Staar / Cataract

Wat is het?

Staar / cataract is het troebel worden van de lens in het oog. Vlak achter de pupil zit de ooglens. Deze lens, die onder normale omstandigheden helder en doorzichtig is, zorgt voor het scherp weergeven van de beelden op het netvlies. Wanneer de lens troebel wordt (bij cataract / staar), worden de lichtstralen niet goed doorgegeven en gaat u waziger zien.

 

 

Oorzaken van staar / cataract

Er zijn verschillende vormen van staar, de meest voorkomende vorm is de ouderdomsstaar. Ouderdomsstaar is een “normaal” verouderingsproces, net als het krijgen van rimpels. Staar kan ook aangeboren zijn Soms ontstaat het door een ongeval, een ontsteking van het oog, door bepaalde medicijnen of na een inwendige oogoperatie.

 

Klachten bij staar / cataract

De leeftijd waarop mensen klachten gaan krijgen, kan heel verschillend zijn. Of u het merkt, hangt ervan af op welke plek in de ooglens de vertroebeling zich ontwikkelt en hoe groot die vertroebeling is. Zit de troebele plek in het midden van de lens of daar vlak bij, dan krijgt u al snel klachten. U gaat bijvoorbeeld wazig zien, dubbelzien met één oog, schaduwen om letters heen zien, u kunt kleuren doffer zien of u krijgt last van licht of schitteringen. Als u binnen korte tijd opeens veel sterkere brillenglazen nodig heeft, kan dat ook duiden op staar. Sterkere brillenglazen kunnen het zicht op den duur niet meer verbeteren.

 

Behandeling van staar / cataract

De enige manier om staar / cataract te behandelen is een operatie, waarbij de eigen lens verwijderd wordt en een heldere kunstlens wordt geplaatst. Staar wordt nooit vanzelf minder en er zijn geen medicijnen tegen. Uw gezichtsvermogen gaat meestal langzaam achteruit. Wanneer het zicht u zodanig hindert, dat u uw dagelijkse bezigheden niet meer kunt uitvoeren, kan een staaroperatie zinvol zijn. Een staaroperatie kan uw zicht in de meeste gevallen weer verbeteren.

 

Kwaliteitsmeting

Binnen het Oogcentrum staat kwaliteit hoog in het vaandel. Daarbij is het belangrijk te weten hoe u het resultaat van de operatie zelf ervaart. Om dit in kaart te brengen, stellen we u tijdens het bezoek een aantal vragen over uw kwaliteit van leven voor de operatie. Drie maanden na de operatie wordt deze enquête opnieuw afgenomen.

 

Lenskeuze

Om de sterkte van de kunstlens te bepalen, wordt een lensmeting (biometrie) uitgevoerd. Hierbij wordt de ooglengte en de kromming van het hoornvlies opgemeten. Deze metingen worden gebruikt om de sterkte van de kunstlens te bepalen. Deze meting duurt 5 à 10 minuten en is pijnloos.

Let op: contactlenzen hebben invloed op de vorm van het hoornvlies.

  • Als u harde contactlenzen draagt, mag u deze 4 weken voorafgaand aan het onderzoek en op de dag dat het onderzoek plaatsvindt niet dragen
  • Draagt u zachte contactlenzen dan mag u deze 2 weken voorafgaand aan het onderzoek en op de dag dat het onderzoek plaatsvindt niet dragen

Voor de keuze van de lenssterkte is het van belang te weten op welke afstand u het scherpst wil kunnen zien na de operatie. De meeste mensen kiezen voor scherp zicht op afstand. Bij standaard kunstlenzen is het zicht slechts op één afstand scherp, voor de andere afstanden heeft u een bril nodig.

  • Kiest u voor scherp zicht in de verte dan heeft u voor beeldschermwerk en lezen/dichtbij werk een aparte bril nodig
  • Kiest u voor scherp zicht op leesafstand dan heeft u voor veraf en voor de beeldschermafstand een bril nodig
  • Kiest u voor een scherp zicht op beeldschermafstand dan kunt veel dingen zonder bril doen, maar heeft u voor scherp zicht zowel voor veraf en dichtbij een bril nodig.

U kunt er ook voor kiezen om na de staaroperatie multifocale glazen in uw bril te laten slijpen en op alle afstanden scherp te zien met één bril.

