Deze lens, die onder normale omstandigheden helder en doorzichtig is, zorgt voor het scherp weergeven van de beelden op het netvlies. Wanneer de lens troebel wordt (bij cataract / staar), worden de lichtstralen niet goed doorgegeven en gaat u waziger zien.

 

 

Oorzaken van staar / cataract

Er zijn verschillende vormen van staar, de meest voorkomende vorm is de ouderdomsstaar. Ouderdomsstaar is een “normaal” verouderingsproces, net als het krijgen van rimpels. Staar kan ook aangeboren zijn Soms ontstaat het door een ongeval, een ontsteking van het oog, door bepaalde medicijnen of na een inwendige oogoperatie.

 

Klachten bij staar / cataract

De leeftijd waarop mensen klachten gaan krijgen, kan heel verschillend zijn. Of u het merkt, hangt ervan af op welke plek in de ooglens de vertroebeling zich ontwikkelt en hoe groot die vertroebeling is. Zit de troebele plek in het midden van de lens of daar vlak bij, dan krijgt u al snel klachten. U gaat bijvoorbeeld wazig zien, dubbelzien met één oog, schaduwen om letters heen zien, u kunt kleuren doffer zien of u krijgt last van licht of schitteringen. Als u binnen korte tijd opeens veel sterkere brillenglazen nodig heeft, kan dat ook duiden op staar. Sterkere brillenglazen kunnen het zicht op den duur niet meer verbeteren.

 

Behandeling van staar / cataract

De enige manier om staar / cataract te behandelen is een operatie, waarbij de eigen lens verwijderd wordt en een heldere kunstlens wordt geplaatst. Staar wordt nooit vanzelf minder en er zijn geen medicijnen tegen. Uw gezichtsvermogen gaat meestal langzaam achteruit. Wanneer het zicht u zodanig hindert, dat u uw dagelijkse bezigheden niet meer kunt uitvoeren, kan een staaroperatie zinvol zijn. Een staaroperatie kan uw zicht in de meeste gevallen weer verbeteren.

 

Kwaliteitsmeting

Binnen het Oogcentrum staat kwaliteit hoog in het vaandel. Daarbij is het belangrijk te weten hoe u het resultaat van de operatie zelf ervaart. Om dit in kaart te brengen, stellen we u tijdens het bezoek een aantal vragen over uw kwaliteit van leven voor de operatie. Drie maanden na de operatie wordt deze enquête opnieuw afgenomen.

 

Lenskeuze

Om de sterkte van de kunstlens te bepalen, wordt een lensmeting (biometrie) uitgevoerd. Hierbij wordt de ooglengte en de kromming van het hoornvlies opgemeten. Deze metingen worden gebruikt om de sterkte van de kunstlens te bepalen. Deze meting duurt 5 à 10 minuten en is pijnloos.

Let op: contactlenzen hebben invloed op de vorm van het hoornvlies.

  • Als u harde contactlenzen draagt, mag u deze 4 weken voorafgaand aan het onderzoek en op de dag dat het onderzoek plaatsvindt niet dragen
  • Draagt u zachte contactlenzen dan mag u deze 2 weken voorafgaand aan het onderzoek en op de dag dat het onderzoek plaatsvindt niet dragen

Voor de keuze van de lenssterkte is het van belang te weten op welke afstand u het scherpst wil kunnen zien na de operatie. De meeste mensen kiezen voor scherp zicht op afstand. Bij standaard kunstlenzen is het zicht slechts op één afstand scherp, voor de andere afstanden heeft u een bril nodig.

  • Kiest u voor scherp zicht in de verte dan heeft u voor beeldschermwerk en lezen/dichtbij werk een aparte bril nodig
  • Kiest u voor scherp zicht op leesafstand dan heeft u voor veraf en voor de beeldschermafstand een bril nodig
  • Kiest u voor een scherp zicht op beeldschermafstand dan kunt veel dingen zonder bril doen, maar heeft u voor scherp zicht zowel voor veraf en dichtbij een bril nodig.

U kunt er ook voor kiezen om na de staaroperatie multifocale glazen in uw bril te laten slijpen en op alle afstanden scherp te zien met één bril.

Naast een standaard kunstlens kunt u eventueel ook kiezen voor een multifocale kunstlens (zie voor verdere informatie de folder ´premium kunstlenzen´). Zo ziet u in de verte scherp zonder bril en kunt u bij goede verlichting zonder leesbril lezen. Dit type lens heeft wel specifieke bijwerkingen, zoals het zien van ringen rond lichtbronnen en verstrooiing van licht. Dit type lens wordt niet (volledig) vergoed door de zorgverzekeraar.

Als er een hoge cilinder in uw bril zit of tijdens de lensmeting naar voren komt, kunt u kiezen voor een kunstlens die deze cilinder corrigeert (zie voor verdere informatie de folder ´premium kunstlenzen´).

Bij cilinderafwijkingen is op alle afstanden een bril nodig om de cilinderafwijking te corrigeren. Een cilinder wordt veroorzaakt doordat het hoornvlies meer ovaal is in plaats van rond. Door de cilinder te corrigeren, krijgt u een zuiverder beeld en bent u minder afhankelijk van een bril voor veraf. Wel zult u net als bij een standaard lens een leesbril voor dichtbij werk nodig hebben. Zo’n speciale lens (een torische kunstlens) wordt niet (volledig) vergoed door de zorgverzekering.

Mocht u voor een speciale (premium) kunstlens in aanmerking willen komen, wordt na het bezoek aan de oogarts een afspraak gemaakt op het premiumlens spreekuur. Op dit spreekuur worden er verdere metingen uitgevoerd en met u besproken of u geschikt bent voor een van deze lenzen.

 

Voorlichting

Na het bezoek aan de oogarts krijgt u voorafgaand aan uw staaroperatie persoonlijke voorlichting, waarbij de belangrijkste informatie over staar en de staaroperatie, zoals ook beschreven in deze folder, besproken wordt. Daarnaast vragen wij u een gezondheidsvragenlijst in te vullen. Met deze gezondheidsvragenlijst wordt beoordeeld of uw huidige gezondheidstoestand en/of uw medische voorgeschiedenis het toelaat om in het Oogcentrum Noordholland geopereerd te worden. Soms is hier aanvullend onderzoek voor nodig en wordt u uitgenodigd voor een preoperatief spreekuur. Mocht u afgekeurd worden voor een operatie in ons centrum, dan verwijzen wij u naar een ziekenhuis.

Als er na uw laatste bezoek aan het Oogcentrum wijzigingen in uw gezondheidstoestand zijn, geef deze dan door aan de medewerkers van Oogcentrum Noordholland.

 

De staaroperatie

Bij een staaroperatie wordt de troebele lens vervangen door een heldere kunstlens. De oogarts maakt aan de rand van het hoornvlies enkele kleine sneetjes om bij de lens te komen. Het lenszakje wordt opengemaakt, de lens wordt in stukjes gebroken en opgegeten door middel van zogenaamde phaco-emsulsifcatie. Het lenszakje wordt daarna schoongemaakt waarna de kunstlens wordt geplaatst. De wondjes hoeven meestal niet gehecht te worden. De staaroperatie duurt ongeveer 20 minuten.

De oogarts opereert altijd maar één oog per operatie. Wanneer u aan twee ogen geopereerd moet worden, zal er tussen de operatie van het eerste oog en die van het tweede oog een periode van ongeveer 4 weken liggen.

Een staaroperatie vindt meestal plaats onder plaatselijke verdoving; bij uitzondering kan dit onder algehele verdoving (narcose). In overleg met u wordt een keuze gemaakt welke verdoving voor u het meest geschikt is. Uw algemene gezondheidstoestand is hierbij van belang. Meestal wordt voor plaatselijke verdoving gekozen met verdovende oogdruppels. Bij druppelverdoving kunt u blijven zien en uw oog bewegen. Ook houdt u gevoel in de huid en de oogleden. U voelt echter geen pijn.

Tijdens de operatie onder plaatselijke verdoving moet minimaal 20 minuten rustig op uw rug onder een doek kunnen liggen. Kunt u niet plat liggen of heeft u ernstig last van claustrofobie, bespreek dit dan met de oogarts.

Tijdens de ingreep wordt uw oog opengehouden door een ooglidspreider. Mocht u de neiging krijgen te bewegen, niezen of te hoesten, geef dit dan aan. De oogarts onderbreek de operatie dan even.

Na afloop krijgt u zalf in het geopereerde oog en een oogkapje voor. Na de ingreep mag u, als u zich goed voelt, direct weer naar huis.

 

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Een staaroperatie kan uw gezichtsvermogen vrijwel volledig herstellen, mits uw oog verder gezond is. Als er sprake is van een beperkte verwachting, zal de oogarts dit zoveel mogelijk vooraf met u bespreken.

In sommige gevallen kan het zijn dat bepaalde afwijkingen op het netvlies niet zichtbaar zijn doordat de staar het zicht hierop belemmert. Het is daardoor mogelijk dat het zicht na de staaroperatie toch iets achterblijft en dat bepaalde netvliesafwijkingen pas na de ingreep zichtbaar worden.

Na de staaroperatie kan het zijn dat kleuren anders worden waargenomen. Of dat kleurverschil tussen het geopereerde en niet geopereerde oog worden opgemerkt. Ook kan op korte of lange termijn na de staaroperatie nastaar ontstaan. Nastaar is vertroebeling van het achterkapsel van het lenszakje waar de nieuwe kunstlens in is geplaatst. Dit geeft vaak dezelfde klachten als voor de staaroperatie. Dit kan behandeld worden door een laserbehandeling en komt daarna niet meer terug.

 

Mogelijke complicaties

Een staaroperatie is één van de veiligste operaties. Bij 98 procent van de patiënten verlopen operatie en herstel zonder problemen. Toch kunnen er, zoals bij iedere medische ingreep, tijdens en na de operatie, complicaties optreden. De belangrijkste noemen we hier.

Tijdens de operatie:

  • Scheurtje in het lenskapsel

Het lenskapsel is het zakje om de ooglens heen. Tijdens de operatie kan er ongewenst een scheur in het lenskapsel ontstaan. Dit kan tot gevolg hebben dat de ingreep wat langer duurt omdat er vrijgekomen glasvocht opgeruimd moet worden en een ander soort kunstlens moet worden geplaatst. In sommige situaties kan er besloten worden om de kunstlens in een later stadium te plaatsen, waardoor er een aanvullende operatie nodig is.

  • Bloeding

Wat zeer zeldzaam is, maar met mogelijk ernstige gevolgen voor het oog, is dat tijdens de operatie een bloeding ontstaat in het vaatvlies rondom het oog.

Na de operatie:

  • Infectie

Een ernstige complicatie na de operatie die het zicht blijvend kan verminderen, is een infectie van het oog door een bacterie. Dit wordt een endofthalmitis genoemd. De kans hierop is erg klein, maar het is niet helemaal uit te sluiten. Een infectie ontstaat meestal 2 dagen tot 6 weken na de ingreep. Deze infectie is, mits tijdig ontdekt, te behandelen met antibiotica en ontstekingsremmers en soms een operatie.

Wanneer er sprake is van een zeer rood, pijnlijk oog of plotseling verminderd zicht in de eerste periode na de operatie, neem dan direct contact met ons op.

  • Macula-oedeem (vocht in het netvlies)

Na de staaroperatie kan er vochtophoping ontstaan in het netvlies. Deze vochtophoping zorgt ervoor dat het zicht na de staaroperatie niet helder wordt of weer verslechterd. Dit kan meestal goed worden behandeld met extra oogdruppels. Soms is aanvullende behandeling met tabletten of ooginjecties nodig.

  • Cornea decompensatie (vocht in het hoornvlies)

Het hoornvlies (de cornea) is het doorzichtige weefsel aan de voorkant van het oog. Aan de binnenzijde van het hoornvlies zit een laag cellen, het endotheel, die ervoor zorgt dat het hoornvlies helder blijft. Als het endotheel onvoldoende werkt zal het hoornvlies wazig worden. Bij een staaroperatie verlies je altijd wat endotheelcellen. Dit is meestal geen probleem en het hoornvlies blijft helder. Soms duurt het wat langer (enkele weken) voordat hoornvlies weer helder wordt. In zeldzame gevallen, meestal als er vooraf al minder endotheelcellen aanwezig waren (bij zogenaamde Fuchse endotheeldystrofie), wordt het hoornvlies niet goed helder en zal uiteindelijk, wanneer het zicht laag is, een hoornvliestransplantatie kunnen plaatsvinden.

  • Netvliesloslating

Door natuurlijke veranderingen in het glasvocht kan na de operatie eerder een gaatje in het netvlies ontstaan, waardoor vocht onder het netvlies komt met als gevolg een netvliesloslating. Bijziende ogen hebben van nature een verhoogd risico hierop. Dit verhoogde risico blijft ook na de operatie bestaan.

Wanneer er plotseling flitsen en/of veel vlekken worden waargenomen die er direct na de operatie niet waren, of u mist een hap uit het gezichtsveld, neem dan direct contact met ons op.

Andere bijkomstigheden:

  • Voorste oogkamer prikkeling

Na de operatie krijgt u druppels om de normale ontstekingsreactie te onderdrukken. Bij de controle kan het zijn dat het oog nog niet volledig tot rust is gekomen. Vaak heeft u daar geen last van of er zijn klachten van roodheid, lichtgevoeligheid of nog niet optimaal kunnen zien. In dit geval moet vaak wat langer of meer oogdruppels gebruiken.

  • Refractive surprise

Voor de operatie spreken we met u af op welke brilsterkte we richten na de operatie. Het is echter mogelijk dat u ondanks de juiste metingen en een goed verlopen operatie toch op een andere sterkte uitkomt. Dit heet een refractive surprise. We zullen dan in overleg met u de verschillende mogelijkheden bekijken om alsnog tot de gewenste brilsterkte te komen.

  • Ptosis (hangend ooglid)

Tijdens de operatie wordt een ooglidspreider gebruikt. Deze zorgt ervoor dat uw oog goed openblijft tijdens de ingreep. De ooglidspreider kan een verzwakking van de hefspier van het bovenste ooglid veroorzaken, waardoor een geringe ptosis (hangend ooglid) ontstaat. Mocht dit storend blijven dan is dit alleen te verhelpen door een ooglidoperatie.

  • Droge ogen

Door de operatie zelf en door de ontstekingsremmende druppels kan het oogoppervlak (het hoornvlies) wat droger worden. Zeker bij als u bekend bent met droge ogen voor de operatie komt dit vaker voor.

  • Hoge oogdruk

Door de operatie en/of reactie op de onstekingsremmende druppels kan de oogdruk, vaak tijdelijk, verhoogd zijn. Indien worden hiervoor extra oogdrukverlagende druppels voor gegeven.

Over het algemeen zijn bovengenoemde problemen uiteindelijk goed te verhelpen en leiden zij zelden tot een minder gezichtsvermogen dan voor de operatie. Al met al vormen deze mogelijke complicaties geen reden om van de operatie af te zien. Zonder operatie wordt het zicht door staar uiteindelijk zeer slecht. 

 

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Op de dag van de operatie vragen wij u makkelijke en schone kleding aan te trekken, deze houdt u aan tijdens de operatie. U mag op de dag van operatie geen oogmake-up, gezichtscrème en nagellak op doen en geen sieraden dragen. Als u een hoortoestel draagt aan de kant van het oog dat wordt geopereerd, dan moet u dit uitdoen. In het Oogcentrum zijn kluisjes aanwezig.

U kunt voor de operatie gewoon eten en drinken. Uw medicijnen, waaronder  bloedverdunners en oogdruppels, neemt u in zoals u gewend bent. Eventuele uitzonderingen worden door oogarts vooraf met u besproken. Bij de operatie onder narcose gaat, krijgt u verdere instructie van de anesthesist.

 

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Het is verstandig iemand mee te nemen om u te begeleiden. Na de behandeling ziet u met het behandelde oog erg wazig en kunt u moeite hebben met diepte zien. U mag zelf niet autorijden. Uw begeleider kan tijdens de operatie in het Oogcentrum wachten. Er kan ook gekozen worden dat uw begeleider wordt gebeld zodra de operatie klaar is.

 

Instructies voor thuis na de behandeling

Bij thuiskomst na de staaroperatie laat u het oog kapje tot de volgende morgen zitten.

Daarna draagt u het kapje wanneer u gaat slapen tot aan de eerste controle om wrijven in het geopereerde oog te voorkomen. Het kapje plakt u met leukopor vast.

Het oog is de eerste weken na de operatie kwetsbaar. U mag voor drie weken niet in het geopereerde oog wrijven, ook mag er geen oog make-up gebruikt worden en moet u druk op het oog zien te vermijden. U mag u haren wassen en naar de kapper gaan, maar vermijd zeep in uw oog.

Zakt u bij het bukken goed door de knieën en probeer de eerste drie weken zwaar tillen te vermijden.

Na drie weken mag u weer sporten. Wees echter voorzichtig met sprong- en contactsporten en sporten waarbij zware lichamelijke inspanning wordt vereist.

Ook balsporten adviseren wij deze periode te beperken. Zwemmen en saunabezoek raden wij tot een periode van vier weken na de operatie af. Dit vanwege bacteriën die in het oog kunnen komen.

De dag na de operatie mag u weer autorijden, mits u het weer goed kan zien. Autorijden is uw eigen verantwoordelijkheid.

Het is normaal dat u tot een paar weken na de operatie nog wazig en soms dubbel ziet. De eerste paar weken tot soms een paar maanden kunt u last hebben van een rood en prikkend oog. Ook kunt u een licht ‘zandkorrel’ gevoel ervaren. Dit herstelt in de meeste gevallen vanzelf.

 

Druppelen van het oog

Na de operatie moet uw oog gedruppeld worden. Als u denkt dat u dit zelf niet kunt, vraag dan hulp aan familie, vrienden of buren. Ook kunt u voor de operatie contact opnemen met de thuiszorg, zodat zij u de oogdruppels kunnen geven.

De ochtend na de operatie start u met de voorgeschreven oogdruppels Yellox en Dexamethason volgens onderstaand schema.  Het recept voor de oogdruppels ontvangt u met de afsprakenbrief voor de operatie.

Als er per ongeluk meer dan één druppel van hetzelfde middel in uw oog komt, is dit niet erg. Gebruik de twee verschillende soorten echter nooit direct achter elkaar. Zorg ervoor dat er minimaal 5 minuten tussen de twee soorten zit. Zo kunnen ze goed intrekken.

Na de operatie: Dexamethason 0.1% Yellox (broomfenac).
Week 1 1 druppel 4 x per dag 1 druppel 2 x per dag
Week 2 1 druppel 3 x per dag 1 druppel 2 x per dag
Week 3 1 druppel 2 x per dag 1 druppel 2 x per dag
Week 4 1 druppel 1 x per dag 1 druppel 2 x per dag

 

 

Controle

De eerste controle vindt ongeveer 3 weken na de operatie plaats. Bij deze controle zal de optometrist of de technisch oogheelkundig assistent (TOA) een oogmeting en oogdrukmeting doen. Tevens zal worden bekeken of uw oog goed hersteld is na de operatie. Na afloop krijgt u veelal een briladvies mee. De opticien doet de definitieve eindmeting, twee tot drie weken na deze controle.

 

Wanneer neemt u met spoed contact met ons op

U wordt dringend verzocht contact op te nemen bij toenemende roodheid van het oog, bij pijn en plotseling slechter zicht of forse toename van bewegende vlekken en lichtflitsen. Dit kan op werkdagen tussen 8.00 en 17.30 uur. Telefoonnummer 088-9191800.

Voor spoedgevallen buiten de werktijden en in het weekend belt u 088-9191800 en toetst u 9. Let op. De diensten worden gedeeld met de oogartsen van Het Rode Kruisziekenhuis in Beverwijk. Indien u de receptie van het Rode Kruisziekenhuis aan de telefoon krijgt, leg dan uit dat u bij ons patiënt bent. U wordt dan doorverbonden met de dienstdoende oogarts.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw behandelaar.

 

www.zorgkaartnederland.nl/keuzehulpen

 

Wat is het?

Een chalazion is een zwelling van een talgklier (kliertje van Meibom) in het ooglid. In het boven en onderooglid zitten enkele tientallen talgkliertjes, die belangrijk zijn voor de stabiliteit van de traanfilm. Door het verstopt raken van de uitvoergang kan de talg niet meer naar buiten komen en hoopt zich op in het kliertje. Er ontstaat dan een zwellling en een ontsteking van de talgklier. Dit kan leiden tot lokale pijn en roodheid. Het is een steriele ontsteking, die soms in tweede instantie geïnfecteerd kan raken (een secundaire bacteriele onsteking).

Oorzaken

Meestal is de oorzaak onbekend. Een chalazion komt vaker voor bij patiënten met rosacea (een huidaandoening) en een chronische ontsteking van de ooglidranden (zie ook onze folder over blepharitis). Het kan ook een complicatie zijn van een acute infectie van een kliertje van Meibom (hordeolum).

Symptomen

Er ontstaat een (meestal) gevoelige zwelling net boven of onder de rand van het ooglid. Het gehele ooglid kan in korte tijd rood en gezwollen raken en een ‘zandkorrel’-gevoel geven. Soms is het knobbeltje zo groot dat het bovenooglid naar beneden zakt. Ook is het mogelijk dat het chalazion op het oog drukt en het hoornvlies iets vervormd, waardoor het zicht met dat oog iets waziger is.
Een chalazion kan éénmalig voorkomen, het kan echter ook op een andere plaats in het ooglid opnieuw ontstaan.

Mogelijke behandelingen

Conventionele behandeling
Een chalazion kan spontaan verdwijnen.
Een beginnend chalazion kan behandeld worden met warme kompressen. Leg minimaal twee maal daags gedurende 15 minuten een in warm water gedrenkte schone washand op het gezwollen ooglid. Masseer het ooglid tegelijkertijd voorzichtig. Een bijkomende infectie kan met antibiotica en eventueel ontstekingsremmende oogdruppels behandeld worden.

Het chirurgisch verwijderen van een chalazion
Indien het chalazion langere tijd bestaat kan het onder plaatselijke verdoving door een sneetje in het ooglid verwijderd worden.
De ingreep vindt poliklinisch plaats en duurt ongeveer 15 minuten. U krijgt druppels om het oogoppervlak te verdoven. Vervolgens wordt het ooglid gedesinfecteerd. De tweede verdoving vindt plaats door een injectie onder de huid te geven nabij het chalazion, deze injectie kan gevoelig zijn. Het ooglid wordt met een klemmetje naar buiten gedraaid of omgeklapt (een chalazionklem). De zwelling wordt ingesneden aan de binnenzijde van het ooglid zodat het litteken uitwendig niet zichtbaar is. De inhoud van de zwelling wordt met een klein lepeltje (curet) verwijderd. Ook wordt de kapsel van de wand verwijderd om te voorkomen dat de zwelling op dezelfde plaats weer terugkomt. Soms kan een chalazion van het bovenooglid beter van de huidzijde worden benaderd. Na de ingreep wordt het oog afgeplakt met een zalfverband.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Alle behandelingen hebben als doel het chalazion te laten verdwijnen en daarmee de symptomen zoals een gezwollen/pijnlijk ooglid, het ‘zandkorrel’-gevoel en het eventueel slechtere zicht te verminderen.

Mogelijke complicaties

Bij het gebruik van de warme kompressen en het masseren kan het zijn dat de huid wat schraal of droog wordt.
Na het indruppelen van oogdruppels en/of zalf kan het zicht tijdelijk verminderd zijn.
Over het algemeen is er een kleine kans op bijwerkingen. Er bestaan echter ook medicijnen met een grotere kans op bijwerkingen. Lees daarom altijd goed de bijsluiter.<

Bij het gebruik van oogdruppels kan de kans op lichamelijke (systemische) bijwerkingen aanzienlijk worden verminderd door het dichtdrukken van de traanbuis na het druppelen. Hierdoor vloeit er minder oogdruppelvloeistof af naar de neus- en keelholte, zodat er minder werkzame stof wordt ingeslikt. De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk groter bij hogere doseringen.

Wanneer er tijdens het gebruik van een medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een bijwerking, (2) een wisselwerking van dit medicijn met een ander medicijn, (3) overgevoeligheid of (4) een allergische reactie. Neemt u in dat geval contact met ons op.

Instructies voorafgaand aan de behandeling

Zorg ervoor dat u geen make-up draagt op de dag van de behandeling.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Wanneer het chalazion chirurgisch wordt verwijderd, is het verstandig iemand mee te nemen om u te begeleiden. Na de behandeling is het behandelde oog erg wazig en kunt u moeite hebben met het zien van diepte.
Mocht u met de auto komen dan is het noodzakelijk iemand mee te nemen die u naar huis kan rijden. Direct na de behandeling mag u namelijk niet zelf auto rijden.

Instructies voor thuis na de behandeling

Twee uur na de ingreep mag het zalfverband af worden gedaan en zijn er geen verdere restricties.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Conjunctivitis is een medische term voor een bindvliesontsteking van het oog. Het is de meest voorkomende oorzaak van een rood oog. Het oogwit wordt bedekt met een dun laagje slijmvlies (de conjunctiva) dat veel bloedvaatjes bevat. Bij irritatie zetten deze vaatjes uit waardoor het oog rood wordt.

Oorzaken

De meest voorkomende oorzaak is een bacterie of virus. Een bacteriële en virale conjunctivitis zijn besmettelijk. Het is daarom aan te bevelen de handen goed te wassen na contact met het oog en geen handdoeken of zakdoeken over en weer te gebruiken.
Een allergische conjunctivitis kan verschillende oorzaken hebben, zoals hooikoorts of graspollen, maar ook oogdruppels of contactlenzen of binnenhuisallergenen kunnen bindvliesontsteking veroorzaken. De klachten kunnen intermitterend optreden of vrijwel continu aanwezig zijn en kunnen sterk variëren in intensiteit. Doorgaans treden de verschijnselen dubbelzijdig op, maar niet altijd symmetrisch.

Ook het ‘droge ogen’ syndroom (zie de folder ‘Droge ogen’) of een ooglidrandontsteking (zie de folder ‘Blepharitis’) kunnen voor rode ogen zorgen. Doordat bij deze aandoeningen de samenstelling van de traanfilm niet voldoende is, kunt u sneller een ontsteking van het slijmvlies oplopen.

Symptomen

Bacteriële conjunctivitis
Er zijn meerdere soorten bacteriën die een ontsteking kunnen veroorzaken. Hierbij benoemen we de meest voorkomende ontstekingen:

  • Acute bacteriële conjunctivitis: deze komt het meest voor. Het begint meestal met acute roodheid, branderige ogen, geelgroene afscheiding en in de morgen dichtgeplakte oogleden.
    Vaak zijn beide ogen aangedaan.
  • Chlamydia conjunctivitis: dit is een infectie van het oog en de geslachtsorganen bij volwassenen. De bacterie verspreidt zich van de geslachtsorganen naar het oog, hoewel een verspreiding van oog naar oog soms ook mogelijk is (10%). De klachten kunnen bestaan uit een- of tweezijdige roodheid, een waterige, slijm- of pusachtige afscheiding, zwelling in het slijmvlies, opgezette lymfeklieren en soms een hoornvliesontsteking.
  • Ophthalmia neonatorum: deze neonatale conjunctivitis ontwikkelt zich binnen twee weken na de geboorte door verspreiding van de bacterie van moeder naar kind tijdens de bevalling. De oogafwijking gaat gepaard met tweezijdige ooglidzwelling, een pusachtige (soms bloederige) afscheiding en zwelling van het slijmvlies.

Virale conjunctivitis
Virussen zijn in het algemeen de oorzaak van het bekende ‘rode oog’. Deze vorm gaat meestal gepaard met keelpijn en een loopneus, zoals bij verkoudheid of een griep. Vaak houden deze verschijnselen één tot twee weken aan. De meeste virale ontstekingen van de conjunctiva veroorzaken een slijmachtige, waterige afscheiding en kunnen een verminderde gezichtsscherpte geven.

Allergische conjunctivitis
Deze geeft meestal een waterige afscheiding en wisselend matige tot hevige roodheid.

’Droge ogen’ syndroom
Het ‘droge ogen’ syndroom geeft pijnlijke, rode slijmvliezen, soms met wat lichtschuwheid en heftige tranenvloed als gevolg van irritatie (zie de folder ‘Droge ogen’).

Blepharitis
Een ooglidrandontsteking geeft naast rode en tranende ogen soms ook het gevoel dat de oogleden aan elkaar geplakt zitten (zie de folder ‘Blepharitits’).

Mogelijke behandelingen

Een bacteriële conjunctivitis geneest in 60% van de gevallen, zonder behandeling, binnen vijf dagen. Vaak wordt een antibioticum in de vorm van druppels en soms een zalf voorgeschreven om het herstel te bespoedigen en de klachten te verminderen. Volg hierbij de instructies van uw arts.

Als er vermoeden van chlamydia is als oorzaak van de conjunctivitis, zal er een kweek worden genomen van de afscheiding uit het oog. Hiervoor wordt dan voorzichtig met een wattenstaafje langs het bindvlies gestreken. Bij een conjunctivitis als gevolg van chlamydia wordt u vervolgens doorverwezen naar een huisarts of dermatoloog voor verdere behandeling.

Bij een virale conjunctivitis hebben antibiotica geen effect. Soms is het nodig om met ontstekingsremmende medicijnen te druppelen. Volg hierbij de instructies van uw arts.
Een allergische conjunctivitis kan worden behandeld met druppels die specifiek tegen een allergie in het oog werkzaam zijn. Indien de allergie door contactlenzen wordt veroorzaakt,
zal het advies zijn om de contactlenzen enkele weken uit te laten en een bril te dragen. Volg hierbij de instructies van uw arts. Soms kan het nodig zijn om langdurig met kunsttranen te druppelen totdat de slijmvliezen weer optimaal functioneren.
Indien er sprake is van het ‘droge ogen’ syndroom kan ook worden gekozen voor behandeling met ‘kunsttranen’. Er zijn vele soorten druppels, gels en zalven in de handel die de verschijnselen van droge ogen helpen verzachten.
Bij blepharitis is het raadzaam de oogleden goed schoon te maken. (zie folder blepharitis) Daarbij kan er voor worden gekozen om u oogdruppels, -gel of -zalf voor te schrijven.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Of uw klachten volledig verdwijnen hangt af van de oorzaak van de conjunctivitis. Een goede hygiëne is belangrijk voor vermindering van de klachten.

Mogelijke complicaties

Na het indruppelen van oogdruppels en/of zalf kan het zicht tijdelijk verminderd zijn.
Over het algemeen is er een kleine kans op bijwerkingen. Er bestaan echter ook medicijnen met een grotere kans op bijwerkingen. Lees daarom altijd goed de bijsluiter.
Bij het gebruik van oogdruppels kan de kans op lichamelijke (systemische) bijwerkingen aanzienlijk worden verminderd door het dichtdrukken van de traanbuis na het druppelen. Hierdoor vloeit er minder oogdruppelvloeistof af naar de neus- en keelholte, zodat er minder werkzame stof wordt ingeslikt. De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk groter bij hogere doseringen.
Wanneer er tijdens het gebruik van een medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een bijwerking, (2) een wisselwerking van dit medicijn met een ander medicijn, (3) overgevoeligheid of (4) een allergische reactie. Neemt u in dat geval contact met ons op.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Geen.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Geen.

Instructies voor thuis na de behandeling

Een bacteriële en virale conjunctivitis zijn besmettelijk. Het is daarom aan te bevelen de handen goed te wassen na contact met het oog en geen handdoeken of zakdoeken over en weer te gebruiken.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Het hoornvlies is het doorzichtige, voorste deel van het oog, waardoor het licht het oog binnenkomt. Dit deel ligt voor de iris. Het buitenste deel van het hoornvlies is bedekt met een dun laagje, het epitheel. Een cornea erosie is een beschadiging van het epitheel van het hoornvlies.

Oorzaak

De oorzaak kan divers zijn. Over het algemeen is er iets in het oog gekomen wat de erosie heeft veroorzaakt. Voorbeelden hiervan zijn: een nagel, een takje, zand of een ander “vreemd voorwerp”. Soms kan een erosie ontstaan bij dragen van contactlenzen of na hard in het oog wrijven.

Symptomen

Omdat in het hoornvlies veel zenuwen lopen is zo’n erosie zeer pijnlijk, vooral bij knipperen. Daarbij kunt u last hebben van roodheid, tranen en lichtschuwheid. Ook kan de gezichtsscherpte van het oog verminderd zijn. Vaak vindt men het prettig het oog gesloten te houden en een zonnebril te dragen.

Mogelijke behandeling

De cornea erosie wordt behandeld met een antibiotische oogzalf. Meestal wordt er een oogverband aangelegd, om knipperen te voorkomen. De volgende dag mag u het oogverband verwijderen maar u blijft de zalf gedurende enkele dagen tot een week te gebruiken, volgens voorschrift van uw oogarts. Soms wordt er, bij een terugkerende erosie, gekozen voor een bandagelens. Dit is een zachte contactlens die als verband dient. Op beide manieren krijgt het oog rust, waardoor het hoornvlies over het algemeen het snelst geneest.

Voor het onderzoek worden vaak verdovende druppels gegeven, maar deze zijn niet geschikt als behandeling. Bij herhaaldelijk gebruik werken ze de genezing juist tegen. Tegen de pijn kunt u het best gangbare pijnmedicatie als paracetamol gebruiken.
In de meeste gevallen is een verdere controle niet nodig, het kan echter zo zijn dat de oogarts u toch nog een keer terug wil zien.

Welke resultaten kunt u verwachten van uw behandeling

In de meeste gevallen is het hoornvlies binnen een week genezen. Soms kan het voorkomen dat een erosie spontaan terugkomt.

Mogelijke complicaties

Na het indruppelen van oogdruppels en/of zalf kan het zicht tijdelijk verminderd zijn (zie bijsluiter in de verpakking).
Over het algemeen is er een kleine kans op bijwerkingen. Er bestaan echter ook medicijnen met een grotere kans op bijwerkingen. Lees daarom altijd goed de bijsluiter.

Bij het gebruik van oogdruppels kan de kans op lichamelijke (systemische) bijwerkingen aanzienlijk worden verminderd door het dichtdrukken van de traanbuis na het druppelen. Hierdoor vloeit er minder oogdruppelvloeistof af naar de neus- en keelholte, zodat er minder werkzame stof wordt ingeslikt. De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk groter bij hogere doseringen.

Wanneer er tijdens het gebruik van een medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een bijwerking, (2) een wisselwerking van dit medicijn met een ander medicijn, (3) overgevoeligheid of (4) een allergische reactie. Neemt u in dat geval contact met ons op.

Bij bacteriële ingroei kan het hoornvlies ernstig geïnfecteerd raken. Aan de buitenkant is dan een witte vlek (een ulcus) op het hoornvlies zichtbaar. Het oog produceert daarbij veel afscheiding als gelig slijm en tranen. Wanneer uw klachten niet binnen een week na behandeling verminderen of wanneer u twijfelt over het effect van de behandeling, neemt u dan contact met ons op.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Geen.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Met een zalfverband op uw oog mag u niet zelf autorijden. Tevens kan het zien van diepte verminderd zijn.

Instructies voor thuis na de behandeling

Wrijven in het oog kan het genezingsproces vertragen, opnieuw pijn veroorzaken en een nieuwe behandeling met zalf en/of verband nodig maken. Voor het aanbrengen van de zalf, dient u de handen te wassen en goed te drogen.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Dermatochalasis is een teveel aan huid of vet in de boven- of onderoogleden.

Oorzaken

De huid van de oogleden is erg dun en daardoor gevoelig voor uitrekking. Veel mensen ontwikkelen in de loop der jaren een teveel aan huid in de oogleden. Door het verouderingsproces worden de bindweefselschotten die vetweefsel binnen de oogkas houden slapper, waardoor dit vet naar buiten kan uitpuilen. Dit uitpuilende vet vormt de bekende wallen.

Symptomen

Deze hangende oogleden kunnen ervoor zorgen dat u er moe uitziet. Bovendien kunnen de bovenoogleden uw zicht beperken, hetgeen kan resulteren in klachten van vermoeidheid, hoofdpijn, branderige ogen of problemen met het dragen van contactlenzen.

Mogelijke behandelingen

Blepharoplastiek (ooglidcorrectie)
Indien het teveel aan huid in de bovenoogleden of de wallen in de onderoogleden als storend wordt ervaren, kan er worden gekozen voor een ooglidcorrectie. Hierbij wordt onder plaatselijke verdoving het teveel aan huid, vaak samen met spier- en vetweefsel, verwijderd. Meestal wordt de ingreep aan beide ogen verricht om symmetrie te bevorderen.
De ooglidcorrectie vindt poliklinisch plaats en duurt ongeveer 60 minuten. U krijgt eerst druppels die het oogoppervlak verdoven, vervolgens wordt de huid gedesinfecteerd. De tweede verdoving vindt plaats door een aantal injecties onder de huid te geven, deze injecties kunnen gevoelig zijn.

Correctie van de bovenoogleden
Bij een bovenooglidcorrectie wordt de te verwijderen huid afgetekend met een viltstift. De overtollige huid wordt verwijderd en de wond in het ooglid wordt met een dunne hechting gesloten. Het littekentje dat hierbij ontstaat komt in de natuurlijke ooglidplooi te liggen, waardoor deze niet zichtbaar is als u uw ogen open heeft.

Correctie van de onderoogleden
Bij een onderooglidcorrectie wordt in het algemeen minder huid verwijderd. Het verwijderen van de vetzakjes onder de ogen gaat bij voorkeur via het slijmvlies aan de binnenkant van het ooglid. De incisie die hiervoor gemaakt wordt, hoeft niet gehecht te worden en er ontstaan geen zichtbare littekens. Wanneer er ook sprake is van een teveel aan huid op de onder oogleden, moet er wel aan de buitenkant gesneden worden. Vlak langs de wimperrand wordt in dat geval een sneetje gemaakt. Het teveel aan huid en vetweefsel wordt weggenomen en de wond wordt met een dunne draad gehecht. De littekentjes komen boven de wimpers te liggen zodat ze zo min mogelijk zichtbaar zijn.

Direct na de ingreep krijgt u ongeveer 15 minuten een ijsbril op, dit voorkomt de ergste zwelling. Desondanks zal er in de eerste weken nog sprake zijn van zwelling van de oogleden en zult u bloeduitstortingen rond de ogen hebben.

Een ooglidcorrectie kan afzonderlijk aan de bovenoogleden of aan de onderoogleden plaatsvinden. Het kan echter ook gecombineerd worden.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Na een ooglidcorrectie zal de overtollige huid zijn verwijderd waardoor de ogen groter lijken, u krijgt een ‘opener’ blik. Ook kunt u ervaren dat het gezichtsveld is vergroot en zal veelal het gevoel van vermoeide ogen verminderen of zelfs verdwijnen.

Mogelijke complicaties

Evenals bij andere operaties kunnen zich een aantal bijwerkingen en complicaties voordoen. Complicaties zijn echter zeldzaam en het eindresultaat is vrijwel altijd goed. Hieronder noemen wij een aantal mogelijke problemen die kunnen ontstaan na een bovenooglidcorrectie.

Asymmetrie van de huidplooi
Ook na een zorgvuldig uitgevoerde operatie kan het voorkomen dat er een verschil in hoogte bestaat tussen de huidplooi links en rechts. Een beetje ongelijkheid is overigens normaal, zowel voor als na correctie van het bovenooglid. In principe kunt u hier geen claims aan verbinden. Mocht zich een situatie voordoen waarbij u het verschil tussen het rechter en het linker ooglid storend vindt, dan kan altijd in overleg met de behandelend oogarts worden bekeken of het mogelijk is om met een tweede operatie alsnog een optimaal resultaat te verkrijgen.

Ontsteking
De ernst van een infectie in het geopereerde gebied wordt bepaald door het type ziekteverwekker en de snelheid waarmee een adequate infectiebestrijding wordt begonnen. Indien op de juiste manier behandeld, hoeft een infectie geen negatief effect op het eindresultaat te hebben.

Littekens
Littekens zijn niet alleen het gevolg van de operatietechniek, ze zijn ook het resultaat van de reactie van de huid op de operatie. Om de genezing van littekens te bevorderen is het aan te raden om de eerste weken niet met de littekens in de zon te komen. Daarnaast heeft roken een negatief effect op wondgenezing.

Kleurverschillen van de huid
De kleur van de huid verloopt van boven naar onder enigszins van licht naar donker. Door het weghalen van de huid kan deze overgang duidelijker zichtbaar worden.

Irritatie van het oog door uitdroging
Doordat er een stuk huid wordt verwijderd, kan het sluiten van het ooglid verminderen; dit is normaal in de eerste dagen na de ingreep. Als het probleem echter blijft bestaan, kan er uitdroging van het hoornvlies optreden. Eventueel kan met kunsttranen worden gedruppeld om uitdroging van het hoornvlies tegen te gaan.

Zwelling van de oogleden en ongevoeligheid van de huid
De ooglidcorrectie leidt tot tijdelijke verslechtering van de lymfeafvoer van de oogleden, met een zwelling tot gevolg. Tijdens de ingreep worden ook een aantal gevoelszenuwen doorgesneden, waardoor er tijdelijk een ongevoeligheid van het huidgebied kan zijn. Deze zenuwen herstellen zich weer na een aantal maanden.

Cysten
Bij de plek waar met de hechtnaald door de huid gestoken is, kunnen zich soms kleine gele bobbeltjes (inclusiecystes) ontwikkelen. Deze verdwijnen in de meeste gevallen spontaan.

Een uitpuilend oog door nabloeding
Zeer zeldzaam kan er na een ooglidcorrectie een bloeding in de oogkas optreden. Dit is een zeer ernstige complicatie die zelfs kan leiden tot blindheid.
Wanneer u last krijgt van een uitpuilend oog en/of verminderd zicht, neemt u dan direct contact op.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

  • Om na de ingreep de zwelling en verkleuring van de oogleden zoveel mogelijk te beperken, krijgt u het advies om in de week voor de ingreep Arnica producten in te nemen, deze zijn vrij verkrijgbaar bij apotheek of reformwinkel.
  • Medicijnen met acetylsalicylzuur (aspirine, ascal) hoeft u voor deze ingreep NIET te stoppen.
  • Medicijnen waarvoor u gecontroleerd wordt bij de trombosedienst (acenocoumarol,fenprocoumon, warfarine) dan moet u contact opnemen met de trombosedienst. Zij weten precies hoe te handelen in geval van een ingreep, dit zal per middel verschillend zijn, en hangt af van de reden waarom u deze antistolling gebruikt.
  • Gebruikt u andere bloedverdunners, zoals clopidogrel (Plavix, Clopid), prasugrel (Efient) of ticagrelor (Brilique), dan dient u contact op te nemen met de specialist die dit medicijn voorschrijft. Meestal moet de ingreep worden uitgesteld tot na de datum dat u weer mag stoppen met deze medicijnen.
  • Gebruikt u dabigatran, apixaban of rivaroxaban, neem dan contact op met de huisarts of specialist die dit medicijn voorschrijft. Als u niet met deze medicatie mag stoppen, bespreek dit dan zo snel mogelijk met de oogarts.
  • Op de dag van de ingreep vragen wij u schone, makkelijk zittende kleding aan te trekken en geen make-up te dragen, ook geen dagcrème en nagellak. Uit hygiënisch oogpunt vragen wij u de haren te wassen. Laat u uw waardevolle spullen, zoals bijvoorbeeld sieraden, zoveel mogelijk thuis. Voor hetgeen u op de operatiedag wel bij u heeft, zijn kluisjes aanwezig.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Wanneer u een ooglidcorrectie ondergaat is het verstandig iemand mee te nemen om u te begeleiden. Na de behandeling zullen de ogen niet worden afgedekt maar de oogleden zullen wel gezwollen zijn hetgeen invloed kan hebben op het zicht.
Mocht u met de auto komen dan is het noodzakelijk iemand mee te nemen die u naar huis kan rijden. Direct na de behandeling mag u namelijk niet zelf autorijden.

Instructies voor thuis na de behandeling

De eerste 48 uur na de ingreep is het verstandig om de ogen regelmatig met een ijsbril te koelen om zwelling en verkleuring verder tegen te gaan. De eerste week zijn de oogleden vaak flink blauw, waarbij de bloeduitstortingen kunnen uitzakken in de onderoogleden. Na twee weken is in de meeste gevallen het grootste deel van de zwelling verdwenen.
De eerste drie dagen na de ingreep dient u activiteiten waarbij druk op het hoofd en de ogen ontstaat, bijvoorbeeld zwaar tillen en sporten, te vermijden. Dit om nabloedingen te voorkomen. Ook wordt u aangeraden de eerste week de oogleden niet nat te maken, geen oogmake-up te gebruiken en de contactlenzen niet te dragen.
De huid rondom de ogen is de eerste weken extra gevoelig voor zonlicht, hierdoor kunnen er verkleuringen van het litteken optreden. Vermijd direct zonlicht en gebruik een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor.

Hechtingen verwijderen

De hechtingen worden een week na de ingreep verwijderd en zes weken na de ingreep krijgt u een controleafspraak om het uiteindelijke resultaat van de operatie te beoordelen.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist.

 

Suikerziekte en het oog

Bij patiënten met diabetes mellitus (DM) kunnen zich twee oogheelkundige
problemen voordoen.

  1. Wisselend gezichtsvermogen
    Dit treedt met name op bij een slechte instelling van de suiker, doordat de suikerspiegel in bloed en ooglens wisselt. Het is niet ernstig maar wel lastig. Als de instelling goed is verdwijnt dit probleem veelal weer. Het is raadzaam om een eventuele bril pas aan te meten als de suikerspiegel stabiel is. Bovendien is het verstandig om de brilmeting bij de opticien op verschillende momenten te laten verrichten bij voorkeur eenmaal ‘s morgens en eenmaal eind van de dag.
  2. Netvliesafwijkingen (diabetische retinopathie of DRP)
    Ten gevolge van suikerziekte kunnen er beschadigingen optreden in de bloedvaten van het netvlies. Deze afwijkingen kunnen aanwezig zijn zonder dat al direct het gezichtsvermogen is aangetast, dus zonder dat er klachten zijn. Men noemt deze netvliesafwijkingen “Diabetische Retino-Pathie” (DRP).

