Aandoening/behandeling van A t/m Z

Aandoening/behandeling van A t/m Z

“Mijn Oogcentrum” is uw persoonlijke en beveiligde patiëntenportaal binnen de website van Oogcentrum Noordholland. In deze digitale omgeving heeft u altijd inzage in uw afspraken, uw onderzoeksuitslagen, brieven en de voor u relevante folders.   

Alfabetisch overzicht

Wat is het?

Het Duane syndroom is een oogbewegingsstoornis die vanaf de geboorte aanwezig is.
Het Duane syndroom wordt ook wel het retractiesyndroom genoemd. Retractie is een ander woord voor terugtrekken. Een opvallend kenmerk van het Duane syndroom is namelijk dat het oog dat beperkt is in een bepaalde beweging, iets wordt teruggetrokken in de oogkas op die momenten waarop de beweging die niet mogelijk is, eigenlijk gemaakt zou moeten worden.

Oorzaken

De meest waarschijnlijke oorzaak is een aangeboren abnormale aansturing van één of meerdere oogspieren. Het Duane syndroom komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Meestal is één oog aangedaan (vaker het linkeroog dan het rechteroog) maar het kan ook aan beide ogen voorkomen. De meeste mensen hebben geen of weinig last van het Duane syndroom.

Symptomen

De verschijnselen van het Duane syndroom zijn:

  • Verminderde beweeglijkheid van één of beide ogen, meestal in horizontale richting, maar soms verticaal
  • Afwijking van de oogstand, vaak alleen bij het kijken naar een bepaalde richting
  • Afwijkende hoofdstand (torticollis). Als reactie op de afwijkende oogstand kan, vaak ongemerkt, het hoofd scheef gehouden worden. Het hoofd wordt zo gedraaid dat de ogen weer kunnen samenwerken.
  • Lui oog (amblyopie). Een lui oog kan alleen op jonge leeftijd ontstaan, én alleen op jonge leeftijd behandeld worden.
  • Er kan een ooglidspleetvernauwing of ooglidspleetverwijding zijn bij het opzij kijken.

Mogelijke behandelingen

Het Duane syndroom is blijvend. De afwijking wordt meestal niet beter of slechter.
Voor het Duane syndroom zelf bestaat geen behandeling: het is niet mogelijk om de aansturing van de spieren te veranderen. Als er een cosmetisch storende oogstand bij rechtuit kijken aanwezig is, of een te storende torticollis (met bijvoorbeeld nekklachten als gevolg), kan een oogspieroperatie overwogen worden.

Door het verplaatsen van één of meerdere oogspieren wordt de beweeglijkheid van de ogen iets veranderd. Daardoor kan de oogstand verbeteren en hoeft het hoofd minder gedraaid te worden. Na de operatie zal het oog meestal nog steeds niet optimaal kunnen bewegen. Als er een afwijkende oogstand is, is er een grote kans op een lui oog. Het luie oog wordt dan extra gestimuleerd om te gaan werken door het goede oog met een pleister af te plakken. Meer informatie hierover leest u in de folder ‘Lui oog’.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Als er bij recht vooruit kijken een cosmetisch storende oogstand aanwezig is, dan kan dit wel door middel van een oogspiercorrectie rechtgezet worden. Het oog zal hierdoor niet beter gaan bewegen dan voor de operatie.

Mogelijke complicaties

Complicaties die het zicht bedreigen, zijn bij oogspiercorrecties welbekend. Ze komen echter bijna nooit voor omdat de operatie alleen aan de buitenkant van de oogbol plaatsvindt. Er kunnen zich wel complicaties voordoen die minder ernstig zijn: allergische reacties op de gebruikte hechtmaterialen, hoornvliesproblemen en lichte infecties. Deze zijn vervelend, maar met oogdruppels goed te behandelen.
Over- en ondercorrecties kunnen voorkomen en geven soms klachten van dubbelzien. Meestal verdwijnt dit spontaan.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Bij oogspieroperatie
Nadat de opererende oogarts akkoord is gegaan met een scheelzienoperatie, zal de orthoptist met u een datum afspreken voor de ingreep. Hij/zij zal ook de gang van zaken verder met u doornemen. Voor patiënten die tevens onder behandeling zijn bij een andere specialist, moet toestemming voor narcose aan de betreffende specialist gevraagd worden. Voor de operatie gaat de patiënt naar het pre-operatieve spreekuur van de anesthesist.
U krijgt een recept voor ontstekingsremmende oogdruppels mee, die u na de operatie moet gebruiken, en er wordt een afspraak gemaakt voor de nacontrole bij de orthoptist en oogarts (ongeveer tien dagen na de operatie).