Naast een standaard kunstlens kunt u eventueel ook kiezen voor een multifocale kunstlens (zie voor verdere informatie de folder ´premium kunstlenzen´). Zo ziet u in de verte scherp zonder bril en kunt u bij goede verlichting zonder leesbril lezen. Dit type lens heeft wel specifieke bijwerkingen, zoals het zien van ringen rond lichtbronnen en verstrooiing van licht. Dit type lens wordt niet (volledig) vergoed door de zorgverzekeraar.

Als er een hoge cilinder in uw bril zit of tijdens de lensmeting naar voren komt, kunt u kiezen voor een kunstlens die deze cilinder corrigeert (zie voor verdere informatie de folder ´premium kunstlenzen´).

Bij cilinderafwijkingen is op alle afstanden een bril nodig om de cilinderafwijking te corrigeren. Een cilinder wordt veroorzaakt doordat het hoornvlies meer ovaal is in plaats van rond. Door de cilinder te corrigeren, krijgt u een zuiverder beeld en bent u minder afhankelijk van een bril voor veraf. Wel zult u net als bij een standaard lens een leesbril voor dichtbij werk nodig hebben. Zo’n speciale lens (een torische kunstlens) wordt niet (volledig) vergoed door de zorgverzekering.

Mocht u voor een speciale (premium) kunstlens in aanmerking willen komen, wordt na het bezoek aan de oogarts een afspraak gemaakt op het premiumlens spreekuur. Op dit spreekuur worden er verdere metingen uitgevoerd en met u besproken of u geschikt bent voor een van deze lenzen.

 

Voorlichting

Na het bezoek aan de oogarts krijgt u voorafgaand aan uw staaroperatie persoonlijke voorlichting, waarbij de belangrijkste informatie over staar en de staaroperatie, zoals ook beschreven in deze folder, besproken wordt. Daarnaast vragen wij u een gezondheidsvragenlijst in te vullen. Met deze gezondheidsvragenlijst wordt beoordeeld of uw huidige gezondheidstoestand en/of uw medische voorgeschiedenis het toelaat om in het Oogcentrum Noordholland geopereerd te worden. Soms is hier aanvullend onderzoek voor nodig en wordt u uitgenodigd voor een preoperatief spreekuur. Mocht u afgekeurd worden voor een operatie in ons centrum, dan verwijzen wij u naar een ziekenhuis.

Als er na uw laatste bezoek aan het Oogcentrum wijzigingen in uw gezondheidstoestand zijn, geef deze dan door aan de medewerkers van Oogcentrum Noordholland.

 

De staaroperatie

Bij een staaroperatie wordt de troebele lens vervangen door een heldere kunstlens. De oogarts maakt aan de rand van het hoornvlies enkele kleine sneetjes om bij de lens te komen. Het lenszakje wordt opengemaakt, de lens wordt in stukjes gebroken en opgegeten door middel van zogenaamde phaco-emsulsifcatie. Het lenszakje wordt daarna schoongemaakt waarna de kunstlens wordt geplaatst. De wondjes hoeven meestal niet gehecht te worden. De staaroperatie duurt ongeveer 20 minuten.

De oogarts opereert altijd maar één oog per operatie. Wanneer u aan twee ogen geopereerd moet worden, zal er tussen de operatie van het eerste oog en die van het tweede oog een periode van ongeveer 4 weken liggen.

Een staaroperatie vindt meestal plaats onder plaatselijke verdoving; bij uitzondering kan dit onder algehele verdoving (narcose). In overleg met u wordt een keuze gemaakt welke verdoving voor u het meest geschikt is. Uw algemene gezondheidstoestand is hierbij van belang. Meestal wordt voor plaatselijke verdoving gekozen met verdovende oogdruppels. Bij druppelverdoving kunt u blijven zien en uw oog bewegen. Ook houdt u gevoel in de huid en de oogleden. U voelt echter geen pijn.

Tijdens de operatie onder plaatselijke verdoving moet minimaal 20 minuten rustig op uw rug onder een doek kunnen liggen. Kunt u niet plat liggen of heeft u ernstig last van claustrofobie, bespreek dit dan met de oogarts.

Tijdens de ingreep wordt uw oog opengehouden door een ooglidspreider. Mocht u de neiging krijgen te bewegen, niezen of te hoesten, geef dit dan aan. De oogarts onderbreek de operatie dan even.