De netvliesafwijkingen kunnen zich in verschillende stadia bevinden, van
gering tot ernstig. Regelmatige controle van het oog door een oogarts,
optometrist of fundusfotografie (bijv: bij huisarts) is noodzakelijk. Wanneer
deze schadelijke afwijkingen niet tijdig worden onderkend en behandeld kan
blindheid het gevolg zijn.

Indeling netvliesafwijkingen

  1. Geen DRP: er zijn nog geen klinische afwijkingen geconstateerd
  2. Non-proliferatieve DRP (achtergronds- of background DRP)
    De wanden van de kleine bloedvaten veranderen waardoor er lekkage van vocht en bloed kan optreden. Deze vorm van DRP wordt nader ingedeeld in licht, matig,ernstig en zeer ernstig.
  3. Proliferatieve DRP
    Dit is een ernstig stadium waarbij het hele netvlies te weinig zuurstof krijgt.
    Om meer zuurstof te krijgen gaat het netvlies nieuwe bloedvaatjes aanmaken (neovascularisatie). Deze nieuwe bloedvaatjes zijn echter erg broos en kunnen gemakkelijk bloedingen in het glasvocht en netvlies veroorzaken.
  4. Diabetische maculopathie (afwijkingen in de gele vlek)
    Deze term geeft aan dat bovengenoemde afwijkingen zicht voordoen in het centrum van het netvlies (de macula). De macula speelt een cruciale rol bij het scherpe zien. Met name bij deze vorm ontstaan er klachten van minder zien.

Risico’ en beloop

De kans op DRP neemt toe naarmate de suikerziekte langer bestaat en/of slechter is ingesteld. Andere risico factoren zijn hoge bloeddruk, pubertijd, zwangerschap en een snelle/scherpe instelling van de suiker (bijv. overgang van tablet naar insuline). Omdat het mogelijk is al geruime tijd aan suikerziekte te lijden zonder dat men daar iets van heeft gemerkt, is het verstandig de ogen te laten controleren zodra er suikerziekte is vastgesteld. Er kunnen afwijkingen optreden in de ogen die (nog) geen klachten geven maar wel behandeld moeten worden om verdere beschadiging te voorkomen.

Bij het onderzoek worden de pupillen met druppels verwijd, zodat het netvlies goed kan worden bekeken. Deze druppels maken het zien tijdelijk minder, het wordt u dan ook aangeraden niet zelf de auto te besturen, tot een paar uur na het toedienen van de druppels.
Soms is het noodzakelijk om een fluorescentieangiogram (contrastfoto) of een OCT (foto van de dwarsdoorsnede van het netvlies) te maken om de mate en ernst van de afwijking te bepalen.

  1. Algemene behandelingen (niet oogheelkundig)
    Het is belangrijk dat de diabetes mellitus en de risicofactoren optimaal worden behandeld door uw huisarts of internist.
  2. Laserbehandeling
    Met laserbehandeling is het mogelijk bijzondere lichtstralen op het netvlies te richten. Hierbij wordt een deel van het netvlies uitgeschakeld zodat het risico op verdere schade afneemt.
    De voorbereiding op de laserbehandeling bestaat uit oogdruppels om de pupil te verwijden en druppels om het oog te verdoven.
    Het is belangrijk om te weten dat een laserbehandeling meestal niet leidt tot beter zien, maar dat het in een groot aantal gevallen een verder achteruitgaan van het zien stopt of vertraagt! Soms is er zelfs sprake van een daling van de gezichtsscherpte na een laserbehandeling, maar desondanks is dit op langere termijn gunstiger dan het niet behandelen van het netvlies!
  3. Intravitreale injecties (toediening van medicamenten in de glasvochtruimte)
    Indien er vooral centraal veel lekkage is en dus veel vocht onder het netvlies zit, kan het nodig zijn tevoren een injectie met ontstekingsremmende medicijnen in het glasvocht te spuiten. Hierdoor neemt het vocht tijdelijk af waardoor een laserbehandeling beter effect heeft.
  4. Vitrectomie (glasvochtoperatie)
    Als er een bloeding in de glasvochtruimte ontstaat die niet opheldert kan een vitrectomie worden uitgevoerd. Dit is een operatie, waarbij het glas- vocht wordt verwijderd. Tijdens de operatie kan het netvlies eventueel aanvullend met laserstralen of met koude (cryotherapie) worden behandeld.

 

Wat is het?

Bij Diabetische Retinopathie (DRP) raken de fijne bloedvaatjes in het netvlies beschadigd. Deze kunnen gaan bloeden en/of vocht lekken. Er kunnen bloedingen ontstaan in het glasvocht. De bloedvaatjes kunnen afgesloten raken en nieuwe, zeer fijne, zijvaatjes krijgen die weer heel gemakkelijk bloeden. Ook kunnen nieuwe bloedvaatjes op het oppervlak van het netvlies of de oogzenuw ontstaan.

Oorzaken

Diabetische Retinopathie is een complicatie van suikerziekte die de ogen aantast. Diabetes Mellitus heeft namelijk de eigenschap de bloedvaten van het hele lichaam te verzwakken. Zo ook de bloedvaten in en rond het netvlies van het oog.

Symptomen

Indien het netvlies door bloedingen of lekkage beschadigd raakt, wordt het beeld wat u waarneemt op een gegeven moment wazig. Deze aandoening ontwikkelt zich echter zeer geleidelijk en zolang de afwijkingen zich buiten het maculagebied (centrale deel van het zien) bevinden zullen er vrijwel geen klachten zijn. Het is daarom belangrijk uw ogen regelmatig te laten controleren door een oogarts, optometrist of via een zogenaamde fundusfoto.

Indeling netvliesafwijkingen

  • Geen DRP
    Er zijn nog geen klinische afwijkingen geconstateerd.
  • Non-proliferatieve DRP (achtergronds- of background DRP)
    De wanden van de kleine bloedvaten veranderen waardoor er lekkage van vocht en bloed kan optreden. Deze vorm van DRP wordt nader ingedeeld in licht, matig, ernstig en zeer ernstig.
  • Proliferatieve DRP
    Dit is een ernstig stadium waarbij het hele netvlies te weinig zuurstof krijgt. Om meer zuurstof te krijgen gaat het netvlies nieuwe bloedvaatjes aanmaken (neovascularisatie). Deze nieuwe bloedvaatjes zijn echter erg broos en kunnen gemakkelijk bloedingen in het glasvocht en netvlies veroorzaken.
  • Diabetische maculopathie (afwijkingen in de gele vlek)
    Deze term geeft aan dat bovengenoemde afwijkingen zich voordoen in het centrum van het netvlies (macula). De macula speelt een cruciale rol bij het scherpe zien. Met name bij deze vorm ontstaan er klachten van minder zien.

Mogelijke behandelingen

Het is niet altijd nodig een behandeling te ondergaan. Diabetische Retinopathie komt namelijk in verschillende vormen voor. De meest voorkomende vorm (non-proliferatieve DRP) is vrij onschuldig, daarbij is het zien ook niet aangetast. In dit geval is het alleen nodig om regelmatig terug te komen voor controle.
Ook wanneer het glasvocht troebel is geworden door bloedingen, hoeft niet altijd direct te worden ingegrepen. Vaak verdwijnt het bloed op natuurlijke wijze.
Bij een ernstiger vorm van DRP (proliferatieve DRP) is het noodzakelijk om te gaan behandelen.
Deze behandelingen kunnen bestaan uit:

Laserbehandelingen
Met een retinalaser is het mogelijk bijzondere lichtstralen op het netvlies te richten en de afwijkingen van het netvlies te vertragen of tot stilstand te brengen. Hierdoor kan het gezichtsvermogen zo goed mogelijk bewaard blijven. Afhankelijk van de aard van de afwijking zijn er één of meerdere laserbehandelingen nodig.
U krijgt vooraf druppels die de pupil verwijden en druppels die uw oog verdoven. Als de druppels goed zijn ingewerkt, loopt u met de arts mee de laserkamer in. Voordat de laserbehandeling wordt gedaan, plaatst de arts een lens op uw oog. Dit kan een oncomfortabel en drukkend gevoel geven. Hierna volgt de laserbehandeling. De laser maakt de nieuwe vaatjes kapot en laat een litteken achter. Soms vindt men de behandeling gevoelig, is dit bij u het geval, geef dit dan aan bij de arts.
Mocht het zo zijn dat u na de laserbehandeling zo’n onprettig gevoel heeft dan kunt u thuis een paracetamol nemen. Na de behandeling mag u weer naar huis.

Injecties in het oog (toediening van medicamenten in de glasvochtruimte)
Wanneer er ernstige afwijkingen ontstaan in het centrum van het oog (Diabetische Macula- oedeem) is het niet mogelijk een laserbehandeling uit te voeren. Dit komt omdat er dan te veel vocht in het netvlies zit waardoor de laser niet aanslaat of te veel schade geeft in het centrum. In dit geval kan er gekozen worden het inspuiten van medicijnen in het aangedane oog. Dit heeft als doel de vochtlekkage in het netvlies te verminderen zodat het zicht niet verder achteruit gaat.
De behandeling vindt plaats onder steriele omstandigheden en een locale verdoving door middel van oogdruppels. Ook krijgt u oogdruppels die de pupil verwijden, zodat het mogelijk is het oog voor of na de injectie eventueel te onderzoeken. Als alle druppels goed zijn ingewerkt, krijgt u in de operatiekamer de injectie toegediend. Hierna neemt u weer plaats in de wachtkamer en zal na vijftien minuten de oogdruk worden gemeten. Als deze goed is krijgt u zalf in uw oog en mag u naar huis.
Na de injectie kunt u vlekken zien, dit komt door het ingespoten geneesmiddel en zal na enkele dagen verdwijnen.
Soms wordt er in een later stadium aanvullend nog een laser behandeling uitgevoerd. Vaak zijn er meerdere injecties nodig.

Vitrectomie (glasvochtoperatie)
Het oog is opgevuld met een gelei (glasvocht). Soms ontstaat er bij vaatnieuwvorming een bloeding in het glasvocht. Hierdoor neemt het gezichtsvermogen plotseling af. Als de bloeding na een bepaalde periode niet voldoende opheldert, kan een glasvochtoperatie (vitrectomie) worden uitgevoerd. Dit is een operatie waarbij het glasvocht met bloed wordt verwijderd en wordt vervangen door nieuw glasvocht. Deze operatie wordt niet uitgevoerd in Oogcentrum Noordholland. Mocht dit nodig zijn dan zult u worden doorverwezen.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Laserbehandelingen
Deze behandeling is erop gericht het proces te vertragen of te stoppen, u zult in de meeste gevallen geen verbetering in zicht opmerken, in sommige gevallen kan het zicht zelfs iets minder worden. Echter uit onderzoek is gebleken dat als men niets doet het zicht zeker zeer slecht wordt.

Injecties in het oog
Deze behandeling heeft als doel de vochtlekkage in het oog te verminderen of te stoppen zodat het zicht niet verder achteruit gaat. Zonder deze behandeling zal het zicht vrijwel zeker zeer slecht worden.

Glasvochtoperatie
Door het wegnemen van het bloed dat het zicht blokkeert zal het zicht duidelijk verbeteren.

Mogelijke complicaties

Laserbehandelingen
Wanneer de behandeling in de buurt van de macula (het centrale deel van het zien) plaats vindt, is een goede medewerking van de patiënt tijdens de laserbehandeling erg belangrijk. Plotseling bewegen of wegdraaien van het oog kan schade veroorzaken aan de macula waardoor het zicht kan verminderen.
Als reactie van de aandoening kunnen na de laserbehandeling zwakke, nieuwgevormde vaten een bloeding geven in het glasvocht.

Injecties in het oog
Zie de folder ‘intravitreale injecties’.

Glasvocht operatie
Binnen 2 jaar na een vitrectomie ontstaat er staar in het behandelde oog Er is ongeveer 5% kans is op een netvliesloslating.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Laserbehandeling
Geen.

Injecties in het oog
Geen, zie folder “Intraviteale injectie”.

Glasvocht operatie
Eventuele instructies voor thuis zult van de behandelend arts krijgen in het ziekenhuis waar u de vitrectomie zult ondergaan.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Laserbehandeling
Na de laserbehandeling mag u naar huis. Zelf autorijden of fietsen wordt afgeraden. Reizen met het openbaar vervoer is geen probleem.
Indien de gezichtsscherpte van uw andere oog voldoende is, mag u de dag na de behandeling weer autorijden.

Injecties in het oog
Na de behandeling met een intravitreale injectie mag u naar huis. Zelf autorijden of fietsen wordt afgeraden. Reizen met het openbaar vervoer is geen probleem.
Indien de gezichtsscherpte van uw andere oog voldoende is, mag u de dag na de behandeling weer autorijden.

Glasvocht operatie
eventuele instructies voor begeleiding, opvang en vervoer zult van de behandelend arts krijgen in het ziekenhuis waar u de vitrectomie zult ondergaan.

Instructies voor thuis na de behandeling

Laserbehandeling
Geen.

Injecties in het oog
Zie de folder “Intraviteale injectie”.

Glasvocht operatie
Eventuele instructies voor thuis zult van de behandelend arts krijgen in het ziekenhuis waar u de vitrectomie zult ondergaan.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Als scheelzien op latere leeftijd optreedt, is de kans op dubbelzien (diplopie) groot. Het visuele systeem is volledig ontwikkeld en de hersenen zijn niet meer in staat het beeld van het scheelstaande oog te onderdrukken. Het onderdrukken van een beeld wordt ook wel suppressie genoemd. Elk oog ontvangt een afzonderlijk beeld, deze twee beelden worden doorgezonden naar de hersenen.

Als de beelden niet meer ‘samengesmolten’ kunnen worden, ziet iemand dubbel. Als men dubbelziet zal men vaak de neiging hebben één oog dichtknijpen of een van beide ogen met de hand te bedekken.

Oorzaken

Dubbelzien kan vele oorzaken hebben:

  • Langer bestaand scheelzien waardoor op latere leeftijd pas dubbele beelden ontstaan.
  • Verlies van samenwerking tussen beide ogen door bijvoorbeeld ziekte of leeftijd.
  • Letsel ten gevolge van een ongeluk.
  • Een neurologische afwijking.
  • Een onderliggende systemische aandoening, zoals suikerziekte, problemen met de werking van de schildklier of een hoge bloeddruk.
  • Een oogbewegingsstoornis.

Symptomen

Als er op latere leeftijd scheelzien ontstaat, gaat iemand dubbel zien. De beelden kunnen horizontaal (naast elkaar), verticaal (boven elkaar) of diagonaal (schuin) staan.
Als dubbelzien ontstaat ten gevolge van een verstoring in de samenwerking tussen beide ogen, zal iemand met ieder oog apart altijd enkel zien, maar met beide ogen alles dubbel.

Mogelijke behandelingen

Allereerst kijkt de orthoptist of er dubbelbeelden zijn ten gevolge van een langer bestaand scheelzien, of verlies van de samenwerking tussen de ogen. Is dit niet het geval, dan zal de orthoptist onderzoeken welke oogspier(en) en/of hersenzenuw(en) niet goed werken.
De orthoptist stelt de diagnose. Mocht naar aanleiding van deze gestelde diagnose verder onderzoek gewenst zijn dan zal de orthoptist de oogarts adviseren de patiënt door te verwijzen naar bijvoorbeeld een neuroloog of internist.
De orthoptist volgt daarnaast het verloop van van het dubbelzien, begeleidt de patiënt en start, indien mogelijk, een behandeling zodat het dubbelzien zo min mogelijk hinder veroorzaakt. Behandeling kan plaatsvinden door speciale plakprisma’s op de bril te plakken of door één oog af te dekken. Pas bij een stabiele situatie is verdere behandeling mogelijk, zoals een scheelzienoperatie of een speciale brilcorrectie met ingeslepen prisma’s. De orthoptist zal hierin adviseren.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Als het dubbelzien is ontstaan ten gevolge van een neurologische oorzaak, dan zal het dubbelzien vrijwel zeker na een aantal weken tot maanden geheel vanzelf verdwijnen. Wanneer de dubbelbeelden niet vanzelf verdwijnen zal een behandeling door middel van een prismabril of een oogspieroperatie (scheelzienoperatie) uitkomst kunnen bieden.

Mogelijke complicaties

Scheelzienoperatie
Complicaties die het gezichtsvermogen bedreigen, zijn bij oogspiercorrecties wel bekend. Ze komen echter bijna nooit voor omdat de operatie alleen aan de buitenkant van de oogbol plaatsvindt. Er kunnen zich wel complicaties voordoen die minder ernstig zijn zoals allergische reacties op de gebruikte hechtmaterialen, hoornvliesproblemen en lichte infecties. Deze zijn vervelend, maar met oogdruppels goed te behandelen.
Over- en ondercorrecties kunnen voorkomen en geven soms klachten van dubbelzien. Meestal verdwijnt dit spontaan, soms is een heroperatie noodzakelijk.

Bril met prismacorrectie
Bij een prisma bestaat de mogelijkheid dat de ogen zich aan het prisma aanpassen, waardoor het scheelzien erger wordt. Men ‘eet’ de prisma op. In dit geval moet gezocht worden naar een andere oplossing om de dubbelbeelden te verhelpen.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Indien u dubbel ziet, mag u niet autorijden.

Bij scheelzienoperatie
Nadat de opererende oogarts akkoord is gegaan met een scheelzienoperatie, zal de orthoptist met u een datum afspreken voor de ingreep. Hij/zij zal ook de gang van zaken verder met u doornemen. Voor patiënten die tevens onder behandeling zijn bij een andere specialist, moet toestemming voor narcose aan de betreffende specialist gevraagd worden. Voor de operatie gaat de patiënt naar het pre-operatieve spreekuur van de anesthesist.
U krijgt een recept voor ontstekingsremmende oogdruppels mee, die u na de operatie moet gebruiken, en er wordt een afspraak gemaakt voor de nacontrole bij de orthoptist en oogarts (ongeveer tien dagen na de operatie).

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Bij scheelzienoperatie
Autorijden na de operatie mag niet, het is dus verstandig om een begeleider mee te nemen die u naar huis kan brengen.

Instructies voor thuis na de behandeling

Bij scheelzienoperatie
De oogarts doet direct na de operatie wat zalf in het geopereerde oog om een ontsteking te voorkomen. Er wordt geen verband op het geopereerde oog gedaan. Voor de patiënt is het soms wat eng om de ogen open te doen. De ogen kunnen rood en/of gezwollen zijn. De zwelling is na enkele dagen weg en de roodheid verdwijnt na enkele weken. Eén of meerdere oogspieren zijn tijdens de operatie los geweest en daarna weer aan de oogbol gehecht. De patiënt kan enigszins last hebben van de hechtingen; ze kunnen wat prikken. De hechtingen lossen vanzelf op en hoeven er dus niet uitgehaald te worden. De patiënt heeft over het algemeen weinig pijn aan de ogen. Zo nodig kunt u paracetamol gebruiken om de pijn te onderdrukken. Patiënten voelen zich meestal niet erg ziek van de narcose.
Zwemmen wordt afgeraden, douchen mag wel, waarbij moet worden voorkomen dat er water en zeep in de ogen loopt. Verder moet worden opgepast met zand en stof.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Traanvocht heeft als belangrijkste functie het oog vochtig te houden. Bij elke knipperslag wordt het traanvocht in een dun, gelijkmatig laagje over het oog verdeeld. Dit dunne laagje noemt men de traanfilm en dient om het oog glad te houden en te beschermen tegen de buitenlucht. De traanfilm bestaat uit drie bestanddelen; een olieachtige laag, een waterige laag en een slijmachtige laag (mucous). Het olieachtige buitenste laagje wordt geproduceerd door de kliertjes in de ooglidranden, de waterige laag door de traanklier en de slijmachtige laag door kleine kliertjes in het bindvlies van het oog.

Sommige mensen produceren niet genoeg traanvocht of hebben traanvocht van een dusdanig slechte kwaliteit, dat hun ogen niet goed vochtig worden gehouden. Men spreekt over droge ogen als de traanproductie in hoeveelheid of samenstelling niet voldoende is om bescherming aan het oog te geven.

Oorzaken

Een oorzaak van droge ogen kan zijn dat de verdamping van de traanfilm is toegenomen. Afwijkingen aan de oogleden (zie de folder ‘Blepharitis’) of het bindvlies (zie de folder ‘Conjunctivitis’), weinig knipperen of onvolledige knipperslag, omgevingsfactoren als airconditioning, rook, wind, droge lucht, een aangezichtsverlamming of slapen met halfopen ogen kunnen hieraan ten grondslag liggen.

Droge ogen kunnen ook ontstaan doordat de traanklier minder traanvocht produceert. Hierbij moet vooral gedacht worden aan hormonale veranderingen en algemene lichamelijke aandoeningen als de ziekte van Sjögren.
Bij een onregelmatig hoornvliesoppervlak is de verdeling van de traanfilm niet optimaal, waardoor er droge plekken kunnen ontstaan. Dit kan gebeuren indien u een litteken op het hoornvlies heeft of een verdikking op het oogwit (zie de folder ‘Pterygium’).

Ook een (seizoensgebonden) allergie of een intolerantie voor het dragen van contactlenzen geeft droge ogen.

Symptomen

De meeste mensen met droge ogen hebben last van rode en geïrriteerde ogen. Daarbij heeft men vaak het idee dat er zand of stof in het oog zit. Maar ook tranende ogen kunnen een teken van een droog oog zijn. Als gevolg van de irritatie maakt de traanklier meer tranen aan, die echter minder goed van kwaliteit zijn. Hierdoor plakken ze niet goed op het oog maar rollen ze over de wangen. Daarbij kan de gezichtsscherpte wisselen.

Mogelijke behandelingen

De behandeling is meestal niet eenvoudig omdat het niet altijd lukt de oorzaak van de droge ogen weg te nemen. Als het probleem wordt veroorzaakt door een ontsteking van de oogleden (zie de folder ‘Blepharitis’) of van het bindvlies (zie de folder ‘Conjunctivitis’), zal deze eerst worden behandeld. Daarbij kan er worden gekozen voor de zogenaamde kunsttranen. Dit zijn druppels of een gel die uw oog nat houden en een aanvulling vormen op uw eigen traanfilm. Ook is het mogelijk het afvoerkanaaltje van de tranen (tijdelijk of permanent) te belemmeren. Dit zorgt ervoor dat de weinige tranen die u heeft, zo lang mogelijk worden vastgehouden.

Om het snelle verdampen van de traanfilm verder tegen te gaan, zijn er speciale brillen met kappen in de handel. Deze brillen zorgen ervoor dat het vocht in het oog minder snel verdampt.

BlephEx

Welke resultaten kunt u verwachten van uw behandeling?

Of uw klachten volledig verdwijnen hangt af van de oorzaak.

Mogelijke complicaties

Bij het gebruik van de warme kompressen en het masseren kan het zijn dat de huid wat schraal of droog wordt.
Na het inbrengen van oogdruppels en/of de zalf kan het zicht tijdelijk verminderd zijn.

Over het algemeen is er een kleine kans op bijwerkingen. Er bestaan echter ook medicijnen met een grotere kans op bijwerkingen. Lees daarom altijd goed de bijsluiter.
Bij het gebruik van oogdruppels kan de kans op lichamelijke (systemische) bijwerkingen aanzienlijk worden verminderd door het dichtdrukken van de traanbuis na het druppelen. Hierdoor vloeit er minder oogdruppelvloeistof af naar de neus- en keelholte, zodat er minder werkzame stof wordt ingeslikt. De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk groter bij hogere doseringen.

Wanneer er tijdens het gebruik van een medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een bijwerking, (2) een wisselwerking van dit medicijn met een ander medicijn, (3) overgevoeligheid of (4) een allergische reactie. Neemt u in dat geval contact met ons op.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Geen.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Geen.

Instructies voor thuis na de behandeling

Als u merkt dat u onder bepaalde omstandigheden meer klachten heeft, probeer hier dan verandering in aan te brengen. U kunt voorkomen dat het traanvocht snel verdampt door bijvoorbeeld de luchtvochtigheid in huis te verbeteren. Dit kunt u doen door waterbakken in huis neer te zetten of een luchtbevochtiger aan te schaffen.

Als u buiten bent kunt u een speciale fiets- of zonnebril dragen die aan de zijkant is afgesloten en ervoor zorgt dat de ogen door de wind niet te veel uitdrogen. Vermijd zaken die irritatie geven zoals een föhn, een ventilator, airconditioning of rook. Ook de draagtijd van eventuele contactlenzen verkorten kan de ogen rust geven.

Maar volg bovenal de instructies van de arts of optometrist betreffende het gebruik van de voorgeschreven medicatie.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Het Duane syndroom is een oogbewegingsstoornis die vanaf de geboorte aanwezig is.
Het Duane syndroom wordt ook wel het retractiesyndroom genoemd. Retractie is een ander woord voor terugtrekken. Een opvallend kenmerk van het Duane syndroom is namelijk dat het oog dat beperkt is in een bepaalde beweging, iets wordt teruggetrokken in de oogkas op die momenten waarop de beweging die niet mogelijk is, eigenlijk gemaakt zou moeten worden.

Oorzaken

De meest waarschijnlijke oorzaak is een aangeboren abnormale aansturing van één of meerdere oogspieren. Het Duane syndroom komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Meestal is één oog aangedaan (vaker het linkeroog dan het rechteroog) maar het kan ook aan beide ogen voorkomen. De meeste mensen hebben geen of weinig last van het Duane syndroom.

Symptomen

De verschijnselen van het Duane syndroom zijn:

  • Verminderde beweeglijkheid van één of beide ogen, meestal in horizontale richting, maar soms verticaal
  • Afwijking van de oogstand, vaak alleen bij het kijken naar een bepaalde richting
  • Afwijkende hoofdstand (torticollis). Als reactie op de afwijkende oogstand kan, vaak ongemerkt, het hoofd scheef gehouden worden. Het hoofd wordt zo gedraaid dat de ogen weer kunnen samenwerken.
  • Lui oog (amblyopie). Een lui oog kan alleen op jonge leeftijd ontstaan, én alleen op jonge leeftijd behandeld worden.
  • Er kan een ooglidspleetvernauwing of ooglidspleetverwijding zijn bij het opzij kijken.

Mogelijke behandelingen

Het Duane syndroom is blijvend. De afwijking wordt meestal niet beter of slechter.
Voor het Duane syndroom zelf bestaat geen behandeling: het is niet mogelijk om de aansturing van de spieren te veranderen. Als er een cosmetisch storende oogstand bij rechtuit kijken aanwezig is, of een te storende torticollis (met bijvoorbeeld nekklachten als gevolg), kan een oogspieroperatie overwogen worden.

Door het verplaatsen van één of meerdere oogspieren wordt de beweeglijkheid van de ogen iets veranderd. Daardoor kan de oogstand verbeteren en hoeft het hoofd minder gedraaid te worden. Na de operatie zal het oog meestal nog steeds niet optimaal kunnen bewegen. Als er een afwijkende oogstand is, is er een grote kans op een lui oog. Het luie oog wordt dan extra gestimuleerd om te gaan werken door het goede oog met een pleister af te plakken. Meer informatie hierover leest u in de folder ‘Lui oog’.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Als er bij recht vooruit kijken een cosmetisch storende oogstand aanwezig is, dan kan dit wel door middel van een oogspiercorrectie rechtgezet worden. Het oog zal hierdoor niet beter gaan bewegen dan voor de operatie.

Mogelijke complicaties

Complicaties die het zicht bedreigen, zijn bij oogspiercorrecties welbekend. Ze komen echter bijna nooit voor omdat de operatie alleen aan de buitenkant van de oogbol plaatsvindt. Er kunnen zich wel complicaties voordoen die minder ernstig zijn: allergische reacties op de gebruikte hechtmaterialen, hoornvliesproblemen en lichte infecties. Deze zijn vervelend, maar met oogdruppels goed te behandelen.
Over- en ondercorrecties kunnen voorkomen en geven soms klachten van dubbelzien. Meestal verdwijnt dit spontaan.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Bij oogspieroperatie
Nadat de opererende oogarts akkoord is gegaan met een scheelzienoperatie, zal de orthoptist met u een datum afspreken voor de ingreep. Hij/zij zal ook de gang van zaken verder met u doornemen. Voor patiënten die tevens onder behandeling zijn bij een andere specialist, moet toestemming voor narcose aan de betreffende specialist gevraagd worden. Voor de operatie gaat de patiënt naar het pre-operatieve spreekuur van de anesthesist.
U krijgt een recept voor ontstekingsremmende oogdruppels mee, die u na de operatie moet gebruiken, en er wordt een afspraak gemaakt voor de nacontrole bij de orthoptist en oogarts (ongeveer tien dagen na de operatie).

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Als u een oogspieroperatie heeft ondergaan mag u na de behandeling geen autorijden en is het noodzakelijk om begeleiding mee te nemen voor vervoer.

Instructies voor thuis na de behandeling

Bij oogspieroperatie
De oogarts doet direct na de operatie wat zalf in het geopereerde oog om een ontsteking te voorkomen. Er wordt geen verband op het geopereerde oog gedaan. Voor de patiënt is het soms wat eng om de ogen open te doen. De ogen kunnen rood en/of gezwollen zijn. De zwelling is na enkele dagen weg en de roodheid verdwijnt na enkele weken. Eén of meerdere oogspieren zijn tijdens de operatie los geweest en daarna weer aan de oogbol gehecht. De patiënt kan enigszins last hebben van de hechtingen; ze kunnen wat prikken. De hechtingen lossen vanzelf op en hoeven er dus niet uitgehaald te worden. De patiënt heeft over het algemeen weinig pijn aan de ogen. Zo nodig kunt u paracetamol gebruiken om de pijn te onderdrukken. Patiënten voelen zich meestal niet erg ziek van de narcose.
Zwemmen wordt afgeraden, douchen mag wel, waarbij moet worden voorkomen dat er water en zeep in de ogen loopt. Verder moet worden opgepast met zand en stof.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Een ectropion is een naar buiten gedraaid onderooglid.

Oorzaken

Leeftijd
Op latere leeftijd wordt een ectropion meestal veroorzaakt door veroudering van het weefsel in het ooglid, waardoor horizontaal een verslapping optreedt. Hierdoor kan het onderooglid lager gaan hangen en naar buiten kantelen.

Littekens
In sommige gevallen kan een ectropion veroorzaakt worden door verlittekening aan de buitenzijde van het ooglid. Deze verlittekening komt voor bij chemische verbranding en bepaalde oog- en huidziekten.

Verlamming
De spieren van de oogleden worden aangestuurd door de 7e hersenzenuw. Tijdelijke of permanente uitval van de zenuw leidt tot verminderd functioneren van de oogleden. Het knipperen en het sluiten van de oogleden verloopt niet goed.

Mechanisch
Door het gewicht van een ooglidgezwel kan het onderooglid naar beneden gaan hangen.

Aangeboren
In zeer zeldzame gevallen wordt iemand geboren met een ectropion.

Symptomen

Een naar buiten gedraaid ooglid veroorzaakt veelal irritatie van het oog, tranen, roodheid en gevoeligheid voor fel licht en wind.
Daarbij wordt de afwijking vaak cosmetisch storend gevonden.

Mogelijke behandelingen

Wanneer er geen of weinig klachten zijn of wanneer het niet zinvol is om te opereren, kan er gekozen worden om het oog te bevochtigen met lubricantia zoals kunsttranen of een ooggel, of met oogzalf.

Operatie
Over het algemeen kan het ectropion met een operatie worden verholpen. De ingreep gebeurt poliklinisch, onder plaatselijke verdoving en duurt ongeveer 45 minuten.
U krijgt eerst druppels die het oogoppervlak verdoven, vervolgens wordt de huid gedesinfecteerd. De tweede verdoving vindt plaats door een injectie in de huid te geven, deze injectie kan gevoelig zijn.
De operatieve correctie wordt bepaald door de oorzaak van het ectropion. De meest voorkomende oorzaak is verslapping van het onderooglid. Deze verslapping kan verholpen worden door het ooglid strakker te zetten, soms in combinatie met inkorten van de weefsels aan de binnenkant van het ooglid.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Meestal lukt het met één operatie het onderooglid weer op zijn oorspronkelijke plaats te krijgen. Het is echter niet altijd mogelijk een perfect resultaat te behalen. Dit is mede afhankelijk van de duur van de afwijking: hoe langer de afwijking bestaat, hoe moeilijker de correctie is. Bij een langer bestaand ectropion is het slijmvlies aan de binnenzijde van het ooglid vaak rood en verdikt, hetgeen na de ingreep meestal langzaam herstelt. Het is niet altijd mogelijk een tranend oog te verhelpen.

Mogelijke complicaties

Evenals bij andere operaties kunnen zich een aantal bijwerkingen en complicaties voordoen. Complicaties zijn echter zeldzaam en het eindresultaat is vrijwel altijd goed. Hieronder noemen wij een aantal mogelijke problemen die kunnen ontstaan na een ectropioncorrectie:

Bloeduitstorting
Meestal is het onderooglid tijdelijk wat rood door een bloeduitstorting; dit trekt geleidelijk aan weg.

Afscheiding
Tijdens de eerste week na de operatie komt er wat afscheiding uit het oog. Dit is ingedroogd wondvocht uit de buitenooghoek. Het is dus niets om u zorgen over te maken en het wijst niet op een infectie (een infectie komt zeer zelden voor). Deppen met lauw water is voldoende om de afscheiding en korsten te verwijderen.

Gevoeligheid
Vaak blijft de buitenooghoek de eerste weken na de operatie gevoelig. Dit wordt geleidelijk minder.

Ondercorrectie
Meestal treedt na correctie van het ectropion een aanzienlijke verbetering op, soms bereikt men echter geen volledig normale situatie en blijft het oog nog iets naar buiten staan.

Wondgenezing
Zelden treedt er een stoornis in de wondgenezing op of blijft er een kleine inkeping in de ooglidrand achter.

Kleurverschillen
Wanneer er gebruikt wordt gemaakt van een huidtransplantaat zal dat – door littekens en kleurverschillen van de huid – meestal enigszins zichtbaar blijven.

Na het indruppelen van oogdruppels en/of zalf kan het zicht tijdelijk verminderd zijn (zie bijsluiter in de verpakking).
Over het algemeen is er een kleine kans op bijwerkingen. Er bestaan echter ook medicijnen met een grotere kans op bijwerkingen. Lees daarom altijd goed de bijsluiter.
Bij het gebruik van oogdruppels kan de kans op lichamelijke (systemische) bijwerkingen aanzienlijk worden verminderd door het dichtdrukken van de traanbuis na het druppelen. Hierdoor vloeit er minder oogdruppelvloeistof af naar de neus- en keelholte, zodat er minder werkzame stof wordt ingeslikt. De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk groter bij hogere doseringen.
Wanneer er tijdens het gebruik van een medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een bijwerking, (2) een wisselwerking van dit medicijn met een ander medicijn, (3) overgevoeligheid of (4) een allergische reactie. Neemt u in dat geval contact met ons op.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Medicijnen met acetylsalicylzuur (aspirine, ascal) hoeft u voor deze ingreep NIET te stoppen. Medicijnen waarvoor u gecontroleerd wordt bij de trombosedienst (acenocoumarol, fenprocoumon, warfarine) dan moet u contact opnemen met de trombosedienst. Zij weten precies hoe te handelen in geval van een ingreep, dit zal per middel verschillend zijn, en hangt af van de reden waarom u deze antistolling gebruikt.

Gebruikt u andere bloedverdunners, zoals clopidogrel (Plavix, Clopid), prasugrel (Efient) of ticagrelor (Brilique), dan dient u contact op te nemen met de specialist die dit medicijn voorschrijft. Meestal moet de ingreep worden uitgesteld tot na de datum dat u weer mag stoppen met deze medicijnen.

Gebruikt u dabigatran, apixaban of rivaroxaban, neem dan contact op met de huisarts of specialist die dit medicijn voorschrijft. Als u niet met deze medicatie mag stoppen, bespreek dit dan zo snel mogelijk met de oogarts.
Op de dag van de ingreep vragen wij u schone, makkelijk zittende kleding aan te trekken en geen make-up te dragen, ook geen dagcrème en nagellak. Uit hygiënisch oogpunt vragen wij u de haren te wassen. Laat u uw waardevolle spullen, zoals bijvoorbeeld sieraden, zoveel mogelijk thuis. Voor hetgeen u op de operatiedag wel bij u heeft, zijn kluisjes aanwezig.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Wanneer u een ectropioncorrectie ondergaat, is het verstandig iemand mee te nemen om u te begeleiden. Na de behandeling zullen de ogen niet worden afgedekt maar zullen de oogleden wel gezwollen zijn, hetgeen invloed kan hebben op het zicht.
Mocht u met de auto komen dan is het noodzakelijk iemand mee te nemen die u naar huis kan rijden. Direct na de behandeling mag u namelijk niet zelf autorijden.

Instructies voor thuis na de behandeling

De eerste drie dagen na de ingreep dient u activiteiten waarbij druk op het hoofd en ogen ontstaat, bijvoorbeeld zwaar tillen en sporten, te vermijden. Dit om nabloedingen te voorkomen. Ook wordt u aangeraden de eerste week de oogleden niet nat te maken, geen oogmake-up te gebruiken en eventuele contactlenzen niet te dragen.
De huid rondom de ogen is de eerste weken extra gevoelig voor zonlicht. Door dit zonlicht kunnen er verkleuringen van het litteken optreden. Vermijd direct zonlicht en gebruik een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor.
Na twee weken is in de meeste gevallen het grootste deel van de zwelling verdwenen.

Hechtingen verwijderen
De hechtingen worden uiterlijk twee weken na de ingreep verwijderd en zes weken na de ingreep krijgt u nog een controle-afspraak om het uiteindelijke resultaat van de operatie te beoordelen.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Een entropion is een naar binnen gedraaid onderooglid. De oogharen rollen met het onderooglid mee naar binnen toe. Hierdoor kunnen de oogharen tegen het hoornvlies aan schuren en daardoor kan het hoornvlies beschadigen. Soms is het entropion niet continue aanwezig, maar rolt het onderooglid alleen naar binnen bij het dichtknijpen van de oogleden.

Oorzaken

Leeftijd
Een entropion is meestal het gevolg van veroudering van het weefsel in het onderooglid. Hierdoor treedt er in zowel horizontale als verticale richting verslapping op, waardoor het ooglid naar binnen kan gaan draaien.

Littekens
In zeldzame gevallen kan een entropion veroorzaakt worden door littekenvorming van het weefsel aan de binnenzijde van het ooglid. Deze verlittekening komt voor bij chemische verbrandingen en bepaalde oogziekten.

Krampachtig knijpen
Indien er al aanleg is voor een entropion en de patiënt gaat door irritatie van de oogleden krampachtig knijpen.

Aangeboren
In zeer zeldzame gevallen wordt iemand geboren met een entropion.

Symptomen

Door het entropion krassen de naar binnen gedraaide haren van het onderooglid langs het hoornvlies waardoor pijn, irritatie, roodheid en een ‘zandkorrel’-gevoel kunnen ontstaan. Door de krassende haren kan het hoornvlies beschadigen, waardoor het zien blijvend kan verminderen. Het is raadzaam de afwijking te corrigeren indien de wimpers irritatie geven of het hoornvlies beschadigen.

Mogelijke behandelingen

Wanneer er geen of zeer weinig klachten zijn, hoeft de afwijking niet per se gecorrigeerd te worden. Er kan dan gekozen worden om het oog te lubriceren met oogzalf, zoals Vidisic ooggel.
Indien er klachten zijn kan een entropion veelal door middel van een operatie worden verholpen. Een entropion-correctie vindt poliklinisch plaats, onder plaatselijke verdoving, en duurt ongeveer 45 minuten. U krijgt eerst druppels die het oogoppervlak verdoven, vervolgens wordt de huid gedesinfecteerd. De tweede verdoving vindt plaats middels een injectie in de huid, deze injectie kan gevoelig zijn.
De volgende behandelingen zijn mogelijk:

Everterende hechtingen
Hierbij worden alleen hechtingen in het onderooglid geplaatst. Deze hechtingen kantelen het ooglid naar buiten. Dit geeft meestal een tijdelijk resultaat.

Opspannen van het onderooglid
Bij slapte van het onderooglid wordt de methode van everterende hechtingen gecombineerd met het opspannen van het onderooglid aan de buitenzijde van het ooglid.

Meestal kiezen wij voor de gecombineerde ingreep voor een blijvend resultaat.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Het succespercentage van de ingreep ligt ruim boven de 90%. De klachten zoals irritatie, tranen, roodheid en dergelijke verdwijnen meestal spoedig en de wond onder het ooglid geneest in de meeste gevallen netjes. Het is niet altijd mogelijk een tranend oog te verhelpen.

Mogelijke complicaties

Evenals bij andere operaties kunnen zich een aantal complicaties voordoen.
Complicaties zijn echter zeldzaam en het eindresultaat is vrijwel altijd goed. Hieronder noemen wij een aantal mogelijke problemen die kunnen ontstaan na een entropion-correctie:

Bloeduitstorting
Meestal is het onderooglid tijdelijk wat rood door een bloeduitstorting; dit trekt geleidelijk aan weg.

Afscheiding
Tijdens de eerste week na de operatie komt er wat afscheiding uit het oog. Dit is ingedroogd wondvocht dat uit de wond in de buitenooghoek komt. Het is dus niets om u
zorgen over te maken en het wijst niet op een infectie (een infectie komt zeer zelden voor). Deppen met lauw water is voldoende om de afscheiding en korstjes te verwijderen.

Gevoeligheid
Vaak blijft de buitenooghoek de eerste weken na de operatie gevoelig. Dit wordt geleidelijk minder.

Overcorrectie
Bij 2% van de geopereerde patiënten ontstaat een overcorrectie, wat betekent dat het ooglid na de operatie te ver naar buiten gekanteld staat. Meestal geneest dit binnen 6 weken spontaan. Is dit niet het geval, dan is een aanvullende operatie nodig.

Zwelling
Soms ontwikkelt zich een zwelling in de ooghoek als reactie op de hechtmaterialen. Meestal geneest dit spontaan. Wanneer dit niet spontaan geneest kan de zwelling met een kleine ingreep verwijderd worden.

Na het indruppelen van oogdruppels en/of zalf kan het zicht tijdelijk verminderd zijn (zie bijsluiter in de verpakking).
Over het algemeen is er een kleine kans op bijwerkingen. Er bestaan echter ook medicijnen met een grotere kans op bijwerkingen. Lees daarom altijd goed de bijsluiter.

Bij het gebruik van oogdruppels kan de kans op lichamelijke (systemische) bijwerkingen aanzienlijk worden verminderd door het dichtdrukken van de traanbuis na het druppelen. Hierdoor vloeit er minder oogdruppelvloeistof af naar de neus- en keelholte, zodat er minder werkzame stof wordt ingeslikt. De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk groter bij hogere doseringen.

Wanneer er tijdens het gebruik van een medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een bijwerking, (2) een wisselwerking van dit medicijn met een ander medicijn, (3) overgevoeligheid of (4) een allergische reactie. Neemt u in dat geval contact met ons op.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Medicijnen met acetylsalicylzuur (aspirine, ascal) hoeft u voor deze ingreep NIET te stoppen. Medicijnen waarvoor u gecontroleerd wordt bij de trombosedienst (acenocoumarol, fenprocoumon, warfarine) dan moet u contact opnemen met de trombosedienst. Zij weten precies hoe te handelen in geval van een ingreep, dit zal per middel verschillend zijn, en hangt af van de reden waarom u deze antistolling gebruikt.
Gebruikt u andere bloedverdunners, zoals clopidogrel (Plavix, Clopid), prasugrel (Efient) of ticagrelor (Brilique), dan dient u contact op te nemen met de specialist die dit medicijn voorschrijft. Meestal moet de ingreep worden uitgesteld tot na de datum dat u weer mag stoppen met deze medicijnen.
Gebruikt u dabigatran, apixaban of rivaroxaban, neem dan contact op met de huisarts of specialist die dit medicijn voorschrijft. Als u niet met deze medicatie mag stoppen, bespreek dit dan zo snel mogelijk met de oogarts.
Op de dag van de ingreep vragen wij u schone, makkelijk zittende kleding aan te trekken en geen make-up te dragen, ook geen dagcrème en nagellak. Uit hygiënisch oogpunt vragen wij u de haren te wassen. Laat u uw waardevolle spullen, zoals bijvoorbeeld sieraden, zoveel mogelijk thuis. Voor hetgeen u op de operatiedag wel bij u heeft, zijn kluisjes aanwezig.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Wanneer u een entropion-correctie ondergaat, is het verstandig iemand mee te nemen om u te begeleiden. Na de behandeling zullen de ogen niet worden afgedekt maar zullen de oogleden wel gezwollen zijn, hetgeen invloed kan hebben op het zicht.
Mocht u met de auto komen dan is het noodzakelijk iemand mee te nemen die u naar huis kan rijden. Direct na de behandeling mag u namelijk zelf niet autorijden.

Instructies voor thuis na de behandeling

De eerste drie dagen na de ingreep dient u activiteiten waarbij druk op het hoofd en ogen ontstaat, bijvoorbeeld zwaar tillen en sporten, te vermijden. Dit om nabloedingen te voorkomen. Ook wordt u aangeraden de eerste week de oogleden niet nat te maken, geen oogmake-up te gebruiken en eventuele contactlenzen niet te dragen.
De huid rondom de ogen is de eerste weken extra gevoelig voor zonlicht. Door dit zonlicht kunnen er verkleuringen van het litteken optreden. Vermijd direct zonlicht en gebruik een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor.
Na twee weken is in de meeste gevallen het grootste deel van de zwelling verdwenen.

Hechtingen verwijderen
De hechtingen worden uiterlijk twee weken na de ingreep verwijderd en 6 weken na de ingreep krijgt u nog een controle afspraak om het uiteindelijke resultaat van de operatie te beoordelen.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Traanvocht heeft als belangrijkste functie het oog vochtig te houden. Bij elke knipperslag wordt het traanvocht in een dun, gelijkmatig laagje over het oog verdeeld. Dit dunne laagje is de traanfilm en dient om het oog glad te houden en te beschermen tegen uitdroging.