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Als u een oogspieroperatie heeft ondergaan mag u na de behandeling geen autorijden en is het noodzakelijk om begeleiding mee te nemen voor vervoer.

Instructies voor thuis na de behandeling

Bij oogspieroperatie
De oogarts doet direct na de operatie wat zalf in het geopereerde oog om een ontsteking te voorkomen. Er wordt geen verband op het geopereerde oog gedaan. Voor de patiënt is het soms wat eng om de ogen open te doen. De ogen kunnen rood en/of gezwollen zijn. De zwelling is na enkele dagen weg en de roodheid verdwijnt na enkele weken. Eén of meerdere oogspieren zijn tijdens de operatie los geweest en daarna weer aan de oogbol gehecht. De patiënt kan enigszins last hebben van de hechtingen; ze kunnen wat prikken. De hechtingen lossen vanzelf op en hoeven er dus niet uitgehaald te worden. De patiënt heeft over het algemeen weinig pijn aan de ogen. Zo nodig kunt u paracetamol gebruiken om de pijn te onderdrukken. Patiënten voelen zich meestal niet erg ziek van de narcose.
Zwemmen wordt afgeraden, douchen mag wel, waarbij moet worden voorkomen dat er water en zeep in de ogen loopt. Verder moet worden opgepast met zand en stof.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.


Oogcentrum Noordholland vertelt u graag meer

Bekijk onderstaande video om goed voorbereid naar Oogcentrum Noordholland te gaan. Heeft u vragen naar aanleiding van deze informatie belt u ons dan gerust. De medewerkers van Oogcentrum Noordholland staan voor u klaar en geven u deskundig antwoord op uw vragen.


Oogcentrum Noordholland
Gildestraat 10
1704 AG Heerhugowaard

Telefoonnummer: 088-9191800
E-mail adres: info@oogcentrumnoordholland.nl

Openingstijden:
ma-vr 8.00-17.30 uur

Voor spoed zijn wij 24 uur bereikbaar 088-9191800

 

Wat is het?

Als scheelzien op latere leeftijd optreedt, is de kans op dubbelzien (diplopie) groot. Het visuele systeem is volledig ontwikkeld en de hersenen zijn niet meer in staat het beeld van het scheelstaande oog te onderdrukken. Het onderdrukken van een beeld wordt ook wel suppressie genoemd. Elk oog ontvangt een afzonderlijk beeld, deze twee beelden worden doorgezonden naar de hersenen.

Als de beelden niet meer ‘samengesmolten’ kunnen worden, ziet iemand dubbel. Als men dubbelziet zal men vaak de neiging hebben één oog dichtknijpen of een van beide ogen met de hand te bedekken.

Oorzaken

Dubbelzien kan vele oorzaken hebben:

  • Langer bestaand scheelzien waardoor op latere leeftijd pas dubbele beelden ontstaan.
  • Verlies van samenwerking tussen beide ogen door bijvoorbeeld ziekte of leeftijd.
  • Letsel ten gevolge van een ongeluk.
  • Een neurologische afwijking.
  • Een onderliggende systemische aandoening, zoals suikerziekte, problemen met de werking van de schildklier of een hoge bloeddruk.
  • Een oogbewegingsstoornis.

Symptomen

Als er op latere leeftijd scheelzien ontstaat, gaat iemand dubbel zien. De beelden kunnen horizontaal (naast elkaar), verticaal (boven elkaar) of diagonaal (schuin) staan.
Als dubbelzien ontstaat ten gevolge van een verstoring in de samenwerking tussen beide ogen, zal iemand met ieder oog apart altijd enkel zien, maar met beide ogen alles dubbel.