Na afloop krijgt u zalf in het geopereerde oog en een oogkapje voor. Na de ingreep mag u, als u zich goed voelt, direct weer naar huis.

 

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Een staaroperatie kan uw gezichtsvermogen vrijwel volledig herstellen, mits uw oog verder gezond is. Als er sprake is van een beperkte verwachting, zal de oogarts dit zoveel mogelijk vooraf met u bespreken.

In sommige gevallen kan het zijn dat bepaalde afwijkingen op het netvlies niet zichtbaar zijn doordat de staar het zicht hierop belemmert. Het is daardoor mogelijk dat het zicht na de staaroperatie toch iets achterblijft en dat bepaalde netvliesafwijkingen pas na de ingreep zichtbaar worden.

Na de staaroperatie kan het zijn dat kleuren anders worden waargenomen. Of dat kleurverschil tussen het geopereerde en niet geopereerde oog worden opgemerkt. Ook kan op korte of lange termijn na de staaroperatie nastaar ontstaan. Nastaar is vertroebeling van het achterkapsel van het lenszakje waar de nieuwe kunstlens in is geplaatst. Dit geeft vaak dezelfde klachten als voor de staaroperatie. Dit kan behandeld worden door een laserbehandeling en komt daarna niet meer terug.

 

Mogelijke complicaties

Een staaroperatie is één van de veiligste operaties. Bij 98 procent van de patiënten verlopen operatie en herstel zonder problemen. Toch kunnen er, zoals bij iedere medische ingreep, tijdens en na de operatie, complicaties optreden. De belangrijkste noemen we hier.

Tijdens de operatie:

  • Scheurtje in het lenskapsel

Het lenskapsel is het zakje om de ooglens heen. Tijdens de operatie kan er ongewenst een scheur in het lenskapsel ontstaan. Dit kan tot gevolg hebben dat de ingreep wat langer duurt omdat er vrijgekomen glasvocht opgeruimd moet worden en een ander soort kunstlens moet worden geplaatst. In sommige situaties kan er besloten worden om de kunstlens in een later stadium te plaatsen, waardoor er een aanvullende operatie nodig is.

  • Bloeding

Wat zeer zeldzaam is, maar met mogelijk ernstige gevolgen voor het oog, is dat tijdens de operatie een bloeding ontstaat in het vaatvlies rondom het oog.

Na de operatie:

  • Infectie

Een ernstige complicatie na de operatie die het zicht blijvend kan verminderen, is een infectie van het oog door een bacterie. Dit wordt een endofthalmitis genoemd. De kans hierop is erg klein, maar het is niet helemaal uit te sluiten. Een infectie ontstaat meestal 2 dagen tot 6 weken na de ingreep. Deze infectie is, mits tijdig ontdekt, te behandelen met antibiotica en ontstekingsremmers en soms een operatie.

Wanneer er sprake is van een zeer rood, pijnlijk oog of plotseling verminderd zicht in de eerste periode na de operatie, neem dan direct contact met ons op.

  • Macula-oedeem (vocht in het netvlies)

Na de staaroperatie kan er vochtophoping ontstaan in het netvlies. Deze vochtophoping zorgt ervoor dat het zicht na de staaroperatie niet helder wordt of weer verslechterd. Dit kan meestal goed worden behandeld met extra oogdruppels. Soms is aanvullende behandeling met tabletten of ooginjecties nodig.

  • Cornea decompensatie (vocht in het hoornvlies)

Het hoornvlies (de cornea) is het doorzichtige weefsel aan de voorkant van het oog. Aan de binnenzijde van het hoornvlies zit een laag cellen, het endotheel, die ervoor zorgt dat het hoornvlies helder blijft. Als het endotheel onvoldoende werkt zal het hoornvlies wazig worden. Bij een staaroperatie verlies je altijd wat endotheelcellen. Dit is meestal geen probleem en het hoornvlies blijft helder. Soms duurt het wat langer (enkele weken) voordat hoornvlies weer helder wordt. In zeldzame gevallen, meestal als er vooraf al minder endotheelcellen aanwezig waren (bij zogenaamde Fuchse endotheeldystrofie), wordt het hoornvlies niet goed helder en zal uiteindelijk, wanneer het zicht laag is, een hoornvliestransplantatie kunnen plaatsvinden.