Traanvocht bestaat uit drie bestanddelen; waterige vloeistof (met eiwitten en zouten), een olie-achtig laagje en een laagje slijm. De traanklier produceert de waterige vloeistof, de slijmlaag wordt door het slijmvlies op het oogwit geproduceerd en het olie-achtige laagje wordt geproduceerd door kliertjes in de ooglidranden. Deze 3 bestanddelen moeten in de juiste verhouding zijn om te zorgen dat er een stabiele laag traanvocht op het oog blijft. Deze laag heet de traanfilm.

De geproduceerde tranen worden afgevoerd door twee traanpunten. Het traanvocht wordt door de knipperactie van de oogleden als het ware ingepompt. Door 2 kleine kanaaltjes komen de tranen in de traanzak en daarna via het traanneuskanaal in de neus.

Oorzaken

Voor een optimale bevochtiging van het oog en een goede afvoer van het traanvocht zijn een goede traanproductie, een stabiele traanfilm, een goede pompfunctie van de oogleden en een goed werkend afvoersysteem nodig. Indien één of meerdere factoren uit evenwicht is, kan dit voor tranende ogen zorgen.

Er zijn 2 hoofdoorzaken voor tranende ogen; een niet werkende traanafvoer of een (tijdelijke) overproductie van tranen. Een combinatie van deze 2 oorzaken komt vaak voor.

Niet werkende traanafvoer:

  • Verstopping. Er kan in het afvoersysteem een verstopping of vernauwing zitten die voor een slechte afvoer van de tranen zorgt. Verstopping van het traanpunt, het traankanaaltje, de traanzak en/of het traanneuskanaal ontstaat meestal zonder aanwijsbare oorzaak.
  • Slechte pompfunctie van de oogleden. Tranen komen niet vanzelf in het traanneuskanaal, ze worden er ingepompt tijdens elke knipperslag. Een niet-optimale pompfunctie ontstaat met name door slapte van het onderooglid. Dit komt vooral bij ouderen mensen voor .
  • Afstaande traanpunt. Door slapte van het onderooglid kan het van het oog gaan afstaan (zie de folder ‘Ectropion’). De traanpunt ligt dan niet goed tegen het oog en de tranen kunnen niet in het traanafvoersysteem komen. Ook een aangezichtsverlamming kan een hangend ooglid veroorzaken

Reflextranen / overproductie van tranen:

  • Irritatie van het oog. Dit geeft een (tijdelijk) verhoogde traanproductie. Als het traanafvoersysteem deze verhoogde traanproductie niet aan kan ontstaan er traanklachten. Dit heet reflextranen. Oogirritatie kan veroorzaakt worden door droge ogen, allergie, een vuiltje in het oog, een naar binnen gedraaid ooglid waarbij de haartjes tegen het hoornvlies schuren (zie de folder ‘Entropion’), ontsteking van de ooglidranden (zie de folder ‘Blepharitis’) of ontstekingen van het oog.
  • Instabiele traanfilm. Als de verhouding van de 3 bestanddelen van traanvocht niet goed is droogt de traanfilm te snel op. Het hoornvlies stuurt een signaal naar de traanklier om meer traanvocht aan te maken, maar omdat ook dit traanvocht niet van goede kwaliteit is en weer te snel opdroogt blijft het hoornvlies te droog en blijft er een signaal naar de traanklier gestuurd worden om meer traanvocht aan te maken.
  • Tumor. In zeldzame gevallen kan een tumor onder het oor een overproductie van tranen veroorzaken.

Symptomen

Afhankelijk van de oorzaak van de klachten kunnen de symptomen wisselen.
Bij een verstoorde pompfunctie of een afwijking in het afvoersysteem lopen de tranen vrijwel continu over de wangen, zowel binnen als buiten.
Bij een verstoorde traanproductie of traanfilmkwaliteit zijn de klachten veel wisselender. Het tranen komt vaak met vlagen voor bijv. buiten met wind/kou of bij ingespannen kijken (TV, computer, boek/krant lezen). Hierbij hebben veel mensen ook last van rode en geïrriteerde ogen. Doordat er veel traanfilm niet stabiel is, kan de gezichtsscherpte wisselend of verminderd zijn.

Mogelijke behandelingen

Niet werkende traanafvoer:

Dit is te verhelpen als bekend is waar de afwijking zich bevindt. De doorgankelijkheid van het traanwegsysteem wordt gemeten met een Aneltest. Hierbij wordt met een stompe naald water door het onderste traanpunt gespoten. Wanneer het water in de keel komt, zijn de traanwegen open, wanneer het water niet in de keel komt zijn de traanwegen verstopt. Soms is de doorgankelijkheid minder dan normaal, er is dan sprake van een vernauwing die ook tot tranende ogen kan leiden. Als niet duidelijk wordt waar de verstopping zich bevindt, kan een röntgenonderzoek plaatsvinden (dacryocystogram of DCG). Hierbij wordt met een contrastmiddel een foto gemaakt en wordt de exacte plaats van de verstopping goed zichtbaar.
Wanneer alleen het traanpuntje vernauwd is, kan dit wijder gemaakt worden met een 3-snip procedure. Dit is een kleine ingreep waarbij het traanpuntje iets wijder wordt gemaakt.
Een afstaande traanpunt door een afstaand onderooglid of een slap onderooglid kan verholpen worden door middel van een ectropioncorrectie. Dit is een relatief kleine ingreep onder lokale verdoving.
Zit de verstopping in de traanzak of het traanneuskanaal dan wordt eerst geprobeerd onder narcose om dit doorgankelijk te maken. Hierna wordt een siliconenslangetje achter gelaten om het geopende afvoerkanaal open te houden.
Als dit niet lukt kan met een DCR-operatie (dacryocystorhinostomie) een verbinding van de traanzak met de neus worden gemaakt (zie de folder ‘Dacryocystorhinostomie’). Dit is een operatie die onder algehele narcose wordt uitgevoerd.
Als de kleine traankanaaltjes naar de neus verstopt zijn is het mogelijk om met een glazen buisje (buis van Jones) een verbinding te maken van de ooghoek naar de traanzak. Ook deze ingreep wordt onder narcose uitgevoerd.

Reflextranen / overproductie van tranen:

De behandeling is gericht op het wegnemen van de oorzaak van de irritatie. Omdat dit soms een chronische oorzaak heeft is dit (droge ogen, blepharitis) is dit niet altijd mogelijk. In dat geval wordt geprobeerd om de klachten zoveel mogelijk te verlichten.
Meestal bestaat de behandeling uit kunsttranen en het poetsen van de ooglidranden (zie folder Blepharitis).

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Of uw klachten volledig zullen verdwijnen hangt af van de oorzaak. Een verstopte traanafvoer is meestal beter te verhelpen dan reflextranen. Indien de irritatie volledig kan worden weggenomen, zullen de klachten ook geheel verdwijnen. Vaak zien we echter dat dit niet geheel lukt. Het is dus niet altijd mogelijk een tranend oog te verhelpen.

Mogelijke complicaties

Na het inbrengen van oogdruppels en/of de zalf kan het zicht tijdelijk verminderd zijn (zie bijsluiter in de verpakking).

Als er een operatie wordt verricht is er altijd kans op bijwerkingen. Hoe ingrijpender de ingreep, hoe groter de kans op bijwerkingen. Een 3-snip procedure en een ectropioncorrectie geven soms een bloeduitstorting of een geringe nabloeding. De bijwerkingen van de ingrijpender operaties zoals een DCR worden in een aparte folder besproken.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Algemene informatie omtrent uw behandeling bij Oogcentrum Noordholland

 

Financiële aspecten / verzekering

Oogcentrum Noordholland heeft elk jaar een zorgovereenkomst met uw zorgverzekeraar. Zorgverzekeraars kijken daarbij onder meer naar of wij als zorgverlener voldoen aan wet- en regelgeving en gestelde eisen omtrent kwaliteit. Met een zorgovereenkomst kunnen wij de kosten van een behandeling direct bij uw zorgverzekeraar declareren. Voor u als klant van het Oogcentrum regelen wij deze administratie.

Op onze website kunt u onder ‘Behandeling’ / ‘Zorgverzekeraars’ nagaan of uw zorgverzekeraar een overeenkomst met ons heeft voor het lopende kalenderjaar. Omdat zorgverzekeraars steeds vaker overgaan tot selectieve zorgcontracten zullen wij u tijdig informeren mocht uw behandeling bij ons niet voor een vergoeding uit het basispakket in aanmerking komen. Iedere zorgverzekeraar hanteert zijn eigen polisvoorwaarden en wij verzoeken u dan ook om tijdig te informeren naar uw polisvoorwaarden bij uw zorgverzekeraar.

Voor een specifiek aantal oogheelkundige behandelingen is een machtiging van uw zorgverzekeraar vereist. Wij verzorgen deze aanvraag voor u indien u dat op prijs stelt.

Heeft u vragen omtrent de vergoeding van uw behandeling dan kunt u ook contact opnemen met onze medewerkers. Onze medewerkers kunnen u informeren over de zorgovereenkomsten die zijn afgesloten met de zorgverzekeraars. Uiteraard kunt u ook zelf uw zorgverzekeraar benaderen. Houdt u er hierbij rekening mee dat de zorgovereenkomsten zijn afgesloten onder de naam ‘Stichting Oog voor Zorg’.

 

Restitutiepolis

Als er geen zorgovereenkomst met uw zorgverzekeraar is en u heeft een restitutiepolis dan geldt een vrije artsenkeuze voor de basiszorg. Dit betekent dat u zelf kunt kiezen bij welk ziekenhuis of kliniek u behandeld wil worden. Wij brengen dan bij u het passantentarief in rekening. Het passantentarief is op de website onder ‘Behandeling’ / ‘Passantentarief’ terug te vinden. Iedere zorgverzekeraar hanteert zijn eigen polisvoorwaarden en wij verzoeken u dan ook om tijdig te informeren naar uw polisvoorwaarden bij uw zorgverzekeraar. Uw zorgverzekeraar is bij een restitutiepolis verplicht de factuur die u van ons hebt ontvangen aan u te betalen.

 

Naturapolis

Als er geen overeenkomst met uw zorgverzekeraar is én u heeft een naturapolis dan zal uw zorgverzekeraar meestal niet het volledige bedrag vergoeden wat wij u in rekening brengen na een consult en/of een behandeling. Wij brengen dan het passantentarief bij u in rekening. Het passantentarief is op de website onder ’Behandeling’/ ‘Passantentarief’ terug te vinden. Iedere zorgverzekeraar hanteert zijn eigen polisvoorwaarden en wij verzoeken u dan ook om tijdig te informeren naar uw polisvoorwaarden.

 

Als u besluit zich te laten behandelen

Het is mogelijk dat de arts u bedenktijd heeft gegeven om tot een besluit te komen of u zich laat behandelen en/of welke behandeling u wenst te ondergaan. Als u besluit zich te laten behandelen, vernemen wij dat graag van u. U kunt dan telefonisch contact opnemen met onze medewerkers om een afspraak te maken.

 

Vragen en/of klachten

Op onze website vindt u meer informatie over de behandelingen die wij uitvoeren, maar ook informatie over onze medewerkers en ons privacyreglement. Voor vragen en/of klachten kunt u altijd telefonisch, per e-mail of via het contactformulier op onze website contact met ons opnemen. Onze medewerkers staan voor u klaar en geven deskundig antwoord op al uw vragen. Een onafhankelijke klachtenfunctionaris bemiddeld bij onvrede of klachten.

Mocht u niet tevreden zijn met de manier waarop wij uw klacht hebben behandeld, dan heeft u de mogelijkheid om uw klacht in tweede instantie aan een onafhankelijke geschillencommissie voor te leggen. Het Oogcentrum is aangesloten bij de geschillencommissie van Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN). Meer informatie over deze geschillencommissie kunt u vinden op: https://www.zkn.nl/geschillen.

 

Veiligheid

Een veilig verblijf voor iedereen in het Oogcentrum is voor ons een topprioriteit. Om uw veiligheid te waarborgen vragen wij u de instructies van de medewerkers van het Oogcentrum nauwgezet op te volgen. Onze medewerkers zijn allemaal BHV getraind en zijn zich bewust van onveilige situaties zodat zij in geval van een calamiteit deskundig handelen.

Heeft u zich tijdens uw verblijf in het Oogcentrum op enig moment onveilig gevoeld of bent u een situatie tegengekomen die voor u of anderen in het Oogcentrum gevaarlijk kan zijn? U helpt ons door dat aan ons te melden. U kunt dat ter plekke melden aan iedere medewerker van het Oogcentrum of achteraf telefonisch, per brief of per e-mail. Wij bespreken alle meldingen en nemen de mogelijke maatregelen om gevaarlijke situaties op te lossen.

Oogcentrum Noordholland beschikt over het Keurmerk Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling. Dit betekent dat een medewerker van Oogcentrum Noordholland bij het signaleren van dergelijke signalen volgens een vastgesteld stappenplan te werk gaat en mogelijk hulp biedt aan het slachtoffer of een melding doet bij ‘Veilig Thuis’.

 

Persoonsgegevens

Oogcentrum Noordholland zorgt ervoor dat persoonsgegevens alleen voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doelen worden verzameld en verwerkt. Persoonsgegevens worden alleen met een rechtvaardige grondslag verwerkt. Bij onze verwerking houden wij ons aan de eisen die de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) stelt.

  • Wij houden bij met welke doeleinden wij persoonsgegevens verwerken;
  • Onze verzameling van persoonsgegevens zijn beperkt tot de persoonsgegevens die benodigd zijn voor onze statutaire doeleinden;
  • Wij vragen u om uw uitdrukkelijke toestemming om uw persoonsgegevens te verwerken in de gevallen waarin uw toestemming is vereist;
  • Wij hebben passende beschermingsmaatregelen genomen om uw persoonsgegevens te beschermen en eisen dit ook van andere partijen die in onze opdracht persoonsgegevens verwerken;
  • Wij respecteren uw recht om uw persoonsgegevens op uw aanvraag ter inzage te bieden, te corrigeren of te verwijderen.

 

Doel en grondslag verwerking persoonsgegevens

Oogcentrum Noordholland verwerkt uw persoonsgegevens voor de volgende doelen:

  • Voor de uitoefening van onze statutaire doeleinden;
  • (Vervolg)Consulten en/of (vervolg)behandelingen en/of verrichtingen;
  • Medicatiebewaking;
  • Het financieel afhandelen van de geboden zorg aan de patiënt met de patiënt dan wel diens zorgverzekeraar; het aanmaken en registreren (en bewerken) van (gespecificeerde) declaraties;
  • Bereikbaarheid: Om u te kunnen bellen of e-mailen indien dit nodig is om onze dienstverlening uit te kunnen voeren;
  • Kwaliteitstoetsing, waaronder vragenlijsten en enquêtes.
  • Voorts kunnen de gegevens in geanonimiseerde vorm gebruikt worden in het kader van:
  • Management en doelmatig beleid en beheer;
  • Wetenschappelijk onderzoek en statistiek.

 

Privacyreglement Oogcentrum Noordholland

Oogcentrum Noordholland heeft een uitgebreid privacyreglement, welke op te vragen is via het secretariaat van Oogcentrum Noordholland of te vinden is op onze website.

  

Algemene Consumentenvoorwaarden

ZKN heeft met de Consumentenbond Algemene Consumentenvoorwaarden opgesteld. De Algemene Consumentenvoorwaarden zijn van toepassing op de behandelingsovereenkomsten die tussen u als patiënt en Oogcentrum Noordholland worden gesloten. U kunt de Algemene Voorwaarden vinden op https://zkn.nl/uploads/ZKN_Consumentenvoorwaarden-2018-2.pdf. Tevens kunt u deze kosteloos opvragen via het secretariaat van Oogcentrum Noordholland.

 

Voor spoedgevallen zijn wij 24 uur per dag bereikbaar op telefoonnummer 088-9191800. Toetst u voor spoedgevallen buiten werktijden een 9 in. U wordt dan doorverbonden met één van de oogartsen van het Oogcentrum of met het Rode Kruis Ziekenhuis te Beverwijk, waarmee wij een samenwerkingsverband hebben.

 

 

 

Wat is het?

Een fluorescentie angiografie (FAG) is een onderzoeksmethode waarbij met een blauw licht en een speciale camera foto’s van het netvlies worden gemaakt. Het netvlies is de binnenkant van het oog. Een, in water oplosbare, stof (fluoresceïne) wordt in een ader in de arm gespoten. Deze kleurstof verspreidt zich zeer snel na de inspuiting door de bloedvaten van het netvlies. Het is echter geen contrastvloeistof zoals wel bij röntgenfoto’s worden gebruikt. Er worden meerdere foto’s van beide ogen gemaakt.

Waarom wordt een FAG verricht?

Als de oogarts bij onderzoek een afwijking in het achterste deel van uw oog vermoedt, kan een FAG worden gedaan. Een FAG kan meerdere afwijkingen opsporen; afwijkende bloedvaten, ontbrekende bloedvaten, afsluiting van een bloedvat, vorming van nieuwe afwijkende bloedvaten, schade aan de onderlaag van het netvlies en ontstekingen.

Oogaandoeningen waarbij een FAG wordt aangevraagd zijn:

Suikerziekte (diabetes mellitus):
Deze ziekte kan leiden tot slechtziendheid of blindheid. Dit kan komen door lekkage en/of vorming van nieuwe bloedvaten (zie onze folder ’Diabetes mellitus’). Met een FAG zijn deze afwijkingen duidelijk zichtbaar te maken en kan een behandelplan worden opgesteld.

Netvliesveroudering (leeftijdsgebonden maculadegeneratie):
Dit is een veelvoorkomende oorzaak van slechtziendheid bij ouderen. In sommige gevallen treedt hierbij vaatnieuwvorming onder het netvlies op. Hierdoor gaat het zicht snel achteruit (zie folder ‘Macula degeneratie’). Met een FAG zijn de afwijkingen duidelijk zichtbaar te maken en kan een behandelplan worden opgesteld.

Afsluiting van een (slag)ader (occlusie):
Soms is er een trombose van een (slag)ader in het netvlies. Hierdoor heeft een deel van het netvlies geen of een tekort aan zuurstof. Met een FAG zijn de afwijkingen duidelijk zichtbaar te maken en kan een behandelplan worden opgesteld. (zie folder ‘Vaatafsluitng’).

Inwendige ontsteking (uveïtis):
Met een FAG kan de locatie en de ernst van de ontsteking beter in zicht worden gebracht.

Het onderzoek

Bij binnenkomst krijgt u van de assistente pupilverwijdende druppels in beide ogen. Ook het oog zonder de klachten wordt dus onderzocht. De druppels moeten ongeveer 30 minuten inwerken. Terwijl u zit te wachten zal de anesthesie medewerker een infuusnaaldje inbrengen.
Vervolgens maakt de optometrist eerst kleurenfoto’s van beide ogen, waarna de oogarts de kleurstof in de arm zal spuiten. U zit met uw hoofd al in de hoofdsteun voor het maken van de foto’s. Het duurt slechts enkele seconden voor de kleurstof de vaten in het oog bereikt. Gedurende ongeveer 5 minuten zullen foto’s van beide ogen worden genomen.
Na het onderzoek heeft u een afspraak met de oogarts, of zal hij na overleg met collega’s contact met u opnemen om de uitslag en verdere (mogelijke) behandeling met u door te spreken.

Mogelijke complicaties

Voorafgaand aan het onderzoek krijgt u druppels in de ogen die de pupillen groot maken. Door deze druppels kunt u extra last hebben van (zon)licht. Wij adviseren u daarom een zonnebril mee te nemen. Ook zal de gezichtsscherpte enkele uren verminderd zijn.
Nadat de kleurstof is ingespoten kan uw huid gedurende enkele uren een gelige kleur krijgen. Door de kleurstof bent u de rest van de dag extra gevoelig voor zonlicht, u kunt de dag van het onderzoek beter niet in de felle zon gaan zitten. Ook het gebruik van een zonnebank wordt afgeraden. De kleurstof verdwijnt doordat de nieren de kleurstof in de urine uitscheiden. Hierdoor kan de urine tot 24 uur na de inspuiting een donkere oranje kleur hebben. Deze bijverschijnselen zijn onschadelijk en verdwijnen vanzelf.

Fluoresceïne kan soms direct na de inspuiting misselijkheid veroorzaken. Dit trekt meestal snel weer weg. Wij raden u aan twee uur voor het onderzoek niet te eten of te drinken. Als u suikerziekte heeft, moet u zich gewoon aan uw dieet houden.
Als bij het inspuiten kleurstof uit het vat lekt, geeft dit lokaal een branderig gevoel en verkleuring van de huid. De branderigheid verdwijnt na enkele minuten en de verkleuring na enkele dagen, zonder restverschijnselen.

Allergische reacties zijn zeldzaam. Wanneer ze optreden geeft het roodheid en jeuk van de huid. Allergische reacties worden, afhankelijk van de ernst, behandeld met tabletten of injecties met antihistaminica. Als u bij een vorige FAG last heeft gehad van misselijkheid of een allergische reactie, moet u dit vooraf melden. Ook als u lijdt aan epilepsie horen wij dit
graag voorafgaand aan het onderzoek. Indien u zwanger bent is het raadzaam het onderzoek tot na de bevalling uit te stellen.

Instructies voor thuis voorafgaand aan het onderzoek

Wij adviseren u twee uur voor het onderzoek niet te eten of te drinken. Trekt u kleding aan waarbij de arts makkelijk bij een bloedvat in uw arm kan.

Instructies voor begeleiding en vervoer

Het is niet aan te raden na het onderzoek zelf auto te rijden. U heeft druppels in de ogen gekregen die een verminderde gezichtsscherpte geven. Daarbij kunt u veel last van (zon)licht hebben.

Instructies voor thuis na het onderzoek

Als er bij u bloedonderzoek moet worden gedaan, kan dat pas plaatsvinden 24 uur nadat de foto’s zijn genomen. Door het flitslicht en de wijde pupillen is het zicht tot enkele uren na het onderzoek verminderd. Dit is van tijdelijke aard. Het kan prettig zijn een zonnebril te dragen na het onderzoek.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

Wat is het?

Een fluorescentie angiografie (FAG) is een onderzoeksmethode waarbij met een blauw licht en een speciale camera foto’s van het netvlies worden gemaakt. Het netvlies is de binnenkant van het oog. Een, in water oplosbare, stof (fluoresceïne) wordt in een ader in de arm gespoten. Deze kleurstof verspreidt zich zeer snel na de inspuiting door de bloedvaten van het netvlies. Het is echter geen contrastvloeistof zoals wel bij röntgenfoto’s worden gebruikt. Er worden meerdere foto’s van beide ogen gemaakt.

Waarom wordt een FAG verricht?

Als de oogarts bij onderzoek een afwijking in het achterste deel van uw oog vermoedt, kan een FAG worden gedaan. Een FAG kan meerdere afwijkingen opsporen; afwijkende bloedvaten, ontbrekende bloedvaten, afsluiting van een bloedvat, vorming van nieuwe afwijkende bloedvaten, schade aan de onderlaag van het netvlies en ontstekingen.

Oogaandoeningen waarbij een FAG wordt aangevraagd zijn:

Suikerziekte (diabetes mellitus):
Deze ziekte kan leiden tot slechtziendheid of blindheid. Dit kan komen door lekkage en/of vorming van nieuwe bloedvaten (zie onze folder ’Diabetes mellitus’). Met een FAG zijn deze afwijkingen duidelijk zichtbaar te maken en kan een behandelplan worden opgesteld.

Netvliesveroudering (leeftijdsgebonden maculadegeneratie):
Dit is een veelvoorkomende oorzaak van slechtziendheid bij ouderen. In sommige gevallen treedt hierbij vaatnieuwvorming onder het netvlies op. Hierdoor gaat het zicht snel achteruit (zie folder ‘Macula degeneratie’). Met een FAG zijn de afwijkingen duidelijk zichtbaar te maken en kan een behandelplan worden opgesteld.

Afsluiting van een (slag)ader (occlusie):
Soms is er een trombose van een (slag)ader in het netvlies. Hierdoor heeft een deel van het netvlies geen of een tekort aan zuurstof. Met een FAG zijn de afwijkingen duidelijk zichtbaar te maken en kan een behandelplan worden opgesteld. (zie folder ‘Vaatafsluitng’).

Inwendige ontsteking (uveïtis):
Met een FAG kan de locatie en de ernst van de ontsteking beter in zicht worden gebracht.

Het onderzoek

Bij binnenkomst krijgt u van de assistente pupilverwijdende druppels in beide ogen. Ook het oog zonder de klachten wordt dus onderzocht. De druppels moeten ongeveer 30 minuten inwerken. Terwijl u zit te wachten zal de anesthesie medewerker een infuusnaaldje inbrengen.
Vervolgens maakt de optometrist eerst kleurenfoto’s van beide ogen, waarna de oogarts de kleurstof in de arm zal spuiten. U zit met uw hoofd al in de hoofdsteun voor het maken van de foto’s. Het duurt slechts enkele seconden voor de kleurstof de vaten in het oog bereikt. Gedurende ongeveer 5 minuten zullen foto’s van beide ogen worden genomen.
Na het onderzoek heeft u een afspraak met de oogarts, of zal hij na overleg met collega’s contact met u opnemen om de uitslag en verdere (mogelijke) behandeling met u door te spreken.

Mogelijke complicaties

Voorafgaand aan het onderzoek krijgt u druppels in de ogen die de pupillen groot maken. Door deze druppels kunt u extra last hebben van (zon)licht. Wij adviseren u daarom een zonnebril mee te nemen. Ook zal de gezichtsscherpte enkele uren verminderd zijn.
Nadat de kleurstof is ingespoten kan uw huid gedurende enkele uren een gelige kleur krijgen. Door de kleurstof bent u de rest van de dag extra gevoelig voor zonlicht, u kunt de dag van het onderzoek beter niet in de felle zon gaan zitten. Ook het gebruik van een zonnebank wordt afgeraden. De kleurstof verdwijnt doordat de nieren de kleurstof in de urine uitscheiden. Hierdoor kan de urine tot 24 uur na de inspuiting een donkere oranje kleur hebben. Deze bijverschijnselen zijn onschadelijk en verdwijnen vanzelf.

Fluoresceïne kan soms direct na de inspuiting misselijkheid veroorzaken. Dit trekt meestal snel weer weg. Wij raden u aan twee uur voor het onderzoek niet te eten of te drinken. Als u suikerziekte heeft, moet u zich gewoon aan uw dieet houden.
Als bij het inspuiten kleurstof uit het vat lekt, geeft dit lokaal een branderig gevoel en verkleuring van de huid. De branderigheid verdwijnt na enkele minuten en de verkleuring na enkele dagen, zonder restverschijnselen.

Allergische reacties zijn zeldzaam. Wanneer ze optreden geeft het roodheid en jeuk van de huid. Allergische reacties worden, afhankelijk van de ernst, behandeld met tabletten of injecties met antihistaminica. Als u bij een vorige FAG last heeft gehad van misselijkheid of een allergische reactie, moet u dit vooraf melden. Ook als u lijdt aan epilepsie horen wij dit
graag voorafgaand aan het onderzoek. Indien u zwanger bent is het raadzaam het onderzoek tot na de bevalling uit te stellen.

Instructies voor thuis voorafgaand aan het onderzoek

Wij adviseren u twee uur voor het onderzoek niet te eten of te drinken. Trekt u kleding aan waarbij de arts makkelijk bij een bloedvat in uw arm kan.

Instructies voor begeleiding en vervoer

Het is niet aan te raden na het onderzoek zelf auto te rijden. U heeft druppels in de ogen gekregen die een verminderde gezichtsscherpte geven. Daarbij kunt u veel last van (zon)licht hebben.

Instructies voor thuis na het onderzoek

Als er bij u bloedonderzoek moet worden gedaan, kan dat pas plaatsvinden 24 uur nadat de foto’s zijn genomen. Door het flitslicht en de wijde pupillen is het zicht tot enkele uren na het onderzoek verminderd. Dit is van tijdelijke aard. Het kan prettig zijn een zonnebril te dragen na het onderzoek.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Glaucoom is een oogziekte waarbij de zenuwvezels van de oogzenuw geleidelijk aan verloren gaan door een te hoge oogdruk. Wat een te hoge oogdruk is, is individueel voor elk mens bepaald. Door de schade aan de oogzenuwvezels ontstaan blinde vlekken (gezichtsvelduitval) in het beeld. Als verlies van oogzenuwvezels optreedt, kan de oogarts dat zien aan de oogzenuw. Deze gaat er geleidelijk aan anders uitzien. Als de ziekte niet of onvoldoende wordt behandeld zal het gezichtsvelduitval groter worden en kan in een later stadium ook het scherpe zien worden aangetast. Mensen met gezichtsvelduitval kunnen problemen krijgen met autorijden, drempels en trappen.

Oogdruk

De hoogte van de oogdruk is afhankelijk van het evenwicht tussen aanmaak en afvoer van het kamerwater. Het kamerwater wordt aan de binnenkant van de oogbol gevormd. Dit heeft echter niets te maken met het uitwendige traanvocht.

Hoge oogdruk kan leiden tot een toenemende, blijvende beschadiging van de oogzenuw. Dit veroorzaakt verkleining van het gezichtsveld en kan leiden tot blindheid.

Oorzaken

Een aantal risicofactoren zijn bekend die de kans op optreden van glaucoom aanzienlijk verhogen:

Verhoogde oogdruk
Dit is veruit de belangrijkste risicofactor. Een statistisch normale oogdruk ligt tussen de 11 en 21 mmHg. Hoe hoger de oogdruk, hoe groter de kans op glaucoom.

Glaucoom in de familie
Als glaucoom voorkomt bij iemands naaste (1e graads-) familieleden, is de kans op glaucoom bijna 10 maal hoger dan voor iemand zonder glaucoom in de familie.

Hoge leeftijd
Op hoge leeftijd komt glaucoom veel vaker voor (4% van de mensen ouder dan 80 jaar heeft glaucoom).

Negroïde mensen

Afwijkingen van de bloedvaten bij of in het oog

Soorten glaucoom

Glaucoom is een chronische aandoening en komt bij 1.5% van de Nederlanders ouder dan 40 jaar voor. Hoe glaucoom precies ontstaat is nog onbekend. Wel weten we dat er een verstoring is tussen de aanmaak en afvoer van het kamerwater.
Er zijn verschillende soorten glaucoom;

Primair glaucoom
Primair glaucoom wil zeggen dat glaucoom een op zichzelf staande ziekte is. Dit type glaucoom komt het meest voor. Dit type glaucoom is onder te verdelen in;
– Hoge druk glaucoom > 21mmHg
– Normale druk glaucoom < 21 mmHg
De oogdruk hoeft dus niet persé verhoogd te zijn om toch glaucoom te hebben. Belangrijker dan de oogdruk zijn de vorm van de oogzenuw en het daarvan afgeleide gezichtsveld. In een vroeg stadium is dit type glaucoom goed te behandelen.

Secundair glaucoom
Deze vorm ontstaat als verschijnsel van een andere (oog)ziekte of als gevolg van een trauma.

Acuut glaucoom
Hierbij treedt er plotseling een verstopping van het afvoersysteem op waardoor de oogdruk in korte tijd hoog oploopt. Vaak is bij dit type glaucoom de ruimte tussen het hoornvlies en de iris erg krap (zie folder “acuut glaucoom”).

Onderzoek naar glaucoom

Het zou ideaal zijn als iedereen ouder dan 40 jaar op glaucoom zou kunnen worden gescreend. Als bij het onderzoek echter alleen de oogdruk wordt gemeten, worden lang niet alle glaucoompatiënten ontdekt. Omdat glaucoom door meer factoren dan alleen de oogdruk wordt bepaald, moet ook naar de oogzenuw gekeken worden en moet er zo nodig, een gezichtsveldonderzoek worden verricht. Als er na dit onderzoek een verdenking is op glaucoom, bepaalt de oogarts samen met de patiënt of en hoe de patiënt behandeld wordt. Een glaucoompatiënt dient levenslang gecontroleerd te worden.

Symptomen

De meeste mensen hebben weinig of geen symptomen die laten vermoeden dat ze glaucoom hebben. Het eerste signaal is meestal het geleidelijk verlies van gezichtsvermogen en gezichtsveld. Dit is echter een zeer langzaam proces en valt pas op in een late fase van glaucoom.

Mogelijke behandelingen

Op dit moment is de enige bewezen therapie voor glaucoom het verlagen van de oogdruk. Met het verlagen van de oogdruk, kan een verdere toename van gezichtsveld uitval meestal worden voorkomen. Echter reeds aanwezige gezichtsvelduitval kan niet meer ongedaan gemaakt worden. Daarom is het belangrijk dat glaucoom in een zo vroeg mogelijk stadium wordt ontdekt. Er zijn mensen met een verhoogde oogdruk waarbij geen schade aan de oogzenuw optreedt en er zijn mensen met een normale oogdruk (< 22 mmHg) die wél schade aan de oogzenuw hebben.

De oogdruk kan op drie manieren verlaagd worden namelijk met medicijnen, een laserbehandeling en een operatie. De drie mogelijkheden worden nu toegelicht.

Behandeling met medicijnen
Er zijn veel verschillende soorten oogdrukverlagende medicijnen: oogdruppels, -zalf en tabletten. Ze kunnen op twee manieren hun effect uitoefenen. De één verbeterd de afvoer van het kamerwater en de ander vermindert de aanmaak ervan. De oogarts zal het medicijn (meestal druppels) kiezen met een maximaal oogdrukverlagend effect en minimale bijwerkingen. Het is belangrijk dat u van het oogdruppelen een vaste gewoonte maakt, zodat geen druppels worden vergeten. Is het oogdruppelen moeilijk, dan kunt u hiervoor eventueel een hulpmiddel gebruiken. Deze is bij de apotheek te verkrijgen.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Helaas is glaucoom een progressieve oogziekte, wat inhoudt dat de schade aan de oogzenuw in de loop der jaren zal toenemen. Elke behandeling van glaucoom is er daarom op gericht de oogdruk te verlagen en het gezichtsvermogen en gezichtsveld
te behouden. De druppels zullen uw oogdruk verlagen. Het heeft soms enige tijd nodig voor de juiste druppel / combinatie van druppels is gevonden.

Mogelijke complicaties

Na het indruppelen van oogdruppels kan het zicht tijdelijk verminderd zijn. Vaak is er een kleine kans op bijwerkingen. Er zijn echter ook medicijnen met een betrekkelijk grote kans op bijwerkingen. De belangrijkste bijwerkingen staan vermeld in de bijsluiter.
Bij het gebruik van oogdruppels kan de kans op lichamelijke (systemische) bijwerkingen aanzienlijk worden verminderd door het dichtdrukken van de traanbuis na het druppelen. Hierdoor vloeit er minder oogdruppelvloeistof af naar de neus- keelholte, zodat er minder werkzame stof wordt ingeslikt. De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk groter bij hogere doseringen.

Wanneer er tijdens het gebruik van een medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een bijwerking, (2) een wisselwerking van dit medicijn met een ander medicijn, (3) overgevoeligheid of (4) een allergische reactie. Neemt u dan contact op met ons.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Geen.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Geen.

Instructies voor thuis na de behandeling

Het is belangrijk om het voorgeschreven medicijn volgens advies van de oogarts te gebruiken. De werkingsduur van medicijnen wisselen. De één werkt zes uur en andere werken 12 tot 24 uur. Let daarom goed op de regelmaat dat u het medicijn gebruikt.

Laser behandeling (SLT)
Naast de druppels bestaat de SLT-laser (selectieve laser trabeculoplastie). Deze laser kan de afvoer van het kamerwater via het afvoersysteem vergroten. De oogarts kan ervoor kiezen om als eerste behandeling te starten met oogdrukverlagende medicatie. maar het is ook mogelijk, dan samen met u, gekozen wordt om te starten met een SLT laser behandeling. Indien oogdruppels niet voldoende oogdrukverlaging bewerkstelligen, kan een laserbehandeling uitgevoerd worden. Hierbij wordt het afvoersysteem van het
kamerwater met behulp van laserlicht beter doorgankelijk gemaakt, waardoor de oogdruk daalt. Voor de laserbehandeling wordt het oog met druppels verdoofd en druppels die de pupil verkleinen. Hierna krijgt u een lens op uw oog, wat enigszins oncomfortabel kan voelen. Via deze lens komt het laserlicht op de juiste plek in uw oog. Bij de behandeling ziet u telkens een lichtflits en voelt u misschien iets prikken. De behandeling neemt enkele minuten in beslag.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Het effect van de laserbehandeling hangt af van het soort glaucoom en of u al eerder oogdrukverlagende druppels heeft gebruikt. In 70% van de gevallen wordt een goede drukdaling bereikt. De oogdruk kan in de loop der jaren wel weer oplopen en dan is een herbehandeling mogelijk. In circa 30% van de gevallen zijn na een laserbehandeling ook aanvullende oogdrukverlagende druppels nodig.

Mogelijke complicaties

Deze vorm van laserbehandeling heeft bijzonder weinig kans op complicaties/bijwerkingen. Tot enkele uren na de behandeling is de pupil erg klein. Hierdoor kunt u tijdelijk last hebben van “kokerzien”. Tot enkele dagen na de laser kunt u last hebben van een beurs gevoel, lichte hoofdpijn en gevoelig voor licht.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Vanaf vijf dagen voor de laserbehandeling moet u stoppen met de glaucoommedicatie.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Op de dag van de behandeling is het verstandig niet zelf auto te rijden.

Instructies voor thuis na de behandeling

Het wordt aangeraden om de dag van de laserbehandeling rustig aan te doen.

Operatie (trabeculectomie)
Wanneer de oogdruppels en een laserbehandeling de oogdruk onvoldoende verlagen, wordt een oogdrukverlagende operatie noodzakelijk. Deze ingreep (trabeculectomie) heeft tot doel het verlagen van de oogdruk om daarmee het gezichtsveld en het gezichtsvermogen zoveel mogelijk te behouden en niet om dit te verbeteren.
De operatie vindt plaats onder algehele anesthesie (zie folder “narcose”) of onder lokale verdoving. Bij een lokale verdoving krijgt u druppels die uw oog verdoven en de pupil klein maken. Als u aan de beurt bent komt u op de operatiestoel te liggen en wordt u naar de operatiekamer gereden. Hier krijgt u vlak voor de operatie begint nog een prikje om het oog nog verder te verdoven. Dit prikje voelt u bijna niet omdat uw oog voor het grootste deel al verdoofd is. Op de grens van het oogwit en het regenboogvlies wordt een luikje gemaakt. Het kamerwater kan dan makkelijker weg en de druk in het oog daalt. Het luikje wordt met enkele hechtingen vastgezet. Na de operatie kan er verlittekening optreden waardoor de functie afneemt. Om dit te voorkomen kan de oogarts tijdens de operatie middelen gebruiken die de kans hierop verkleinen. En gebruikt u na de operatie druppels die dit tegengaan. De operatie duurt ongeveer één uur.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

In circa 30% van de gevallen zijn na de operatie ook aanvullende oogdrukverlagende druppels nodig.
Bij ongeveer één op de tien patiënten valt op den duur (soms pas na jaren) een heroperatie niet te vermijden. De kans op dichtgroeien van het luikje is groter: op jonge leeftijd, bij een donkere huid of na voorgaande ingrepen aan het oog.

Mogelijke complicaties

Pijn aan het oog zult u nauwelijks hebben. Vlak na de operatie is de oogdruk meestal erg laag. Hierdoor kan het zijn dat u de eerste weken na de operatie niet zo scherp ziet als voor de operatie. Een enkele keer blijft de oogdruk te laag. Het afvoerkanaaltje werkt in zo’n geval te goed. Een te lage oogdruk kan leiden tot wazig zien door aantasting van het netvlies of vertroebeling van de lens (staar). Het kan dan nodig zijn u opnieuw te opereren om het afvoerkanaaltje opnieuw te hechten of om een staaroperatie (zie folder “staar”) te verrichten. Vaker is echter het omgekeerde het geval: de oogdruk gaat weer stijgen. Het luikje dat bij de operatie is gemaakt is een wondje waarvan we willen dat het niet geneest. Met andere woorden het wondje mag dus niet dichtgroeien. Om deze verlittekening te voorkomen gebruikt de oogarts tijdens de operatie middelen die de kans hierop verkleinen. Ook druppels en eventueel zalf die u na de operatie gebruikt zijn hierop gericht. Gebruik de druppels en eventueel zalf dus volgens advies van uw oogarts. Soms is het nodig uw oog te masseren of met een laser de hechting door te snijden. Het doorsnijden van de hechting met een laserbehandeling is pijnloos. Zoals iedere operatie kan een trabeculectomie slecht aflopen door bijvoorbeeld een infectie of bloeding. Gelukkig is de kans hierop zeer klein. De risico’s van een te hoge oogdruk zijn vrijwel altijd hoger.

Tot slot: na een trabeculectomie kan het dragen van contactlenzen een probleem zijn.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Op de dag van de operatie vragen wij u schone, makkelijk zittende kleding aan te trekken en geen make-up te dragen, waaronder ook geen dagcrème en nagellak. Uit
hygiënisch oogpunt vragen wij u ook de haren te wassen. Laat u verder uw waardevolle spullen, zoals bijvoorbeeld sieraden, zoveel mogelijk thuis. Voor hetgeen u op de operatiedag wel bij u hebt, zijn kluisjes aanwezig.

In principe kan alle medicatie, waaronder ook de bloedverdunners en oogdruppels die al in gebruik zijn, worden doorgebruikt. Eventuele uitzonderingen zullen vooraf door de oogarts met u besproken zijn.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Na de operatie heeft u een kapje op uw geopereerde oog, dit om wrijven in uw oog te voorkomen. Dit kapje mag u de volgende morgen van uw oog afhalen. Bewaar het kapje zodat u deze weer kan gebruiken indien u gaat slapen.
Na de operatie mag u niet zelf autorijden. Indien u met het openbaar vervoer komt adviseren wij u iemand mee te nemen voor de begeleiding.

Instructies voor thuis na de behandeling

De dag na de operatie komt u voor de eerste controle. Het verband heeft u ‘s morgens zelf verwijderd waarna u bent begonnen met de oogdruppels. De eerdere oogdrukverlagende oogdruppels komen te vervallen, evenals de eventuele Diamox tabletten. Het niet-geopereerde oog dient u te blijven druppelen zoals u dat gewend bent. Daarin verandert niets.

De eerste maand na de operatie zult u regelmatig in het oogcentrum worden gecontroleerd. In deze periode zijn de volgende leefregels belangrijk:
– Niet in het oog wrijven
– Niet sporten (of zwemmen)
– Geen zware dingen tillen
– Niet voorovergebogen werken
– Bescherm het oog tegen stoten.
Draag daarom overdag uw bril en plak het plastic beschermkapje voor het geopereerde oog bij het douchen, haren wassen en slapen.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

De ziekte van Graves-Basedow is een auto-immuun aandoening. Auto-immuun wil zeggen dat het lichaam antistoffen aanmaakt tegen (delen van) het eigen lichaam. waardoor ziekteverschijnselen ontstaan. Bij de ziekte van Graves kan er sprake zijn van afwijkingen van de schildklier, de ogen (eigenlijk de oogkassen) en de huid op de scheenbenen. De ziekte van Graves komt vier tot acht keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en begint meestal na het twintigste levensjaar. De ziekte komt in bepaalde families meer voor dan in andere. Roken lijkt het ontstaan van de ziekte van Graves te bevorderen. Het is niet bekend hoe vaak de ziekte precies voorkomt. Wel is bekend dat de schildklier veel vaker meedoet dan de ogen en dat de huidverschijnselen (verheven rode plekken) zeldzaam zijn. In de academische centra van Nederland worden per jaar naar schatting 200 tot 300 nieuwe patiënten met matig ernstige of ernstige oogverschijnselen in het kader van de ziekte van Graves gezien.

Oorzaken

Bij de ziekte van Graves is er meestal sprake van een te hard werkende schildklier. De schildklier (in de hals) is dan vaak licht vergroot.

Symptomen

De klachten bestaan uit beven, hartkloppingen, afvallen ondanks genoeg eten, het snel warm hebben, frequente ontlasting of diarree, uitblijvende menstruatie.

De oogkasverschijnselen zijn wijdopen gesperde ogen, pijnlijke rode, tranende ogen, bolle ogen, zwelling van de oogleden, dubbelzien, slecht zien. Deze verschijnselen worden veroorzaakt doordat de oogspiertjes en het vet in de oogkassen zwellen, waardoor de inhoud van de oogkas als het ware naar buiten wordt geperst. Als de oogleden heel stevig zijn, valt de uitpuiling van de ogen wel mee. Toch is juist deze situatie gevaarlijk, omdat dan de druk in de oogkas stijgt, waardoor de oogzenuw beklemd wordt en blindheid kan veroorzaken.

De diagnose wordt gesteld op grond van de klinische verschijnselen, veranderingen meetbaar in het bloed (u moet dus bloed laten prikken) en in sommige gevallen een CT-scan van de oogkas. CT-scans zijn series computergestuurde röntgenfoto’s. Bij patiënten met de oogverschijnselen van Graves is op de CT-scan te zien dat een of meerdere oogspieren verdikt zijn of dat het oogkasvet is toegenomen. Ook kan de dikte van de oogspieren gezien worden met ultrageluid (echografie).

Mogelijke behandelingen

De behandeling valt uiteen in een behandeling voor de schildklier en de ogen. De internist/endocrinoloog probeert de werking van de schildklier te normaliseren met medicijnen of radioactief jodium. Wanneer de schildklier te hard werkt en bovendien erg vergroot is, kan (een deel van) de schildklier operatief worden verwijderd.

De ziekte van Graves komt ook zonder behandeling in twee tot vier jaar tot rust. Dat wil zeggen dat de roodheid, het tranen en de pijn verdwijnen. Verschijnselen als uitpuiling van de ogen, ooglidzwelling en ernstig dubbelzien blijven zonder behandeling meestal bestaan. In lichte gevallen wordt volstaan met het adviseren van het frequent dragen van een zonnebril en het voorschrijven van oogdruppels, -gels of -zalven, die verzachtend werken maar het ziekteproces zelf niet beïnvloeden. In ernstiger gevallen vindt behandeling met medicijnen (prednison) of bestraling van de oogkassen plaats om de auto-immuun ontstekingsverschijnselen te remmen. Daarna kunnen de uitpuilende ogen dieper in de oogkassen worden gezet door oogkasverruimende operaties (orbitadecompressie), waarvoor verschillende operatietechnieken bestaan.

