Pinguecula

Wat is het?

Een pinguecula is een lichtgele zwelling in het slijmvlies van het oog, die wordt veroorzaakt door een opeenhoping van eiwitten. Het is een goedaardige verandering van het slijmvlies, waarbij er geen sprake is van ingroei in het hoornvlies. Het komt bij een groot deel van de bevolking voor, vooral bij personen die veel buiten zijn.

Oorzaken

Er is geen echte oorzaak bekend. Blootstelling aan zonlicht (UV-licht) en uitdroging van de traanlaag zijn factoren die het ontstaan en de groei van een pinguecula bevorderen.

Symptomen

In de meeste gevallen heeft men geen last van een pinguecula. Wel kan het oog soms aan de zijde van het pinguecula sneller rood worden en geïrriteerd aanvoelen.

Mogelijke behandelingen

Als het oog door het pinguecula geïrriteerd of ontstoken raakt (dit komt zelden voor), kan het nodig zijn om te behandelen met kunsttranen en/of ontstekingsremmende druppels. Volg hiervoor de instructies van uw oogarts. Als de oogdruppels onvoldoende effectief zijn of als de patient cosmetische problemen heeft met de pinguecula, kan een operatieve correctie overwogen worden.

De operatie

Het pinguecula kan onder verschillende soorten verdoving worden verwijderd. In overleg met de patiënt wordt een keuze gemaakt welk soort verdoving er wordt toegepast, hierbij zijn er de volgende mogelijkheden:
Druppelverdoving
Bij druppelverdoving, topicale anesthesie genoemd, wordt de buitenzijde van het oog gedruppeld met speciale vloeistof. Deze verdoving zorgt dat het oog voldoende verdoofd is voor de ingreep. Het nadeel is wel dat het oog nog kan bewegen, u moet het oog dus goed stil kunnen houden.
Parabulbaire verdoving (subtenon)
Deze vorm van verdoving kan als aanvulling gebruikt worden op de druppelverdoving. Eerst wordt het oog verdoofd met druppels. Daarna wordt met een canule, via het slijmvlies, extra verdovingsvloeistof achter het oog geplaatst. Dit veroorzaakt weinig of geen pijn.
Narcose
In enkele gevallen wordt gekozen voor algehele narcose. Zie voor verdere informatie hierover de folder ‘Narcose’.

Tijdens de ingreep is uw gezicht afgedekt met een steriele doek en uw oog wordt opengehouden met een ooglidspreider. Als eerste zal het pinguecula worden verwijderd. Op de plaats waar het pinguecula zat, ontstaat een defect in het slijmvlies (de conjunctiva). Als dit defect relatief klein is, zal deze met oplosbare hechtingen gesloten worden. Is het defect groot dan zal er vanuit een andere plaats een stukje slijmvlies uit het oog worden genomen. Dat wordt vervolgens naar het defect getransplanteerd en aangehecht. Ook deze hechtingen lossen vanzelf op. De ingreep duurt ongeveer 45 minuten.

Na de behandeling wordt er zalf in het oog gedaan en krijgt u een kapje op. Bij thuiskomst mag u het kapje verwijderen en kunt u beginnen met zalven.
De dagen na de operatie kan er nog forse irritatie en/of een ‘zandkorrel’-gevoel aanwezig zijn. U kunt tot vier weken na de operatie last van de hechtingen hebben.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

  • Minder irritatie
  • Minder kans op roodheid

Mogelijke complicaties

  • Het stukje transplantaat wordt vastgehecht, mocht deze hechting wat te diep geplaatst worden dan kan er wat vocht uit het oog lekken en kan het zicht na de operatie tijdelijk wat minder zijn. Het oog vult dit vocht zelf weer aan. Ook kan het zo zijn dat hierdoor een bloeding onder het netvlies optreedt. Deze complicatie komt echter zeer zelden voor.
  • Er bestaat altijd een kans dat het pinguecula weer terugkomt.
  • Bij deze ingreep is er een zeer geringe kans op een infectie.
    Na het indruppelen van oogdruppels kan het zicht tijdelijk verminderd zijn. Over het algemeen is er een kleine kans op bijwerkingen. Er bestaan echter ook medicijnen met een grotere kans op bijwerkingen. Lees daarom altijd goed de bijsluiter.

Bij het gebruik van oogdruppels kan de kans op lichamelijke (systemische) bijwerkingen aanzienlijk worden verminderd door het dichtdrukken van de traanbuis na het druppelen. Hierdoor vloeit er minder oogdruppelvloeistof af naar de neus- en keelholte, zodat er minder werkzame stof wordt ingeslikt. De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk groter bij hogere doseringen.

Wanneer er tijdens het gebruik van een medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een bijwerking, (2) een wisselwerking van dit medicijn met een ander medicijn, (3) overgevoeligheid of (4) een allergische reactie. Neemt u in dat geval contact met ons op.

Wanneer er sprake is van een zeer rood, pijnlijk oog of plotseling verminderd zicht, neem dan direct contact met ons op!

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Op de dag van de operatie vragen wij u schone, makkelijk zittende kleding aan te trekken en geen make-up te dragen, ook geen dagcrème en nagellak. Uit hygiënisch oogpunt vragen wij u de haren te wassen. Laat u uw waardevolle spullen, zoals bijvoorbeeld sieraden, zoveel mogelijk thuis. Voor hetgeen u op de operatiedag wel bij u heeft, zijn kluisjes aanwezig. In principe kan alle medicatie, ook de bloedverdunners en oogdruppels die al in gebruik zijn, worden gebruikt. Eventuele uitzonderingen zullen vooraf door de oogarts met u besproken worden.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Het is verstandig iemand mee te nemen om u te begeleiden. Na de behandeling is het behandelde oog erg wazig en kunt u moeite hebben met het zien van diepte.
Mocht u met de auto komen dan is het noodzakelijk iemand mee te nemen die u naar huis kan rijden. Direct na de behandeling mag u namelijk niet zelf autorijden.

Instructies voor thuis na de behandeling

De eerste zes weken na de operatie moet u voorkomen dat er vuil, stof of verontreinigd water in het oog komt. Probeert u niet te wrijven in het behandelde oog. Als u normaal gesproken contactlenzen draagt, kunt u deze de eerste zes weken na de operatie niet in het geopereerde oog dragen. Zorg in dat geval voor een reservebril.

Bij thuiskomst na de operatie start u met de Tobradex oogzalf in het geopereerde oog. Deze gebruikt u driemaal daags, verdeeld over de hele dag, bij zeer veel irritatie mag dit vaker (met een maximum van zes maal per dag). De laatste doet u altijd vlak voor het slapen gaan.
De eerste controle vindt over het algemeen één week na de ingreep plaats. De oogarts onderzoekt dan of de wond goed geneest en of er geen infecties optreden.

Na de eerste controle stopt u met de Tobradex zalf en gaat u over op FML Liquifilm druppels,drie keer per dag één druppel in het geopereerde oog. Deze druppels blijft u gebruiken tot de volgende controle vijf weken later (en dus zes weken na ingreep).

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 


Het Oogcentrum Noordholland vertelt u graag meer

Heeft u meer vragen naar aanleiding van deze informatie belt u ons dan gerust. De medewerkers van het Oogcentrum Noordholland staan voor u klaar en geven u deskundig antwoord op al uw vragen.

Oogcentrum Noordholland
Gildestraat 10
1704 AG Heerhugowaard

Telefoonnummer: 088-9191800
E-mail adres: info@oogcentrumnoordholland.nl

Openingstijden:
ma-vr 8.00-17.30 uur

Voor spoed zijn wij 24 uur bereikbaar 088-9191800