  • Netvliesloslating

Door natuurlijke veranderingen in het glasvocht kan na de operatie eerder een gaatje in het netvlies ontstaan, waardoor vocht onder het netvlies komt met als gevolg een netvliesloslating. Bijziende ogen hebben van nature een verhoogd risico hierop. Dit verhoogde risico blijft ook na de operatie bestaan.

Wanneer er plotseling flitsen en/of veel vlekken worden waargenomen die er direct na de operatie niet waren, of u mist een hap uit het gezichtsveld, neem dan direct contact met ons op.

Andere bijkomstigheden:

  • Voorste oogkamer prikkeling

Na de operatie krijgt u druppels om de normale ontstekingsreactie te onderdrukken. Bij de controle kan het zijn dat het oog nog niet volledig tot rust is gekomen. Vaak heeft u daar geen last van of er zijn klachten van roodheid, lichtgevoeligheid of nog niet optimaal kunnen zien. In dit geval moet vaak wat langer of meer oogdruppels gebruiken.

  • Refractive surprise

Voor de operatie spreken we met u af op welke brilsterkte we richten na de operatie. Het is echter mogelijk dat u ondanks de juiste metingen en een goed verlopen operatie toch op een andere sterkte uitkomt. Dit heet een refractive surprise. We zullen dan in overleg met u de verschillende mogelijkheden bekijken om alsnog tot de gewenste brilsterkte te komen.

  • Ptosis (hangend ooglid)

Tijdens de operatie wordt een ooglidspreider gebruikt. Deze zorgt ervoor dat uw oog goed openblijft tijdens de ingreep. De ooglidspreider kan een verzwakking van de hefspier van het bovenste ooglid veroorzaken, waardoor een geringe ptosis (hangend ooglid) ontstaat. Mocht dit storend blijven dan is dit alleen te verhelpen door een ooglidoperatie.

  • Droge ogen

Door de operatie zelf en door de ontstekingsremmende druppels kan het oogoppervlak (het hoornvlies) wat droger worden. Zeker bij als u bekend bent met droge ogen voor de operatie komt dit vaker voor.

  • Hoge oogdruk

Door de operatie en/of reactie op de onstekingsremmende druppels kan de oogdruk, vaak tijdelijk, verhoogd zijn. Indien worden hiervoor extra oogdrukverlagende druppels voor gegeven.

Over het algemeen zijn bovengenoemde problemen uiteindelijk goed te verhelpen en leiden zij zelden tot een minder gezichtsvermogen dan voor de operatie. Al met al vormen deze mogelijke complicaties geen reden om van de operatie af te zien. Zonder operatie wordt het zicht door staar uiteindelijk zeer slecht. 

 

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Op de dag van de operatie vragen wij u makkelijke en schone kleding aan te trekken, deze houdt u aan tijdens de operatie. U mag op de dag van operatie geen oogmake-up, gezichtscrème en nagellak op doen en geen sieraden dragen. Als u een hoortoestel draagt aan de kant van het oog dat wordt geopereerd, dan moet u dit uitdoen. In het Oogcentrum zijn kluisjes aanwezig.

U kunt voor de operatie gewoon eten en drinken. Uw medicijnen, waaronder  bloedverdunners en oogdruppels, neemt u in zoals u gewend bent. Eventuele uitzonderingen worden door oogarts vooraf met u besproken. Bij de operatie onder narcose gaat, krijgt u verdere instructie van de anesthesist.

 

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Het is verstandig iemand mee te nemen om u te begeleiden. Na de behandeling ziet u met het behandelde oog erg wazig en kunt u moeite hebben met diepte zien. U mag zelf niet autorijden. Uw begeleider kan tijdens de operatie in het Oogcentrum wachten. Er kan ook gekozen worden dat uw begeleider wordt gebeld zodra de operatie klaar is.

 

Instructies voor thuis na de behandeling

Bij thuiskomst na de staaroperatie laat u het oog kapje tot de volgende morgen zitten.

Daarna draagt u het kapje wanneer u gaat slapen tot aan de eerste controle om wrijven in het geopereerde oog te voorkomen. Het kapje plakt u met leukopor vast.