Het dubbelzien kan worden bestreden met een scheelzienoperatie, terwijl de grote oogopslag verkleind kan worden door chirurgische verlenging van de oogleden. De ooglidverdikking ten slotte kan gecorrigeerd worden door verwijdering van overtollig vet. Laatstgenoemde operaties hebben nauwelijks kans op complicaties. Wel kunnen deze ingrepen onvoldoende resultaat hebben, in dat geval kan de operatie herhaald worden.

De complicaties van de oogverruimende operatie zijn afhankelijk van de gevolgde techniek. Er kunnen onder of boven de ogen dove plekken van de huid ontstaan. Bestaand dubbelzien kan verergerd worden; niet zelden krijgt iemand na de operatie last van dubbelzien, terwijl daarvan voor de operatie in het geheel geen sprake was. In vrijwel alle gevallen is dat dubbelzien met een scheelzienoperatie of met prisma’s weer te corrigeren, dit is afhankelijk van de mate van dubbelzien en de oogstand. Wanneer de oogzenuw door de ziekte van Graves beklemt raakt, moet de patiënt opgenomen worden in het ziekenhuis en snel behandeld worden met grote doses prednison (intraveneus toegediend) of direct een oogkasverruimende ingreep ondergaan.

De totale ziekteduur kan vele jaren in beslag nemen. De kans dat daarna de oogziekte nog terugkomt is uitzonderlijk. De overproductie van schildklierhormoon verdwijnt in 50% van de gevallen na enkele jaren.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Afhankelijk van de klachten en de symptomen (deze zijn per persoon verschillend) wordt getracht de patiënt zo comfortabel mogelijk te laten kijken.
De oogziekte van Graves, die meestal voorkomt samen met de schildklierziekte van Graves, geeft verschijnselen die variëren van mild tot zeer ernstig. Bij de ernstige vormen is vaak langdurige behandeling noodzakelijk, bestaande uit medicijnen, bestraling en één of meer operaties. De totale behandeling kan zich dan uitstrekken over twee tot drie jaar.

Mogelijke complicaties

Bij oogspieroperatie
Complicaties die het zicht bedreigen, zijn bij oogspiercorrecties welbekend. Ze komen echter bijna nooit voor omdat de operatie alleen aan de buitenkant van de oogbol plaatsvindt. Er kunnen zich wel complicaties voordoen die minder ernstig zijn: allergische reacties op de gebruikte hechtmaterialen, hoornvliesproblemen en lichte infecties.
Deze zijn vervelend, maar met oogdruppels goed te behandelen.
Over- en ondercorrecties kunnen voorkomen en geven soms klachten van dubbelzien. Meestal verdwijnt dit spontaan. Eventuele andere operaties die nog noodzakelijk zijn, zoals bijvoorbeeld een oogkasverruimende operatie, worden uitgevoerd in een academisch ziekenhuis. Mocht daarna nog een ooglidcorrectie nodig zijn, zal dit per patiënt bekeken worden.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Voor patiënten met de ziekte Graves wordt binnen Oogcentrum Noordholland wanneer nodig alleen een oogspieroperatie uitgevoerd. De instructies hebben dan ook alleen betrekking op de oogspieroperatie.

Indien er een oogspieroperatie noodzakelijk is:
Nadat de opererende oogarts akkoord is gegaan met een scheelzienoperatie, zal de orthoptist met u een datum afspreken voor de ingreep. Hij/zij zal ook de gang van zaken verder met u doornemen. Voor patiënten die tevens onder behandeling zijn bij een andere specialist, moet toestemming voor narcose aan de betreffende specialist gevraagd worden. Voor de operatie gaat de patiënt naar het pre-operatieve spreekuur van de anesthesist.
U krijgt een recept voor ontstekingsremmende oogdruppels mee, die u na de operatie moet gebruiken, en er wordt een afspraak gemaakt voor de nacontrole bij de orthoptist en oogarts (ongeveer tien dagen na de operatie).

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Als u een oogspieroperatie heeft ondergaan mag u na de behandeling geen autorijden en is het noodzakelijk om begeleiding mee te nemen voor vervoer.

Instructies voor thuis na de behandeling

De oogarts doet direct na de operatie wat zalf in het geopereerde oog om een ontsteking te voorkomen. Er wordt geen verband op het geopereerde oog gedaan. Voor de patiënt is het soms wat eng om de ogen open te doen. De ogen kunnen rood en/of gezwollen zijn. De zwelling is na enkele dagen weg en de roodheid verdwijnt na enkele weken. Eén of meerdere oogspieren zijn tijdens de operatie los geweest en daarna weer aan de oogbol gehecht. De patiënt kan enigszins last hebben van de hechtingen; ze kunnen wat prikken. De hechtingen lossen vanzelf op en hoeven er dus niet uitgehaald te worden. De patiënt heeft over het algemeen weinig pijn aan de ogen. Zo nodig kunt u paracetamol gebruiken om de pijn te onderdrukken. Patiënten voelen zich meestal niet erg ziek van de narcose.

Zwemmen wordt afgeraden, douchen mag wel, waarbij moet worden voorkomen dat er water en zeep in de ogen loopt. Verder moet worden opgepast met zand en stof.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Herpes simplex is een virus dat infecties kan veroorzaken in de gevoelszenuwen naar de huid of slijmvliezen. Er zijn vele soorten herpes simplex virussen (HSV) maar de meest voorkomende zijn type I en II.

Type I  komt het meest voor en is verantwoordelijk voor de herpes simplex oogontsteking en de bekende koortslip.

Type II is een seksueel overdraagbare aandoening en veroorzaakt zelden een ontsteking in het bovenlichaam.

Oorzaken

Een groot deel van de bevolking is drager van het HSV type I (ongeveer 75%).  Het HSV “nestelt” zich in de gevoelszenuw van het aangezicht, meestal aan één kant van het gezicht.

In sommige omstandigheden kan het virus actief worden en een koortslip of oogontsteking veroorzaken. Provocerende factoren zijn onder andere verminderde weerstand, UV-licht, stress of menstruatie.

Symptomen

De ziekte ontstaat over het algemeen aan het oppervlak van het hoornvlies, soms in de diepere lagen van het hoornvlies. Het hoornvlies is het doorzichtige, voorste deel van het oog, waardoor het licht het oog binnenkomt. Omdat het HSV zich meestal in de gevoelszenuw van het aangezicht aan één kant van het gezicht bevindt, ontstaat de ontsteking daardoor ook aan één oog. Het oog wordt rood, is geïrriteerd en gevoelig voor licht. Daarbij kan de gezichtsscherpte ook verminderd zijn.

Mogelijke behandelingen

Allereerst wordt er een speciale oranje kleurstof in het oog gedaan. Met blauw licht wordt het oog bekeken: een eventuele herpesinfectie kleurt daardoor groen op. Kenmerkend voor een herpesinfectie is het takvormige uiterlijk (zie foto).

De behandeling hangt af van de uitgebreidheid van de ontsteking. Vaak wordt antivirale medicatie gebruikt in de vorm van druppels en/of oogzalf. Indien er troebelingen op het hoornvlies optreden als reactie op de ontsteking, kunnen corticosteroïddruppels (ontstekingsremmers) worden gebruikt om deze reactie van het lichaam af te remmen en het hoornvlies weer helder te krijgen. Bij ernstige ontstekingen of regelmatige terugkeer van de ontsteking kan de oogarts besluiten om tabletten met een antivirale werking voor te schrijven. Bij gebruik van deze tabletten wordt de infectie van binnenuit benaderd en neemt de kans op herhaling af.

De kans op een herhaling van een oogontsteking ten gevolge van het HSV is 10 % binnen het 1e jaar en 20-25% binnen 2e  jaar.

Wanneer er sprake is van ernstige littekenvorming en het gezichtsvermogen hierdoor aanzienlijk is verminderd, kan een hoornvliestransplantatie worden overwogen.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Of uw klachten volledig verdwijnen hangt af van de ernst en de diepte van de ontsteking. Indien er littekenvorming op het hoornvlies is ontstaan, zal het gezichtsvermogen waarschijnlijk niet volledig herstellen.

Mogelijke complicaties

Na het inbrengen van oogdruppels en/of de zalf kan het zicht tijdelijk verminderd zijn (zie bijsluiter in de verpakking).

Over het algemeen is er een kleine kans op bijwerkingen. Er bestaan echter ook medicijnen met een grotere kans op bijwerkingen. Lees daarom altijd goed de bijsluiter.

Bij het gebruik van oogdruppels kan de kans op lichamelijke (systemische) bijwerkingen aanzienlijk worden verminderd door het dichtdrukken van de traanbuis na het druppelen. Hierdoor vloeit er minder oogdruppelvloeistof af naar de neus- en keelholte, zodat er minder werkzame stof wordt ingeslikt. De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk groter bij hogere doseringen.

Wanneer er tijdens het gebruik van een medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een bijwerking, (2) een wisselwerking van dit medicijn met een ander medicijn, (3) overgevoeligheid of (4) een allergische reactie. Neemt u in dat geval contact met ons op.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Voor het aanbrengen van de druppels of zalf, dient u de handen te wassen en goed te drogen.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Indien de gezichtsscherpte voldoende is, kunt u zelf autorijden.

Het zien van diepte kan verminderd zijn.

Instructies voor thuis na de behandeling

Een ontsteking van uw oog ten gevolge van het herpes simplex virus is erg besmettelijk. Het is daarom aan te bevelen de handen goed te wassen na contact met het oog en handdoeken of zakdoeken éénmalig te gebruiken.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Een intravitreale injectie is een injectie waarbij een zeer geringe hoeveelheid geneesmiddel in het glasachtig lichaam van het oog wordt gespoten.

Ziekten waarbij intravitreale injecties worden toegepast

Intravitreale injecties worden onder andere toegepast bij bepaalde vormen van diabetische retinopathie (DRP), natte leeftijdsgebonden macula degeneratie, ontstekingsvocht onder het netvlies of bij een veneuze vaatafsluiting (zie voor meer informatie onze folders over de betreffende aandoeningen). Er kunnen ontstekingsremmers (corticosteroïden) of vaatgroeiremmers (anti-VEGF) worden ingespoten, afhankelijk van de aandoening.

Aantal injecties

De arts heeft met u besproken dat u behandeld kan worden met intravitreale injecties. In principe wordt in eerste instantie drie keer (één keer per maand) een injectie toegediend, waarna een controle plaatsvindt. Bij deze controle wordt de gezichtsscherpte gemeten en een scan van het netvlies gemaakt (een OCT, Optical Coherence Tomography); er wordt naar het effect van de behandeling gekeken. Om tot een stabiele situatie van de behandeling te komen moet u rekening houden met gemiddeld acht injecties in het eerste jaar. Na de eerste serie van drie injecties zal de oogarts samen met u besluiten om de behandeling voort te zetten, om nogmaals drie injecties te geven, elke maand dan wel met een langere periode ertussen. Na elke drie injecties volgt een controle en zal de verdere behandeling met u worden besproken.

De behandeling

De behandeling vindt plaats onder steriele omstandigheden op de operatiekamer, waarbij uw oog goed wordt verdoofd. Dit gebeurt door middel van verdovende oogdruppels.

Daarna wordt het oog ontsmet met een desinfecterende druppel. Het hoofd wordt afgedekt met een steriele doek. Door een venster in deze doek wordt een klemmetje tussen de oogleden geplaatst om het oog open te houden, waarna de injectie wordt toegediend in het oog. Na de eerste injectie neemt u weer plaats in de wachtkamer. In de meeste gevallen wordt alleen bij de eerste injectie de oogdruk na 15 minuten gemeten. Na iedere volgende behandeling mag u direct naar huis, tenzij de oogarts anders bepaald.

Een enkele keer krijgt u een zalfverband op uw oog.
Na de behandeling kunt u door het ingespoten geneesmiddel vlekken zien, deze verdwijnen binnen enkele dagen.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Bij diabetische retinopathie met maculaoedeem (vocht in het netvlies bij suikerziekte)
Bij deze aandoeningen zit er vocht in het netvlies, waardoor de gezichtsscherpte afneemt. Omdat de aandoening die het vocht veroorzaakt, de suikerziekte, blijft bestaan, kan het vocht steeds terugkeren. De behandeling is gericht op het verminderen van de  lekkage en het verbeteren van de gezichtsscherpte.

Bij natte macula degeneratie
Bij de behandeling van natte, leeftijdsgebonden macula degeneratie is het beste resultaat te verwachten wanneer in een vroeg stadium wordt gestart met de behandeling. Door de injectie stopt het nieuwe vat met lekken en groeien, waardoor verdere achteruitgang tegengegaan wordt. In de meeste gevallen kan een stabilisatie van de gezichtsscherpte bereikt worden, bij een klein deel van de patiënten treedt er zelfs verbetering van gezichtsscherpte op.

Bij veneuze vaatafsluiting
Het doel van de intravitreale injecties is om lekkage van vocht en bloed uit de vaten tegen te gaan. Hiermee proberen we achteruitgang van de gezichtsscherpte te voorkomen. Helaas lukt dit niet altijd. Blijft de lekkage ontstaan, dan zal uw gezichtsscherpte verder afnemen. Lukt het om met de injecties de lekkage te verminderen of te stoppen, dan is er een goede kans dat de gezichtsscherpte stabiliseert of mogelijk verbetert.

Mogelijke complicaties

Oogdrukverhoging
Kort na de injectie kan de oogdruk tijdelijk verhoogd zijn. Bij vaatgroeiremmers komt deze complicatie nauwelijks voor. Direct na de injectie wordt u hierop gecontroleerd.

Infectie (zeldzaam)
Indien het oog erg rood, pijnlijk en lichtschuw wordt, dient u zeer spoedig uw oogarts te raadplegen.

Netvliesloslating (zeldzaam)
Hierbij kunnen er lichtflitsen of donkere/wazige vlekken waargenomen worden.

Glasvochtbloeding (zeldzaam)
Hierbij kan snel vermindering van het zicht optreden met veel bewegende vlekken.

Staar
Vertroebeling van de ooglens waardoor het zicht verminderd.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Op de dag van de behandeling vragen wij u schone, makkelijk zittende kleding aan te trekken en geen make-up te dragen. Laat verder uw waardevolle spullen, zoals bijvoorbeeld sieraden, zoveel mogelijk thuis. Voor hetgeen u wel bij u hebt, zijn kluisjes aanwezig waarin het één en ander opgeborgen kan worden.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Op de dag dat u een intravitreale injectie krijgt, mag u zelf geen auto rijden.
U bent ongeveer een half uur tot een uur aanwezig in het Oogcentrum. Voor de begeleiding is er voldoende wachtruimte, thee of koffie en kranten en tijdschriften om de tijd door te brengen.

Instructies voor thuis na de behandeling

Na de behandeling hoeft u thuis niet te druppelen. In sommige gevallen blijft de oogdruk verhoogd en kan het zijn dat de oogarts u (kortdurend) oogdruppels en/of tabletten voorschrijft.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?
Bij een kleine verrichting wordt onder plaatselijk verdoving een stukje weefsel weggehaald.

 

Oorzaken
Uw oogarts heeft samen met u besloten dat er een stukje weefsel verwijderd moet worden. Een reden om weefsel te verwijderen kan zijn voor nader microscopisch onderzoek door een patholoog (diagnostisch). Een andere reden kan zijn om afwijkend weefsel volledig te verwijderen (therapeutisch). Soms zijn de grenzen van de afwijking niet goed zichtbaar. Het kan dus voorkomen dat de verrichting herhaald moet worden.

 

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling
Door middel van druppels vindt plaatselijke verdoving van het oog plaats. Bij deze verdovingsvorm wordt alleen het oppervlak van het oog verdoofd, waardoor het ongevoelig wordt voor scherpe pijn. Tijdens de handeling kunt u blijven zien en u kunt uw oog bewegen. Deze verdoving wordt o.a. toegepast om de knipperreflex te reduceren. Daarnaast krijgt u ook plaatselijke verdoving van het ooglid. Tijdens de medische handeling bent u wakker en aanspreekbaar. Uw zicht is mogelijk tijdelijk verminderd.

 

Mogelijke complicaties
De huid geneest vanzelf. Gedurende 2 tot 3 weken kunt u het gevoel hebben alsof er iets in uw oog zit en is uw oog rood. Het kan ook zijn dat de huid om het oog wat gezwollen en blauw is, dit is normaal en kan bij de ene persoon langer aanhouden dan bij de ander. Tegen de pijn of irritatie kunt u paracetamol innemen (3 maal daags 2 tabletten van 500mg bij een normaal lichaamsgewicht). Eventueel kunt u hieraan Naproxen of Ibuprofen (NSAID) toevoegen volgens de bijsluiter in overleg met uw apotheker en huisarts.
Ook kan er rood gekleurd traanvocht uit het oog komen. Dit is meestal onschuldig en stopt vanzelf. Indien u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, kan het nabloeden langer aanhouden. Bij toenemende pijn en roodheid dient u contact met ons op te nemen.

Blijft het oog en/of de huid daaromheen rood, gezwollen en pijnlijk dan vragen wij u contact met ons op te nemen. Dit kan duiden op een ontsteking. Een allergische reactie op de zalf kan voorkomen maar is zeldzaam.

 

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer
Direct na de verrichting kunt u naar huis. Houdt er rekening mee dat er mogelijk een verband aangelegd kan worden. Wij adviseren u niet zelf naar huis te rijden, met een verband om mist u een heel stuk van uw gezichtsvermogen en het diepte zien is weg, wat tot gevaarlijke situaties kan leiden niet alleen met autorijden maar ook op de fiets en te voet.

 

Instructies voor thuis na de behandeling
Kan variëren per verrichting en wordt met u besproken.

 

Wat is een laser?

Een laser is te beschouwen als een soort speciale lamp, die een heel dunne, felle en zuivere lichtstraal uitzendt. Via een microscoop kan deze lichtstraal gericht worden om in het oog een brandplekje te geven of weefsel te snijden. Er bestaan verschillende soorten lasers. Zij verschillen in kleur en sterkte van de lichtstraal. In de oogheelkunde worden vooral de Argonlaser en de YAG-laser gebruikt. Beide kennen verschillende toepassingen. De Excimer-laser (voor de behandeling van ‘brilafwijkingen’) blijft in deze folder buiten beschouwing.

Welke ziekten kunnen met laser worden behandeld?

  1. Scheurtjes in het netvlies.
    Gaatjes of scheurtjes in het netvlies kunnen leiden tot een netvliesloslating (ablatio retinae). Dit kan worden voorkomen door deze gaatjes of scheurtjes op hun onderlaag vast te “lassen” met een laser.
    De behandeling is soms wat gevoelig en duurt 10 tot 20 minuten
  2. Suikerziekte in het oog  Suikerziekte (diabetes mellitus) kan afwijkingen aan het netvlies geven (diabetische retinopathie). Met de laser is het mogelijk de beschadiging van het netvlies te vertragen of tot stilstand te brengen (niet te herstellen) en zo het gezichtsvermogen zo goed mogelijk te bewaren.
    De behandeling kan wat gevoelig zijn, vooral als grote delen van het netvlies gelaserd moet worden en duurt 10 tot 20 minuten. Wanneer ook de Macula gelaserd moet worden, kunt u na de behandeling vlekjes in uw gezichtsveld zien die blijvend zijn.
  3. Hoge oogdruk Hoge oogdruk kan leiden tot een toenemende, blijvende beschadiging van de oogzenuw (glaucoom). Dit veroorzaakt verkleining van het gezichtsveld en kan leiden tot blindheid. Bij het zogenaamde openkamerhoek glaucoom, kan met de laser de afvoer van het oog vergroot worden (Selectieve Laser Trabeculoplastie). Bij het zogenaamde gesloten kamerhoekglaucoom maakt men de afvoer van het oog vrij door met de laser een klein gaatje te maken in het regenboogvlies (Laseriridotomie).
    De behandeling duurt 10 tot 20 minuten en is vrijwel pijnloos.
  4. Nastaar Na een staaroperatie kan vertroebeling van het lenszakje van de oude lens ontstaan. De gezichtsscherpte vermindert dan weer. Men spreekt in zo’n situatie van nastaar. Met een laser kan een opening in het lenszakje “gesneden” worden.
    De behandeling duurt enkele minuten en is pijnloos.
  5. Andere aandoeningen Meerdere afwijkingen van het netvlies kunnen aanleiding zijn voor laserbehandeling, b.v. een afsluiting van een bloedvat in het netvlies. Dit om te voorkomen dat er zich nieuwe bloedvaten gaan vormen in het oog, en soms om vocht in de gele vlek (macula-oedeem) te doen verminderen.
  6. Hechtingen in het oog na een glaucoom operatie kunnen hechtingen met de laser pijnloos losgemaakt worden.

Hoe gaat een behandeling in zijn werk?

U hoeft thuis geen speciale voorbereidingen te treffen. Op de polikliniek wordt de pupil meestal met oogdruppels wijd gemaakt. Daarvoor moet u tenminste een half uur voor de behandeling aanwezig zijn. Het oog wordt verdoofd door een druppel. Bij de behandeling wordt een contactlens op het hoornvlies geplaatst en vastgehouden door de oogarts. De laserstralen worden door deze lens heen gericht op de afwijking die behandeld moet worden.

Direct na de behandeling ziet men vaak minder scherp door de lichtflitsen en de oogdruppels die men heeft gehad. Zelf autorijden is dus niet mogelijk! Begeleiding, ook wanneer men met het openbaar vervoer of met de taxi is gekomen, is aan te bevelen. In geval van pijn na de behandeling kan men een pijnstiller (bijvoorbeeld paracetamol) nemen en het oog sluiten. Wanneer de pijn langer dan 12 uur duurt, wordt u verzocht contact op te nemen met uw oogarts. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw eigen oogarts.

Deze tekst is mede tot stand gekomen door het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG)  www.oogheelkunde.org

Wat is het?

Een lui oog (amblyoop oog) is een oog waarbij het vermogen om te zien is achtergebleven tijdens de ontwikkeling in de vroege kinderjaren. Bij een lui oog is er geen aantoonbare pathologische oogafwijking aanwezig en de gezichtsscherpte is niet te corrigeren met de juiste brilsterkte. Wanneer een oog een goed gezichtsvermogen ontwikkelt, terwijl het andere oog dat niet doet, wordt het oog met de slechtere gezichtsscherpte het ‘luie oog‘ genoemd. Een lui oog kan alleen ontstaan in de periode dat het scherp zien nog in ontwikkeling is. Dit is ook de enige periode waarin een lui oog nog te behandelen is. Hoe eerder een lui oog ontdekt wordt, hoe eerder het behandeld kan worden en hoe groter de kans dat een maximale gezichtsscherpte behaald wordt.
Amblyopie / een lui oog ontstaat doordat het beeld dat in het oog binnenkomt onderdrukt wordt door de hersenen. De afwijking komt vrij vaak voor: bij 4 op de 100 kinderen. Een lui oog kan ontstaan in de baby-, peuter- en kinderleeftijd, echter niet na de basisschool leeftijd.

Oorzaken

Een amblyoop oog / lui oog kan veroorzaakt worden door verschillende factoren:

  • Scheelzien (strabismus)
    Bij scheelzien staan de ogen niet op het zelfde punt gericht. Het beeld van het afwijkende oog wordt door de hersenen uitgeschakeld om dubbelzien te voorkomen. Op den duur verleert het oog het kijken en wordt daarbij lui (amblyoop). Het kind kijkt steeds met het andere, goede oog.
  • Brilsterkte-afwijking
    Een amblyoop oog / lui oog kan ook ontstaan bij een sterkte-afwijking aan de ogen. Kinderen kijken dan vaak recht (er is geen scheel zien aanwezig), maar ontwikkelen toch een lui oog. Dit komt omdat het oog met de grootste sterkte-afwijking niet scherp ziet en zich niet goed kan ontwikkelen. Dit onscherpe beeld krijgt in de hersenen minder aandacht en wordt min of meer verdrongen. Op den duur kan hierdoor een lui oog ontstaan. Eze vorm van amblyopie is moeilijk te herkennen en komt alleen maar tot uiting bij een zorgvuldige gezichtsscherptedaling. In een enkel geval kan de amblyopie ook aan beide ogen ontstaan. Als er voor beide ogen een hoge sterkte nodig is krijgen beide ogen een matig beeld en kan er soms een dubbelzijdige amblyopie ontstaan.
  • Oogaandoeningen
    Bij bepaalde oogziekten kunnen de beelden niet goed het netvlies bereiken.
    Voorbeelden hiervan zijn een hangend ooglid (ptosis), een troebeling van het hoornvlies of de lens (zoals bij staar). In dit geval wordt door de troebeling geen scherp beeld gevormd en kan het oog zich niet goed ontwikkelen waardoor een lui oog kan ontstaan. Het meest onduidelijke of vervormde beeld wordt onderdrukt door de hersenen.
  • Combinatie van bovenstaande punten 
    Door een combinatie van bovenstaande oorzaken verdwijnt bij het oog met de afwijking de prikkel tot ontwikkelen van de gezichtsscherpte. Daarnaast kan bij het ontstaan van een lui oog ook een erfelijke aanleg een rol spelen.

Symptomen

Een lui oog wordt bijna altijd pas ontdekt wanneer de kinderen de visustest (test om per oog de gezichtsscherpte te bepalen) doen bij het consultatiebureau. Zij zullen dan door de arts van het consultatiebureau worden doorgestuurd naar een orthoptist.
Je kunt aan de buitenkant van het oog niet zien of een kind een lui oog heeft.

Mogelijke behandelingen

Wordt het luie oog veroorzaakt door een sterkte-afwijking of een organische afwijking, dan zal deze oorzaak eerst behandeld moeten worden. In geval van een sterkte-afwijking zal de orthoptist zonodig een bril voorschrijven. In het geval van een organische afwijking van het oog zal de oogarts adviseren in de mogelijkheden van behandeling. Hierna kan worden gestart met de behandeling van het luie oog. Zoals eerder beschreven is een lui oog een achterstand in de ontwikkeling van het zien. Deze achterstand moet ook weer ingehaald worden. Afplakken van het goede oog met een oogpleister is dan de meest efficiënte behandelwijze. Een goed alternatief voor het afplakken bestaat er niet, echter er is wel een minder goede behandeling zoals het indruppelen van het goede oog met pupilverwijdende druppels. Hierdoor ziet dat oog tijdelijk wazig en moet het luie oog gebruikt worden om te kunnen zien. Niet elke vorm van een lui oog is geschikt voor deze behandeling. Door de chemische effecten van deze behandeling heeft het gebruik van een pleister altijd de voorkeur.

Het afplakken van het goede oog heeft dus als doel de ontwikkeling van de gezichtsscherpte van het ‘luie oog’ weer te stimuleren. Het heeft geen invloed op de brilafwijking en het verbetert de oogstand ook niet.

Belangrijk is om zo snel mogelijk met de behandeling te starten. Na een bepaalde leeftijd is de gezichtsscherpte namelijk niet meer te verbeteren. Afhankelijk van de oorzaak is een amblyopiebehandeling zinvol tot ongeveer 9 jaar. Hoe jonger de leeftijd waarop de behandeling wordt gestart, des te sneller zal het zicht van het luie oog verbeteren en heb je de grootste kans op volledig herstel van het zicht.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Een vroegtijdig gestarte behandeling die trouw wordt uitgevoerd leidt tot de beste resultaten. Of een oog gedurende een aantal uren per dag of de hele dag moet worden afgeplakt, is onder meer afhankelijk van de leeftijd van het kind en de mate van het luie oog. Het is daarom belangrijk de instructies van de oogarts, optometrist of orthoptist nauwlettend te volgen.

Mogelijke complicaties

Er zijn geen complicaties te verwachten.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Geen.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Geen.

Instructies voor thuis na de behandeling

Geen.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Macula-degeneratie is een aandoening van het centrale gedeelte van het netvlies, de macula lutea, of gele vlek. Vaak wordt macula-degeneratie ‘slijtage’ van het netvlies genoemd. Zoals in een fototoestel de film de lichtgevoelige laag is, zo is het netvlies de lichtgevoelige laag achter in het oog.

pastedGraphic.pdf

Het centrale deel van netvlies (de macula) zorgt voor het waarnemen van kleine details, dit is noodzakelijk voor het lezen van bijvoorbeeld een boek en het herkennen van gezichten. Het overige deel van het netvlies zorgt voor het perifere zien. Het afsterven van de lichtgevoelige cellen wordt macula-degeneratie genoemd. Het scherpe zien verdwijnt en er blijft midden in het beeld een vlek achter. De rest van het netvlies blijft wel werken, zodat men zich globaal kan oriënteren, ook al mist men dan scherpte.

Leeftijdgebonden macula-degeneratie (LMD) 

Deze vorm komt verreweg het meeste voor. De leeftijdgebonden macula-degeneratie begint meestal na het vijftigste levensjaar. In de westerse wereld, dus ook in Nederland, is LMD de belangrijkste oorzaak van een blijvende achteruitgang van het gezichtsvermogen bij mensen boven de 65 jaar. Bij LMD zijn er twee belangrijke vormen te onderscheiden: de ‘droge’ LMD en de ‘natte’ LMD (zie onder ‘Symptomen).

Oorzaken

Leeftijd

Leeftijd is de belangrijkste risicofactor voor LMD. Ongeveer 30% van de mensen boven de 75 jaar heeft LMD.

Erfelijkheid 

Wanneer één of meer van uw bloedverwanten LMD heeft, heeft u een groter risico op het krijgen van LMD.

Roken 

Roken zorgt voor een vijfmaal grotere kans op LMD (bij meer dan een pakje sigaretten per dag).

Voeding 

Gezond eten (bijvoorbeeld groene groentes, weinig alcohol en weinig verzadigde vetzuren) verkleint de kans op LMD.

Geslacht 

Een vrouw van boven de 75 jaar heeft tweemaal zoveel kans op LMD als een man van dezelfde leeftijd.

Symptomen

Droge LMD 

Dit is een sluipend en zéér langzaam verlopend proces, waarbij het vele jaren kan duren voordat het zien achteruitgaat. Gewoonlijk zijn beide ogen min of meer gelijk aangedaan. Het is bij droge LMD belangrijk dat u in de gaten houdt of er vertekening, aan één of beide ogen, optreedt in de beelden van de omgeving (zoals een bocht in een raamkozijn of regel van een schrift). Dit kan wijzen op het ontstaan van de ernstigere ‘natte’ vorm.

 

pastedGraphic_1.pdf pastedGraphic_2.pdf

 

Natte LMD

Bij natte LMD verloopt het verlies van het gezichtsvermogen veel sneller. In enkele dagen tot weken gaat het gezichtsvermogen sterk achteruit. Dit uit zich door verminderd zien, een vlek in het midden van het beeld die altijd op dezelfde plek zit en/of vervormd beeld, met andere woorden rechte lijnen worden krom. Deze vorm van LMD wordt ook wel exsudatieve LMD genoemd. De natte LMD ontstaat als bloedvaatjes onder de macula gaan groeien, waarbij vocht en bloed in of onder het netvlies terechtkomt. Opvallend is dat het andere oog nog lange tijd goed kan blijven.

 

pastedGraphic_3.pdfpastedGraphic_4.pdf

 

Uiteindelijk leidt LMD tot een blinde vlek in het centrum van het gezichtsveld. De meeste mensen met LMD behouden een redelijk perifeer gezichtsvermogen. Volledige blindheid, dus echt niets meer kunnen zien, komt daarom nauwelijks voor bij LMD.

Mogelijke behandelingen

De behandeling van LMD is meestal alleen maar mogelijk in het vroege stadium van de ‘natte’ vorm van LMD. Behandeling van droge LMD is niet mogelijk.

Bij de natte LMD kunnen vaatgroeiremmende geneesmiddelen (anti-VEGF) toegediend worden door middel van een intravitreale injectie (zie de folder ‘Intravitreale injectie’) in het oog. Er is gebleken dat de injectie minimaal drie keer toegediend moet worden, vaak moet in het eerste jaar 6-12 maal gespoten worden.

Met een laserbehandeling of Photo Dynamische Therapie (PDT) kan slechts een klein deel van de patiënten behandeld worden en zelfs in die gevallen is niet te garanderen dat het effect gunstig blijft.

Wat kunt u doen om uw ogen te beschermen?

  • Draag een beschermende zonnebril wanneer u in aanraking komt met ultraviolette lichtbronnen (zon, zonnebank).
  • Eet veel fruit en donkere bladgroente (spinazie, groene kool, boerenkool).
  • Niet roken.
  • Beperk alcoholgebruik.

Voedingssupplementen

Uit de AREDS (-2) studie is gebleken dat een specifieke combinatie van voedingssupplementen (hoge doseringen vitaminen, mineralen en anti-oxidanten) effectief kan zijn om de verslechtering van maculadegeneratie te beperken. Het is alleen bewezen zinvol bij bestaande gevorderde droge maculadegeneratie, maar kan het ontstaan van maculadegeneratie niet voorkomen. Voedingssupplementen zijn niet werkzaam bij natte maculadegeneratie, maar worden wel geadviseerd om bij het andere oog (bij aanwezigheid van droge maculadegeneratie) de kans op verslechtering te verkleinen.

De huidige aanbevolen formule volgende de AREDS-2 studie bevat:  zink (25-80 mg als zinkoxide), koper (2 mg als koperoxide), vitamine E (400 IU), vitamine C (500 mg), luteïne (10 mg), zeaxanthine (2 mg).

Preventief innemen van voedingssupplementen wordt niet aangeraden, dit is niet bewezen zinvol. Ook niet voor mensen met geringe droge maculadegeneratie. Gezond eten (groene groenten, fruit en regelmatig vette vis) is natuurlijk wel van belang, hierin zitten de normaal benodigde vitaminen, mineralen en anti-oxidanten.

Overleg met uw oogarts of het gebruik van voedingssupplementen voor u aan te bevelen is.

Welke hulpmiddelen zijn er beschikbaar voor mensen met LMD?

Mensen met LMD kunnen bij lezen en televisiekijken gebruikmaken van hulpmiddelen voor slechtzienden, zoals vergrotingsapparaten, telescoopbrillen, grootletter- en gesproken boeken en aangepaste computers. Koninklijke Visio in Heerhugowaard, kan u helpen met deze vragen. Indien u hier behoefte aan heeft kunnen wij u naar hen doorverwijzen.

Ook is er een patiëntenvereniging voor mensen met maculadegeneratie. Voor meer informatie: www.maculavereniging.nl

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Omdat er voor de droge LMD geen behandeling mogelijk is, zal de gezichtsscherpte langzaam achteruitgaan.

Bij de behandeling van de natte LMD stopt het nieuwe vat door de injecties met lekken en groeien, waardoor verdere achteruitgang tegengegaan wordt. Hoewel bij een minderheid van de patiënten de gezichtsscherpte verbetert, kan toch in de meeste gevallen een stabilisatie van de visus bereikt worden.

Mogelijke complicaties

Bij behandeling door middel van intravitreale injecties, zie de folder ‘Intravitreale injecties’.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Bij behandeling door middel van intravitreale injecties, zie de folder ‘Intravitreale injecties’.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Bij behandeling door middel van intravitreale injecties, zie de folder ‘Intravitreale injecties’.

Instructies voor thuis na de behandeling

Bij behandeling door middel van intravitreale injecties, zie de folder ‘Intravitreale injecties’.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

 

Wat is het?

Het netvlies is de binnenbekleding van het oog. Het centrale deel van het netvlies wordt de macula genoemd. Met de macula kunnen we scherp zien c.q. details waarnemen en kleurenzien. Een macula pucker is een aandoening aan de macula, veroorzaakt door een membraan dat abnormaal vast zit aan de macula en dat krimpt. Hierdoor ontstaat plooiing van de macula. Puckering is de Engelse benaming voor plooiing of samentrekking. Beelden kunnen hierdoor vervormd of waziger worden waargenomen. Deze klachten kunnen langzaam verergeren.

Oorzaken

  • Meestal ontstaat een macula pucker zonder aantoonbare oorzaak;
  • Achterste glasvochtloslating: Achter de lens en voor het netvlies bevindt zich het glasvocht. Het glasvocht is een geleiachtige substantie, omgeven door een dun vlies (achterste glasvochtmembraan). Bij het ouder worden verandert het glasvocht van samenstelling, waardoor het glasvochtmembraan kan loskomen van het netvlies. Dit proces wordt een achterste glasvochtloslating genoemd. Men neemt aan dat in sommige situaties restanten van het glasvocht op het netvlies achterblijven en als het ware een litteken vormen.Bij een vitreomaculair tractiesyndroom treedt bovengenoemd proces van loslaten niet volledig op. Hierdoor kan het glasvocht trekken aan de macula met klachten van vervorming van beeld en daling van de gezichtsscherpte;
  • Soms ontstaat een macula pucker na een ongeval, operatie of ziekte van het oog.

Symptomen

Heel vaak wordt een macula pucker bij toeval ontdekt. Eventuele klachten zijn afhankelijk van de ernst van de macula pucker. Aangezien de macula het gebied is waarmee we scherp zien, kan een macula pucker een vermindering van het gezichtsvermogen geven. Ook kan het zijn dat beelden vertekend worden waargenomen (rechte lijnen lopen dan krom, bijvoorbeeld als u naar de tegels in de badkamer kijkt). Heel soms is er sprake van verkleining van het beeld van het aangedane oog (micropsie).

Mogelijke behandelingen

Een groot deel van de patiënten met een macula pucker hoeft niet te worden behandeld omdat er weinig tot geen klachten zijn. De kans is groot dat, nadat de diagnose is gesteld, de gezichtsscherpte stabiel blijft. Bij een klein deel neemt de macula pucker toe.
Het wel of niet behandelen van de macula pucker is afhankelijk van verschillende factoren. Uw behandelend oogarts zal dit met u bespreken. Redenen om een behandeling te adviseren kunnen zijn:

  • Een storend, vertekend beeld;
  • Afnemende gezichtsscherpte;
  • Het beeld van het oog met de macula pucker stoort als u met beide ogen kijkt.

De behandeling door middel van een operatie wordt een vitrectomie genoemd. Hierbij wordt eerst het glasvocht uit het oog verwijderd, vervolgens wordt het littekenweefsel/vliesje van het netvlies verwijderd.
Voor deze operatie zullen wij u verwijzen.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Het doel van de operatie is om de vertekening te verminderen en de gezichtsscherpte (zo mogelijk) te verbeteren. Het gezichtsvermogen wordt vrijwel nooit meer 100%. Het volledige herstel kan enige maanden in beslag nemen.

Mogelijke complicaties

Zoals bij elke operatie kunnen er complicaties optreden. Als u nog uw eigen ooglens heeft, ontstaat er meestal binnen een paar maanden tot enkele jaren staar. Hiervoor is een succesvolle behandeling mogelijk: een staaroperatie (zie de folder “Staar”).
Een ernstige complicatie kan een netvliesloslating zijn (zie de folder “Netliesloslating”) of een infectie van het oog.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Volg de instructies van uw behandelend oogarts.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Volg de instructies van uw behandelend oogarts.

Instructies voor thuis na de behandeling

Volg de instructies van uw behandelend oogarts.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is myopie? 

Myopie of bijziendheid is een brekingsfout (refractie) van het oog waarbij de persoon voorwerpen ver weg niet scherp kan zien, maar wel nabij gelegen voorwerpen. Vandaar ook de naam bijziendheid. Myopie is een refractieafwijking in het optische systeem van het oog. Een te lang oog of een te sterke ooglens leidt ertoe dat de afbeelding scherp wordt geprojecteerd vóór het netvlies. Met behulp van een negatieve (min) lens kan dit verholpen worden.

Myopie begint meestal in de leeftijd van 6 tot 12 jaar. In de tienerjaren wordt het geleidelijk meer naarmate het oog groeit en de ooglengte toeneemt. Het brandpunt van de lichtstralen zal dan steeds verder voor het netvlies komen te liggen. Wanneer de volwassen leeftijd (bij ± 25 jaar) bereikt wordt, blijft de refractieafwijking meestal stabiel.

Wanneer bij uw zoon of dochter een progressieve vorm van myopie wordt waargenomen. Tot voor kort waren hiervoor geen behandelmogelijkheden. Echter, recente studies hebben laten zien dat atropine oogdruppels een remmend effect hebben op de groei van het oog.

 

Erfelijke factoren 

Dat myopie erfelijk is weten we eigenlijk al jaren. Welke genen hiervoor precies verantwoordelijk voor zijn, wordt nu in wetenschappelijke studies onderzocht. De kans op myopie bij uw kind is hoger als u of de andere ouder ook myopie heeft.

 

Omgevingsfactoren

Naast erfelijkheid zijn er omgevingsfactoren bekend die de kans op myopie beïnvloeden. Lang achter elkaar lezen of dichtbij op een scherm kijken (meer dan 30 minuten) vergroot de kans op myopie. Daarnaast heeft uw kind ook meer kans op myopie als hij of zij het leeswerk binnen 30 centimeter van het oog houdt. Kortom, zit uw kind letterlijk met zijn of haar neus in de boeken dan is er meer kans op myopie. Deze twee risicofactoren zijn te voorkomen door een pauze van 5 minuten in te lassen na 30 minuten lezen en te zorgen dat uw kind het boek niet te dichtbij houdt. Naast de risicofactoren is er ook een beschermingsfactor: buiten spelen. Uit bevolkingsonderzoeken is gebleken dat kinderen die veel buiten zijn (>3 uur per dag) minder myopie hebben. Veel buiten spelen en sporten is dus raadzaam als uw kind in de risicogroep voor myopie zit, het advies is 15 uur per week.

 

Lifestyle Advies:

  • Na 30 minuten dichtbijwerk (op minimaal 30 cm afstand) 5 minuten pauze houden
  • 2 uur overdag naar buiten, in het weekend een uur extra

 

Risico’s van hoge myopie

Bij de meeste mensen gaat myopie gepaard met een te lang oog. Een gemiddeld oog zonder brilsterkte is 23 millimeter lang, een bijziend oog is langer en de lengte kan wel tot meer dan 30 millimeter oplopen. Een ooglengte boven de 26 millimeter of een brilsterkte van -6 dioptrie of hoger noemen we hoge myopie. Vooral hoge myopie kan leiden tot verdunning van het netvlies. Tot het 40ste jaar merkt men daar niets van, na het 40ste jaar kunnen er echter problemen optreden. Er kunnen slijtageplekken van de gele vlek van het netvlies ontstaan, een bloeding (myope maculadegeneratie) of het netvlies kan loslaten. Bij hoge myopie is er ook een grotere kans op cataract (staar) en glaucoom (verlies van zenuwvezels bij de oogzenuw). De risico’s op deze aandoeningen nemen fors toe met iedere toename van de brilsterkte boven de -6 dioptrie en zij kunnen tot ernstige en blijvende slechtziendheid leiden. Deze risico’s nemen niet af na refractiecorrectie door middel van laser of een implantlens.

 

Correctie van de brilsterkte

De optische correctie van de myopie bestaat in de eerste plaats uit een bril. Bij oudere kinderen kunnen daarnaast ook contactlenzen worden voorgeschreven. De negatieve correctie van de bril of de contactlenzen zorgt ervoor dat het beeld weer scherp op het netvlies wordt afgebeeld. De orthoptist of de oogarts kan met behulp van een druppelonderzoek de brilsterkte exact bepalen. Zolang uw kind in de groei is zal dit regelmatig worden gedaan. De snelheid van toename van de brilsterkte verschilt sterk van kind tot kind, maar aanpassing van de bril of contactlenzen zal van tijd tot tijd nodig zijn om scherp te kunnen blijven zien.

 

Behandeling van de toename van de myopie

Om de toenemende lengte van het oog bij het kind te remmen zijn er verschillende methoden. Er zijn medicamenteuze (met medicijnen) behandelingen en niet-medicamenteuze (zonder medicijnen) behandelingen.

 

Medicamenteuze behandeling met Atropine oogdruppels

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat Atropine de meest effectieve methode is om de toenemende myopie te remmen. Atropine 0.5% en 1% zijn (in het eerste jaar van behandeling) is het meest effectief. Lagere concentraties (0.01% – 0.25%) zijn na 2 jaar bijna even effectief, waarbij er minder bijwerkingen te verwachten zijn.

 

Wat zijn de bijwerkingen van Atropine?

Atropine is een alkaloïde die van nature voor komt in bepaalde plantensoorten (Atropa belladonna). Een van de werkingen van Atropine is pupilverwijding en ontspanning van de inwendige scherp-stel (accommodatie) spieren van het oog.

Bij lage concentraties (b.v. 0.01%) zijn de bijwerkingen van pupilverwijding, verlies van accommodatie en leesproblemen minimaal en meestal niet storend. Bij hoge concentraties (b.v. 0.5%) kunnen kinderen die voor het eerst Atropine druppelen vaak de eerste dagen klagen over lichtgevoeligheid. Wij raden aan uw kind bij zonnig weer een goede zonnebril of pet te laten dragen. U kunt er ook voor kiezen om meekleurende glazen voor uw kind aan te schaffen. Door de ontspanning van de scherpstelspieren kunnen ze niet meer scherpstellen bij nabijwerk. De leesklachten die hierdoor ontstaan zijn vaak op te lossen door de vertebril af te zetten bij leeswerk. Soms moet er een leesbril of multifocale bril worden voorgeschreven; dit wordt na een maand na de start van de behandeling bepaald. Algemeen lichamelijke bijwerkingen komen bij minder dan 1% van de behandelde kinderen voor en kunnen bestaan uit rode ogen, koorts, huiduitslag, snelle hartslag, droge mond en gedragsstoornissen. Als een van deze bijwerkingen zich voordoet moet de behandeling worden gestopt.

 

Is Atropine gevaarlijk?

Atropine is een giftige stof indien je het in hoge dosis met de mond inneemt. Je mag het daarom niet opdrinken. Atropine als oogdruppel wordt echter al eeuwen lang gebruikt. In verschillende grote studies waarbij Atropine als oogdruppel langdurig gebruikt werd, werden geen ernstige gevolgen gezien. Ook werden in deze studies geen lichamelijke bijwerkingen waargenomen. Atropine als oogdruppel kan daarom veilig worden gebruikt voor de behandeling van toenemende myopie.