Mogelijke behandelingen

Allereerst kijkt de orthoptist of er dubbelbeelden zijn ten gevolge van een langer bestaand scheelzien, of verlies van de samenwerking tussen de ogen. Is dit niet het geval, dan zal de orthoptist onderzoeken welke oogspier(en) en/of hersenzenuw(en) niet goed werken.
De orthoptist stelt de diagnose. Mocht naar aanleiding van deze gestelde diagnose verder onderzoek gewenst zijn dan zal de orthoptist de oogarts adviseren de patiënt door te verwijzen naar bijvoorbeeld een neuroloog of internist.
De orthoptist volgt daarnaast het verloop van van het dubbelzien, begeleidt de patiënt en start, indien mogelijk, een behandeling zodat het dubbelzien zo min mogelijk hinder veroorzaakt. Behandeling kan plaatsvinden door speciale plakprisma’s op de bril te plakken of door één oog af te dekken. Pas bij een stabiele situatie is verdere behandeling mogelijk, zoals een scheelzienoperatie of een speciale brilcorrectie met ingeslepen prisma’s. De orthoptist zal hierin adviseren.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Als het dubbelzien is ontstaan ten gevolge van een neurologische oorzaak, dan zal het dubbelzien vrijwel zeker na een aantal weken tot maanden geheel vanzelf verdwijnen. Wanneer de dubbelbeelden niet vanzelf verdwijnen zal een behandeling door middel van een prismabril of een oogspieroperatie (scheelzienoperatie) uitkomst kunnen bieden.

Mogelijke complicaties

Scheelzienoperatie
Complicaties die het gezichtsvermogen bedreigen, zijn bij oogspiercorrecties wel bekend. Ze komen echter bijna nooit voor omdat de operatie alleen aan de buitenkant van de oogbol plaatsvindt. Er kunnen zich wel complicaties voordoen die minder ernstig zijn zoals allergische reacties op de gebruikte hechtmaterialen, hoornvliesproblemen en lichte infecties. Deze zijn vervelend, maar met oogdruppels goed te behandelen.
Over- en ondercorrecties kunnen voorkomen en geven soms klachten van dubbelzien. Meestal verdwijnt dit spontaan, soms is een heroperatie noodzakelijk.

Bril met prismacorrectie
Bij een prisma bestaat de mogelijkheid dat de ogen zich aan het prisma aanpassen, waardoor het scheelzien erger wordt. Men ‘eet’ de prisma op. In dit geval moet gezocht worden naar een andere oplossing om de dubbelbeelden te verhelpen.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Indien u dubbel ziet, mag u niet autorijden.

Bij scheelzienoperatie
Nadat de opererende oogarts akkoord is gegaan met een scheelzienoperatie, zal de orthoptist met u een datum afspreken voor de ingreep. Hij/zij zal ook de gang van zaken verder met u doornemen. Voor patiënten die tevens onder behandeling zijn bij een andere specialist, moet toestemming voor narcose aan de betreffende specialist gevraagd worden. Voor de operatie gaat de patiënt naar het pre-operatieve spreekuur van de anesthesist.
U krijgt een recept voor ontstekingsremmende oogdruppels mee, die u na de operatie moet gebruiken, en er wordt een afspraak gemaakt voor de nacontrole bij de orthoptist en oogarts (ongeveer tien dagen na de operatie).

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Bij scheelzienoperatie
Autorijden na de operatie mag niet, het is dus verstandig om een begeleider mee te nemen die u naar huis kan brengen.

Instructies voor thuis na de behandeling

Bij scheelzienoperatie
De oogarts doet direct na de operatie wat zalf in het geopereerde oog om een ontsteking te voorkomen. Er wordt geen verband op het geopereerde oog gedaan. Voor de patiënt is het soms wat eng om de ogen open te doen. De ogen kunnen rood en/of gezwollen zijn. De zwelling is na enkele dagen weg en de roodheid verdwijnt na enkele weken. Eén of meerdere oogspieren zijn tijdens de operatie los geweest en daarna weer aan de oogbol gehecht. De patiënt kan enigszins last hebben van de hechtingen; ze kunnen wat prikken. De hechtingen lossen vanzelf op en hoeven er dus niet uitgehaald te worden. De patiënt heeft over het algemeen weinig pijn aan de ogen. Zo nodig kunt u paracetamol gebruiken om de pijn te onderdrukken. Patiënten voelen zich meestal niet erg ziek van de narcose.
Zwemmen wordt afgeraden, douchen mag wel, waarbij moet worden voorkomen dat er water en zeep in de ogen loopt. Verder moet worden opgepast met zand en stof.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.