Het oog is de eerste weken na de operatie kwetsbaar. U mag voor drie weken niet in het geopereerde oog wrijven, ook mag er geen oog make-up gebruikt worden en moet u druk op het oog zien te vermijden. U mag u haren wassen en naar de kapper gaan, maar vermijd zeep in uw oog.

Zakt u bij het bukken goed door de knieën en probeer de eerste drie weken zwaar tillen te vermijden.

Na drie weken mag u weer sporten. Wees echter voorzichtig met sprong- en contactsporten en sporten waarbij zware lichamelijke inspanning wordt vereist.

Ook balsporten adviseren wij deze periode te beperken. Zwemmen en saunabezoek raden wij tot een periode van vier weken na de operatie af. Dit vanwege bacteriën die in het oog kunnen komen.

De dag na de operatie mag u weer autorijden, mits u het weer goed kan zien. Autorijden is uw eigen verantwoordelijkheid.

Het is normaal dat u tot een paar weken na de operatie nog wazig en soms dubbel ziet. De eerste paar weken tot soms een paar maanden kunt u last hebben van een rood en prikkend oog. Ook kunt u een licht ‘zandkorrel’ gevoel ervaren. Dit herstelt in de meeste gevallen vanzelf.

 

Druppelen van het oog

Na de operatie moet uw oog gedruppeld worden. Als u denkt dat u dit zelf niet kunt, vraag dan hulp aan familie, vrienden of buren. Ook kunt u voor de operatie contact opnemen met de thuiszorg, zodat zij u de oogdruppels kunnen geven.

De ochtend na de operatie start u met de voorgeschreven oogdruppels Yellox en Dexamethason volgens onderstaand schema.  Het recept voor de oogdruppels ontvangt u met de afsprakenbrief voor de operatie.

Als er per ongeluk meer dan één druppel van hetzelfde middel in uw oog komt, is dit niet erg. Gebruik de twee verschillende soorten echter nooit direct achter elkaar. Zorg ervoor dat er minimaal 5 minuten tussen de twee soorten zit. Zo kunnen ze goed intrekken.

 

Na de operatie: Dexamethason 0.1% Yellox (broomfenac).
Week 1 1 druppel 4 x per dag 1 druppel 2 x per dag
Week 2 1 druppel 3 x per dag 1 druppel 2 x per dag
Week 3 1 druppel 2 x per dag 1 druppel 2 x per dag
Week 4 1 druppel 1 x per dag 1 druppel 2 x per dag

 

 

Controle

De eerste controle vindt ongeveer 3 weken na de operatie plaats. Bij deze controle zal de optometrist of de technisch oogheelkundig assistent (TOA) een oogmeting en oogdrukmeting doen. Tevens zal worden bekeken of uw oog goed hersteld is na de operatie. Na afloop krijgt u veelal een briladvies mee. De opticien doet de definitieve eindmeting, twee tot drie weken na deze controle.

 

Wanneer neemt u met spoed contact met ons op

U wordt dringend verzocht contact op te nemen bij toenemende roodheid van het oog, bij pijn en plotseling slechter zicht of forse toename van bewegende vlekken en lichtflitsen. Dit kan op werkdagen tussen 8.00 en 17.30 uur. Telefoonnummer 088-9191800.

Voor spoedgevallen buiten de werktijden en in het weekend belt u 088-9191800 en toetst u 9. Let op. De diensten worden gedeeld met de oogartsen van Het Rode Kruisziekenhuis in Beverwijk. Indien u de receptie van het Rode Kruisziekenhuis aan de telefoon krijgt, leg dan uit dat u bij ons patiënt bent. U wordt dan doorverbonden met de dienstdoende oogarts.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw behandelaar.

 

www.zorgkaartnederland.nl/keuzehulpen

 


Het Oogcentrum Noordholland vertelt u graag meer

Heeft u meer vragen naar aanleiding van deze informatie belt u ons dan gerust. De medewerkers van het Oogcentrum Noordholland staan voor u klaar en geven u deskundig antwoord op al uw vragen.

Oogcentrum Noordholland
Gildestraat 10
1704 AG Heerhugowaard

Telefoonnummer: 088-9191800
E-mail adres: info@oogcentrumnoordholland.nl

Openingstijden:
ma-vr 8.00-17.30 uur

Voor spoed zijn wij 24 uur bereikbaar 088-9191800