Strikte controle dient plaats te vinden door een oogarts. Voor patiënten met een kans op overgevoeligheid voor Atropine, zoals kinderen met het syndroom van Down, wordt gebruik afgeraden.

 

De behandeling van mijn kind met Atropine

Indien bij uw kind door de orthoptist of de oogarts toenemende myopie is vastgesteld zal mogelijk geadviseerd worden om te starten met Atropine oogdruppels. Eerst zal de brilsterkte met oogdruppels en de lengte van het oog bepaald worden.

Indien gestart wordt met Atropine, dient u elke dag in beide ogen voor het slapen te gaan druppelen. Soms heeft een kind alleen myopie aan een oog en in dat geval hoeft er maar in 1 oog gedruppeld te worden. De Atropine druppel wordt door uw oogarts voorgeschreven.

Afhankelijk van de leeftijd van uw kind en de mate van myopie (-toename) wordt de startdosering bepaald. Dit zal in veel gevallen in eerste instantie een lage concentratie zijn (0.01%). In sommige gevallen kan overwogen worden meteen met een hoge concentratie (0.5%) te starten, of als de lage concentratie onvoldoende werkt kan hierop worden overgestapt.

Atropine is pas na twee weken volledig uitgewerkt. Als u stopt met de behandeling zijn de pupillen daarom nog 2 weken groter dan normaal. Scherp stellen is echter al een dag na het stoppen van de behandeling normaal. Om deze reden is het belangrijk om de behandeling niet een dag over te slaan. Zoals boven al aangegeven, zal de orthoptist of oogarts 4 weken na het starten van de behandeling beoordelen of uw kind nog een leesbril of multifocale bril nodig heeft. Hoe lang de behandeling met Atropine moet worden voortgezet hangt af van de leeftijd en de brilsterkte. Per bezoek zal worden bepaald of er moet worden doorgegaan met de behandeling. Mocht uw kind ondanks de behandeling toch een snelle toename van de brilsterkte krijgen dan kan worden besloten naar een hogere concentratie te gaan. Mocht uw kind niet wennen aan de hoge concentratie Atropine dan kan worden besloten tot een lagere concentratie of een lagere druppelfrequentie. Tevens kan besloten worden tot een niet medicamenteuze behandeling van de myopie.

 

Instructies voor thuis:

Druppel dagelijks beide ogen, voor dat uw kind gaat slapen. (’s Avonds)

Bij veel hinder van het zonlicht eventueel een zonnebril dragen of meekleurende glazen in de bril. Neem zo nodig contact op met de orthoptist.

Bij leesklachten: eventueel leesbril noodzakelijk. Neem dan contact op met de orthoptist.

Indien er andere bijwerkingen van de druppels optreden, neemt u dan contact op met de huisarts.

 

Niet medicamenteuze behandeling

Wetenschappelijk onderzoek heeft laten zien dat multifocale of bifocale brillen een remmend effect kunnen hebben op de groei van het oog. Harde, vormvaste contactlenzen hebben een soortgelijk voordeel. Het effect van de niet-medicamenteuze behandeling is minder sterk dan een behandeling met Atropine. Tevens zijn er risico’s bij het dragen van contactlenzen.

 

Vraag en Antwoord

 

Hoe kom ik aan de Atropine?

Via de oogarts krijgt u een recept voor Atropine.

Is Atropine gevaarlijk?

Atropine is een giftige stof bij oraal gebruik en mag daarom oraal niet worden ingenomen en doorgeslikt.

Geeft Atropine blijvend letsel aan de ogen?

Langdurig gebruik van Atropine is in verschillende grote studies onderzocht. Er werden geen ernstige bijwerkingen geregistreerd.

Hoe lang moet mijn kind Atropine blijven gebruiken?

De orthoptist en oogarts zullen per keer een advies uitbrengen over het voortzetten van de behandeling. De gemiddelde behandelduur is 2-5 jaar.

 

Afspraak maken

Als u denkt dat uw kind in aanmerking komt voor myopiebehandeling, dan kunt u een afspraak maken bij de orthoptist in het Oogcentrum. (telefoon: 088-9191800).

Raadpleeg uw polisvoorwaarden bij uw zorgverzekeraar. Wij bieden u ruim de tijd om het bedrag eerst bij uw zorgverzekeraar te declareren en te ontvangen, voordat u het bedrag aan ons moet betalen.

 

Als u besluit zich te laten behandelen

Het is mogelijk dat de arts u bedenktijd heeft gegeven om tot een besluit te komen of u zich laat behandelen en/of welke behandeling u wenst te ondergaan. Als u besluit zich te laten behandelen, vernemen wij dat graag van u. U kunt dan telefonisch contact opnemen met onze medewerkers om een afspraak te maken.

Wat is het?

Binnenkort ondergaat u in het Oogcentrum Noordholland een operatieve ingreep waarvoor algehele anesthesie (narcose) nodig is. U heeft op de polikliniek Anesthesie een gesprek gehad met een van de anesthesiologen. Dit hoeft niet dezelfde anesthesioloog te zijn die u de anesthesie zal geven. In deze folder zetten we de informatie nog even op een rijtje.

Anesthesie is de verzamelnaam voor alle soorten verdoving en betekent letterlijk gevoelloosheid. De anesthesioloog is de medisch specialist die de verdoving en alles wat daarmee samenhangt verzorgt. Dankzij de anesthesie voelt u geen pijn tijdens de operatie. Anesthesie is echter veel meer dan alleen de verdoving. De anesthesioloog bewaakt en corrigeert alle belangrijke lichaamsfuncties, zoals de ademhaling en de bloedsomloop, tijdens en direct na de operatie. Tijdens de gehele operatie wordt u nauwgezet gecontroleerd door de anesthesioloog en zijn assistent.

Oorzaken

U moet onder narcose omdat de operatie die u ondergaat niet onder lokale anesthesie uitgevoerd kan worden. In enkele gevallen gaat u onder narcose omdat dat uw specifieke wens is bij een operatie die normaliter wel onder lokale anesthesie gedaan kan worden.

De behandeling

De narcose
U wordt onder algehele anesthesie geopereerd. U krijgt via een infuus anesthesiemiddelen ingespoten, waardoor u snel in een diepe slaap (narcose) valt. Tijdens de gehele operatie wordt continue een slaapmiddel en een pijnstillend middel toegediend. Deze middelen werken snel en kort, zodat u weer vlug wakker bent zodra de operatie klaar is. Uw conditie wordt continue gecontroleerd door de anesthesioloog en de anesthesie-assistent met behulp van speciale apparatuur. Zo kunnen zij als het nodig is meer of minder anesthesiemiddelen toedienen en/of bepaalde lichaamsfuncties tijdelijk overnemen. Vaak zal er een buisje in de mond of luchtpijp ingebracht worden om de ademhaling over te kunnen nemen. Aan het einde van de anesthesie, terwijl u nog slaperig bent, wordt dit weer verwijderd.

Voor de operatie
Als u aan de beurt bent komt u op de operatieafdeling in de ontvangstruimte op een brancard te liggen. U krijgt operatiekleding aan (zorg zelf voor makkelijk zittende kleding!), wordt dan aan de hartmonitor aangesloten en er zal een infuus ingebracht worden. U wordt door de anesthesiemedewerker opgehaald en naar de operatiekamer gebracht.

Na de operatie
Direct na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. De anesthesie-assistent houdt voortdurend uw toestand in de gaten. Als u hier aankomt heeft u meestal nog een infuus in. Als u pijn heeft, krijgt u hier pijn stillende medicijnen toegediend. Zo ook als u misselijk bent. Uw familie wordt er dan van op de hoogte gebracht, dat uw operatie klaar is. U blijft enige tijd in de uitslaapkamer voordat u weer naar huis mag

Mogelijke complicaties

Na het ontwaken kunt u last hebben van keelpijn, spierpijn of pijnlijke gewrichten. Dit komt doordat u tijdens de gehele operatie steeds in dezelfde houding heeft gelegen. Een enkele keer kunt u misselijk zijn van de narcose. De anesthesiemiddelen die tegenwoordig gebruikt worden zijn erg snel uitgewerkt en hebben het lichaam binnen één dag vrijwel geheel verlaten. Uw lichaam heeft echter nog enkele dagen tot weken nodig om volledig van de operatie te herstellen.
Door de algehele anesthesie kunnen complicaties ontstaan. Zo kunnen allergische reacties op de medicijnen optreden. Daarnaast kan uw gebit beschadigd raken door het inbrengen van het kunststofbuisje in uw keel. Dit geldt met name wanneer uw gebit in minder goede staat is.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Om de anesthesie zo goed en zo veilig mogelijk te laten verlopen is het belangrijk dat u zich goed voorbereidt.

Nuchter zijn
Nuchter zijn betekent niet eten, niet drinken, geen kauwgom eten en niet roken. Het is noodzakelijk dat u tijdens de narcose een lege maag heeft. Zo kan worden voorkomen dat u tijdens de ingreep gaat braken, waarbij voedsel in de longen kan komen. Dit kan namelijk een levensbedreigende longontsteking veroorzaken. Een operatie zonder spoedindicatie wordt uitgesteld als blijkt dat u niet nuchter bent!

Vanaf wanneer nuchter?
Operatie ‘s ochtends (vóór 12.00 uur): vanaf middernacht vóór de operatie niet meer eten, drinken, kauwgom en roken.
Operatie ’s middags (ná 12.00 uur): na 8.00 uur ‘s morgens niet meer eten en drinken nadat u een licht ontbijt heeft gebruikt (een kopje thee zonder melk en een beschuitje met een beetje jam). Roken en kauwgom mag u nu niet meer vanaf ‘s nachts 24.00 uur.

Medicatie
U kunt uw medicatie gewoon blijven innemen op het voor u gebruikelijke tijdstip. In uitzonderlijke situaties moet bepaalde medicatie gestaakt worden. Er wordt dan persoonlijk contact met u opgenomen.

Niet roken, geen kauwgom
Roken zorgt ervoor dat er meer maagzuur wordt geproduceerd. Daarom mag u voor een narcose niet meer roken vanaf middernacht voor de operatie. Om dezelfde reden mag u vanaf 24:00 uur geen kauwgom meer kauwen of zuurtjes innemen.

Geen sieraden, nagellak e.d.
U wordt verzocht geen sierraden, nagellak, kunstnagels, piercings, make-up en contactlenzen te dragen. Smeer uw gezicht en uw handen niet in met vette crème. Kunstgebit, bril en gehoorapparaat hoeven niet verwijderd te worden. Neemt u echter wel een eventuele brillenkoker of gebittenbakje, voorzien van uw naam, mee naar de operatiekamer.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Na de narcose mag de patiënt niet deelnemen aan het verkeer. Hij of zij moet dus na de behandeling onder begeleiding naar huis gebracht worden.

Instructies voor thuis na de behandeling

Alhoewel de medicijnen die gebruikt worden bij een narcose snel het lichaam weer verlaten, kunt u de eerste 24 uur wat verward of moe zijn. Houdt u daarom de eerste 24 uur rust en zorg dat er iemand in de buurt is. Neem 24 uur niet deel aan het verkeer en ga niet aan het werk. Afhankelijk van hoe u zich voelt kunt vrij snel weer gewoon eten of drinken. Als u pijn ervaart, kunt u paracetamol innemen. Deze is verkrijgbaar bij de drogist of apotheek.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Folder voor de ouders van minderjarige kinderen die een behandeling ondergaan onder narcose in Oogcentrum Noordholland

Onder ouders verstaan wij ook verzorger(s), pleeg- of adoptieouder(s) of voogd (wettelijke vertegenwoordigers)

Inhoud

Inleiding

Toestemming voor operatie

Preoperatief onderzoek

Medicijnen

Nuchter

Roken

Alcohol en drugs

Contactlenzen en bril

Sieraden, piercing, make-up, nagellak en kleding

De operatie dag

Na de operatie

Pijnstilling

Vragen en/of klachten

Veiligheid

Bereikbaarheid

Inleiding

Uw kind krijgt binnenkort een operatie onder narcose in Oogcentrum Noordholland. Deze folder is bedoeld om u te informeren wat er gaat gebeuren. Voor uw kind hebben wij een eigen folder gemaakt, deze vindt u onder deze folder.

Goede voorbereidingen zijn belangrijk. Als uw kind weet wat er gaat gebeuren, zal het de operatie beter kunnen verwerken. Goede voorbereiding begint met eerlijke voorlichting aan uw kind. Misschien vertelt u uw kind liever niet dat het bijvoorbeeld pijn kan voelen na een operatie. Maar de ervaring leert dat kinderen een ingreep beter verwerken als ze vooraf eerlijk zijn voorgelicht. Het is daarom belangrijk dat u uw kind uitlegt wat er gaat gebeuren.

Wij adviseren om de folder eerst zelf te lezen voordat uw kind deze kan lezen, zodat u goed weet wat er gaat gebeuren. Als er vragen zijn na het lezen van de folder kunt u ons die altijd stellen. Bel of mail ons gerust!

U kunt wijzigingen of aanvullingen op deze informatie doorgeven per mail info@oogcentrumnoordholland.nl  of telefonisch 088-9191800 op kantoordagen van 08.00-17.00 uur.

Toestemming voor operatie

Op grond van de wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) moet de patiënt toestemming geven voor de operatie (onder narcose). Toestemming voor een behandeling bij minderjarige patiënten is in de WGBO als volgt geregeld:

  • minderjarige patiënt tot 12 jaar
    Aan u en uw kind wordt verteld wat er aan de hand is en wat er aan kan worden gedaan. Ouders* geven toestemming voor de behandeling. Uw kind wordt zo veel mogelijk betrokken bij de beslissing.
  • minderjarige patiënt van 12 tot 16 jaar
    Aan u en uw kind wordt verteld wat er aan de hand is en wat er aan kan worden gedaan. Zowel kind als ouders* geven toestemming voor de behandeling.
  • minderjarige patiënt van 16 en 17 jaar
    Vanaf 16 jaar heeft alleen uw kind recht op informatie en beslist uw kind of hij/zij de behandeling wilt. Natuurlijk mag uw kind u altijd betrekken en om uw mening vragen als hij/zij dat wilt. Voor de toestemming van de behandeling en het geven van de narcose wordt aan de ouder(s)* en de minderjarige patiënt vanaf 12 jaar gevraagd een informed consent te tekenen, dit formulier wordt in het dossier vastgelegd.

Preoperatief onderzoek

Voordat de operatie plaatsvindt, gaat u samen met uw kind naar het spreekuur van de anesthesist. Dit is de dokter die uw kind in slaap brengt voor de operatie.
Tijdens dit bezoek wordt u kind onderzocht, uitleg gegeven over de narcose en kunt u vragen stellen. Tussen het tijdstip dat uw kind gezien is door de anesthesist en de operatie kan het zijn dat er iets veranderd is in de gezondheidstoestand van uw kind. Het is belangrijk dat u contact opneemt met het Oogcentrum indien:

  • Uw kind (andere) medicijnen gebruikt.
  • Uw kind wordt behandeld door een andere medisch specialist.
  • Uw kind heeft koorts van 38°C of hoger of een ernstige verkoudheid op de operatiedag.
  • Kortgeleden een vaccinatie heeft gehad.
  • Een kinderziekte heeft gehad of in contact is geweest met iemand die lijdt aan een kinderziekte.
  • Als uw dochter zwanger is of denkt te zijn.

Medicijnen

Als uw kind medicijnen gebruikt zal de anesthesist aangeven wat wel of niet ingenomen mag worden voor de operatie.
Als uw dochter de anticonceptiepil gebruikt, kan zij deze gewoon blijven in nemen. Echter is zij na de operatie de rest van de cyclus niet meer volledig beschermd tegen een zwangerschap.

Nuchter

Voor de operatie moet uw kind nuchter zijn. Afhankelijk van de leeftijd en het tijdstip dat uw kind wordt geopereerd krijgt u instructies mee vanaf wanneer uw kind nuchter moet zijn. Het is belangrijk dat uw kind zich hier goed aan houdt en niet stiekem iets eet of drinkt, omdat anders uw kind zich kan verslikken. Als er maaginhoud in de luchtwegen komt kan dit grote gevolgen hebben. Tijdens het gesprek met de anesthesist krijgen u en uw kind informatie hierover.

Roken

Het is belangrijk dat uw kind niet rookt voor de operatie, het liefst minimaal 4 weken voor de operatie. Als dit niet lukt adviseren wij 24 uur voor de operatie niet te roken. Dit is belangrijk voor een goede wondgenezing.

Alcohol en drugs

Voor de veiligheid van uw kind is het belangrijk dat uw kind geen drugs en alcohol gebruikt op de dag vóór en de dag van de operatie. Het gebruik van alcohol vergroot de kans op het krijgen van infecties.

Contactlenzen en bril

Als uw kind contactlenzen draagt, mogen deze niet in tijdens de operatie. De bril mag gewoon op tot vlak voor de operatie.

Sieraden, piercing, make-up, nagellak en kleding

Tijdens de operatie mogen geen sieraden of ringen om, het is beter om deze thuis te laten. Dit geldt ook voor de ouder (wettelijke vertegenwoordiger) die het kind begeleid.
Een piercing moet eruit als deze in het gezicht (mond, neus en oren) zit of als deze ontstoken is.
Ook is het dragen van make-up en nagellak aan de vingers niet toegestaan. Gel- of kunstnagels mogen in principe blijven zitten. Alleen als de gel- of kunstnagel blauw van kleur is, moet deze van 1 vinger worden verwijderd.
Om te voorkomen dat de pleisters of stickers loslaten is het gebruik van gezichtscrème of bodylotion niet gewenst.
Daarnaast vragen wij om de ochtend van de operatie uw kind laten te douchen (inclusief haren wassen) en daarna loszittende en makkelijke kleding te trekken. De kleding blijft tijdens de operatie gewoon aan. Omdat er wel een aantal plakkers op de borstkas geplakt gaan worden, is een shirt met knopen of een rits aan de voorzijde aan te bevelen.

De operatie dag
U meldt zich bij de balie op de 2e verdieping. Op deze verdieping is ook de wachtruimte voor de operatieafdeling. Wanneer u en uw kind binnengeroepen worden krijgen jullie een muts en slofjes aan.
Een medewerker van de operatieafdeling bereidt uw kind voor op de operatie. Op de plek waar het infuus komt plakken we een speciale pleister met verdovende crème. Door het infuus wordt het slaapmiddel gegeven voor de narcose. U wacht vervolgens samen met uw kind tot u aan de beurt bent.

Op de operatiekamer worden een paar meetapparaten bevestigd op de vinger en de borstkas, om de gezondheid tijdens de operatie te kunnen controleren.
Eén van de ouders mag bij het kind blijven totdat uw kind onder narcose is. Is uw kind 16 jaar of ouder, dan geldt de regel dat de ouder alleen meegaat als uw kind dat wilt.

Nadat uw kind onder narcose gebracht is, kunt u op de afdeling wachten tot de operatie klaar is. Zodra uw kind ontwaakt uit de narcose, wordt u gebeld en mag u weer bij uw kind zijn.

Na de operatie

Wanneer uw kind weer wakker wordt kan het geopereerde oog er rood uitzien. Na de operatie geven we wat zalf in het oog ter voorkoming van infecties. Door deze zalf kan het zicht wat wazig zijn, dit is normaal.
Als uw kind weer goed wakker is, mag hij/zij wat drinken en daarna naar huis.
Na een operatie onder narcose komt misselijkheid en braken soms voor. De anesthesist houdt hier rekening mee tijdens de narcose, maar het is niet altijd te voorkomen.

Pijnstilling

Het is aan te raden thuis pijnstillers, zoals paracetamol tabletten of zetpillen, op voorraad te hebben. Uiteraard in de juiste dosering, geschikt voor uw kind.

Vragen en/of klachten

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, physician assistent, optometrist of orthoptist.

Op onze website vindt u meer informatie over de behandelingen die wij uitvoeren, maar ook informatie over onze medewerkers en ons privacyreglement. Voor vragen en/of klachten kunt u altijd telefonisch, per e-mail of via het contactformulier op onze website contact met ons opnemen. Onze medewerkers staan voor u klaar en geven deskundig antwoord op al uw vragen.

Een onafhankelijke klachtenfunctionaris bemiddelt bij onvrede of klachten.

Mocht u niet tevreden zijn met de manier waarop wij uw klacht hebben behandeld, dan heeft u de mogelijkheid om uw klacht in tweede instantie aan een onafhankelijke geschillencommissie voor te leggen. Het Oogcentrum is aangesloten bij de geschillencommissie van Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN). Meer informatie over deze geschillencommissie kunt u vinden op: zkn.nl/consumenten/over-zkn/geschillencommissie.

Veiligheid

Een veilig verblijf voor iedereen in het Oogcentrum is voor ons een topprioriteit. Om uw veiligheid te waarborgen vragen wij u de instructies van de medewerkers van het Oogcentrum nauwgezet op te volgen. Onze medewerkers kennen de risico’s.

Heeft u zich tijdens uw verblijf in het Oogcentrum op enig moment onveilig gevoeld of bent u een situatie tegengekomen die voor u of anderen in het Oogcentrum gevaarlijk kan zijn? U helpt ons door dat aan ons te melden. U kunt dat ter plekke melden aan iedere medewerker van het Oogcentrum of achteraf telefonisch, per brief of per e-mail. Wij bespreken alle meldingen en nemen de mogelijke maatregelen om gevaarlijke situaties op te lossen.

Oogcentrum Noordholland beschikt over de “Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld”. Dit betekent dat een medewerker van Oogcentrum Noordholland bij het signaleren van dergelijke signalen volgens een vastgesteld stappenplan te werk gaat en mogelijk hulp biedt aan het slachtoffer of een melding doet bij “Veilig Thuis”.

 

 

DE OPERATIEDAG  – informatie voor de minderjarige

De orthoptist en/of de oogarts heeft jou onderzocht en samen met jou besloten om een

operatie aan het oog te gaan doen.

Voordat er geopereerd gaat worden, wil de slaapdokter ook wel anesthesist genaamd,

jou ook nog een keer controleren voor de operatie.

Tijdens de operatie zorgt de slaapdokter ervoor dat jij slaapt en niks van de operatie meekrijgt.

Lees de hele folder goed door en bespreek dit met je ouder(s), dan ben je goed voorbereid op de operatie die komen gaat.

Eten en drinken

Het is belangrijk om voor de operatie niets meer te eten en te drinken. Anders kan de operatie niet doorgaan.

De slaapdokter vertelt jou hoeveel tijd van te voren je niet meer mag eten en drinken.

Lichamelijke verzorging

Neem de ochtend van de operatiedag maar een lekkere douche en graag ook je haren wassen. Het is beter om geen crème op je gezicht te doen.

Trek gemakkelijke loszittende kleding aan.

Je nagels moeten schoon zijn, dat wil zeggen dat ook je nagellak eraf gehaald moet worden. Gel of acryl nagels mogen wel blijven zitten, alleen bij de kleur blauw moet deze van 1 vinger verwijderd worden.

De dag van de operatie

Op de dag van de operatie vragen wij:

  • Je horloge en sieraden thuis te laten, piercing(s) in je gezicht moeten uit.
  • De bril gewoon te dragen en je lenzen thuis te laten.
  • Wat mee te nemen voor afleiding, zoals een boek, tijdschrift, tablet of smartphone, je knuffel.
  • Een knuffel of iets anders wat belangrijk voor je is mee te nemen.

Op de afgesproken tijd mag jij je in het Oogcentrum melden op de 2e verdieping samen met je vader en/of moeder.

Er mag daarna maar één persoon met je mee naar de operatie kamer.

Bespreek van te voren thuis wie jij graag mee wilt naar de operatie kamer.

De operatiekamer

Samen met je vader of moeder ga je naar de operatiekamer van het Oogcentrum.

Hier begint de voorbereiding op de operatie. Alle medewerkers zijn gekleed in een blauw operatie uniform en we geven jou ook passende kleding:

  • Operatie muts
  • Overschoenen
  • Je krijgt een soort knijper op je vinger
  • Speciale plakkers op je borstkas om je te controleren met behulp van een speciale monitor tijdens de operatie

We geven jou ook een speciale pleister op je hand met speciale crème.

Door deze pleister voel je het bijna niet dat we bij jou een infuus aanbrengen.

Een infuus is een heel dun slangetje waardoor het slaapmedicijn aan jou gegeven wordt.

Als iedereen er klaar voor is, ga je slapen en gaat de operatie echt beginnen.

De slaapdokter geeft slaapmiddel door het slangetje in je hand.

Je vader of moeder blijft bij jou totdat je in slaap gevallen bent.

Tijdens de operatie zal je vader of moeder buiten de operatiekamer moeten wachten.

Als de operatie klaar is, word je langzaam weer wakker, maar je zult nog wat slaperig zijn. Uiteraard is je vader of moeder erbij als je wakker wordt.

Als je helemaal wakker bent krijgt je van ons een ijsje.

Na de operatie kan het oogwit van het geopereerde oog wat rood zien en anders aanvoelen,

dit is normaal.

Sommige mensen zien ook soms dubbel na de operatie, dit gaat meestal vanzelf over.

Soms krijg je een verbandje met een kapje op je oog. Deze mag je de volgende dag

eraf halen.

Heb je ergens pijn of voel jij je niet lekker? Zegt het dan tegen je vader, moeder en/of één van ons.

Naar huis

Als alles goed gaat na de operatie mag je lekker naar huis toe.

Na een scheelziens operatie moet je ervoor zorgen dat je oog zo goed mogelijk herstelt van de operatie. Dat doe je door:

  • 3 weken niet te gaan zwemmen in de zee of het zwembad.
  • Oogdruppels te gebruiken de eerste 10 dagen. Dit moet 3x per dag in het oog wat geopereerd is.
  • Oefeningen doen die de orthoptist je heeft uitgelegd.
  • Niet wrijven in de ogen.
  • Opmaken mag na 2 weken weer.

Na een paar dagen mag je, als jij je daar goed genoeg voor voelt, weer naar school. De eerste 2 weken is het beter om niet te gymmen/sporten.

Als alles goed gaat heb je na 2 weken een controle afspraak staan bij de orthoptist
Het kan zijn dat je herstel wat moeizaam verloopt door bijvoorbeeld:

  • Pijn aan het geopereerde oog
  • Misselijkheid
  • Slechter zien
  • Andere klachten

Dan willen we graag dat jezelf of één van je ouders contact opneemt met het Oogcentrum, ook in het weekend!

Wat is het?

De eigen lens bevindt zich in een flinterdun zakje, het lenskapsel. Tijdens een staaroperatie wordt de ooglens uit het kapsel verwijderd en wordt er een kunstlens teruggeplaatst. Na een staaroperatie kan het achterste deel van het lenskapsel troebel worden waardoor de gezichtsscherpte weer geleidelijk aan verminderd. Men spreekt in zo’n situatie van nastaar.

Oorzaken

Groei van fijne lensvezels die zijn achtergebleven bij de staaroperatie.

Symptomen

  • Minder zien, waziger beeld (alsof er door matglas wordt gekeken)
  • Last van verblinding of schittering (bijvoorbeeld door autolampen)
  • Dubbelzien met één oog

Mogelijke behandelingen

Zodra de nastaar als storend wordt ervaren, kan deze behandeld worden door middel van lasertherapie.

Laserbehandeling
Deze ingreep vindt poliklinisch plaats en duurt ongeveer 10 minuten. U krijgt vooraf druppels die de pupil groot maken en druppels die uw oog verdoven. Als deze goed zijn ingewerkt loopt u met de arts mee de laserkamer in. Voordat de laserbehandeling wordt gedaan, plaatst de arts een lens op uw oog. Dit kan een oncomfortabel en drukkend gevoel geven. Hierna volgt de laserbehandeling. De laserbehandeling zelf is pijnloos, u hoort alleen een tikkend geluid. De laserstralen worden gericht op het troebele, achterste lenszakje/kapsel en er wordt een opening gemaakt.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Een behandeling aan nastaar kan uw gezichtsvermogen vrijwel volledig herstellen indien uw oog verder gezond is.

Mogelijke complicaties

Bij iedere ingreep is er kans op een complicatie. Bij deze behandeling zijn de risico’s uitermate klein.

Beschadiging/dislocatie van de kunstlens
Dit kan gebeuren doordat de laserspot de lens geraakt heeft.

Uveitis
Afhankelijk van de hoeveelheid lenskapsel die wordt verwijderd, bestaat er een geringe kans op een ontstekingsreactie. Dit kan behandeld worden met ontstekingsremmende oogdruppels. Wanneer er sprake is van een zeer rood, pijnlijk oog of plotseling verminderd zicht, neem dan direct contact met ons op!

Glasvocht troebelingen
Deze kunnen ontstaan doordat restanten van het achterste lenskapsel in de glasvochtruimte terechtkomen. De troebelingen kunnen soms worden waargenomen als bewegende deeltjes (vlokjes, stipjes of sliertjes). Doordat het beeld ook helderder wordt, kunnen de troebelingen eerder opvallen. Vaak zakken de troebelingen naar beneden waardoor men er geen hinder meer van ondervindt.

Macula oedeem
Na een nastaar-behandeling kan er een vochtophoping ontstaan in het netvlies. Deze vochtophoping zorgt ervoor dat het zicht na de behandeling niet helder wordt. Hiervoor bestaan speciale oogdruppels.

Netvliesloslating
Er bestaat een minimaal verhoogd risico op een netvliesloslating.
Wanneer er plotseling flitsen en/of zeer veel troebelingen worden waargenomen die er direct na de behandeling niet waren, of u mist een stuk uit het gezichtsveld, neem dan direct contact met ons op!

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Geen.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Wanneer u een nastaar-behandeling ondergaat is het verstandig iemand mee te nemen om u te begeleiden en eventueel voor u auto te rijden. Na de behandeling zal het oog niet worden afgedekt maar zal het zicht in het behandelde oog wazig zijn.

Instructies voor thuis na de behandeling

Geen.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Netvliesafwijkingen worden veroorzaakt door velerlei aandoeningen.

Afhankelijk van de oorzaak van een netvliesafwijking kan voor een behandeling van de aandoening gekozen worden. Klachten die gerelateerd zijn aan een netvliesafwijking zijn bijvoorbeeld het zien van vlekken op een vaste plek (die ook groter kunnen worden!), een vlekkerig beeld, vervorming van het beeld en/of verminderd zien.

Als uw klachten overeen komen met hetgeen hier beschreven staat, dan verzoeken wij u contact op te nemen met uw huisarts  voor nader onderzoek. De huisarts kan u adviseren en zonodig doorverwijzen naar de oogarts.

Met aanvullende diagnostiek middels een OCT-scan (optical coherence tomografie) of een FAG (fluorescentie angiogram) kan de oogarts de onderliggende oorzaak van de klachten mogelijk achterhalen. Het kan zijn dat ook aanvullend bloedonderzoek noodzakelijk is.

Wat is het?

Bij Diabetische Retinopathie (DRP) raken de fijne bloedvaatjes in het netvlies beschadigd. Deze kunnen gaan bloeden en/of vocht lekken. Er kunnen bloedingen ontstaan in het glasvocht. Daarbij kunnen bloedvaatjes afgesloten raken en nieuwe, zeer fijne, zijvaatjes vormen, die weer heel gemakkelijk bloeden. Ook is het mogelijk dat nieuwe bloedvaatjes op het oppervlak van het netvlies of de oogzenuw ontstaan.

 

Oorzaken

Diabetische Retinopathie is een complicatie van Diabetes (suikerziekte) die de ogen aantast. Diabetes heeft namelijk de eigenschap de bloedvaten van het hele lichaam te verzwakken. Zo ook de bloedvaten in en rond het netvlies van het oog.

 

Symptomen

Indien het netvlies door bloedingen of lekkage beschadigd raakt, kan het zicht wazig worden. Deze aandoening ontwikkelt zich echter zeer geleidelijk en zolang de afwijkingen zich buiten het maculagebied (centrale deel van het zien) bevinden zullen er vrijwel geen klachten zijn. Het is daarom belangrijk uw ogen regelmatig te laten controleren door een oogarts, optometrist of via een zogenaamde fundusfoto.

 

Indeling netvliesafwijkingen

Geen DRP
Er zijn nog geen klinische afwijkingen geconstateerd. De wanden van de kleine bloedvaten veranderen waardoor er lekkage van vocht en bloed kan optreden. Deze vorm van DRP wordt nader ingedeeld in licht, matig, ernstig en zeer ernstig.

Proliferatieve DRP
Dit is een ernstig stadium waarbij het hele netvlies te weinig zuurstof krijgt. Om meer zuurstof te krijgen gaat het netvlies nieuwe bloedvaatjes aanmaken (neovascularisatie). Deze nieuwe bloedvaatjes zijn echter erg broos en kunnen gemakkelijk bloedingen in het glasvocht en netvlies veroorzaken.

Diabetische Maculopathie (afwijkingen in de gele vlek)
Deze term geeft aan dat bovengenoemde afwijkingen zich voordoen in het centrum van het netvlies (macula). De macula speelt een cruciale rol bij het scherp zien. Met name bij deze vorm ontstaan er klachten van verminderd zicht.

 

Mogelijke behandelingen

Het is niet altijd nodig een behandeling te ondergaan. DRP komt namelijk in verschillende vormen voor. De meest voorkomende vorm (non-proliferatieve DRP) is vrij onschuldig, daarbij is het zien ook niet aangetast. In dit geval is het alleen nodig om regelmatig terug te komen voor controle.

Ook wanneer het glasvocht troebel is geworden door bloedingen, hoeft niet altijd direct te worden ingegrepen. Vaak verdwijnt het bloed op natuurlijke wijze.

Bij een ernstigere vorm van DRP (proliferatieve DRP) is het noodzakelijk om wel te behandelen.

 

Deze behandelingen kunnen bestaan uit:

  • Laserbehandelingen

Met een retinalaser worden bijzondere lichtstralen op het netvlies gericht om progressie van de DRP te vertragen of tot stilstand te brengen. Hierdoor kan het gezichtsvermogen zo goed mogelijk bewaard blijven. Afhankelijk van de aard van de afwijking zijn er één of meerdere laserbehandelingen nodig.

U krijgt vooraf druppels die de pupil verwijden en druppels die uw oog verdoven. Als de druppels goed zijn ingewerkt, loopt u met de arts mee de laserkamer in. Voordat de laserbehandeling wordt gedaan, plaatst de arts een lens op uw oog. Dit kan een oncomfortabel en drukkend gevoel geven. Hierna volgt de laserbehandeling. De laser maakt de nieuwe vaatjes kapot en laat een litteken achter. Soms vindt men de behandeling gevoelig, is dit bij u het geval, geef dit dan aan bij de arts.

Mocht het zo zijn dat u na de laserbehandeling een dergelijk onprettig gevoel heeft dan kunt u thuis een paracetamol nemen. Na de behandeling mag u weer naar huis.

  • Injecties in het oog (toediening van medicamenten in de glasvochtruimte)

Wanneer er ernstige afwijkingen ontstaan in het centrum van het oog (Diabetische Maculopathie) is het niet mogelijk een laserbehandeling uit te voeren. Dit komt omdat er dan te veel vocht in het netvlies zit waardoor de laser niet aanslaat of te veel schade geeft in het centrum. In dit geval kan er gekozen worden voor het inspuiten van medicijnen in het aangedane oog. Dit heeft als doel de vochtlekkage in het netvlies te verminderen zodat het zicht niet verder achteruit gaat.

De behandeling vindt plaats onder steriele omstandigheden en een lokale verdoving door middel van oogdruppels. Ook krijgt u oogdruppels die de pupil verwijden, zodat het mogelijk is het oog voor of na de injectie eventueel te onderzoeken. Als alle druppels goed zijn ingewerkt, krijgt u in de operatiekamer de injectie toegediend. Hierna neemt u weer plaats in de wachtkamer en zal, in de meeste gevallen alleen bij de eerste injectie, na vijftien minuten de oogdruk worden gemeten. Als deze goed is krijgt u zalf in uw oog en mag u naar huis.

Na de injectie kunt u vlekken zien, dit komt door het ingespoten geneesmiddel en zal na enkele dagen verdwijnen. Soms wordt er in een later stadium aanvullend nog een laserbehandeling uitgevoerd. Vaak zijn meerdere injecties nodig.

  • Vitrectomie (glasvochtoperatie)

Het oog is opgevuld met een gelei (glasvocht). Soms ontstaat er bij vaatnieuwvorming een bloeding in het glasvocht. Hierdoor neemt het gezichtsvermogen plotseling af. Als de bloeding na een bepaalde periode niet voldoende opheldert, kan een glasvochtoperatie (vitrectomie) worden uitgevoerd. Dit is een operatie waarbij het glasvocht met bloed wordt verwijderd en vervangen door nieuw glasvocht. Deze operatie wordt niet uitgevoerd in Oogcentrum Noordholland. Mocht dit nodig zijn dan zult u worden doorverwezen.

 

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

  • Laserbehandelingen

Deze behandeling is erop gericht het proces te vertragen of te stoppen, u zult in de meeste gevallen geen verbetering van de gezichtsscherpte opmerken, in sommige gevallen kan het zicht zelfs iets minder worden. Echter uit onderzoek is gebleken dat als men niets doet het zicht zeker zeer slecht wordt.

  • Injecties in het oog

Deze behandeling heeft als doel de vochtlekkage in het oog te verminderen of te stoppen zodat het zicht niet verder achteruit gaat. Zonder deze behandeling zal het zicht vrijwel zeker zeer slecht worden.

  • Glasvochtoperatie

Door het wegnemen van het bloed dat het zicht blokkeert zal het zicht duidelijk verbeteren.

 

Mogelijke complicaties

  • Laserbehandelingen

Wanneer de behandeling in de buurt van de macula (het centrale deel van het zien) plaats vindt, is een goede medewerking van de patiënt tijdens de laserbehandeling erg belangrijk. Plotseling bewegen of wegdraaien van het oog kan schade veroorzaken aan de macula waardoor het zicht kan verminderen.

Als reactie op de behandeling kunnen zwakke, nieuwgevormde vaten een bloeding geven in het glasvocht.

  • Injecties in het oog

Zie de folder ‘intravitreale injecties’.

  • Glasvocht operatie

Binnen 2 jaar na een vitrectomie ontstaat er staar in het behandelde oog. Er is ongeveer 5% kans is op een netvliesloslating.

 

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

  • Laserbehandeling

Geen

  • Injecties in het oog

Zie de folder “Intraviteale injectie”.

  • Glasvocht operatie

Eventuele instructies voor thuis zult u van de behandelend arts krijgen in het ziekenhuis waar u de vitrectomie zult ondergaan.

 

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

  • Laserbehandeling

Na de laserbehandeling mag u naar huis. Zelf autorijden of fietsen wordt afgeraden. Reizen met het openbaar vervoer is geen probleem.

  • Injecties in het oog

Na de behandeling met een intravitreale injectie mag u naar huis. Zelf autorijden of fietsen wordt afgeraden. Reizen met het openbaar vervoer is geen probleem.

  • Glasvocht operatie

Eventuele instructies voor begeleiding, opvang en vervoer zult van de behandelend arts krijgen in het ziekenhuis waar u de vitrectomie zult ondergaan.

 

Instructies voor thuis na de behandeling

  • Laserbehandeling

Geen

  • Injecties in het oog

Zie de folder “Intraviteale injectie”.

  • Glasvocht operatie

Eventuele instructies voor thuis zult van de behandelend arts krijgen in het ziekenhuis waar u de vitrectomie zult ondergaan.

 

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Het netvlies is de binnenbekleding van het oog. Het licht dat het oog binnenkomt, wordt door het netvlies opgevangen en via de oogzenuw naar de hersenen vervoerd. De bloedvoorziening in het netvlies bestaat uit slagaders (arteriën) die het bloed aanvoeren en aders (venen) die het bloed afvoeren.

Bij een vaatafsluiting ontstaat een doorstromingsprobleem waardoor het oog minder gaat functioneren. Er zijn 2 typen afsluitingen:

  • arteriële vaatafsluiting
  • veneuze vaatafsluiting

In deze folder wordt de arteriële vaatafsluiting besproken.

Een arteriële vaatafsluiting is een afsluiting van een slagader. Gebeurt dit in het oog dan krijgt een deel van het netvlies (arteriële takafsluiting) of het gehele netvlies (arteriële stamafsluiting) geen bloed en zuurstof meer; het deel zonder zuurstof houdt op met functioneren (infarct). Het aangetaste deel van het netvlies is wit/bleker geworden door een tekort aan bloed en ophoping van vocht.

Oorzaken

Een bloedpropje is verreweg de meest voorkomende oorzaak van een arteriële vaatafsluiting. Een dergelijk bloedpropje wordt een embolie genoemd. Deze kan afkomstig zijn van een halsslagader of van het hart.

Ontsteking van het grote bloedvat aan de slaapkant van de schedel kan ook voor een arteriële vaatafsluiting zorgen. Dit bloedvat is dan gezwollen en pijnlijk bij druk.

 

Symptomen

Een afsluiting van een arterie (het bloedvat dat het bloed aanvoert) geeft een plotselinge, pijnloze uitval van het gezichtsveld.

Bij een takafsluiting zal een deel van het gezichtsveld zijn aangedaan, maar bij een stamafsluiting kan het zijn dat het aangedane oog niets meer ziet. Het gaat meestal om één oog. In sommige zeldzame gevallen treedt er na verloop van tijd vaatnieuwvorming op in het netvlies. Deze nieuwe vaten zijn van slechte kwaliteit en kunnen voor een hoge oogdruk en een pijnlijk oog zorgen.

 

Mogelijke behandeling

  • Screening op risicofactoren

De behandeling van een afsluiting van een bloedvat ligt voor een deel bij uw huisarts, internist of cardioloog. Er zal een screening worden gedaan op risicofactoren om herhaling te voorkomen. De risicofactoren zijn: hoge bloeddruk, suikerziekte, hart- en vaatziekten, verhoogd cholesterol, overgewicht en roken.

  • Medicamenten

Mogelijk worden bloedverdunners voorgeschreven, bij een ontsteking van een bloedvat ook prednison.

  • Laserbehandeling

Om te voorkomen dat nieuwgevormde slechte vaatjes verdere schade aan uw oog aanbrengen, is een laserbehandeling nodig. U krijgt vooraf druppels die de pupil verwijden en druppels die uw oog verdoven. Als de druppels goed zijn ingewerkt, loopt u met de arts mee de laserkamer in. Voordat de laserbehandeling wordt gedaan, plaatst de arts een lens op uw oog. Dit kan een oncomfortabel en drukkend gevoel geven. Hierna volgt de laserbehandeling. De laser maakt de nieuwe vaatjes kapot en laat een litteken achter. Soms vindt men de behandeling gevoelig, is dit bij u het geval, geef dit dan aan bij de arts.

Mocht het zo zijn dat na de laserbehandeling het oog gevoelig is, dan kunt u thuis een paracetamol nemen.

 

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

De behandeling is er op gericht om herhaling in de toekomst te voorkomen. Na een arteriële takafsluiting zal de gezichtsscherpte mogelijk na enige tijd iets toenemen, maar niet zo goed worden als voorheen. Na een arteriële stamafsluiting is de prognose slechter, naar verwachting zal de gezichtsscherpte niet meer herstellen.

Een laserbehandeling is alleen noodzakelijk om vaatnieuwvorming met een oplopende oogdruk (en daardoor pijn in het slechtziende/blinde oog) te voorkomen en niet om het gezichtsvermogen te verbeteren.

 

Mogelijke complicaties/bijwerkingen per behandeling

Medicamenten
In de bijsluiter kunt u de mogelijke complicaties/bijwerkingen lezen.

Laserbehandeling
Als reactie op de laserbehandeling kunnen zwakke, nieuwgevormde vaten een bloeding geven in het glasvocht.

 

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Geen.

 

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Op basis van de resterende gezichtsscherpte zal uw oogarts met u beslissen of autorijden vóór de behandeling verantwoord is. Bespreek dit met uw oogarts. Na de laserbehandeling mag u naar huis. Zelf autorijden of fietsen wordt afgeraden. Reizen met het openbaar vervoer is geen probleem.
Indien de gezichtsscherpte van uw andere oog voldoende is, mag u de dag na de behandeling weer autorijden.

 

Instructies voor thuis na de behandeling

Geen.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Dermatochalasis is een teveel aan huid of vet in de boven- of onderoogleden.

Oorzaken

De huid van de oogleden is erg dun en daardoor gevoelig voor uitrekking. Veel mensen ontwikkelen in de loop der jaren een teveel aan huid in de oogleden. Door het verouderingsproces worden de bindweefselschotten die vetweefsel binnen de oogkas houden slapper, waardoor dit vet naar buiten kan uitpuilen. Dit uitpuilende vet vormt de bekende wallen.

Symptomen

Deze hangende oogleden kunnen ervoor zorgen dat u er moe uitziet. Bovendien kunnen de bovenoogleden uw zicht beperken, hetgeen kan resulteren in klachten van vermoeidheid, hoofdpijn, branderige ogen of problemen met het dragen van contactlenzen.

Mogelijke behandelingen

Blepharoplastiek (ooglidcorrectie)
Indien het teveel aan huid in de bovenoogleden of de wallen in de onderoogleden als storend wordt ervaren, kan er worden gekozen voor een ooglidcorrectie. Hierbij wordt onder plaatselijke verdoving het teveel aan huid, vaak samen met spier- en vetweefsel, verwijderd. Meestal wordt de ingreep aan beide ogen verricht om symmetrie te bevorderen.
De ooglidcorrectie vindt poliklinisch plaats en duurt ongeveer 60 minuten. U krijgt eerst druppels die het oogoppervlak verdoven, vervolgens wordt de huid gedesinfecteerd. De tweede verdoving vindt plaats door een aantal injecties onder de huid te geven, deze injecties kunnen gevoelig zijn.

Correctie van de bovenoogleden
Bij een bovenooglidcorrectie wordt de te verwijderen huid afgetekend met een viltstift. De overtollige huid wordt verwijderd en de wond in het ooglid wordt met een dunne hechting gesloten. Het littekentje dat hierbij ontstaat komt in de natuurlijke ooglidplooi te liggen, waardoor deze niet zichtbaar is als u uw ogen open heeft.