Oogcentrum Noordholland vertelt u graag meer

Bekijk onderstaande video om goed voorbereid naar Oogcentrum Noordholland te gaan. Heeft u vragen naar aanleiding van deze informatie belt u ons dan gerust. De medewerkers van Oogcentrum Noordholland staan voor u klaar en geven u deskundig antwoord op uw vragen.


Oogcentrum Noordholland
Gildestraat 10
1704 AG Heerhugowaard

Telefoonnummer: 088-9191800
E-mail adres: info@oogcentrumnoordholland.nl

Openingstijden:
ma-vr 8.00-17.30 uur

Voor spoed zijn wij 24 uur bereikbaar 088-9191800

 

Wat is het?

Dermatochalasis is een teveel aan huid of vet in de boven- of onderoogleden.

Oorzaken

De huid van de oogleden is erg dun en daardoor gevoelig voor uitrekking. Veel mensen ontwikkelen in de loop der jaren een teveel aan huid in de oogleden. Door het verouderingsproces worden de bindweefselschotten die vetweefsel binnen de oogkas houden slapper, waardoor dit vet naar buiten kan uitpuilen. Dit uitpuilende vet vormt de bekende wallen.

Symptomen

Deze hangende oogleden kunnen ervoor zorgen dat u er moe uitziet. Bovendien kunnen de bovenoogleden uw zicht beperken, hetgeen kan resulteren in klachten van vermoeidheid, hoofdpijn, branderige ogen of problemen met het dragen van contactlenzen.

Mogelijke behandelingen

Blepharoplastiek (ooglidcorrectie)
Indien het teveel aan huid in de bovenoogleden of de wallen in de onderoogleden als storend wordt ervaren, kan er worden gekozen voor een ooglidcorrectie. Hierbij wordt onder plaatselijke verdoving het teveel aan huid, vaak samen met spier- en vetweefsel, verwijderd. Meestal wordt de ingreep aan beide ogen verricht om symmetrie te bevorderen.
De ooglidcorrectie vindt poliklinisch plaats en duurt ongeveer 60 minuten. U krijgt eerst druppels die het oogoppervlak verdoven, vervolgens wordt de huid gedesinfecteerd. De tweede verdoving vindt plaats door een aantal injecties onder de huid te geven, deze injecties kunnen gevoelig zijn.

Correctie van de bovenoogleden
Bij een bovenooglidcorrectie wordt de te verwijderen huid afgetekend met een viltstift. De overtollige huid wordt verwijderd en de wond in het ooglid wordt met een dunne hechting gesloten. Het littekentje dat hierbij ontstaat komt in de natuurlijke ooglidplooi te liggen, waardoor deze niet zichtbaar is als u uw ogen open heeft.

Correctie van de onderoogleden
Bij een onderooglidcorrectie wordt in het algemeen minder huid verwijderd. Het verwijderen van de vetzakjes onder de ogen gaat bij voorkeur via het slijmvlies aan de binnenkant van het ooglid. De incisie die hiervoor gemaakt wordt, hoeft niet gehecht te worden en er ontstaan geen zichtbare littekens. Wanneer er ook sprake is van een teveel aan huid op de onder oogleden, moet er wel aan de buitenkant gesneden worden. Vlak langs de wimperrand wordt in dat geval een sneetje gemaakt. Het teveel aan huid en vetweefsel wordt weggenomen en de wond wordt met een dunne draad gehecht. De littekentjes komen boven de wimpers te liggen zodat ze zo min mogelijk zichtbaar zijn.

Direct na de ingreep krijgt u ongeveer 15 minuten een ijsbril op, dit voorkomt de ergste zwelling. Desondanks zal er in de eerste weken nog sprake zijn van zwelling van de oogleden en zult u bloeduitstortingen rond de ogen hebben.

Een ooglidcorrectie kan afzonderlijk aan de bovenoogleden of aan de onderoogleden plaatsvinden. Het kan echter ook gecombineerd worden.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Na een ooglidcorrectie zal de overtollige huid zijn verwijderd waardoor de ogen groter lijken, u krijgt een ‘opener’ blik. Ook kunt u ervaren dat het gezichtsveld is vergroot en zal veelal het gevoel van vermoeide ogen verminderen of zelfs verdwijnen.