Correctie van de onderoogleden
Bij een onderooglidcorrectie wordt in het algemeen minder huid verwijderd. Het verwijderen van de vetzakjes onder de ogen gaat bij voorkeur via het slijmvlies aan de binnenkant van het ooglid. De incisie die hiervoor gemaakt wordt, hoeft niet gehecht te worden en er ontstaan geen zichtbare littekens. Wanneer er ook sprake is van een teveel aan huid op de onder oogleden, moet er wel aan de buitenkant gesneden worden. Vlak langs de wimperrand wordt in dat geval een sneetje gemaakt. Het teveel aan huid en vetweefsel wordt weggenomen en de wond wordt met een dunne draad gehecht. De littekentjes komen boven de wimpers te liggen zodat ze zo min mogelijk zichtbaar zijn.

Direct na de ingreep krijgt u ongeveer 15 minuten een ijsbril op, dit voorkomt de ergste zwelling. Desondanks zal er in de eerste weken nog sprake zijn van zwelling van de oogleden en zult u bloeduitstortingen rond de ogen hebben.

Een ooglidcorrectie kan afzonderlijk aan de bovenoogleden of aan de onderoogleden plaatsvinden. Het kan echter ook gecombineerd worden.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Na een ooglidcorrectie zal de overtollige huid zijn verwijderd waardoor de ogen groter lijken, u krijgt een ‘opener’ blik. Ook kunt u ervaren dat het gezichtsveld is vergroot en zal veelal het gevoel van vermoeide ogen verminderen of zelfs verdwijnen.

Mogelijke complicaties

Evenals bij andere operaties kunnen zich een aantal bijwerkingen en complicaties voordoen. Complicaties zijn echter zeldzaam en het eindresultaat is vrijwel altijd goed. Hieronder noemen wij een aantal mogelijke problemen die kunnen ontstaan na een bovenooglidcorrectie.

Asymmetrie van de huidplooi
Ook na een zorgvuldig uitgevoerde operatie kan het voorkomen dat er een verschil in hoogte bestaat tussen de huidplooi links en rechts. Een beetje ongelijkheid is overigens normaal, zowel voor als na correctie van het bovenooglid. In principe kunt u hier geen claims aan verbinden. Mocht zich een situatie voordoen waarbij u het verschil tussen het rechter en het linker ooglid storend vindt, dan kan altijd in overleg met de behandelend oogarts worden bekeken of het mogelijk is om met een tweede operatie alsnog een optimaal resultaat te verkrijgen.

Ontsteking
De ernst van een infectie in het geopereerde gebied wordt bepaald door het type ziekteverwekker en de snelheid waarmee een adequate infectiebestrijding wordt begonnen. Indien op de juiste manier behandeld, hoeft een infectie geen negatief effect op het eindresultaat te hebben.

Littekens
Littekens zijn niet alleen het gevolg van de operatietechniek, ze zijn ook het resultaat van de reactie van de huid op de operatie. Om de genezing van littekens te bevorderen is het aan te raden om de eerste weken niet met de littekens in de zon te komen. Daarnaast heeft roken een negatief effect op wondgenezing.

Kleurverschillen van de huid
De kleur van de huid verloopt van boven naar onder enigszins van licht naar donker. Door het weghalen van de huid kan deze overgang duidelijker zichtbaar worden.

Irritatie van het oog door uitdroging
Doordat er een stuk huid wordt verwijderd, kan het sluiten van het ooglid verminderen; dit is normaal in de eerste dagen na de ingreep. Als het probleem echter blijft bestaan, kan er uitdroging van het hoornvlies optreden. Eventueel kan met kunsttranen worden gedruppeld om uitdroging van het hoornvlies tegen te gaan.

Zwelling van de oogleden en ongevoeligheid van de huid
De ooglidcorrectie leidt tot tijdelijke verslechtering van de lymfeafvoer van de oogleden, met een zwelling tot gevolg. Tijdens de ingreep worden ook een aantal gevoelszenuwen doorgesneden, waardoor er tijdelijk een ongevoeligheid van het huidgebied kan zijn. Deze zenuwen herstellen zich weer na een aantal maanden.

Cysten
Bij de plek waar met de hechtnaald door de huid gestoken is, kunnen zich soms kleine gele bobbeltjes (inclusiecystes) ontwikkelen. Deze verdwijnen in de meeste gevallen spontaan.

Een uitpuilend oog door nabloeding
Zeer zeldzaam kan er na een ooglidcorrectie een bloeding in de oogkas optreden. Dit is een zeer ernstige complicatie die zelfs kan leiden tot blindheid.
Wanneer u last krijgt van een uitpuilend oog en/of verminderd zicht, neemt u dan direct contact op.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

  • Om na de ingreep de zwelling en verkleuring van de oogleden zoveel mogelijk te beperken, krijgt u het advies om in de week voor de ingreep Arnica producten in te nemen, deze zijn vrij verkrijgbaar bij apotheek of reformwinkel.
  • Medicijnen met acetylsalicylzuur (aspirine, ascal) hoeft u voor deze ingreep NIET te stoppen.
  • Medicijnen waarvoor u gecontroleerd wordt bij de trombosedienst (acenocoumarol,fenprocoumon, warfarine) dan moet u contact opnemen met de trombosedienst. Zij weten precies hoe te handelen in geval van een ingreep, dit zal per middel verschillend zijn, en hangt af van de reden waarom u deze antistolling gebruikt.
  • Gebruikt u andere bloedverdunners, zoals clopidogrel (Plavix, Clopid), prasugrel (Efient) of ticagrelor (Brilique), dan dient u contact op te nemen met de specialist die dit medicijn voorschrijft. Meestal moet de ingreep worden uitgesteld tot na de datum dat u weer mag stoppen met deze medicijnen.
  • Gebruikt u dabigatran, apixaban of rivaroxaban, neem dan contact op met de huisarts of specialist die dit medicijn voorschrijft. Als u niet met deze medicatie mag stoppen, bespreek dit dan zo snel mogelijk met de oogarts.
  • Op de dag van de ingreep vragen wij u schone, makkelijk zittende kleding aan te trekken en geen make-up te dragen, ook geen dagcrème en nagellak. Uit hygiënisch oogpunt vragen wij u de haren te wassen. Laat u uw waardevolle spullen, zoals bijvoorbeeld sieraden, zoveel mogelijk thuis. Voor hetgeen u op de operatiedag wel bij u heeft, zijn kluisjes aanwezig.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Wanneer u een ooglidcorrectie ondergaat is het verstandig iemand mee te nemen om u te begeleiden. Na de behandeling zullen de ogen niet worden afgedekt maar de oogleden zullen wel gezwollen zijn hetgeen invloed kan hebben op het zicht.
Mocht u met de auto komen dan is het noodzakelijk iemand mee te nemen die u naar huis kan rijden. Direct na de behandeling mag u namelijk niet zelf autorijden.

Instructies voor thuis na de behandeling

De eerste 48 uur na de ingreep is het verstandig om de ogen regelmatig met een ijsbril te koelen om zwelling en verkleuring verder tegen te gaan. De eerste week zijn de oogleden vaak flink blauw, waarbij de bloeduitstortingen kunnen uitzakken in de onderoogleden. Na twee weken is in de meeste gevallen het grootste deel van de zwelling verdwenen.
De eerste drie dagen na de ingreep dient u activiteiten waarbij druk op het hoofd en de ogen ontstaat, bijvoorbeeld zwaar tillen en sporten, te vermijden. Dit om nabloedingen te voorkomen. Ook wordt u aangeraden de eerste week de oogleden niet nat te maken, geen oogmake-up te gebruiken en de contactlenzen niet te dragen.
De huid rondom de ogen is de eerste weken extra gevoelig voor zonlicht, hierdoor kunnen er verkleuringen van het litteken optreden. Vermijd direct zonlicht en gebruik een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor.

Hechtingen verwijderen

De hechtingen worden een week na de ingreep verwijderd en zes weken na de ingreep krijgt u een controleafspraak om het uiteindelijke resultaat van de operatie te beoordelen.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist.

 

 

Wat is het?
Nieuwvorming op het ooglid.

 

Oorzaken
Over het algemeen worden zwellingen op de oogleden veroorzaakt door een toename van vocht, ongecontroleerde groei van cellen of een combinatie van beide. De meeste ooglidgezwellen zijn goedaardig (benigne tumoren), slechts een klein deel is kwaadaardig (maligne tumoren).

 

Symptomen
Nieuwvorming (knobbeltje, zweertje, schilfering of rood plekje) op het ooglid die niet binnen 1.5 tot 2 maanden spontaan verdwijnt. Afhankelijk van de locatie kan deze zorgen voor irritatie, jeuk, tranen en soms zelfs verminderd zicht.

 

Mogelijke behandelingen

Conservatief
In sommige gevallen kan ervoor worden gekozen om niets te doen. Zeker als het gezwel er al jaren zit, niet groter wordt en geen irritatie geeft.

Verwijderen gezwel/weefsel zonder reconstructie
Indien een klein gezwel als storend wordt ervaren of deze irritatie geeft kan deze onder plaatselijke verdoving worden verwijderd. De ingreep vindt poliklinisch plaats en duurt ongeveer 15 minuten. U krijgt druppels om het oogoppervlak te verdoven. De tweede verdoving vindt plaats door een injectie onder de huid te geven nabij het gezwel. Deze injectie kan gevoelig zijn. Het gezwel wordt met een mesje weggeschrapt (shave excisie). Na de ingreep wordt het oog of afgeplakt met een zalfverband of zal het wondje worden dicht gebrand. Afhankelijk van de grootte en locatie van het gezwel kan er een klein litteken achterblijven. Bij een onduidelijk karakter van het gezwel wordt het verwijderde weefsel opgestuurd ter beoordeling of het goedaardig of kwaadaardig is.

Verwijderen gezwel/weefsel met reconstructie
Indien er sprake is van een groot gezwel of er verdenking is op kwaadaardige cellen, kan er worden besloten het gezwel in zijn geheel (totale excisie) te verwijderen, gevolgd door een operatie om de ooglidrand te herstellen (reconstructie). De ingreep vindt poliklinisch plaats en duurt ongeveer 45 minuten. U krijgt druppels om het oogoppervlak te verdoven. Vervolgens wordt het ooglid gedesinfecteerd. De tweede verdoving vindt plaats door een injectie onder de huid te geven nabij het gezwel, deze injectie kan gevoelig zijn. Het gezwel wordt verwijderd waarna het ooglid wordt gehecht. Wanneer er veel weefsel wordt wegnomen zal er van elders in het lichaam een stukje huid worden wegnomen en op de wond worden gehecht. Bij een onduidelijk karakter van het gezwel wordt het verwijderde weefsel ter beoordeling opgestuurd.

 

Mogelijke complicaties
Evenals bij andere ingrepen kunnen zich een aantal bijwerkingen en complicaties voordoen. Complicaties zijn echter zeldzaam. Hieronder noemen wij een aantal mogelijke problemen die kunnen ontstaan na het verwijderen van een ooglidgezwel.

  • Bloeduitstorting: meestal is het ooglid tijdelijk wat rood en gezwollen door een bloeduitstorting; dit trekt geleidelijk aan weg.
  • Afscheiding: tijdens de eerste weken na de operatie komt er wat afscheiding uit het oog. Dit is ingedroogd wondvocht uit de buitenooghoek. Het is dus niets om u zorgen over te maken en het wijst niet op een infectie (een infectie komt zeer zelden voor).
  • Wondgenezing: er kan een stoornis in de wondgenezing optreden of blijft er een kleine inkeping in de ooglidrand achter.
    Soms kunnen hechtingen vroegtijdig openspringen waardoor de wond opengaat. De hechtingen moeten dan opnieuw worden geplaatst.
  • Kleurverschillen: wanneer er gebruikt wordt gemaakt van een huidtransplantaat zal dat – door littekens en kleurverschillen van de huid – meestal enigszins zichtbaar blijven.

Bij toenemende pijn, roodheid en een opengesprongen wond vragen wij u contact met ons op te nemen.

 

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?
Meestal lukt het met één behandeling het volledige gezwel weg te schrapen of te verwijderen. Het is echter niet altijd mogelijk een perfect resultaat te behalen, in sommige gevallen kan een gezwel weer terug komen of moet met een tweede operatie met een ruimere excisie plaats vinden.

 

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Verwijderen gezwel/weefsel zonder reconstructie
Geen

Verwijderen gezwel/ weefsel met reconstructie
Om na de ingreep de zwelling en verkleuring van het ooglid zoveel mogelijk te beperken, krijgt u het advies om in de week voor de ingreep Arnica producten in te nemen, deze zijn vrij verkrijgbaar bij apotheek of reformwinkel.

Bij gebruik bloedverdunners:
• Gebruikt u medicijnen waarvoor u gecontroleerd wordt bij de trombosedienst (acenocoumarol, fenprocoumon, warfarine) dan moet u contact opnemen met de trombosedienst. Zij weten precies hoe te handelen in geval van een ingreep, dit zal per middel verschillend zijn, en hangt af van de reden waarom u deze antistolling gebruikt
• Gebruikt u medicijnen met acetylsalicylzuur (aspirine, ascal), dabigatran, apixaban of rivaroxaban, dan dient u deze medicatie i.o.m. de huisarts of specialist die dit medicijn voorschrijft 7 dagen voor de ingreep te stoppen. Als u niet met deze medicatie mag stoppen, bespreek dit dan zo snel mogelijk met de oogarts
• Gebruikt u andere bloedverdunners, zoals clopidogrel (Plavix, Clopid), prasugrel (Efient) of ticagrelor (Brilique), dan dient u contact op te nemen met de specialist die dit medicijn voorschrijft. Meestal moet de ingreep worden uitgesteld tot na de datum dat u weer mag stoppen met deze medicijnen.

Op de dag van de ingreep vragen wij u schone, makkelijk zittende kleding aan te trekken en geen make-up te dragen, ook geen dagcrème en nagellak. Uit hygiënisch oogpunt vragen wij u de haren te wassen. Laat u uw waardevolle spullen, zoals bijvoorbeeld sieraden, zoveel mogelijk thuis. Voor hetgeen u op de operatiedag wel bij u heeft, zijn kluisjes aanwezig.

 

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Na de behandeling zal het ooglid gezwollen zijn, hetgeen invloed kan hebben op het zicht. In sommige gevallen wordt er een zalfverband aangelegd. Met dit verband is het diepte zien sterk verminderd waardoor u extra voorzichtig moet zijn met lopen. Mocht u met de auto komen dan is het noodzakelijk iemand mee te nemen die u naar huis kan rijden. Direct na de behandeling mag u namelijk niet zelf autorijden.

 

Instructies voor thuis na de behandeling

Verwijderen gezwel/weefsle zonder reconstructie
De eerste 3 dagen na de ingreep mag u niet zwemmen of naar de sauna. Ook wordt aangeraden de eerste 3 dagen eventuele contactlenzen niet te dragen.
Pijnstilling: voor pijn na de ingreep kunt u het best paracetamol gebruiken op geleide van de pijn tot maximaal 1000mg 4x daags.

Verwijderen gezwel/weefsel met reconstructie
De eerste drie dagen na de ingreep dient u activiteiten waarbij druk op het hoofd en ogen ontstaat, bijvoorbeeld zwaar tillen en sporten, te vermijden. Dit om nabloedingen te voorkomen. Ook wordt u aangeraden de eerste week het behandelde ooglid niet nat te maken, geen oogmake-up te gebruiken en eventuele contactlenzen niet te dragen. De eerste 2 weken na de ingreep mag u niet zwemmen of naar de sauna

Pijnstilling: voor pijn na de ingreep kunt u het best paracetamol gebruiken op geleide van de pijn tot maximaal 1000mg 4x daags.
De huid rondom de ogen is de eerste weken extra gevoelig voor zonlicht. Door dit zonlicht kunnen er verkleuringen van het litteken optreden. Vermijd direct zonlicht en gebruik een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor.
Na twee weken is in de meeste gevallen het grootste deel van de zwelling verdwenen.

De hechtingen worden uiterlijk twee weken na de ingreep verwijderd. Wanneer er weefsel ter beoordeling is opgestuurd zal de uitslag met u worden gecommuniceerd.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, physican assistant of optometrist.

Wat is het?

Ooglidrandontsteking / Blepharitis is een vaak langdurige (chronische) aandoening aan de ooglidrand, waarbij de haarzakjes en de talgkliertjes op de ooglidrand ontstoken zijn. Er zijn twee vormen van blepharitis:

Anterieure blepharitis 
Bij deze vorm is met name het gebied rondom de basis van de ooglidharen aangedaan. Overmatig geproduceerd vet van de talgklieren in de oogleden blijft aan de oogharen kleven en wordt vervolgens zuur. Hierdoor raken de ooglidranden geïrriteerd. In tweede instantie kunnen ook het slijmvlies (conjunctiva) en het hoornvlies (cornea) betrokken raken bij de ontsteking, wat een verminderde traankwaliteit tot gevolg heeft.

Posterieure blepharitis (Meibomitis of Meibom Klier Dysfunctie)
Deze vorm wordt gekenmerkt door een verstopping van de klieren van Meibom, welke aan de achterzijde van de ooglidrand liggen. De talg stapelt zich op in de klieren en wordt onvoldoende uitgescheiden. Bovendien is het deel dat toch in de traanfilm komt minder goed van kwaliteit. Dit veroorzaakt een verhoogde verdamping van de tranen en heeft droge ogen tot gevolg.

 

Oorzaken

Anterieure blepharitis

Stafylococcen blepharitis
Deze ontsteking wordt meestal veroorzaakt door een bacterie die normaal op de huid voorkomt, een staphylococ. Wanneer de bacteriën, die normaal gesproken geen afwijkingen veroorzaken, de overhand krijgen kunnen zij een ontsteking veroorzaken.

Seborrhoische blepharitis
Het ontstaan hiervan heeft meestal te maken met een bepaalde aanleg (eczema seborrhoicum of seborrhoische dermatitis). De korstjes zijn vaak zacht, bevinden zich op de ooglidrand en oogharen. Hierdoor zijn de wimpers aan elkaar geplakt.

Posterieure blepharitis
Deze vorm kan ontstaan door een ontsteking, zoals anterieure blepharitis, of kan op zichzelf staan, mogelijk als gevolg van ouderdom. Door het verslappen van de oogleden als gevolg van ouderdom wordt het vet minder effectief uit de talgkliertjes gedrukt met de knipperslag. Dit vet raakt ingedikt in de talgkliertjes en de oogleden raken ontstoken. Zonder deze vetlaag verdampt de traanfilm. Dit leidt tot droge ogen. Om de ogen te beschermen tegen uitdroging maken de traanklieren van de ogen extra traanvocht aan waardoor klachten van tranende ogen kunnen ontstaan.

 

Symptomen

Enige mate van blepharitis komt relatief vaak voor: bij 20-40% van de bevolking. Een deel van deze mensen heeft klachten. Deze klachten kunnen bestaan uit jeuk, irritatie, een ‘zandkorrel’-gevoel, branderigheid, vermoeide, tranende of droge ogen, milde lichtschuwheid, leesklachten, afscheiding, rode ogen, zwaar gevoel in de oogleden, excessief knipperen of wisselend zicht. Afhankelijk van de soort blepharitis klagen mensen over korstjes en/of schilfers op de oogleden. Ook kan men als klacht hebben dat de oogleden ’s morgens aan elkaar vastplakken.

 

Mogelijke behandelingen

Reinigen van de ooglidranden

 

BlephEx

 

Met warme kompressen
Als u in het bezit bent van een magnetron, zijn pittenzakken of hot-packs de meest effectieve vorm van warme kompressen. Pas op! Pittenzakken en hot-packs kunnen erg heet worden. Eerst testen op uw onderarm. Is het te heet, kunt u het eerst in een doek wikkelen en daarna 10 minuten lang op uw gesloten ogen leggen. Een ander alternatief is een warmte masker zoals het EyeCure Oogmasker, die warm wordt door middel van een chemische reactie waardoor geen magnetron nodig is. Door de warmte wordt de talg in de talgkliertjes zachter en is de talg makkelijker te verwijderen. Doe dit minimaal 6 weken lang 2 keer per dag, daarna kunt u afbouwen. Houdt er rekening mee dat u dit vaak moet blijven herhalen, op termijn in een lagere frequentie, als onderhoud.

Ooglidmassage
Na toepassing van de warme kompressen is het belangrijk om de oogleden te masseren om de verzachte talg uit de talgkliertjes te drukken. Druk een wattenstaafje tegen de onderkant van het onderooglid en rol, met een lichte tot matige druk op het ooglid, het wattenstaafje naar boven tot de ooglidrand. Herhaal dit over de hele breedte van het onderooglid. Voor het bovenooglid begint u met het wattenstaafje aan de bovenkant van het bovenooglid en drukt u met het wattenstaafje en met lichte tot matige druk het bovenooglid naar beneden. Dit herhaalt u over de hele breedte van het bovenooglid.

Ooglidhygiene
Na de ooglidmassage moet u de ooglidranden en wimpers schoonmaken. Doop een wattenstaafje of wattenschijfje in lauwwarm water en gebruik een geschikte reinigingslotion (Blephasol) of kant en klaar schoonmaakdoekjes (Blephaclean) die beschikbaar zijn via uw apotheek en de webshop van BlephEx. Maak hiermee zacht heen en weer gaande bewegingen langs beide ooglidranden bij de implant van de wimperhaartjes. Indien nodig kan men hierna met een droog wattenstaafje of gaasje de korstjes/schilfers verder verwijderen.

Het poetsen van de oogleden is belangrijk om de producten van de ontsteking te verwijderen. Doe dit minimaal 6 weken lang 2 maal per dag, daarna kunt u afbouwen. Houdt er rekening mee dat u dit vaak moet blijven herhalen, op termijn in een lagere frequentie, als onderhoud. Door eerst warme kompressen toe te passen gedurende 10 minuten, gevolgd door massage van de oogleden en als laatste de wimpers en ooglidranden goed schoon te maken kunt u het beste resultaat halen.

Kunsttranen en/of ontstekingsremmende oogzalf 
Soms is het nodig om naast de warme kompressen en het poetsen van de oogleden een antibioticum/ontstekingsremmer in de vorm van zalf voor te schrijven. Dit zal vooral gedaan worden om de ontsteking onder controle te krijgen. Deze antibiotica brengt u op uw oogleden aan na het poetsen. Er kan wat zalf in uw ogen komen, dit kan geen kwaad, maar geeft wel even wazig zicht. Blepharitis kan klachten van droge ogen geven en daarom worden er mogelijk ook kunsttranen voorgeschreven. Volg voor het gebruik van de kunsttranen en de zalf de instructies van de oogarts/optometrist op.

Antibiotica in tabletvorm
Bij ernstige gevallen van blepharitis kan ervoor gekozen worden een antibioticum in tabletvorm te geven. Volg hiervoor de instructies van de oogarts op. (Zie voor de bijwerkingen van het voorgeschreven antibioticum de bijsluiter).

 

Welke resultaten kunt u verwachten van uw behandeling?

Alle behandelingen hebben als doel de ontsteking in de ooglidranden te verminderen en daarmee de symptomen zoals vermoeide ogen, jeukende ogen, prikkende/branderige ogen en wisselend zicht te verminderen. Blepharitis is een chronische aandoening en zal daarom nooit helemaal verdwijnen. Het is daarom verstandig om in periodes dat u weinig/geen last heeft, toch de ooglidranden te blijven reinigen, minstens één keer per dag.

 

Mogelijke complicaties/bijwerkingen van de behandeling

Bij het poetsen van de oogleden kan het zijn dat de huid wat schraal of droog wordt. Als dit gebeurt, staak dan het gebruik van ooglidreinigingsproducten als Blephasol en poets de oogleden alleen met lauwwarm water. Mocht dit geen verbetering opleveren, verminder dan de frequentie van het poetsen.

Na het indruppelen van oogdruppels en/of zalf kan het zicht tijdelijk verminderd zijn (zie bijsluiter in de verpakking).

Over het algemeen is er een kleine kans op bijwerkingen. Er bestaan echter ook medicijnen met een grotere kans op bijwerkingen. Lees daarom altijd goed de bijsluiter.

Bij het gebruik van oogdruppels kan de kans op lichamelijke (systemische) bijwerkingen aanzienlijk worden verminderd door het dichtdrukken van de traanbuis na het druppelen. Hierdoor vloeit er minder oogdruppelvloeistof af naar de neus- en keelholte, zodat er minder werkzame stof wordt ingeslikt. De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk groter bij hogere doseringen.

Wanneer er tijdens het gebruik van een medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een bijwerking, (2) een wisselwerking van dit medicijn met een ander medicijn, (3) overgevoeligheid of (4) een allergische reactie. Neemt u in dat geval contact met ons op.

 

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling 

Geen.

 

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

In sommige gevallen is het lastig om zelf te poetsen. Als iemand anders poetst, kijk dan bij de behandeling van het bovenooglid naar beneden en bij de behandeling van het onderooglid naar boven.

 

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijkerwijs op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, physician assistent, optometrist of orthoptist.

 

Vragen en/of klachten

Op onze website vindt u meer informatie over behandelingen die wij uitvoeren, over onze medewerkers en over ons privacyreglement. Voor vragen en/of klachten kunt u altijd telefonisch, per e-mail of via het contactformulier op onze website contact met ons opnemen. Onze medewerkers staan voor u klaar en geven u deskundig antwoord op al uw vragen. Een onafhankelijke klachtenfunctionaris bemiddelt bij onvrede of klachten.

Mocht u niet tevreden zijn met de manier waarop wij uw vraag of klacht hebben behandeld, dan heeft u de mogelijkheid om u klacht in tweede instantie aan een onafhankelijke geschillencommissie voor te leggen. Het Oogcentrum is aangesloten bij de geschillencommissie van Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN). Meer informatie over de geschillencommissie kunt u vinden op zkn.nl/consumenten/over-zkn/geschillencommissie.

 

Veiligheid

Een veilig verblijf voor iedereen in het Oogcentrum is voor ons een topprioriteit. Om uw veiligheid te waarborgen vragen wij u de instructies van de medewerkers van het Oogcentrum nauwgezet op te volgen. Onze medewerkers kennen de risico’s.

Heeft u zich tijdens uw verblijf in het Oogcentrum op enig moment onveilig gevoeld of bent u een situatie tegengekomen die voor u of anderen in het Oogcentrum gevaarlijk kan zijn? U helpt ons door dat aan ons te melden. U kunt dat ter plekke melden aan iedere medewerker van het Oogcentrum of achteraf telefonisch, per brief of per e-mail. Wij bespreken alle meldingen en nemen de mogelijke maatregelen om gevaarlijke situaties op te lossen.

Oogcentrum Noordholland beschikt over de “Meldcode signalen bij kindermishandeling en huiselijk geweld OCNH”. Dit betekent dat een medewerker van Oogcentrum Noordholland bij het signaleren van dergelijke signalen volgens een vastgesteld stappenplan te werk gaat en mogelijk hulp biedt aan het slachtoffer of een melding doet bij Veilig Thuis.

 

Waarom een oppervlakte behandeling?

Indien het oppervlakte van het hoornvlies onregelmatig is kan een oppervlakte behandeling verbetering bieden. Dit is het geval bij de volgende aandoeningen:

  • Bandkeratopathie
    Dit is een kalkneerslag op het hoornvlies
  • Hyaliene degeneratie / Salzmannse noduli
    Dit zijn goedaardige grijs/witte verdikkingen op het hoornvlies
  • Recidiverende cornea erosie
    Het terugkerend ontstaan van oppervlakkige wondjes op het hoornvlies

 

EDTA-spoeling

Wanneer er sprake is van bandkeratopathie wordt vooraf aan de oppervlaktebehandeling het oog behandeld met EDTA. Dit is een kalkoplosser die er voor zorgt dat de kalk makkelijker verwijderd kan worden.

 

De operatie

De behandeling kan onder verschillende soorten verdoving worden uitgevoerd. In overleg met de patiënt wordt een keuze gemaakt welke soort verdoving er wordt toegepast, hierbij zijn er de volgende mogelijkheden:

  • Druppelverdoving

Bij druppelverdoving, topicale anesthesie genoemd, wordt de buitenzijde van het oog gedruppeld met speciale vloeistof.

  • Parabulbaire verdoving (subtenon)

Deze vorm van verdoving kan als aanvulling gebruikt worden op de druppelverdoving. Eerst wordt het oog verdoofd met druppels. Daarna wordt met een canule, via het slijmvlies, extra verdovingsvloeistof achter het oog geplaatst. Dit veroorzaakt geen of weinig pijn.

  • Narcose

In enkele gevallen wordt gekozen voor algehele narcose. Zie voor verdere informatie hierover de folder ‘Narcose’.

Tijdens de ingreep is uw gezicht afgedekt met een steriele doek en uw oog wordt open gehouden met een ooglidspreider. Het oppervlakkige laagje van het hoornvlies (epitheel) wordt verwijderd en indien van toepassing ook het laagje kalk en/of andere verdikkingen.

De ingreep duurt ongeveer 15 minuten.

Na de behandeling wordt er een bandage contactlens geplaatst, deze zal tot de volgende controle blijven zitten, en u krijgt een kapje op. Bij thuiskomst mag u het kapje verwijderen. De dagen na de operatie kan er nog irritatie en/of een ‘zandkorrel’-gevoel aanwezig zijn.

 

Welke resultaten kunt u verwachten van de operatie?

  • Bandkeratopathie
    Een afname van de kalkneerslag en daarmee een beter zicht.
  • Hyaliene degeneratie / Salzmannse noduli
    Een afname / verdwijning van de verdikkingen op het hoornvlies. Hierdoor wordt het oppervlakte van het hoornvlies egaler en kan het zicht verbeteren.
  • Recidiverende cornea erosie
    Minder vaak terugkerende wondjes en de daarbij gepaarde pijn.

 

Mogelijke complicaties

Er is een laag risico op complicaties bij deze behandeling. In sommige gevallen kan het hoornvlies troebel zijn na de operatie, dit trekt vaak in de eerste dagen tot weken weer bij. Er is een laag risico op infectie. Om deze kans zo klein mogelijk te maken moet u antibiotica druppels gebruiken na de behandeling, zeker gedurende de tijd dat de bandage contactlens op het oog zit.

 

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Op de dag van de operatie vragen wij u schone, makkelijk zittende kleding aan te trekken en geen make-up te dragen, ook geen dagcrème en nagellak. Uit hygiënisch oogpunt vragen wij u de haren te wassen. Laat u uw waardevolle spullen, zoals bijvoorbeeld sieraden, zoveel mogelijk thuis. Voor hetgeen u op de operatiedag wel bij u heeft, zijn kluisjes aanwezig. In principe kan alle medicatie, ook de bloedverdunners en oogdruppels die al in gebruik zijn, worden door gebruikt. Eventuele uitzonderingen zullen vooraf door de oogarts met u besproken worden.

 

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Het is verstandig iemand mee te nemen om u te begeleiden. Na de behandeling is het behandelde oog erg wazig en kunt u moeite hebben met het zien van diepte.

Mocht u met de auto komen dan is het noodzakelijk iemand mee te nemen die u naar huis kan rijden. Direct na de behandeling mag u namelijk niet zelf autorijden.

 

Instructies voor thuis na de behandeling

De eerste week na de operatie moet u voorkomen dat er vuil, stof of verontreinigd water in het oog komt. Probeert u niet te wrijven in het behandelde oog. Bij thuiskomst na de operatie start u met chlooramfenicol druppels in het geopereerde oog. Deze gebruikt u driemaal daags, verdeeld over de hele dag. De laatste doet u altijd vlak voor het slapengaan. De controle vindt over het algemeen één week na de ingreep plaats. De oogarts onderzoekt dan of de wond goed geneest en of er geen infecties optreden. De bandagecontactlens wordt dan ook verwijderd.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, physician assistent, optometrist of orthoptist.

Wat is het?

Een pinguecula is een lichtgele zwelling in het slijmvlies van het oog, die wordt veroorzaakt door een opeenhoping van eiwitten. Het is een goedaardige verandering van het slijmvlies, waarbij er geen sprake is van ingroei in het hoornvlies. Het komt bij een groot deel van de bevolking voor, vooral bij personen die veel buiten zijn.

Oorzaken

Er is geen echte oorzaak bekend. Blootstelling aan zonlicht (UV-licht) en uitdroging van de traanlaag zijn factoren die het ontstaan en de groei van een pinguecula bevorderen.

Symptomen

In de meeste gevallen heeft men geen last van een pinguecula. Wel kan het oog soms aan de zijde van het pinguecula sneller rood worden en geïrriteerd aanvoelen.

Mogelijke behandelingen

Als het oog door het pinguecula geïrriteerd of ontstoken raakt (dit komt zelden voor), kan het nodig zijn om te behandelen met kunsttranen en/of ontstekingsremmende druppels. Volg hiervoor de instructies van uw oogarts. Als de oogdruppels onvoldoende effectief zijn of als de patient cosmetische problemen heeft met de pinguecula, kan een operatieve correctie overwogen worden.

De operatie

Het pinguecula kan onder verschillende soorten verdoving worden verwijderd. In overleg met de patiënt wordt een keuze gemaakt welk soort verdoving er wordt toegepast, hierbij zijn er de volgende mogelijkheden:
Druppelverdoving
Bij druppelverdoving, topicale anesthesie genoemd, wordt de buitenzijde van het oog gedruppeld met speciale vloeistof. Deze verdoving zorgt dat het oog voldoende verdoofd is voor de ingreep. Het nadeel is wel dat het oog nog kan bewegen, u moet het oog dus goed stil kunnen houden.
Parabulbaire verdoving (subtenon)
Deze vorm van verdoving kan als aanvulling gebruikt worden op de druppelverdoving. Eerst wordt het oog verdoofd met druppels. Daarna wordt met een canule, via het slijmvlies, extra verdovingsvloeistof achter het oog geplaatst. Dit veroorzaakt weinig of geen pijn.
Narcose
In enkele gevallen wordt gekozen voor algehele narcose. Zie voor verdere informatie hierover de folder ‘Narcose’.

Tijdens de ingreep is uw gezicht afgedekt met een steriele doek en uw oog wordt opengehouden met een ooglidspreider. Als eerste zal het pinguecula worden verwijderd. Op de plaats waar het pinguecula zat, ontstaat een defect in het slijmvlies (de conjunctiva). Als dit defect relatief klein is, zal deze met oplosbare hechtingen gesloten worden. Is het defect groot dan zal er vanuit een andere plaats een stukje slijmvlies uit het oog worden genomen. Dat wordt vervolgens naar het defect getransplanteerd en aangehecht. Ook deze hechtingen lossen vanzelf op. De ingreep duurt ongeveer 45 minuten.

Na de behandeling wordt er zalf in het oog gedaan en krijgt u een kapje op. Bij thuiskomst mag u het kapje verwijderen en kunt u beginnen met zalven.
De dagen na de operatie kan er nog forse irritatie en/of een ‘zandkorrel’-gevoel aanwezig zijn. U kunt tot vier weken na de operatie last van de hechtingen hebben.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

  • Minder irritatie
  • Minder kans op roodheid

Mogelijke complicaties

  • Het stukje transplantaat wordt vastgehecht, mocht deze hechting wat te diep geplaatst worden dan kan er wat vocht uit het oog lekken en kan het zicht na de operatie tijdelijk wat minder zijn. Het oog vult dit vocht zelf weer aan. Ook kan het zo zijn dat hierdoor een bloeding onder het netvlies optreedt. Deze complicatie komt echter zeer zelden voor.
  • Er bestaat altijd een kans dat het pinguecula weer terugkomt.
  • Bij deze ingreep is er een zeer geringe kans op een infectie.
    Na het indruppelen van oogdruppels kan het zicht tijdelijk verminderd zijn. Over het algemeen is er een kleine kans op bijwerkingen. Er bestaan echter ook medicijnen met een grotere kans op bijwerkingen. Lees daarom altijd goed de bijsluiter.

Bij het gebruik van oogdruppels kan de kans op lichamelijke (systemische) bijwerkingen aanzienlijk worden verminderd door het dichtdrukken van de traanbuis na het druppelen. Hierdoor vloeit er minder oogdruppelvloeistof af naar de neus- en keelholte, zodat er minder werkzame stof wordt ingeslikt. De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk groter bij hogere doseringen.

Wanneer er tijdens het gebruik van een medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een bijwerking, (2) een wisselwerking van dit medicijn met een ander medicijn, (3) overgevoeligheid of (4) een allergische reactie. Neemt u in dat geval contact met ons op.

Wanneer er sprake is van een zeer rood, pijnlijk oog of plotseling verminderd zicht, neem dan direct contact met ons op!

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Op de dag van de operatie vragen wij u schone, makkelijk zittende kleding aan te trekken en geen make-up te dragen, ook geen dagcrème en nagellak. Uit hygiënisch oogpunt vragen wij u de haren te wassen. Laat u uw waardevolle spullen, zoals bijvoorbeeld sieraden, zoveel mogelijk thuis. Voor hetgeen u op de operatiedag wel bij u heeft, zijn kluisjes aanwezig. In principe kan alle medicatie, ook de bloedverdunners en oogdruppels die al in gebruik zijn, worden gebruikt. Eventuele uitzonderingen zullen vooraf door de oogarts met u besproken worden.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Het is verstandig iemand mee te nemen om u te begeleiden. Na de behandeling is het behandelde oog erg wazig en kunt u moeite hebben met het zien van diepte.
Mocht u met de auto komen dan is het noodzakelijk iemand mee te nemen die u naar huis kan rijden. Direct na de behandeling mag u namelijk niet zelf autorijden.

Instructies voor thuis na de behandeling

De eerste zes weken na de operatie moet u voorkomen dat er vuil, stof of verontreinigd water in het oog komt. Probeert u niet te wrijven in het behandelde oog. Als u normaal gesproken contactlenzen draagt, kunt u deze de eerste zes weken na de operatie niet in het geopereerde oog dragen. Zorg in dat geval voor een reservebril.

Bij thuiskomst na de operatie start u met de Tobradex oogzalf in het geopereerde oog. Deze gebruikt u driemaal daags, verdeeld over de hele dag, bij zeer veel irritatie mag dit vaker (met een maximum van zes maal per dag). De laatste doet u altijd vlak voor het slapen gaan.
De eerste controle vindt over het algemeen één week na de ingreep plaats. De oogarts onderzoekt dan of de wond goed geneest en of er geen infecties optreden.

Na de eerste controle stopt u met de Tobradex zalf en gaat u over op FML Liquifilm druppels,drie keer per dag één druppel in het geopereerde oog. Deze druppels blijft u gebruiken tot de volgende controle vijf weken later (en dus zes weken na ingreep).

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat zijn premium intra oculaire lenzen?

Een premium lens is een lens die in plaats van een standaard monofocale kunstlens bij een staaroperatie kan worden geïmplanteerd. Deze nieuwe lenzen zijn ontwikkeld om zoveel mogelijk scherp te kunnen zien zonder bril. Scherp zien dichtbij, veraf of op alle afstanden.

 

Er zijn verschillende soorten premium lenzen 

  • Torische lens (monofocale lens met cilinder)
  • Multifocale lens
  • Multifocaal torische lens (multifocale lens met cilinder)
  • Extended range of vision lens
  • Extended range of vision lens, torisch (Extended range of vision lens met cilinder)

 

Torische lens 

Hoe werkt een torische lens?

Deze lens is in staat om naast de sferische afwijking (bijziendheid of verziendheid) van het oog ook de cilindrische afwijking van het hoornvlies te corrigeren. Het hoornvlies is het doorzichtige, voorste deel van het oog, waardoor het licht het oog binnenkomt. Een cilindrische afwijking ontstaat doordat het hoornvlies niet een mooie ronde (bal)vorm heeft, maar een ovale vorm heeft, als een rugbybal. Dit wordt ook wel astigmatisme genoemd.

Voor mensen die bekend zijn met een hogere cilinder, leidt correctie met een torische lens tot een scherper beeld veraf zonder bril. Een leesbril blijft echter nodig. Soms kan er ook voor worden gekozen om dichtbij zo scherp mogelijk te kunnen zien zonder bril, in dat geval is een bril voor veraf nodig.

Voor- en nadelen van de torische lens

Voordelen:

  • Helder zicht zonder bril veraf òf nabij

Nadelen:

  • Restrefractie. Bij een kleine groep patiënten is het uiteindelijke resultaat niet geheel naar verwachting, ook al is de gezichtsscherpte sterk verbeterd door vervangen van de eigen troebele ooglens door een heldere kunstlens. Ondanks de secure lensmeting voor de operatie zijn geringe afwijkingen na de operatie (een kleine restrefractie ofwel lichte brilsterkte) soms niet te voorkomen en acceptabel. Overigens kan er bij een standaard monofocale lens ook sprake zijn van een dergelijke restrefractie. Indien deze restrefractie als storend wordt ervaren, kan worden nabehandeld, onder andere met laserbehandeling (touch-up middels PRK, zie ‘Folder PRK’). Hier zijn extra kosten aan verbonden.
  • Bijbetaling: extra kosten.

Voor wie is de torische lens geschikt?

Een torische lens kan geschikt zijn voor mensen met een cilindrische afwijking van het hoornvlies (een cilinder van 1.25 dioptrie of hoger) die graag onafhankelijk of minder afhankelijk willen zijn van een bril. De torische lens verbetert de kwaliteit van het zien doordat de lens door middel van speciale pootjes stabiel en goed gecentreerd in het oog blijft zitten (dit in tegenstelling tot een contactlens die beweegt op het oog waardoor het beeld niet continu scherp is en een bril die goed recht op de neus moet staan omdat anders de cilindrische correctie niet meer in de juiste stand staat met als gevolg minder scherp zien).

 

Multifocale lens en multifocaal torische lens

Hoe werkt de multifocale lens?

De multifocale kunstlens is een lens met een bijzondere eigenschap, namelijk meerdere scherpe focuspunten (brandpunten), waardoor dichtbij en veraf kijken zonder bril mogelijk wordt.

Door het speciale lensdesign ontstaan 2 beelden, één voor veraf en één voor dichtbij, waarbij de hersenen het beeld zullen negeren wat op dat moment het minst scherp is.

Hoe werkt een multifocaal torische lens?

Deze lens bevat alle eigenschappen van een multifocale lens. Daarbij corrigeert deze lens ook de cilindrische afwijking  van het hoornvlies.

Voor- en nadelen van de multifocale lens en de multifocaal torische lens

Voordelen:

  • Het voordeel is dat het grootste deel van de patiënten ongeveer 70-80% van de tijd geen bril meer nodig heeft.

Nadelen:

  • Restrefractie. Bij een kleine groep patiënten is het uiteindelijke resultaat niet geheel naar verwachting, ook al is de gezichtsscherpte sterk verbeterd door vervangen van de eigen troebele ooglens door een heldere kunstlens. Ondanks de secure lensmeting voor de operatie zijn geringe afwijkingen na de operatie (een kleine restrefractie ofwel lichte brilsterkte) soms niet te voorkomen en acceptabel. Overigens kan er bij een standaard monofocale lens ook sprake zijn van een dergelijke restrefractie. Indien deze restrefractie als storend wordt ervaren, kan worden nabehandeld, onder andere met laserbehandeling (touch-up middels PRK, zie ‘Folder PRK’). Hier zijn extra kosten aan verbonden.
  • “Glare” en halo’s

Het oog krijgt meerdere beelden tegelijk binnen. De hersenen kiezen het scherpste beeld uit. Het andere, wazige beeld kan een schaduwbeeld geven. Dit uit zich in verblinding door lampen of het uitwaaieren van lichtbronnen (glare) en ringen of cirkels rondom lampen (halo’s). Het is mogelijk om de (torisch) multifocale lens te vervangen door een monofocale kunstlens. Dit noemt men een lenswissel. Een lenswissel houdt in dat er weer een operatie moet plaatsvinden met alle risico’s die daarbij horen. Mocht deze keuze aan de orde komen, dan zal uw behandelend oogarts dit uitvoerig met u bespreken.

  • Vermindering contrastgevoeligheid. De gezichtsscherpte zou een fractie minder kunnen zijn dan bij de monofocale kunstlens. Dit wordt vaak niet als een probleem ervaren.
  • Bijbetaling: extra kosten.

 

Extended range of vision lens en

Extended range of vision lens, torisch

Het oogcentrum maakt gebruik van het nieuwste type lens, waarbij u op alle afstanden scherp kunt zien (opvolger van de multifocale lens). Deze extended range of vision lens heeft een groter focusgebied, waardoor u zonder bril goed kunt lezen (nabij kijken), op de computer kunt kijken (tussenafstand) en veraf scherp kunt zien.

De voor- en nadelen zoals genoemd onder de multifocale lens (zie hierboven) zijn ook van toepassing op deze extended range of vision lens; echter de genoemde nadelen zijn in mindere mate aanwezig. Er is sprake van een hoger contrastzien (contrastgevoeligheid) en minder bijwerkingen zoals glare en halo’s ten opzichte van de multifocale lenzen. Er is ook een extended range of vision lens met cilinder.

 

Voor wie is de (torisch) multifocale lens en de (torisch) extended range of vision  lens  geschikt?

Een bepaalde groep patiënten komt in aanmerking voor dit type lenzen.

Het meest geschikt zijn de mensen die gemotiveerd zijn om minder afhankelijk te zijn van de bril.

Minder geschikt zijn de mensen die:

  • te hoge verwachtingen hebben; de kunstlens evenaart nooit de natuurlijke ooglens;
  • veel problemen hebben of hebben gehad met eerder voorgeschreven multifocale glazen of contactlenzen;
  • voor hun beroep veel moeten autorijden;
  • mensen die veel in het donker moeten kijken;
  • piloot zijn;
  • tevreden zijn met het dragen van een bril.

Verder kunnen de volgende zaken bezwaarlijk zijn voor het kiezen van een (torische) multifocale lens of (torische) extended range of vision lens: bepaalde oogafwijkingen zoals maculadegeneratie en hoornvliesafwijkingen, een in het verleden ondergane laserbehandeling ter correctie van een brilsterkte, een monofocale kunstlens in het eerste reeds geopereerde oog.

 

Onderzoek en behandeling

Voordat de operatie wordt uitgevoerd, worden er een aantal metingen gedaan. Ten opzichte van een gewone (monofocale) kunstlens is het aantal metingen meer uitgebreid.

Als eerste wordt de biometrie (lensmeting) gedaan, hierbij worden de lengte van het oog en de kromming van het hoornvlies bepaald. Tevens wordt er een corneatopografie gemaakt, waarbij het oppervlak van het hoornvlies nauwkeurig in kaart wordt gebracht.

Aan de hand van deze gegevens wordt de sterkte van de kunstlens berekend.

Indien u kiest voor een premium lens wordt er ook een optical coherence tomografie (OCT) verricht zodat we een duidelijke scan hebben om de gezondheid van het netvlies te beoordelen.

Contactlenzen hebben invloed op de kromming van het hoornvlies. Daarom geldt voor contactlensdragers dat de lenzen enkele weken voor de metingen niet meer mogen worden gedragen zodat het hoornvlies weer in zijn oorspronkelijke vorm komt. Voor harde lenzen is dit vier weken voor zachte lenzen twee weken.

De extra kosten voor premium lenzen worden niet vergoed vanuit het basispakket.

Indien u kiest voor premium lenzen verzoeken wij u de rekening vooraf te voldoen. De kosten voor de lenzen zijn afhankelijk van welk type lens u nodig heeft. De kosten voor elk type lens staan in onderstaande tabel vermeld. Let op, de staaroperatie zelf wordt altijd vergoed vanuit het basispakket, u betaalt alleen de extra kosten van de premium lens.

Standaard lens: geen extra kosten
Torische intra oculaire lens € 600,- per lens
Multifocale intra oculaire lens € 1.200,- per lens
Multifocaal torische intra oculaire lens € 1.500,- per lens
Extended range of vision intra oculaire lens € 1.300,- per lens
Extended range of vision intra oculaire lens, torisch € 1.500,- per lens

 

Voor informatie over de staar en de staaroperatie wordt u verwezen naar de folder  “Staar “ .

 

Wat is het?

Men spreekt van een pterygium als het slijmvlies dat het wit van het oog (de conjunctiva) bedekt in een driehoekige vorm over het hoornvlies gaat groeien. Hierdoor kan het zien belemmerd worden. Meestal zit een pterygium aan de neuskant van het oog.

Oorzaken

Tot nu toe is er nooit een echte oorzaak gevonden. Wel lijkt het erop dat UV-licht een rol speelt omdat het pterygium in zonnige klimaten vaker voorkomt. Ook chronische irritatie van de ogen in een stoffige en droge omgeving kan een oorzaak zijn voor het ontstaan van een pterygium.

Symptomen

In de meeste gevallen heeft men geen last van het pterygium. Wel kan het oog soms aan de zijde van het pterygium sneller rood worden en geïrriteerd aanvoelen.
Als het pterygium steeds verder doorgroeit naar het centrum van het hoornvlies, kan het zicht hierdoor belemmerd worden en kan er een verandering van de brilsterkte optreden.

Mogelijke behandelingen

Als het oog geïrriteerd of ontstoken is door het pterygium, kan het nodig zijn om te behandelen met kunsttranen en/of ontstekingsremmende druppels. Volg hiervoor de instructies op van uw oogarts. Als er onvoldoende effect is van de oogdruppels of als het pterygium te ver richting het centrum van het hoornvlies groeit, kan een operatieve correctie overwogen worden.

De operatie

Het pterygium kan onder verschillende soorten verdoving worden verwijderd. In overleg met de patiënt wordt een keuze gemaakt welke soort verdoving er wordt toegepast, hierbij zijn er de volgende mogelijkheden:

Druppelverdoving
Bij druppelverdoving, topicale anesthesie genoemd, wordt de buitenzijde van het oog gedruppeld met speciale vloeistof. De druppels zorgen ervoor dat het oog voldoende verdoofd is voor de ingreep. Het nadeel is wel dat het oog nog kan bewegen, u moet het oog dus goed stil kunnen houden.

Parabulbaire verdoving (subtenon)
Deze vorm van verdoving kan als aanvulling gebruikt worden op de druppelverdoving. Eerst wordt het oog verdoofd met druppels. Daarna wordt met een canule, via het slijmvlies, extra verdovingsvloeistof achter het oog geplaatst. Dit veroorzaakt weinig of geen pijn.

Narcose
In enkele gevallen wordt gekozen voor algehele narcose. Zie voor verdere informatie hierover de folder ‘Narcose’.

Tijdens de ingreep is uw gezicht afgedekt met een steriele doek en uw oog wordt open gehouden met een ooglidspreider. Als eerste zal het pterygium worden verwijderd. Op de plaats waar het pterygium zat, ontstaat een defect in het slijmvlies (de conjunctiva). Vanuit een andere plaats, van het zelfde oog, wordt een stukje slijmvlies genomen. Dat wordt vervolgens getransplanteerd naar het defect en aangehecht (deze hechtingen lossen vanzelf op). De ingreep duurt ongeveer 45 minuten.

Na de behandeling wordt er zalf in het oog gedaan en krijgt u een kapje op. Bij thuiskomst mag u het kapje verwijderen en kunt u beginnen met zalven.
De dagen na de operatie kan er nog forse irritatie en/of een ‘zandkorrel’-gevoel aanwezig zijn.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

– Minder irritatie
– Minder kans op roodheid

Mogelijke complicaties

  • Wanneer het nodig is een stukje conjunctiva te transplanteren, bestaat het risico dat het transplantaat niet aangroeit op de nieuwe plaats en er een afstotingsreactie plaatsvindt. De kans hierop is echter klein.
  • Het stukje transplantaat wordt vastgehecht, mocht deze hechting wat te diep geplaatst worden dan kan er vocht uit het oog lekken en is het zicht na de operatie tijdelijk wat minder. Het oog vult dit vocht zelf weer aan. Ook kan het zo zijn dat hierdoor een bloeding onder het netvlies optreedt. Deze complicatie komt echter zeer zelden voor.
  • Als het pterygium al erg ver naar het centrum van het hoornvlies is gegroeid, is het vaak niet mogelijk het hoornvlies helemaal glad te krijgen. Na de operatie blijft het zicht dan enigszins beperkt.
  • Welke operatietechniek er ook gebruikt is, er bestaat altijd een kans dat het pterygium weer terug groeit.
  • Bij deze ingreep is er een zeer geringe kans op een infectie.
  • Na deze ingreep kan de brilsterkte zijn veranderd.
  • Na het gebruik van oogdruppels en/of zalf kan het zicht tijdelijk verminderd zijn (zie bijsluiter in de verpakking).

Over het algemeen is er een kleine kans op bijwerkingen. Er bestaan echter ook medicijnen met een grotere kans op bijwerkingen. Lees daarom altijd goed de bijsluiter.

Bij het gebruik van oogdruppels kan de kans op lichamelijke (systemische) bijwerkingen aanzienlijk worden verminderd door het dichtdrukken van de traanbuis na het druppelen. Hierdoor vloeit er minder oogdruppelvloeistof af naar de neus- en keelholte, zodat er minder werkzame stof wordt ingeslikt. De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk groter bij hogere doseringen.

Wanneer er tijdens het gebruik van een medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een bijwerking, (2) een wisselwerking van dit medicijn met een ander medicijn, (3) overgevoeligheid of (4) een allergische reactie. Neemt u in dat geval contact met ons op.

Wanneer er sprake is van een zeer rood, pijnlijk oog of plotseling verminderd zicht, neem dan direct contact met ons op.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Op de dag van de operatie vragen wij u schone, makkelijk zittende kleding aan te trekken en geen make-up te dragen, ook geen dagcrème en nagellak. Uit hygiënisch oogpunt vragen wij u de haren te wassen. Laat u uw waardevolle spullen, zoals bijvoorbeeld sieraden, zoveel mogelijk thuis. Voor hetgeen u op de operatiedag wel bij u heeft, zijn kluisjes aanwezig. In principe kan alle medicatie, ook de bloedverdunners en oogdruppels die al in gebruik zijn, worden door gebruikt. Eventuele uitzonderingen zullen vooraf door de oogarts met u besproken worden.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Het is verstandig iemand mee te nemen om u te begeleiden. Na de behandeling is het behandelde oog erg wazig en kunt u moeite hebben met het zien van diepte.
Mocht u met de auto komen dan is het noodzakelijk iemand mee te nemen die u naar huis kan rijden. Direct na de behandeling mag u namelijk niet zelf autorijden.

Instructies voor thuis na de behandeling

De eerste zes weken na de operatie moet u voorkomen dat er vuil, stof of verontreinigd water in het oog komt. Probeert u niet te wrijven in het behandelde oog. Als u normaal gesproken contactlenzen draagt, kunt u deze de eerste zes weken na de operatie in het geopereerde oog niet dragen. Zorg dan dus voor een reservebril.

Bij thuiskomst na de operatie start u met de Tobradex oogzalf in het geopereerde oog. Deze gebruikt u driemaal daags, verdeeld over de hele dag, bij zeer veel irritatie mag dit vaker (met een maximum van zes maal per dag). De laatste doet u altijd vlak voor het slapengaan.
De eerste controle vindt over het algemeen één week na de ingreep plaats. De oogarts onderzoekt dan of de wond goed geneest en of er geen infecties optreden.

Na de eerste controle stopt u met de Tobradex zalf en gaat u over op FML Liquifilm druppels, driemaal daags één druppel (in het geopereerde oog). U blijft druppelen tot de volgende controle, vijf weken later (en dus zes weken na ingreep).

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Als de spier die het bovenooglid omhoog trekt niet goed functioneert, ontstaat er een laagstand van het bovenooglid. De lidspleet wordt kleiner waardoor er minder oogwit zichtbaar is.

Oorzaken

Aponeurogene of involutionele ptosis
Bij oudere mensen is dit de meest voorkomende vorm van ptosis. Bij deze aandoening functioneert de spier wel goed, maar is de pees van de levatorspier verslapt of raakt de aanhechting van de levatorspier aan het ooglid los.
Dit kan ontstaan door:
– Veroudering van het weefsel waardoor verslapping plaatsvindt.
– Langdurig dragen van contactlenzen.
– Oogoperaties. Een ooglidspreider die het oog openhoudt tijdens een operatie, kan een geringe ptosis veroorzaken.
– Ernstige oogontstekingen.

Myogene ptosis
Hierbij is de functie van de levatorspier die het ooglid heft, gestoord. Dit komt onder andere voor bij een aangeboren afwijking of bij bepaalde spierziekten.

Neurogene ptosis
Hierbij werkt de zenuw die de levatorspier aanstuurt niet goed (de derde hersenzenuw). Omdat deze hersenzenuw ook de oogspieren aanstuurt, zijn er meestal meerdere afwijkingen aanwezig, zoals een afwijkende oogstand en een wijde pupil.

Mechanische ptosis
Door verlittekening, overtollige huid of ooglidzwellingen kan ook een ptosis ontstaan. Het ooglid wordt dan naar beneden gedrukt.

Symptomen

Vermoeide ogen, dichtvallen van de oogleden, beperking van het gezichtsveld aan de bovenzijde of beperking van het zicht doordat één of beide oogleden voor de pupil hangen.

Mogelijke behandelingen

Ptosiscorrectie
Indien de hangende oogleden als storend worden ervaren kan er een ptosiscorrectie worden uitgevoerd. De ptosiscorrectie vindt poliklinisch plaats en duurt ongeveer 60 minuten. U krijgt eerst druppels die het oogoppervlak verdoven. Vervolgens wordt de huid gedesinfecteerd en wordt er met stift aangetekend waar het sneetje in het ooglid gemaakt moet worden. De tweede verdoving vindt plaats door een aantal injecties onder de huid te geven, deze injecties kunnen gevoelig zijn.
Nadat de huid geopend is, wordt een hechting geplaatst door de bovenzijde van de bindweefselplaat in het ooglid (tarsus) en door de pees van de spier (levatorspier). Deze hechtingen worden geknoopt. Om te beoordelen of de hoogte van het bovenooglid juist is, wordt de patiënt tijdens de operatie van ligstand naar zitstand bewogen. De patiënt moet dan de ogen openhouden zodat de oogarts kan beoordelen of de stand goed is. Vervolgens wordt de huid met niet-oplossende hechtingen gesloten. Het littekentje dat hierbij ontstaat komt in de natuurlijke ooglidplooi te liggen, waardoor deze niet zichtbaar is als u uw ogen open heeft.

Direct na de ingreep krijgt u ongeveer 15 minuten een ijsbril op, dit voorkomt de ergste zwelling. Desondanks zal in de eerste weken nog sprake zijn van zwelling van de oogleden en zult u bloeduitstortingen rond de ogen hebben.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Door de ptosis correctie zijn de oogleden een stukje hoger komen te staan waardoor er meer licht in het oog valt en het beeld vaak helderder is. Daarnaast kunt u ervaren dat het gezichtsveld vergroot is. Verder zal het vermoeide ogen gevoel verminderen of zelfs verdwijnen.

Mogelijke complicaties

Evenals bij andere operaties kunnen zich een aantal bijwerkingen en complicaties voordoen. Complicaties zijn echter zeldzaam en het eindresultaat is vrijwel altijd goed.
Hieronder noemen wij een aantal mogelijke problemen die kunnen ontstaan na een ptosis correctie.

Overcorrectie, ondercorrectie en contourverschil
Ook na een zorgvuldig uitgevoerde operatie kan het voorkomen dat er sprake is van een ondercorrectie (het ooglid staat nog steeds te laag) of een overcorrectie (het ooglid staat te hoog) van de oogleden. Dit kan ontstaan doordat de hoogte van het ooglid tijdens de operatie moeilijk te beoordelen is omdat het weefsel is opgespoten met verdovingsvloeistof. Ook een geringe bloeding kan soms de stand beïnvloeden. Een beetje ongelijkheid is overigens normaal, zowel voor als na correctie van het bovenooglid, in principe kunt u hier geen claims aan verbinden. Mocht zich een situatie voordoen waarbij u het verschil tussen het rechter en het linker ooglid storend vindt, dan kan altijd in overleg met de behandelend oogarts worden bekeken of het mogelijk is om met een tweede operatie alsnog een optimaal resultaat te verkrijgen.

Ontsteking
De ernst van een infectie in het geopereerde gebied wordt bepaald door het type ziekteverwekker en de snelheid waarmee een adequate infectiebestrijding wordt begonnen. Indien op de juiste manier behandeld, hoeft een infectie geen negatief effect op het eindresultaat te hebben.

Littekens
Littekens zijn niet alleen het gevolg van de operatietechniek, ze zijn ook het resultaat van de reactie van de huid op de operatie. Om de genezing van littekens te bevorderen is het aan te raden om de eerste weken niet met de littekens in de zon te komen. Daarnaast heeft roken een negatief effect op wondgenezing.

Irritatie van het oog door uitdroging
Doordat het oog wijder open komt te staan, kan het sluiten van het ooglid verminderen, dit is normaal in de eerste dagen na de ingreep. Als het probleem echter blijft bestaan, kan er uitdroging van het hoornvlies optreden. Eventueel kan met kunsttranen worden gedruppeld om uitdroging van het hoornvlies tegen te gaan.

Zwelling van de oogleden en ongevoeligheid van de huid
De ooglidcorrectie leidt tot tijdelijke verslechtering van de lymfeafvoer van de oogleden, met een zwelling tot gevolg. Tijdens de ingreep worden ook een aantal gevoelszenuwen doorgesneden, waardoor er tijdelijk een ongevoeligheid van het huidgebied kan zijn. Deze zenuwen herstellen zich weer na een aantal maanden.

Cysten
Op de plek waar met de hechtnaald door de huid gestoken is, kunnen zich soms kleine gele bobbeltjes (inclusiecystes) ontwikkelen. Deze verdwijnen in de meeste gevallen spontaan.

Een uitpuilend oog door nabloeding
Zeer zeldzaam kan er na een ptosiscorrectie een bloeding in de oogkas optreden. Dit is een zeer ernstige complicatie die zelfs kan leiden tot blindheid.
Wanneer u last krijgt van een uitpuilend oog en/of verminderd zicht, neemt u dan direct contact op.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

  • Om na de ingreep de zwelling en verkleuring van de oogleden zoveel mogelijk te beperken, krijgt u het advies om in de week voor de ingreep Arnica producten in te nemen, deze zijn vrij verkrijgbaar bij apotheek of reformwinkel.
  • Medicijnen met acetylsalicylzuur (aspirine, ascal) hoeft u voor deze ingreep NIET te stoppen. Medicijnen waarvoor u gecontroleerd wordt bij de trombosedienst (acenocoumarol, coumarine) moet u DRIE DAGEN voor de ingreep stoppen. Deze laatste kunnen namelijk ernstige bloedingen veroorzaken. Het stoppen van deze medicatie dient u wel eerst te overleggen met uw huisarts, de specialist die het medicijn voorschrijft of de trombosedienst. Als u niet met deze medicatie mag stoppen, bespreek dit dan zo snel mogelijk met de oogarts.
  • Op de dag van de ingreep vragen wij u schone, makkelijk zittende kleding aan te trekken en geen make-up te dragen, ook geen dagcrème en nagellak. Uit hygiënisch oogpunt vragen wij u de haren te wassen. Laat u uw waardevolle spullen, zoals bijvoorbeeld sieraden, zoveel mogelijk thuis. Voor hetgeen u op de operatiedag wel bij u heeft, zijn kluisjes aanwezig.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Wanneer u een ooglidcorrectie ondergaat is het verstandig iemand mee te nemen om u te begeleiden. Na de behandeling zullen de ogen niet worden afgedekt maar de oogleden zullen wel gezwollen zijn, hetgeen invloed kan hebben op het zicht.
Mocht u met de auto komen dan is het noodzakelijk iemand mee te nemen die u naar huis kan rijden. Direct na de behandeling mag u namelijk niet zelf autorijden.

Instructies voor thuis na de behandeling

De eerste 48 uur na de ingreep is het verstandig om de ogen regelmatig met een ijsbril te koelen om zwelling en verkleuring verder tegen te gaan. De eerste week zijn de oogleden vaak flink blauw, waarbij de bloeduitstortingen kunnen uitzakken in de onderoogleden. Na twee weken is in de meeste gevallen het grootste deel van de zwelling verdwenen.
De eerste drie dagen na de ingreep dient u activiteiten waarbij druk op het hoofd en ogen ontstaat, bijvoorbeeld zwaar tillen en sporten, te vermijden. Dit om nabloedingen te voorkomen. Ook wordt u aangeraden de eerste week de oogleden niet nat te maken, geen oogmake-up te gebruiken en de contactlenzen niet te dragen.
De huid rondom de ogen is de eerste weken extra gevoelig voor zonlicht, hierdoor kunnen er verkleuringen van het litteken optreden. Vermijd direct zonlicht en gebruik een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor.

Hechtingen verwijderen
De hechtingen worden een week na de ingreep verwijderd en zes weken na de ingreep krijgt u nog een controleafspraak om het uiteindelijke resultaat van de operatie te beoordelen.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Om scherp te kunnen zien is het nodig dat lichtstralen uit de buitenwereld precies op het netvlies van het oog samenvallen. Dit is te vergelijken met het focussen van de lenzen in een fotocamera. Bij het normale oog zonder refractieafwijking (emmetropie) zorgt de breking van het licht door het hoornvlies en de lens ervoor, dat bij het zien in de verte op het netvlies een scherp beeld ontstaat. Wanneer de sterkte van het hoornvlies en de ooglens niet goed in verhouding staan tot de lengte van de oogbol, vallen de lichtstralen vanuit de verte niet precies op het netvlies. Er is dan geen sprake van een oogziekte of zwakte, maar van een refractie- of brekingsafwijking.

Oorzaken

Bijziendheid (myopie)
Wanneer het hoornvlies te bol is of het oog te lang, worden de binnenvallende stralen te sterk gebroken. Ze vallen samen op een punt dat vóór het netvlies ligt. Op het netvlies zelf ontstaat een onscherp beeld; we spreken dan van bijziendheid, u heeft een bril met min-glazen nodig. Bij bijziendheid kan men zonder bril dichtbij goed zien, maar veraf niet. Bij myopie valt het ‘brandpunt’ voor het netvlies.

Verziendheid (hypermetropie)
Is het hoornvlies te vlak of het oog te kort, dan vindt afbeelding van een voorwerp plaats achter het netvlies. Ook dan is het beeld niet scherp. Dit heet verziendheid, u heeft een plus-bril nodig. Bij verziendheid kan men zonder bril dichtbij niet goed zien, maar veraf dikwijls wel omdat de verziendheid door scherpstellen (accommoderen) deels gecompenseerd kan worden. Vaak krijgen mensen (kinderen) wel last van hoofdpijnklachten door het accommoderen, waardoor deze sterkte wel gecorrigeerd moet worden. Bij hypermetropie valt het ‘brandpunt’ achter het netvlies

Cilinderafwijking (astigmatisme)
Het is mogelijk dat het hoornvlies niet precies bolvormig is, maar meer de vorm van een rugbybal heeft. De breking in de ene richting is anders dan in de andere richting, dit levert een onscherp beeld op. Deze afwijking heet astigmatisme of een cilinderafwijking. Veel mensen hebben naast bijziendheid of verziendheid ook astigmatisme.

Anisometropie
Het hoeft niet altijd zo te zijn dat beide ogen dezelfde mate van brekingsafwijking hebben. Is er verschil tussen beide ogen dan spreek je van anisometropie. Bij deze afwijking krijgen kinderen vaak een lui oog. Het ene oog heeft hierbij dus een hogere sterkteafwijking dan het andere oog. Het meest wazige beeld wordt door de hersenen onderdrukt, zodat de prikkel tot ontwikkeling van de gezichtsscherpte van dat oog verdwijnt. Meer informatie hierover leest u in de folder ‘Amblyopie’.

Ouderdomsverziendheid (presbyopie)
Scherp stellen voor dichtbij gebeurt door het instellen van de ooglens; dit heet accommoderen. Bij het ouder worden vermindert het vermogen van de ooglens om scherp te stellen voor dichtbij. Ongeveer vanaf het veertigste levensjaar begint dit verschijnsel op te treden. De meeste mensen die tot dan toe geen bril nodig hadden, zullen nu behoefte krijgen aan een leesbril.

Symptomen

Bijziendheid (myopie)
– Veraf wazig zien
– Frontale hoofdpijn
– Met de ogen ‘knijpen’ om scherper te zien

Verziendheid (hypermetropie)
– Op alle afstanden, maar met name dichtbij, wazig zien – Frontale hoofdpijn
– Vermoeide, rode, geïrriteerde ogen

Cilinderafwijking (astigmatisme)
– Op alle afstanden, maar met name dichtbij, wazig zien – Frontale hoofdpijn
– Vermoeide, rode, geïrriteerde ogen

Anisometropie
– Afhankelijk van de afwijking kan het zicht op alle afstanden of één van de afstanden wazig zijn – Frontale hoofdpijn
– Vermoeide, rode, geïrriteerde ogen

Ouderdomsverziendheid (Presbyopie)
– Wazig zien nabij
– Leeswerk verder weg houden om het scherper te zien (de ‘armen zijn te kort’) – Frontale hoofdpijn
– Vermoeide, rode, geïrriteerde ogen
– Toenemende behoefte aan meer licht tijdens lezen

Mogelijke behandelingen

Bril
Wil men bij een brekings- of refractie-afwijking het beeld toch scherp op het netvlies krijgen, dan heeft men een correctie nodig. De eenvoudigste manier is een bril, waarbij verschillende soorten glazen mogelijk zijn om de afwijking te corrigeren. Vraag uw opticien naar de mogelijkheden.

Contactlenzen
Een tweede mogelijkheid om beter te zien zijn contactlenzen: in principe zijn er twee soorten contactlenzen:
– Harde zuurstofdoorlaatbare lenzen
– Zachte lenzen
Vraag uw contactlensspecialist naar de mogelijkheden.

Operatie
Als derde mogelijkheid is er een operatie. Met de refractielaser kan het brekend vermogen van het hoornvlies veranderd worden. Tevens is het mogelijk om een lens aan te brengen in het oog (vóór de eigen lens), of uw eigen lens te laten vervangen door een kunstlens. Hierbij is het wel noodzakelijk dat de refractie al minimaal 1 jaar stabiel is. Meer informatie hierover kunt u lezen in onze folder ‘Refractiechirurgie’.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Wanneer uw refractieafwijking wordt gecorrigeerd door middel van bril of lenzen, kunt u verwachten dat, wanneer u geen andere oogheelkundige afwijkingen heeft, uw zicht verbetert en de klachten afnemen. Bij kinderen komt het soms voor dat een brilsterkte te laat ontdekt wordt (dit geldt voor astigmatisme en hypermetropie). Als dit na het zevende levensjaar wordt ontdekt, bestaat er een kans dat zij met de juiste correctie nooit meer helemaal een goede gezichtsscherpte behalen, er kan dan een ‘lui oog’ zijn ontwikkeld aan één of beide ogen (zie de folder ’Amblyopie’). Hier is dan helaas niets meer aan te doen.
Bij refractiechirurgie is het streven een goede gezichtsscherpte te behalen zonder dat hiervoor nog een bril of lenzen bij nodig zijn. Voor meer informatie hierover bekijkt u onze folder ‘Refractiechirurgie’.

Mogelijke complicaties

Bij het dragen van contactlenzen kan soms een ontsteking voorkomen, ook kan men last krijgen van het ‘droge ogen gevoel’.
Voor informatie over mogelijke complicaties bij een eventuele operatie, vraagt u naar onze folder ‘Refractiechirurgie’.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Instructies voor refractie chirurgie: zie onze folder ‘Refractiechirurgie’.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Soms kan het zo zijn dat de brilsterkte met speciale druppels opgemeten moet worden. Hiermee worden de pupillen verwijd en de accommodatie wordt uitgeschakeld waardoor men wazig gaat zien. Vooraf wordt gemeld of u gedruppeld moet worden, in dit geval heeft u iemand nodig die u naar huis kan rijden, omdat u met deze druppels geen auto mag rijden.

Instructies voor thuis na de behandeling

Als u druppels heeft gekregen om de brilsterkte goed op te kunnen meten, ziet u daarna ongeveer nog minstens vier uur wazig. Tot die tijd mag u nog niet autorijden.
Instructies voor de refractiechirurgie: zie onze folder ‘Refractiechirurgie’.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Vanaf 75 jaar en ouder bent u verplicht om elke 5 jaar een rijbewijskeuring te ondergaan voor het vernieuwen van uw rijbewijs. Om veilig deel te kunnen nemen aan het verkeer is het van belang dat u lichamelijk en mentaal gezond bent. Het CBR beoordeelt daarom aan de hand van een gezondheidsverklaring, welke u zelf invult, of u medisch gezien voldoende geschikt bent om een voertuig te besturen. In eerste instantie is dat een algemene keuring door een ARBO- of bedrijfsarts, maar een verwijzing naar een medisch specialist, zoals een oogarts, kan ook tot de mogelijkheden behoren. Het CBR zal daarvoor dan een verwijzing afgeven. Om de medische keuring voor het vernieuwen van uw rijbewijs zorgvuldig en snel te kunnen verzorgen werken wij vanaf 1 april 2022 samen met oogkeuring.nl. Via www.oogkeuring.nl kunt u zich aanmelden voor uw rijbewijskeuring.

 

Krijgt u ook inzage in het rapport voordat het door de oogarts ingediend wordt bij het CBR?

Dat krijgt u zeker. Zodra de oogarts de keuring heeft afgerond, ontvangt u een email om het bestand te kunnen downloaden.

 

Wat moet u meenemen voor uw rijbewijskeuring?

  • Een geldig legitimatiebewijs
  • Alle relevante correspondentie van het CBR
  • CBR formulieren waarop wij de gegevens van de keuring kunnen invullen.

 

Wordt de rijbewijskeuring vergoed door uw zorgverzekeraar?

Nee, de rijbewijskeuring wordt op grond van artikel 101 van het Reglement Rijbewijzen niet vergoed door uw zorgverzekeraar. U dient de kosten voor de rijbewijskeuring (119,- euro inclusief BTW) zelf te betalen. U hoeft geen contant geld mee te nemen naar de keuring, u kunt via een mobiele pinautomaat betalen. U krijgt de factuur en uw betalingsbewijs direct mee.

 

Moet u een rijbewijskeuring ondergaan hebben en moet het rijbewijs vernieuwd zijn op de dag dat u 75 jaar wordt?

Een rijbewijskeuring hoeft niet ondergaan te zijn en uw rijbewijs hoeft niet vernieuwd te zijn op de dag dat u 75 jaar wordt, maar u moet wel een rijbewijskeuring ondergaan en een rijbewijsvernieuwing aanvragen voordat uw rijbewijs gaat verlopen als u de 75 jaar gepasseerd bent. Uw rijbewijs zal verlopen wanneer de datum onder het kopje ‘geldig tot’ op uw rijbewijs is verstreken. Het rijbewijs betekent voor u mobiliteit en zelfstandigheid. Wij raden u aan tijdig uw rijbewijs te vernieuwen.

 

Rijbewijs halen en/of houden met een handicap of beperking?

Mensen met een handicap of beperking willen indien mogelijk ook graag (blijven) autorijden. Voor deze mensen is zelfstandigheid en mobiliteit net zo belangrijk als voor ieder ander. Heeft u een handicap en/of beperking, dan zal uw rijbewijskeuring in deze situatie complexer in elkaar zitten. Deze zal dan niet gebonden zijn aan uw leeftijd, maar aan de mate van de beperkingen die u bij het autorijden zal gaan ondervinden.

Het CBR en de gemeente verlangen van u in deze situatie een door de medisch specialist getekende Eigen Verklaring en een door de medisch specialist getekende Verklaring van Geschiktheid. Het is heel goed mogelijk dat u in verband met uw handicap en/of beperking (misschien) verscheidene medisch specialisten moet consulteren om de benodigde handtekeningen op de verklaringen te kunnen krijgen.

Op de website www.cbr.nl kunt u meer informatie lezen over autorijden met een handicap en/of beperking.

 

Wat is het?

Traanvocht heeft als belangrijkste functie het oog vochtig te houden. Bij elke knipperslag wordt het traanvocht in een dun, gelijkmatig laagje over het oog verdeeld. Dit dunne laagje noemt men de traanfilm en dient om het oog glad te houden en te beschermen tegen de buitenlucht. De traanfilm bestaat uit drie bestanddelen; een olieachtige laag, een waterige laag en een slijmachtige laag (mucous). Het olieachtige buitenste laagje wordt geproduceerd door de kliertjes in de ooglidranden, de waterige laag door de traanklier en de slijmachtige laag door kleine kliertjes in het bindvlies van het oog.

Sommige mensen produceren niet genoeg traanvocht of hebben traanvocht van een dusdanig slechte kwaliteit, dat hun ogen niet goed vochtig worden gehouden. Men spreekt over droge ogen als de traanproductie in hoeveelheid of samenstelling niet voldoende is om bescherming aan het oog te geven.

Oorzaken

Een oorzaak van droge ogen kan zijn dat de verdamping van de traanfilm is toegenomen. Afwijkingen aan de oogleden (zie de folder ‘Blepharitis’) of het bindvlies (zie de folder ‘Conjunctivitis’), weinig knipperen of onvolledige knipperslag, omgevingsfactoren als airconditioning, rook, wind, droge lucht, een aangezichtsverlamming of slapen met halfopen ogen kunnen hieraan ten grondslag liggen.

Droge ogen kunnen ook ontstaan doordat de traanklier minder traanvocht produceert. Hierbij moet vooral gedacht worden aan hormonale veranderingen en algemene lichamelijke aandoeningen als de ziekte van Sjögren.
Bij een onregelmatig hoornvliesoppervlak is de verdeling van de traanfilm niet optimaal, waardoor er droge plekken kunnen ontstaan. Dit kan gebeuren indien u een litteken op het hoornvlies heeft of een verdikking op het oogwit (zie de folder ‘Pterygium’).

Ook een (seizoensgebonden) allergie of een intolerantie voor het dragen van contactlenzen geeft droge ogen.

Symptomen

De meeste mensen met droge ogen hebben last van rode en geïrriteerde ogen. Daarbij heeft men vaak het idee dat er zand of stof in het oog zit. Maar ook tranende ogen kunnen een teken van een droog oog zijn. Als gevolg van de irritatie maakt de traanklier meer tranen aan, die echter minder goed van kwaliteit zijn. Hierdoor plakken ze niet goed op het oog maar rollen ze over de wangen. Daarbij kan de gezichtsscherpte wisselen.

Mogelijke behandelingen

De behandeling is meestal niet eenvoudig omdat het niet altijd lukt de oorzaak van de droge ogen weg te nemen. Als het probleem wordt veroorzaakt door een ontsteking van de oogleden (zie de folder ‘Blepharitis’) of van het bindvlies (zie de folder ‘Conjunctivitis’), zal deze eerst worden behandeld. Daarbij kan er worden gekozen voor de zogenaamde kunsttranen. Dit zijn druppels of een gel die uw oog nat houden en een aanvulling vormen op uw eigen traanfilm. Ook is het mogelijk het afvoerkanaaltje van de tranen (tijdelijk of permanent) te belemmeren. Dit zorgt ervoor dat de weinige tranen die u heeft, zo lang mogelijk worden vastgehouden.

Om het snelle verdampen van de traanfilm verder tegen te gaan, zijn er speciale brillen met kappen in de handel. Deze brillen zorgen ervoor dat het vocht in het oog minder snel verdampt.

Welke resultaten kunt u verwachten van uw behandeling?

Of uw klachten volledig verdwijnen hangt af van de oorzaak.

Mogelijke complicaties

Bij het gebruik van de warme kompressen en het masseren kan het zijn dat de huid wat schraal of droog wordt.
Na het inbrengen van oogdruppels en/of de zalf kan het zicht tijdelijk verminderd zijn.

Over het algemeen is er een kleine kans op bijwerkingen. Er bestaan echter ook medicijnen met een grotere kans op bijwerkingen. Lees daarom altijd goed de bijsluiter.
Bij het gebruik van oogdruppels kan de kans op lichamelijke (systemische) bijwerkingen aanzienlijk worden verminderd door het dichtdrukken van de traanbuis na het druppelen. Hierdoor vloeit er minder oogdruppelvloeistof af naar de neus- en keelholte, zodat er minder werkzame stof wordt ingeslikt. De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk groter bij hogere doseringen.

Wanneer er tijdens het gebruik van een medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een bijwerking, (2) een wisselwerking van dit medicijn met een ander medicijn, (3) overgevoeligheid of (4) een allergische reactie. Neemt u in dat geval contact met ons op.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Geen.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Geen.

Instructies voor thuis na de behandeling

Als u merkt dat u onder bepaalde omstandigheden meer klachten heeft, probeer hier dan verandering in aan te brengen. U kunt voorkomen dat het traanvocht snel verdampt door bijvoorbeeld de luchtvochtigheid in huis te verbeteren. Dit kunt u doen door waterbakken in huis neer te zetten of een luchtbevochtiger aan te schaffen.

Als u buiten bent kunt u een speciale fiets- of zonnebril dragen die aan de zijkant is afgesloten en ervoor zorgt dat de ogen door de wind niet te veel uitdrogen. Vermijd zaken die irritatie geven zoals een föhn, een ventilator, airconditioning of rook. Ook de draagtijd van eventuele contactlenzen verkorten kan de ogen rust geven.

Maar volg bovenal de instructies van de arts of optometrist betreffende het gebruik van de voorgeschreven medicatie.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Staar / cataract is het troebel worden van de lens in het oog. Vlak achter de pupil zit de ooglens. Deze lens, die onder normale omstandigheden helder en doorzichtig is, zorgt voor het scherp weergeven van de beelden op het netvlies. Wanneer de lens troebel wordt (bij cataract / staar), worden de lichtstralen niet goed doorgegeven en gaat u waziger zien.

 

 

Oorzaken van staar / cataract

Er zijn verschillende vormen van staar, de meest voorkomende vorm is de ouderdomsstaar. Ouderdomsstaar is een “normaal” verouderingsproces, net als het krijgen van rimpels. Staar kan ook aangeboren zijn Soms ontstaat het door een ongeval, een ontsteking van het oog, door bepaalde medicijnen of na een inwendige oogoperatie.

 

Klachten bij staar / cataract

De leeftijd waarop mensen klachten gaan krijgen, kan heel verschillend zijn. Of u het merkt, hangt ervan af op welke plek in de ooglens de vertroebeling zich ontwikkelt en hoe groot die vertroebeling is. Zit de troebele plek in het midden van de lens of daar vlak bij, dan krijgt u al snel klachten. U gaat bijvoorbeeld wazig zien, dubbelzien met één oog, schaduwen om letters heen zien, u kunt kleuren doffer zien of u krijgt last van licht of schitteringen. Als u binnen korte tijd opeens veel sterkere brillenglazen nodig heeft, kan dat ook duiden op staar. Sterkere brillenglazen kunnen het zicht op den duur niet meer verbeteren.

 

Behandeling van staar / cataract

De enige manier om staar / cataract te behandelen is een operatie, waarbij de eigen lens verwijderd wordt en een heldere kunstlens wordt geplaatst. Staar wordt nooit vanzelf minder en er zijn geen medicijnen tegen. Uw gezichtsvermogen gaat meestal langzaam achteruit. Wanneer het zicht u zodanig hindert, dat u uw dagelijkse bezigheden niet meer kunt uitvoeren, kan een staaroperatie zinvol zijn. Een staaroperatie kan uw zicht in de meeste gevallen weer verbeteren.

 

Kwaliteitsmeting

Binnen het Oogcentrum staat kwaliteit hoog in het vaandel. Daarbij is het belangrijk te weten hoe u het resultaat van de operatie zelf ervaart. Om dit in kaart te brengen, stellen we u tijdens het bezoek een aantal vragen over uw kwaliteit van leven voor de operatie. Drie maanden na de operatie wordt deze enquête opnieuw afgenomen.

 

Lenskeuze

Om de sterkte van de kunstlens te bepalen, wordt een lensmeting (biometrie) uitgevoerd. Hierbij wordt de ooglengte en de kromming van het hoornvlies opgemeten. Deze metingen worden gebruikt om de sterkte van de kunstlens te bepalen. Deze meting duurt 5 à 10 minuten en is pijnloos.

Let op: contactlenzen hebben invloed op de vorm van het hoornvlies.

  • Als u harde contactlenzen draagt, mag u deze 4 weken voorafgaand aan het onderzoek en op de dag dat het onderzoek plaatsvindt niet dragen
  • Draagt u zachte contactlenzen dan mag u deze 2 weken voorafgaand aan het onderzoek en op de dag dat het onderzoek plaatsvindt niet dragen

Voor de keuze van de lenssterkte is het van belang te weten op welke afstand u het scherpst wil kunnen zien na de operatie. De meeste mensen kiezen voor scherp zicht op afstand. Bij standaard kunstlenzen is het zicht slechts op één afstand scherp, voor de andere afstanden heeft u een bril nodig.

  • Kiest u voor scherp zicht in de verte dan heeft u voor beeldschermwerk en lezen/dichtbij werk een aparte bril nodig
  • Kiest u voor scherp zicht op leesafstand dan heeft u voor veraf en voor de beeldschermafstand een bril nodig
  • Kiest u voor een scherp zicht op beeldschermafstand dan kunt veel dingen zonder bril doen, maar heeft u voor scherp zicht zowel voor veraf en dichtbij een bril nodig.

U kunt er ook voor kiezen om na de staaroperatie multifocale glazen in uw bril te laten slijpen en op alle afstanden scherp te zien met één bril.

Naast een standaard kunstlens kunt u eventueel ook kiezen voor een multifocale kunstlens (zie voor verdere informatie de folder ´premium kunstlenzen´). Zo ziet u in de verte scherp zonder bril en kunt u bij goede verlichting zonder leesbril lezen. Dit type lens heeft wel specifieke bijwerkingen, zoals het zien van ringen rond lichtbronnen en verstrooiing van licht. Dit type lens wordt niet (volledig) vergoed door de zorgverzekeraar.

Als er een hoge cilinder in uw bril zit of tijdens de lensmeting naar voren komt, kunt u kiezen voor een kunstlens die deze cilinder corrigeert (zie voor verdere informatie de folder ´premium kunstlenzen´).

Bij cilinderafwijkingen is op alle afstanden een bril nodig om de cilinderafwijking te corrigeren. Een cilinder wordt veroorzaakt doordat het hoornvlies meer ovaal is in plaats van rond. Door de cilinder te corrigeren, krijgt u een zuiverder beeld en bent u minder afhankelijk van een bril voor veraf. Wel zult u net als bij een standaard lens een leesbril voor dichtbij werk nodig hebben. Zo’n speciale lens (een torische kunstlens) wordt niet (volledig) vergoed door de zorgverzekering.

Mocht u voor een speciale (premium) kunstlens in aanmerking willen komen, wordt na het bezoek aan de oogarts een afspraak gemaakt op het premiumlens spreekuur. Op dit spreekuur worden er verdere metingen uitgevoerd en met u besproken of u geschikt bent voor een van deze lenzen.

 

Voorlichting

Na het bezoek aan de oogarts krijgt u voorafgaand aan uw staaroperatie persoonlijke voorlichting, waarbij de belangrijkste informatie over staar en de staaroperatie, zoals ook beschreven in deze folder, besproken wordt. Daarnaast vragen wij u een gezondheidsvragenlijst in te vullen. Met deze gezondheidsvragenlijst wordt beoordeeld of uw huidige gezondheidstoestand en/of uw medische voorgeschiedenis het toelaat om in het Oogcentrum Noordholland geopereerd te worden. Soms is hier aanvullend onderzoek voor nodig en wordt u uitgenodigd voor een preoperatief spreekuur. Mocht u afgekeurd worden voor een operatie in ons centrum, dan verwijzen wij u naar een ziekenhuis.

Als er na uw laatste bezoek aan het Oogcentrum wijzigingen in uw gezondheidstoestand zijn, geef deze dan door aan de medewerkers van Oogcentrum Noordholland.

 

De staaroperatie

Bij een staaroperatie wordt de troebele lens vervangen door een heldere kunstlens. De oogarts maakt aan de rand van het hoornvlies enkele kleine sneetjes om bij de lens te komen. Het lenszakje wordt opengemaakt, de lens wordt in stukjes gebroken en opgegeten door middel van zogenaamde phaco-emsulsifcatie. Het lenszakje wordt daarna schoongemaakt waarna de kunstlens wordt geplaatst. De wondjes hoeven meestal niet gehecht te worden. De staaroperatie duurt ongeveer 20 minuten.

De oogarts opereert altijd maar één oog per operatie. Wanneer u aan twee ogen geopereerd moet worden, zal er tussen de operatie van het eerste oog en die van het tweede oog een periode van ongeveer 4 weken liggen.

Een staaroperatie vindt meestal plaats onder plaatselijke verdoving; bij uitzondering kan dit onder algehele verdoving (narcose). In overleg met u wordt een keuze gemaakt welke verdoving voor u het meest geschikt is. Uw algemene gezondheidstoestand is hierbij van belang. Meestal wordt voor plaatselijke verdoving gekozen met verdovende oogdruppels. Bij druppelverdoving kunt u blijven zien en uw oog bewegen. Ook houdt u gevoel in de huid en de oogleden. U voelt echter geen pijn.

Tijdens de operatie onder plaatselijke verdoving moet minimaal 20 minuten rustig op uw rug onder een doek kunnen liggen. Kunt u niet plat liggen of heeft u ernstig last van claustrofobie, bespreek dit dan met de oogarts.

Tijdens de ingreep wordt uw oog opengehouden door een ooglidspreider. Mocht u de neiging krijgen te bewegen, niezen of te hoesten, geef dit dan aan. De oogarts onderbreek de operatie dan even.

Na afloop krijgt u zalf in het geopereerde oog en een oogkapje voor. Na de ingreep mag u, als u zich goed voelt, direct weer naar huis.

 

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Een staaroperatie kan uw gezichtsvermogen vrijwel volledig herstellen, mits uw oog verder gezond is. Als er sprake is van een beperkte verwachting, zal de oogarts dit zoveel mogelijk vooraf met u bespreken.

In sommige gevallen kan het zijn dat bepaalde afwijkingen op het netvlies niet zichtbaar zijn doordat de staar het zicht hierop belemmert. Het is daardoor mogelijk dat het zicht na de staaroperatie toch iets achterblijft en dat bepaalde netvliesafwijkingen pas na de ingreep zichtbaar worden.

Na de staaroperatie kan het zijn dat kleuren anders worden waargenomen. Of dat kleurverschil tussen het geopereerde en niet geopereerde oog worden opgemerkt. Ook kan op korte of lange termijn na de staaroperatie nastaar ontstaan. Nastaar is vertroebeling van het achterkapsel van het lenszakje waar de nieuwe kunstlens in is geplaatst. Dit geeft vaak dezelfde klachten als voor de staaroperatie. Dit kan behandeld worden door een laserbehandeling en komt daarna niet meer terug.

 

Mogelijke complicaties

Een staaroperatie is één van de veiligste operaties. Bij 98 procent van de patiënten verlopen operatie en herstel zonder problemen. Toch kunnen er, zoals bij iedere medische ingreep, tijdens en na de operatie, complicaties optreden. De belangrijkste noemen we hier.

Tijdens de operatie:

  • Scheurtje in het lenskapsel

Het lenskapsel is het zakje om de ooglens heen. Tijdens de operatie kan er ongewenst een scheur in het lenskapsel ontstaan. Dit kan tot gevolg hebben dat de ingreep wat langer duurt omdat er vrijgekomen glasvocht opgeruimd moet worden en een ander soort kunstlens moet worden geplaatst. In sommige situaties kan er besloten worden om de kunstlens in een later stadium te plaatsen, waardoor er een aanvullende operatie nodig is.

  • Bloeding

Wat zeer zeldzaam is, maar met mogelijk ernstige gevolgen voor het oog, is dat tijdens de operatie een bloeding ontstaat in het vaatvlies rondom het oog.

Na de operatie:

  • Infectie

Een ernstige complicatie na de operatie die het zicht blijvend kan verminderen, is een infectie van het oog door een bacterie. Dit wordt een endofthalmitis genoemd. De kans hierop is erg klein, maar het is niet helemaal uit te sluiten. Een infectie ontstaat meestal 2 dagen tot 6 weken na de ingreep. Deze infectie is, mits tijdig ontdekt, te behandelen met antibiotica en ontstekingsremmers en soms een operatie.

Wanneer er sprake is van een zeer rood, pijnlijk oog of plotseling verminderd zicht in de eerste periode na de operatie, neem dan direct contact met ons op.

  • Macula-oedeem (vocht in het netvlies)

Na de staaroperatie kan er vochtophoping ontstaan in het netvlies. Deze vochtophoping zorgt ervoor dat het zicht na de staaroperatie niet helder wordt of weer verslechterd. Dit kan meestal goed worden behandeld met extra oogdruppels. Soms is aanvullende behandeling met tabletten of ooginjecties nodig.

  • Cornea decompensatie (vocht in het hoornvlies)

Het hoornvlies (de cornea) is het doorzichtige weefsel aan de voorkant van het oog. Aan de binnenzijde van het hoornvlies zit een laag cellen, het endotheel, die ervoor zorgt dat het hoornvlies helder blijft. Als het endotheel onvoldoende werkt zal het hoornvlies wazig worden. Bij een staaroperatie verlies je altijd wat endotheelcellen. Dit is meestal geen probleem en het hoornvlies blijft helder. Soms duurt het wat langer (enkele weken) voordat hoornvlies weer helder wordt. In zeldzame gevallen, meestal als er vooraf al minder endotheelcellen aanwezig waren (bij zogenaamde Fuchse endotheeldystrofie), wordt het hoornvlies niet goed helder en zal uiteindelijk, wanneer het zicht laag is, een hoornvliestransplantatie kunnen plaatsvinden.

  • Netvliesloslating

Door natuurlijke veranderingen in het glasvocht kan na de operatie eerder een gaatje in het netvlies ontstaan, waardoor vocht onder het netvlies komt met als gevolg een netvliesloslating. Bijziende ogen hebben van nature een verhoogd risico hierop. Dit verhoogde risico blijft ook na de operatie bestaan.

Wanneer er plotseling flitsen en/of veel vlekken worden waargenomen die er direct na de operatie niet waren, of u mist een hap uit het gezichtsveld, neem dan direct contact met ons op.

Andere bijkomstigheden:

  • Voorste oogkamer prikkeling

Na de operatie krijgt u druppels om de normale ontstekingsreactie te onderdrukken. Bij de controle kan het zijn dat het oog nog niet volledig tot rust is gekomen. Vaak heeft u daar geen last van of er zijn klachten van roodheid, lichtgevoeligheid of nog niet optimaal kunnen zien. In dit geval moet vaak wat langer of meer oogdruppels gebruiken.

  • Refractive surprise

Voor de operatie spreken we met u af op welke brilsterkte we richten na de operatie. Het is echter mogelijk dat u ondanks de juiste metingen en een goed verlopen operatie toch op een andere sterkte uitkomt. Dit heet een refractive surprise. We zullen dan in overleg met u de verschillende mogelijkheden bekijken om alsnog tot de gewenste brilsterkte te komen.

  • Ptosis (hangend ooglid)

Tijdens de operatie wordt een ooglidspreider gebruikt. Deze zorgt ervoor dat uw oog goed openblijft tijdens de ingreep. De ooglidspreider kan een verzwakking van de hefspier van het bovenste ooglid veroorzaken, waardoor een geringe ptosis (hangend ooglid) ontstaat. Mocht dit storend blijven dan is dit alleen te verhelpen door een ooglidoperatie.

  • Droge ogen

Door de operatie zelf en door de ontstekingsremmende druppels kan het oogoppervlak (het hoornvlies) wat droger worden. Zeker bij als u bekend bent met droge ogen voor de operatie komt dit vaker voor.

  • Hoge oogdruk

Door de operatie en/of reactie op de onstekingsremmende druppels kan de oogdruk, vaak tijdelijk, verhoogd zijn. Indien worden hiervoor extra oogdrukverlagende druppels voor gegeven.

Over het algemeen zijn bovengenoemde problemen uiteindelijk goed te verhelpen en leiden zij zelden tot een minder gezichtsvermogen dan voor de operatie. Al met al vormen deze mogelijke complicaties geen reden om van de operatie af te zien. Zonder operatie wordt het zicht door staar uiteindelijk zeer slecht. 

 

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Op de dag van de operatie vragen wij u makkelijke en schone kleding aan te trekken, deze houdt u aan tijdens de operatie. U mag op de dag van operatie geen oogmake-up, gezichtscrème en nagellak op doen en geen sieraden dragen. Als u een hoortoestel draagt aan de kant van het oog dat wordt geopereerd, dan moet u dit uitdoen. In het Oogcentrum zijn kluisjes aanwezig.

U kunt voor de operatie gewoon eten en drinken. Uw medicijnen, waaronder  bloedverdunners en oogdruppels, neemt u in zoals u gewend bent. Eventuele uitzonderingen worden door oogarts vooraf met u besproken. Bij de operatie onder narcose gaat, krijgt u verdere instructie van de anesthesist.

 

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Het is verstandig iemand mee te nemen om u te begeleiden. Na de behandeling ziet u met het behandelde oog erg wazig en kunt u moeite hebben met diepte zien. U mag zelf niet autorijden. Uw begeleider kan tijdens de operatie in het Oogcentrum wachten. Er kan ook gekozen worden dat uw begeleider wordt gebeld zodra de operatie klaar is.

 

Instructies voor thuis na de behandeling

Bij thuiskomst na de staaroperatie laat u het oog kapje tot de volgende morgen zitten.

Daarna draagt u het kapje wanneer u gaat slapen tot aan de eerste controle om wrijven in het geopereerde oog te voorkomen. Het kapje plakt u met leukopor vast.

Het oog is de eerste weken na de operatie kwetsbaar. U mag voor drie weken niet in het geopereerde oog wrijven, ook mag er geen oog make-up gebruikt worden en moet u druk op het oog zien te vermijden. U mag u haren wassen en naar de kapper gaan, maar vermijd zeep in uw oog.

Zakt u bij het bukken goed door de knieën en probeer de eerste drie weken zwaar tillen te vermijden.

Na drie weken mag u weer sporten. Wees echter voorzichtig met sprong- en contactsporten en sporten waarbij zware lichamelijke inspanning wordt vereist.

Ook balsporten adviseren wij deze periode te beperken. Zwemmen en saunabezoek raden wij tot een periode van vier weken na de operatie af. Dit vanwege bacteriën die in het oog kunnen komen.

De dag na de operatie mag u weer autorijden, mits u het weer goed kan zien. Autorijden is uw eigen verantwoordelijkheid.

Het is normaal dat u tot een paar weken na de operatie nog wazig en soms dubbel ziet. De eerste paar weken tot soms een paar maanden kunt u last hebben van een rood en prikkend oog. Ook kunt u een licht ‘zandkorrel’ gevoel ervaren. Dit herstelt in de meeste gevallen vanzelf.

 

Druppelen van het oog

Na de operatie moet uw oog gedruppeld worden. Als u denkt dat u dit zelf niet kunt, vraag dan hulp aan familie, vrienden of buren. Ook kunt u voor de operatie contact opnemen met de thuiszorg, zodat zij u de oogdruppels kunnen geven.

De ochtend na de operatie start u met de voorgeschreven oogdruppels Yellox en Dexamethason volgens onderstaand schema.  Het recept voor de oogdruppels ontvangt u met de afsprakenbrief voor de operatie.

Als er per ongeluk meer dan één druppel van hetzelfde middel in uw oog komt, is dit niet erg. Gebruik de twee verschillende soorten echter nooit direct achter elkaar. Zorg ervoor dat er minimaal 5 minuten tussen de twee soorten zit. Zo kunnen ze goed intrekken.

 

Na de operatie: Dexamethason 0.1% Yellox (broomfenac).
Week 1 1 druppel 4 x per dag 1 druppel 2 x per dag
Week 2 1 druppel 3 x per dag 1 druppel 2 x per dag
Week 3 1 druppel 2 x per dag 1 druppel 2 x per dag
Week 4 1 druppel 1 x per dag 1 druppel 2 x per dag

 

 

Controle

De eerste controle vindt ongeveer 3 weken na de operatie plaats. Bij deze controle zal de optometrist of de technisch oogheelkundig assistent (TOA) een oogmeting en oogdrukmeting doen. Tevens zal worden bekeken of uw oog goed hersteld is na de operatie. Na afloop krijgt u veelal een briladvies mee. De opticien doet de definitieve eindmeting, twee tot drie weken na deze controle.

 

Wanneer neemt u met spoed contact met ons op

U wordt dringend verzocht contact op te nemen bij toenemende roodheid van het oog, bij pijn en plotseling slechter zicht of forse toename van bewegende vlekken en lichtflitsen. Dit kan op werkdagen tussen 8.00 en 17.30 uur. Telefoonnummer 088-9191800.

Voor spoedgevallen buiten de werktijden en in het weekend belt u 088-9191800 en toetst u 9. Let op. De diensten worden gedeeld met de oogartsen van Het Rode Kruisziekenhuis in Beverwijk. Indien u de receptie van het Rode Kruisziekenhuis aan de telefoon krijgt, leg dan uit dat u bij ons patiënt bent. U wordt dan doorverbonden met de dienstdoende oogarts.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw behandelaar.

 

www.zorgkaartnederland.nl/keuzehulpen

 

Wat is het?

Strabismus (scheelzien) is een afwijking van de stand van de ogen, waarbij de ogen niet op hetzelfde punt gericht zijn. Het ontstaat meestal op kinderleeftijd, maar kan ook bij volwassenen optreden. Deze informatiefolder gaat uitsluitend over het gewone scheelzien, waarbij de oogspieren normaal functioneren. Scheelzien komt bij 3-5% van de bevolking voor. Wanneer de beide ogen niet op hetzelfde punt gericht staan, treedt er dubbelzien op.

Kinderen die scheelzien hebben de mogelijkheid het beeld afkomstig uit het oog met de afwijkende stand in hun hersenen te onderdrukken (er treedt suppressie op). Als steeds hetzelfde oog scheel kijkt en onderdrukt wordt, kan dit oog lui (amblyopie) worden.
Het kan dan niet meer scherp zien en het goede oog moet dan afgeplakt worden. Dit afplakken heeft als doel het luie oog te stimuleren en zo tot een beter scherp zicht te komen (voor meer informatie zie de folder ‘Lui oog’).

De voornaamste reden om scheelzien al op jonge leeftijd op te sporen is om een eventueel lui oog op tijd te ontdekken en met grote kans op succes te behandelen.

Oorzaken

Om inzicht in de oorzaken en gevolgen van het scheelzien te krijgen, is het belangrijk om te weten dat mensen zien met beide ogen. De beelden uit beide ogen worden in de hersenen omgezet tot één beeld. Dit vermogen om met beide ogen te kijken ontwikkelt zich in de eerste zes tot zeven levensjaren van een kind, waarbij de belangrijkste ontwikkelingen al plaatsvinden in de vroegste levensperiode.

Als de normale ontwikkeling van het ‘tweeogig‘ zien wordt verstoord, kan er scheelzien optreden. Factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van scheelzien zijn onder andere erfelijke aanleg of medische problemen in de periode rond de geboorte. Scheelzien kan ook ontstaan door een eventuele refractieafwijking van de ogen (voor meer informatie zie de folder ‘Refractieafwijkingen’). Verder kan een verschil in sterkte tussen beide ogen leiden tot een verstoring van het ‘tweeogig‘ zien, hierdoor kan scheelzien ontstaan. Scheelzien kan cosmetisch storend zijn. Bij scheelzien dat op latere leeftijd ontstaat, kan er soms dubbelzien optreden, of er kunnen hoofdpijnklachten ontstaan. In bepaalde gevallen kan er een scheelzienoperatie nodig zijn.

Symptomen

Een flinke scheelziensafwijking is duidelijk zichtbaar. Maar er zijn ook kleine scheelziensafwijkingen, die niet of nauwelijks opvallen en daardoor minder ernstig lijken. De gevolgen zijn echter gelijk, maar een kleine afwijking kan alleen door gericht onderzoek worden ontdekt. Het is mogelijk dat de afwijking al langere tijd bestaat en dat er sprake is van een zeer slechtziend (lui) oog.
Wanneer het scheelzien pas op latere leeftijd optreedt, is de kans op een lui oog klein. In dat geval kan het beeld van het afwijkende oog minder gemakkelijk worden onderdrukt. Er zal dan dubbelzien optreden. Men knijpt dan vaak één oog dicht, houdt de hand voor het oog of klaagt over dubbelzien. Ook kan de patiënt door verminderd dieptezien last krijgen van onzekere bewegingen: dit uit zich in naast dingen grijpen, misstappen of gebrekkig afstand kunnen schatten bij balspelen.

Mogelijke behandelingen

Scheelzien is doorgaans alleen te verhelpen door middel van een scheelzienoperatie.

De oogspieroperatie
Bij een deel van de patiënten die scheel zien zal vroeg of laat worden besloten tot ‘rechtzetten’. Er wordt dan een oogspieroperatie verricht, waarbij de spiertjes die aan de buitenkant van de oogbol vastzitten, verzwakt of versterkt worden door ze te verplaatsen of in te korten. Dit kan aan een of aan beide ogen gebeuren. Over het algemeen zal er pas geopereerd worden als de gezichtsscherpte van beide ogen ongeveer gelijk is. Dit betekent dat eerst het luie oog behandeld wordt en pas later een operatieve correctie van de oogstand aan de orde is.
De operatie vindt plaats onder algehele narcose, en is een dagbehandeling. De patiënt mag dus dezelfde dag nog naar huis. Na de operatie zullen de ogen rood en wat gezwollen zijn en voelen alsof er wat zand in zit. Er kunnen oogdruppels worden voorgeschreven. De eerste dagen na de operatie kan de jonge patiënt beter niet in de zandbak spelen. Ook wordt zwemmen vlak na de operatie ontraden wegens infectiegevaar.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

In de meeste gevallen heeft de operatie voldoende cosmetisch resultaat. Soms is een tweede operatie noodzakelijk, bijvoorbeeld bij een duidelijke onder- of overcorrectie. Bij oogspieroperaties op oudere leeftijd is het erg belangrijk van tevoren goed te onderzoeken in hoeverre er kans bestaat op dubbelzien na een operatie. Soms zijn de hersenen zo goed aangepast aan de bestaande schele oogstand, dat het onmogelijk is een cosmetisch storend scheelzien te corrigeren zonder dubbelzien te veroorzaken. In dat geval moet van een operatie worden afgezien.

Mogelijke complicaties

Complicaties die het zicht bedreigen, zijn bij oogspiercorrecties welbekend. Ze komen echter bijna nooit voor omdat de operatie alleen aan de buitenkant van de oogbol plaatsvindt. Er kunnen zich wel complicaties voordoen die minder ernstig zijn: allergische reacties op de gebruikte hechtmaterialen, hoornvliesproblemen en lichte infecties.

Deze zijn vervelend, maar met oogdruppels goed te behandelen.
Over- en ondercorrecties kunnen voorkomen en geven soms klachten van dubbelzien. Meestal verdwijnt dit spontaan.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Nadat de opererende oogarts akkoord is gegaan met een scheelzienoperatie van u of uw kind, zal de orthoptist met u een datum afspreken voor de ingreep. Zij zal ook de gang van zaken verder met u doornemen. Voor patiënten die tevens onder behandeling zijn bij een andere specialist, moet toestemming voor narcose aan de betreffende specialist gevraagd worden. Voor de operatie gaat de patiënt naar het pre-operatieve spreekuur van de anesthesist.

U krijgt een recept voor ontstekingsremmende oogdruppels mee, die u of uw kind na de operatie moet gebruiken, en een controle-afspraak voor de nacontrole bij de orthoptist en oogarts (dit is ongeveer tien dagen na de operatie).

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Autorijden na de operatie mag niet, het is dus verstandig om een begeleider mee te nemen die u naar huis kan brengen.

Instructies voor thuis na de behandeling

De oogarts doet direct na de operatie wat zalf in het geopereerde oog om een ontsteking te voorkomen. Er wordt geen verband op het geopereerde oog gedaan. Voor de patiënt is het soms wat eng om de ogen open te doen. De ogen kunnen rood en/of gezwollen zijn. De zwelling is na enkele dagen weg en de roodheid verdwijnt na enkele weken. Eén of meerdere oogspieren zijn tijdens de operatie los geweest en daarna weer aan de oogbol gehecht. De patiënt kan enigszins last hebben van de hechtingen; ze kunnen wat prikken. De hechtingen lossen vanzelf op en hoeven er dus niet uitgehaald te worden. De patiënt heeft over het algemeen weinig pijn aan de ogen. Zo nodig kunt u paracetamol gebruiken om de pijn te onderdrukken. Patiënten voelen zich meestal niet erg ziek van de narcose.

Zwemmen wordt afgeraden, douchen mag wel, waarbij moet worden voorkomen dat er water en zeep in de ogen loopt. Verder moet worden opgepast met zand en stof.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Suikerziekte en het oog

Bij patiënten met diabetes mellitus (DM) kunnen zich twee oogheelkundige
problemen voordoen.

  1. Wisselend gezichtsvermogen
    Dit treedt met name op bij een slechte instelling van de suiker, doordat de suikerspiegel in bloed en ooglens wisselt. Het is niet ernstig maar wel lastig. Als de instelling goed is verdwijnt dit probleem veelal weer. Het is raadzaam om een eventuele bril pas aan te meten als de suikerspiegel stabiel is. Bovendien is het verstandig om de brilmeting bij de opticien op verschillende momenten te laten verrichten bij voorkeur eenmaal ‘s morgens en eenmaal eind van de dag.
  2. Netvliesafwijkingen (diabetische retinopathie of DRP)
    Ten gevolge van suikerziekte kunnen er beschadigingen optreden in de bloedvaten van het netvlies. Deze afwijkingen kunnen aanwezig zijn zonder dat al direct het gezichtsvermogen is aangetast, dus zonder dat er klachten zijn. Men noemt deze netvliesafwijkingen “Diabetische Retino-Pathie” (DRP).

De netvliesafwijkingen kunnen zich in verschillende stadia bevinden, van
gering tot ernstig. Regelmatige controle van het oog door een oogarts,
optometrist of fundusfotografie (bijv: bij huisarts) is noodzakelijk. Wanneer
deze schadelijke afwijkingen niet tijdig worden onderkend en behandeld kan
blindheid het gevolg zijn.

Indeling netvliesafwijkingen

  1. Geen DRP: er zijn nog geen klinische afwijkingen geconstateerd
  2. Non-proliferatieve DRP (achtergronds- of background DRP)
    De wanden van de kleine bloedvaten veranderen waardoor er lekkage van vocht en bloed kan optreden. Deze vorm van DRP wordt nader ingedeeld in licht, matig,ernstig en zeer ernstig.
  3. Proliferatieve DRP
    Dit is een ernstig stadium waarbij het hele netvlies te weinig zuurstof krijgt.
    Om meer zuurstof te krijgen gaat het netvlies nieuwe bloedvaatjes aanmaken (neovascularisatie). Deze nieuwe bloedvaatjes zijn echter erg broos en kunnen gemakkelijk bloedingen in het glasvocht en netvlies veroorzaken.
  4. Diabetische maculopathie (afwijkingen in de gele vlek)
    Deze term geeft aan dat bovengenoemde afwijkingen zicht voordoen in het centrum van het netvlies (de macula). De macula speelt een cruciale rol bij het scherpe zien. Met name bij deze vorm ontstaan er klachten van minder zien.

Risico’ en beloop

De kans op DRP neemt toe naarmate de suikerziekte langer bestaat en/of slechter is ingesteld. Andere risico factoren zijn hoge bloeddruk, pubertijd, zwangerschap en een snelle/scherpe instelling van de suiker (bijv. overgang van tablet naar insuline). Omdat het mogelijk is al geruime tijd aan suikerziekte te lijden zonder dat men daar iets van heeft gemerkt, is het verstandig de ogen te laten controleren zodra er suikerziekte is vastgesteld. Er kunnen afwijkingen optreden in de ogen die (nog) geen klachten geven maar wel behandeld moeten worden om verdere beschadiging te voorkomen.

Bij het onderzoek worden de pupillen met druppels verwijd, zodat het netvlies goed kan worden bekeken. Deze druppels maken het zien tijdelijk minder, het wordt u dan ook aangeraden niet zelf de auto te besturen, tot een paar uur na het toedienen van de druppels.
Soms is het noodzakelijk om een fluorescentieangiogram (contrastfoto) of een OCT (foto van de dwarsdoorsnede van het netvlies) te maken om de mate en ernst van de afwijking te bepalen.

  1. Algemene behandelingen (niet oogheelkundig)
    Het is belangrijk dat de diabetes mellitus en de risicofactoren optimaal worden behandeld door uw huisarts of internist.
  2. Laserbehandeling
    Met laserbehandeling is het mogelijk bijzondere lichtstralen op het netvlies te richten. Hierbij wordt een deel van het netvlies uitgeschakeld zodat het risico op verdere schade afneemt.
    De voorbereiding op de laserbehandeling bestaat uit oogdruppels om de pupil te verwijden en druppels om het oog te verdoven.
    Het is belangrijk om te weten dat een laserbehandeling meestal niet leidt tot beter zien, maar dat het in een groot aantal gevallen een verder achteruitgaan van het zien stopt of vertraagt! Soms is er zelfs sprake van een daling van de gezichtsscherpte na een laserbehandeling, maar desondanks is dit op langere termijn gunstiger dan het niet behandelen van het netvlies!
  3. Intravitreale injecties (toediening van medicamenten in de glasvochtruimte)
    Indien er vooral centraal veel lekkage is en dus veel vocht onder het netvlies zit, kan het nodig zijn tevoren een injectie met ontstekingsremmende medicijnen in het glasvocht te spuiten. Hierdoor neemt het vocht tijdelijk af waardoor een laserbehandeling beter effect heeft.
  4. Vitrectomie (glasvochtoperatie)
    Als er een bloeding in de glasvochtruimte ontstaat die niet opheldert kan een vitrectomie worden uitgevoerd. Dit is een operatie, waarbij het glas- vocht wordt verwijderd. Tijdens de operatie kan het netvlies eventueel aanvullend met laserstralen of met koude (cryotherapie) worden behandeld.

 

Wat is het?

Traanvocht heeft als belangrijkste functie het oog vochtig te houden. Bij elke knipperslag wordt het traanvocht in een dun, gelijkmatig laagje over het oog verdeeld. Dit dunne laagje is de traanfilm en dient om het oog glad te houden en te beschermen tegen uitdroging.

Traanvocht bestaat uit drie bestanddelen; waterige vloeistof (met eiwitten en zouten), een olie-achtig laagje en een laagje slijm. De traanklier produceert de waterige vloeistof, de slijmlaag wordt door het slijmvlies op het oogwit geproduceerd en het olie-achtige laagje wordt geproduceerd door kliertjes in de ooglidranden. Deze 3 bestanddelen moeten in de juiste verhouding zijn om te zorgen dat er een stabiele laag traanvocht op het oog blijft. Deze laag heet de traanfilm.

De geproduceerde tranen worden afgevoerd door twee traanpunten. Het traanvocht wordt door de knipperactie van de oogleden als het ware ingepompt. Door 2 kleine kanaaltjes komen de tranen in de traanzak en daarna via het traanneuskanaal in de neus.

Oorzaken

Voor een optimale bevochtiging van het oog en een goede afvoer van het traanvocht zijn een goede traanproductie, een stabiele traanfilm, een goede pompfunctie van de oogleden en een goed werkend afvoersysteem nodig. Indien één of meerdere factoren uit evenwicht is, kan dit voor tranende ogen zorgen.

Er zijn 2 hoofdoorzaken voor tranende ogen; een niet werkende traanafvoer of een (tijdelijke) overproductie van tranen. Een combinatie van deze 2 oorzaken komt vaak voor.

Niet werkende traanafvoer:

  • Verstopping. Er kan in het afvoersysteem een verstopping of vernauwing zitten die voor een slechte afvoer van de tranen zorgt. Verstopping van het traanpunt, het traankanaaltje, de traanzak en/of het traanneuskanaal ontstaat meestal zonder aanwijsbare oorzaak.
  • Slechte pompfunctie van de oogleden. Tranen komen niet vanzelf in het traanneuskanaal, ze worden er ingepompt tijdens elke knipperslag. Een niet-optimale pompfunctie ontstaat met name door slapte van het onderooglid. Dit komt vooral bij ouderen mensen voor .
  • Afstaande traanpunt. Door slapte van het onderooglid kan het van het oog gaan afstaan (zie de folder ‘Ectropion’). De traanpunt ligt dan niet goed tegen het oog en de tranen kunnen niet in het traanafvoersysteem komen. Ook een aangezichtsverlamming kan een hangend ooglid veroorzaken

Reflextranen / overproductie van tranen:

  • Irritatie van het oog. Dit geeft een (tijdelijk) verhoogde traanproductie. Als het traanafvoersysteem deze verhoogde traanproductie niet aan kan ontstaan er traanklachten. Dit heet reflextranen. Oogirritatie kan veroorzaakt worden door droge ogen, allergie, een vuiltje in het oog, een naar binnen gedraaid ooglid waarbij de haartjes tegen het hoornvlies schuren (zie de folder ‘Entropion’), ontsteking van de ooglidranden (zie de folder ‘Blepharitis’) of ontstekingen van het oog.
  • Instabiele traanfilm. Als de verhouding van de 3 bestanddelen van traanvocht niet goed is droogt de traanfilm te snel op. Het hoornvlies stuurt een signaal naar de traanklier om meer traanvocht aan te maken, maar omdat ook dit traanvocht niet van goede kwaliteit is en weer te snel opdroogt blijft het hoornvlies te droog en blijft er een signaal naar de traanklier gestuurd worden om meer traanvocht aan te maken.
  • Tumor. In zeldzame gevallen kan een tumor onder het oor een overproductie van tranen veroorzaken.

Symptomen

Afhankelijk van de oorzaak van de klachten kunnen de symptomen wisselen.
Bij een verstoorde pompfunctie of een afwijking in het afvoersysteem lopen de tranen vrijwel continu over de wangen, zowel binnen als buiten.
Bij een verstoorde traanproductie of traanfilmkwaliteit zijn de klachten veel wisselender. Het tranen komt vaak met vlagen voor bijv. buiten met wind/kou of bij ingespannen kijken (TV, computer, boek/krant lezen). Hierbij hebben veel mensen ook last van rode en geïrriteerde ogen. Doordat er veel traanfilm niet stabiel is, kan de gezichtsscherpte wisselend of verminderd zijn.

Mogelijke behandelingen

Niet werkende traanafvoer:

Dit is te verhelpen als bekend is waar de afwijking zich bevindt. De doorgankelijkheid van het traanwegsysteem wordt gemeten met een Aneltest. Hierbij wordt met een stompe naald water door het onderste traanpunt gespoten. Wanneer het water in de keel komt, zijn de traanwegen open, wanneer het water niet in de keel komt zijn de traanwegen verstopt. Soms is de doorgankelijkheid minder dan normaal, er is dan sprake van een vernauwing die ook tot tranende ogen kan leiden. Als niet duidelijk wordt waar de verstopping zich bevindt, kan een röntgenonderzoek plaatsvinden (dacryocystogram of DCG). Hierbij wordt met een contrastmiddel een foto gemaakt en wordt de exacte plaats van de verstopping goed zichtbaar.
Wanneer alleen het traanpuntje vernauwd is, kan dit wijder gemaakt worden met een 3-snip procedure. Dit is een kleine ingreep waarbij het traanpuntje iets wijder wordt gemaakt.
Een afstaande traanpunt door een afstaand onderooglid of een slap onderooglid kan verholpen worden door middel van een ectropioncorrectie. Dit is een relatief kleine ingreep onder lokale verdoving.
Zit de verstopping in de traanzak of het traanneuskanaal dan wordt eerst geprobeerd onder narcose om dit doorgankelijk te maken. Hierna wordt een siliconenslangetje achter gelaten om het geopende afvoerkanaal open te houden.
Als dit niet lukt kan met een DCR-operatie (dacryocystorhinostomie) een verbinding van de traanzak met de neus worden gemaakt (zie de folder ‘Dacryocystorhinostomie’). Dit is een operatie die onder algehele narcose wordt uitgevoerd.
Als de kleine traankanaaltjes naar de neus verstopt zijn is het mogelijk om met een glazen buisje (buis van Jones) een verbinding te maken van de ooghoek naar de traanzak. Ook deze ingreep wordt onder narcose uitgevoerd.

Reflextranen / overproductie van tranen:

De behandeling is gericht op het wegnemen van de oorzaak van de irritatie. Omdat dit soms een chronische oorzaak heeft is dit (droge ogen, blepharitis) is dit niet altijd mogelijk. In dat geval wordt geprobeerd om de klachten zoveel mogelijk te verlichten.
Meestal bestaat de behandeling uit kunsttranen en het poetsen van de ooglidranden (zie folder Blepharitis).

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Of uw klachten volledig zullen verdwijnen hangt af van de oorzaak. Een verstopte traanafvoer is meestal beter te verhelpen dan reflextranen. Indien de irritatie volledig kan worden weggenomen, zullen de klachten ook geheel verdwijnen. Vaak zien we echter dat dit niet geheel lukt. Het is dus niet altijd mogelijk een tranend oog te verhelpen.

Mogelijke complicaties

Na het inbrengen van oogdruppels en/of de zalf kan het zicht tijdelijk verminderd zijn (zie bijsluiter in de verpakking).

Als er een operatie wordt verricht is er altijd kans op bijwerkingen. Hoe ingrijpender de ingreep, hoe groter de kans op bijwerkingen. Een 3-snip procedure en een ectropioncorrectie geven soms een bloeduitstorting of een geringe nabloeding. De bijwerkingen van de ingrijpender operaties zoals een DCR worden in een aparte folder besproken.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Uveïtis is een ontsteking van het vaatvlies in het oog. Het vaatvlies is een dicht netwerk van bloedvaten, dat voor de voeding van het oog zorgt. Het vaatvlies gaat aan de voorkant van het oog over in de iris.

Er bestaan vier hoofdvormen van uveïtis; de plaats van de ontsteking in het oog is bepalend;

  • Uveïtis anterior (aan de voorkant)
  • Uveïtis intermediair (middenin)
  • Uveïtis posterior (aan de achterkant)
  • Panuveïtis (het hele oog)

De uitleg van uveïtis is algemeen gehouden omdat de variatie hierin groot is. Dit betekent dat niet alle opmerkingen voor alle uveïtis-patiënten gelden.

Oorzaken

Uveïtis is meestal een ontsteking die zich beperkt tot het oog. Het kan voorkomen bij ziektebeelden als: reuma, de ziekte van Bechterew en sarcoïdose. Maar ook na een operatie, bij een herpesinfectie of samen met een andere oogontsteking. Het kan zijn dat u door de oogarts naar de internist wordt doorverwezen, dit gebeurt om enkele systemische aandoeningen uit te sluiten.

In ruim de helft van de gevallen blijft de oorzaak onbekend.

Symptomen

Uveïtis kan aan één oog, afwisselend aan beide ogen of aan beide ogen tegelijk voorkomen. Het kan acuut of chronisch zijn.

Acute uveïtis
Hierbij is het oog rood, pijnlijk en overgevoelig voor licht. Daarbij kan ook de gezichtsscherpte verminderd zijn, soms zijn er ook bewegende vlekjes te zien. Meestal begint de ontsteking vrij plotseling en ontwikkelt zicht heftig.

Chronische uveïtis
Een chronische ontsteking begint vaak langzaam en wordt geleidelijk erger. Zelfs onder behandeling kan het lang aanwezig blijven. De symptomen zijn gelijk aan een acute uveïtis.

Mogelijke behandelingen

Is een infectie de oorzaak dan wordt gestart met antibiotica. Is de uveïtis niet het gevolg van een infectie, of is de oorzaak onbekend, dan zullen ontstekingsremmers (corticosteroïden) in druppelvorm worden voorgeschreven. Daarbij worden druppels die de pupil vergroten voorgeschreven. In sommige gevallen, als de oogdruk verhoogd is, worden ook oogdrukverlagende druppels gegeven

Bij een ernstige ontsteking zullen druppels onvoldoende zijn en moet worden overgegaan op een andere manier van toediening van medicatie. Dit kan dan in de vorm van een injectie in of naast het oog, of tabletten.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Regelmatige controle is nodig om te zien of de ontsteking afneemt. De behandeling wordt langzaam afgebouwd totdat de ontsteking geheel verdwenen is. Volg hierbij het advies van uw behandelend oogarts, u voelt of ziet niet altijd wanneer de ontsteking geheel tot rust gekomen is.

Uveïtis kan zeer wisselend verlopen; het kan éénmalig optreden, herhaaldelijk terugkomen of langdurig aanwezig zijn.

Mogelijke complicaties

Over het algemeen is er een kleine kans op bijwerkingen. Er bestaan echter ook medicijnen met een grotere kans op bijwerkingen. Lees daarom altijd goed de bijsluiter.
Bij het gebruik van oogdruppels kan de kans op lichamelijke (systemische) bijwerkingen aanzienlijk worden verminderd door het dichtdrukken van de traanbuis na het druppelen. Hierdoor vloeit er minder oogdruppelvloeistof af naar de neus- en keelholte, zodat er minder werkzame stof wordt ingeslikt. De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk groter bij hogere doseringen.

Wanneer er tijdens het gebruik van een medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een bijwerking, (2) een wisselwerking van dit medicijn met een ander medicijn, (3) overgevoeligheid of (4) een allergische reactie. Neemt u in dat geval contact met ons op.

Bij uveïtis kunnen een aantal complicaties optreden, niet zozeer als gevolg van de behandeling, maar wel door de ontsteking. Dit kan met name als het voorste deel van het oog ontstoken is. Complicaties ontstaan doordat de bloedvaatjes in het voorste deel van het oog gaan lekken. Hierdoor komen ontstekingscellen in het oog.

Verklevingen
Doordat het vocht aan de voorkant van het oog eiwitrijk is, bestaat het gevaar dat de iris aan de achterzijde bij de pupil verkleeft met de ooglens of aan de voorzijde verkleeft met de kamerhoek.

Verhoogde oogdruk (secundair glaucoom)
Door de ontsteking kan de oogdruk stijgen, wat onherstelbare schade aan de oogzenuw kan geven.

Staar
Meerdere ontstekingen en het langdurig gebruik van steroïden-druppels kunnen voor staar zorgen. Als het oog helemaal tot rust is gekomen kan eventueel een staaroperatie worden uitgevoerd.

Vochtophoping in de gele vlek (macula oedeem)
Soms gaan ook de haarvaatjes in de gele vlek (het centrale deel van het oog) lekken. De gezichtsscherpte zal dan verminderd zijn.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Geen

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Het kan onprettig zijn om met een vergrote pupil auto te rijden.

Instructies voor thuis na de behandeling

Volg de instructies van uw behandelend oogarts.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Het netvlies is de binnenbekleding van het oog. Het licht dat het oog binnenkomt, wordt door het netvlies opgevangen en via de oogzenuw naar de hersenen vervoerd. De bloedvoorziening in het netvlies bestaat uit slagaders (arteriën) die het bloed aanvoeren en aders (venen) die het bloed afvoeren.

Bij een vaatafsluiting ontstaat een doorstromingsprobleem waardoor het oog minder gaat functioneren. Er zijn 2 typen afsluitingen:

1. arteriële vaatafsluiting

2. veneuze vaatafsluiting

In deze folder wordt de veneuze vaatafsluiting besproken.

Een veneuze afsluiting is een afsluiting van een ader, ook wel trombose genoemd. Hierbij kan het bloed niet meer afgevoerd worden, de vaten gaan lekken en er komt bloed/vocht en eiwit in het netvlies. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een venetak afsluiting, waarbij slechts één deel van het netvlies is aangedaan, en een trombose van de centrale ader (veneuze stamafsluiting), waarbij het gehele netvlies is aangedaan.

Oorzaken

Een takafsluiting treedt meestal op bij een kruising van een arterie (het bloed aanvoerende vat) en vene (een vat dat het bloed afvoert). Bij een venetak afsluiting drukt de arterie de vene dicht en kan het bloed niet verder worden afgevoerd. Hierdoor lekt het bloed uit het bloedvat.
Een veneuze stamafsluiting ontstaat in de oogzenuw. Het aanvoerende vat en het afvoerende vat liggen hier dicht tegen elkaar aan. Door het ouder worden wordt het aanvoerende vat dikker en stugger. Het dunwandige afvoerende vat kan hierdoor in de knel komen te zitten, wat een afsluiting tot gevolg kan hebben..

Symptomen

Bij een afsluiting van een vene ziet u een vlek of heeft u wazig zicht. In sommige gevallen is de afsluiting al enige tijd aanwezig en zijn er nieuwe vaten gevormd in het oog. Door deze nieuwe vaten kan de oogdruk erg hoog worden. Indien de druk extreem hoog is, kan het oogpijn geven.

Mogelijke behandeling

Screening op risicofactoren
De behandeling van een afsluiting van een bloedvat ligt voor een deel bij uw huisarts, internist of cardioloog. Er zal een screening worden gedaan op risicofactoren om herhaling te voorkomen. De risicofactoren zijn: hoge bloeddruk, suikerziekte, hart- en vaatziekten, verhoogd cholesterol, overgewicht en roken.

Intravitreale injectie
Hierbij wordt een geringe hoeveelheid geneesmiddel in het glasachtig lichaam (binnen in het oog) geïnjecteerd.
De behandeling vindt plaats onder steriele omstandigheden en een locale verdoving door middel van oogdruppels. Ook krijgt u oogdruppels die de pupil verwijden, zodat het mogelijk is het oog voor of na de injectie eventueel te onderzoeken. Als alle druppels goed zijn ingewerkt, krijgt u in de operatiekamer de injectie toegediend. Hierna neemt u weer plaats in de wachtkamer en zal na vijftien minuten de oogdruk worden gemeten. Als deze goed is krijgt u zalf in uw oog en mag u naar huis.

Na de injectie kunt u vlekken zien, dit komt door het ingespoten geneesmiddel en zal na enkele dagen verdwijnen.

Medicamenten
Mogelijk worden bloedverdunnners voorgeschreven.

Laserbehandeling
Om eventueel nieuwgevormde slechte vaatjes geen verdere schade aan uw oog aan te laten brengen, is een laserbehandeling nodig. U krijgt vooraf druppels die de pupil verwijden en druppels die uw oog verdoven. Als de druppels goed zijn ingewerkt, loopt u met de arts mee de laserkamer in. Voordat de laserbehandeling wordt gedaan, plaatst de arts een lens op uw oog. Dit kan een oncomfortabel en drukkend gevoel geven. Hierna volgt de laserbehandeling. De laser maakt de nieuwe vaatjes kapot en laat een litteken achter. Soms vindt men de behandeling gevoelig, is dit bij u het geval, geef dit dan aan bij de arts.
Mocht het zo zijn dat u na de laserbehandeling zo’n onprettig gevoel heeft dan kunt u thuis een paracetamol nemen.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Het doel van de intravitreale injecties is om achteruitgang van de gezichtsscherpte te voorkomen. Helaas lukt dit niet altijd. Het is mogelijk dat u (ondanks de injecties) toch slechter gaat zien.
Een laserbehandeling is echter alleen noodzakelijk om vaatnieuwvorming met een oplopende oogdruk (en daardoor pijn in het oog) te voorkomen en niet om het gezichtsvermogen te verbeteren.

Mogelijke complicaties/bijwerkingen per behandeling

Intravitreale injecties
Zie de folder ‘intravitreale injecties’. .

Medicamenten
In de bijsluiter kunt u de voorkomende complicaties/bijwerkingen lezen.

Laserbehandeling
Als reactie van de aandoening kunnen na de laserbehandeling zwakke, nieuwgevormde vaten een bloeding geven in het glasvocht.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Geen.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Op basis van de resterende gezichtsscherpte zal uw oogarts met u beslissen of autorijden vóór de behandeling verantwoord is. Bespreek dit met uw oogarts.
Na de behandeling met een intravitreale injectie of de laser mag u naar huis. Zelf autorijden of fietsen wordt afgeraden. Reizen met het openbaar vervoer is geen probleem.

Indien de gezichtsscherpte van uw andere oog voldoende is, mag u de dag na de behandeling weer autorijden.

Instructies voor thuis na de behandeling

Geen.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 

Wat is het?

Het oog bevat glasvocht, een gelei die het grootste deel van het oog opvult en zich bevindt achter de ooglens. De heldere gelei wordt omringd door een vlies (glasvochtmembraan). Normaal glasvocht laat lichtstralen ongehinderd door naar het netvlies. Veel mensen nemen troebelingen waar die in het gezichtsveld bewegen. Deze troebelingen, ook wel ‘mouches volantes’ of ‘floaters’ genoemd, zitten in het glasvocht en werpen een schaduw op het netvlies. Dit kan in allerlei vormen worden waargenomen: puntjes, cirkels, sliertjes, vliegjes, spinnenwebben enzovoorts.

Oorzaken

Verouderingsproces
Het verouderingsproces is de meest voorkomende oorzaak. Het is een langzaam verlopend proces waarbij de samenstelling van het glasvocht in de loop der jaren verandert en er troebelingen kunnen worden waargenomen.

Achterste glasvochtmembraanloslating
Het glasvocht is omgeven door een vlies, het achterste glasvochtmembraan genoemd. Bij het ouder worden verandert het glasvocht van samenstelling, waardoor het glasvochtmembraan kan loskomen van het netvlies en in elkaar zakt. Dit proces van loslaten wordt een achterste- glasvochtmembraanloslating genoemd. Deze glasvochtloslating treedt ineens op, waarbij de klachten dus ook plotseling kunnen ontstaan.

Symptomen

Troebelingen
Glasvochttroebelingen volgen de oogbewegingen en bewegen vaak nog na als het oog al stilstaat. Tegen een lichte achtergrond en met helder weer zijn de troebelingen/vlekjes vaak duidelijker zichtbaar. Hoewel glasvochttroebelingen hinderlijk kunnen zijn, is het een onschuldige aandoening. Na verloop van tijd (twee tot drie maanden) kunnen de troebelingen van vorm en grootte veranderen, waardoor ze steeds minder hinder geven. Meestal went men eraan en leert men zichzelf om om de vlekjes heen te kijken.

Lichtflitsen
Het glasvochtmembraan zit op bepaalde plaatsen steviger aan het netvlies vast. Als een achterste-glasvochtmembraanloslating optreedt kan deze aan het netvlies trekken. Men kan dit waarnemen als een lichtflits. Lichtflitsen kunnen een teken zijn van:

  • Netvliesscheur of netvliesgaatje (retina defect)
    Wanneer het glasvocht krimpt en loslaat van het netvlies, kan er in een klein aantal gevallen (2-15%) een scheur of gaatje in het netvlies ontstaan. De klachten kunnen bestaan uit vlekjes, veelal in combinatie met lichtflitsen die vergelijkbaar zijn met bliksem tijdens onweer. Oogheelkundig onderzoek op korte termijn is in dit geval noodzakelijk
  • Netvliesloslating (ablatio retinae)
    Soms kan een netvliesscheurtje of -gaatje het begin zijn van een netvliesloslating.
    Door een netvliesloslating kan er een beperking van het gezichtsveld ontstaan. In dit geval wordt er aan de rand van het gezichtsveld een donkere, zwarte, niet meebewegende vlek waargenomen, alsof men tegen een gordijn aankijkt (zie de folder ‘Ablatio retinae’). Oogheelkundig onderzoek op korte termijn is in dit geval noodzakelijk.

Mogelijke behandelingen

Bij troebelingen/vlekjes:
Voor glasvochttroebelingen of een achterste-glasvochtmembraanloslating is een behandeling niet nodig. Alleen bij zeer storende troebelingen wordt operatief verwijderen van het glasvocht overwogen. Deze operatie heet een glasvochtoperatie (vitrectomie). Voor deze operatie zullen we u doorverwijzen.

Bij een netvliesscheur en/of netvliesloslating:
Of een netvliesscheur of -gaatje behandeld moet worden door middel van laserstralen hangt af van de grootte van de scheur of het gaatje. Via een retina-laserbehandeling probeert men te voorkomen dat er een netvliesloslating ontstaat.
U krijgt voor het oog met de klachten druppels die het oog verdoven en de pupil groot maken. Als de druppels goed zijn ingewerkt neemt u plaats achter het laserapparaat. De oogarts plaatst dan een lens op uw oog om het netvlies goed te kunnen zien. Deze lens kan een oncomfortabel gevoel geven, het is niet pijnlijk. Door de lens worden de laserstralen op het netvlies gericht en wordt om het defect heen gelaserd. De laser geeft een littekenreactie op het netvlies, zodat de scheur of het gat een veel kleinere kans heeft om een netvliesloslating te veroorzaken.
Als er sprake is van een netvliesloslating, dient er een operatie plaats te vinden. Voor deze operatie zullen wij u doorverwijzen.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Bij alleen troebelingen/vlekjes in uw beeld, kunt u verwachten dat deze nog enige tijd storend aanwezig zullen zijn. Na verloop van tijd zult u wennen aan de vlekken en vallen ze minder op. Helemaal verdwijnen doen ze doorgaans niet.
De littekenreactie die de laser geeft, is pas na zes weken optimaal. Ondanks een laserbehandeling kan er in sommige gevallen alsnog een netvliesloslating ontstaan.

Mogelijke complicaties

De eerste minuten na de laserbehandeling kunt u verblind zijn door het felle laserlicht. Dit trekt na ongeveer vijf minuten bij.
In zeldzame gevallen kan er een bloeding in het gelaserde oog ontstaan. Dit is afhankelijk van de oorzaak van de scheur of het gat.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Geen

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Na de behandeling mag u naar huis. Zelf autorijden of fietsen wordt afgeraden. Reizen met het openbaar vervoer is geen probleem.

Instructies voor thuis na de behandeling

De eerste dagen na de laserbehandeling adviseren wij u rustig aan te doen omdat de littekenreactie pas na een aantal dagen optimaal is. Veel bukken en zwaar tillen wordt afgeraden.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 


Home // / Behandeling / Aandoening/behandeling van A t/m Z