Mogelijke complicaties

Evenals bij andere operaties kunnen zich een aantal bijwerkingen en complicaties voordoen. Complicaties zijn echter zeldzaam en het eindresultaat is vrijwel altijd goed. Hieronder noemen wij een aantal mogelijke problemen die kunnen ontstaan na een bovenooglidcorrectie.

Asymmetrie van de huidplooi
Ook na een zorgvuldig uitgevoerde operatie kan het voorkomen dat er een verschil in hoogte bestaat tussen de huidplooi links en rechts. Een beetje ongelijkheid is overigens normaal, zowel voor als na correctie van het bovenooglid. In principe kunt u hier geen claims aan verbinden. Mocht zich een situatie voordoen waarbij u het verschil tussen het rechter en het linker ooglid storend vindt, dan kan altijd in overleg met de behandelend oogarts worden bekeken of het mogelijk is om met een tweede operatie alsnog een optimaal resultaat te verkrijgen.

Ontsteking
De ernst van een infectie in het geopereerde gebied wordt bepaald door het type ziekteverwekker en de snelheid waarmee een adequate infectiebestrijding wordt begonnen. Indien op de juiste manier behandeld, hoeft een infectie geen negatief effect op het eindresultaat te hebben.

Littekens
Littekens zijn niet alleen het gevolg van de operatietechniek, ze zijn ook het resultaat van de reactie van de huid op de operatie. Om de genezing van littekens te bevorderen is het aan te raden om de eerste weken niet met de littekens in de zon te komen. Daarnaast heeft roken een negatief effect op wondgenezing.

Kleurverschillen van de huid
De kleur van de huid verloopt van boven naar onder enigszins van licht naar donker. Door het weghalen van de huid kan deze overgang duidelijker zichtbaar worden.

Irritatie van het oog door uitdroging
Doordat er een stuk huid wordt verwijderd, kan het sluiten van het ooglid verminderen; dit is normaal in de eerste dagen na de ingreep. Als het probleem echter blijft bestaan, kan er uitdroging van het hoornvlies optreden. Eventueel kan met kunsttranen worden gedruppeld om uitdroging van het hoornvlies tegen te gaan.

Zwelling van de oogleden en ongevoeligheid van de huid
De ooglidcorrectie leidt tot tijdelijke verslechtering van de lymfeafvoer van de oogleden, met een zwelling tot gevolg. Tijdens de ingreep worden ook een aantal gevoelszenuwen doorgesneden, waardoor er tijdelijk een ongevoeligheid van het huidgebied kan zijn. Deze zenuwen herstellen zich weer na een aantal maanden.

Cysten
Bij de plek waar met de hechtnaald door de huid gestoken is, kunnen zich soms kleine gele bobbeltjes (inclusiecystes) ontwikkelen. Deze verdwijnen in de meeste gevallen spontaan.

Een uitpuilend oog door nabloeding
Zeer zeldzaam kan er na een ooglidcorrectie een bloeding in de oogkas optreden. Dit is een zeer ernstige complicatie die zelfs kan leiden tot blindheid.
Wanneer u last krijgt van een uitpuilend oog en/of verminderd zicht, neemt u dan direct contact op.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

  • Om na de ingreep de zwelling en verkleuring van de oogleden zoveel mogelijk te beperken, krijgt u het advies om in de week voor de ingreep Arnica producten in te nemen, deze zijn vrij verkrijgbaar bij apotheek of reformwinkel.
  • Medicijnen met acetylsalicylzuur (aspirine, ascal) hoeft u voor deze ingreep NIET te stoppen.
  • Medicijnen waarvoor u gecontroleerd wordt bij de trombosedienst (acenocoumarol,fenprocoumon, warfarine) dan moet u contact opnemen met de trombosedienst. Zij weten precies hoe te handelen in geval van een ingreep, dit zal per middel verschillend zijn, en hangt af van de reden waarom u deze antistolling gebruikt.
  • Gebruikt u andere bloedverdunners, zoals clopidogrel (Plavix, Clopid), prasugrel (Efient) of ticagrelor (Brilique), dan dient u contact op te nemen met de specialist die dit medicijn voorschrijft. Meestal moet de ingreep worden uitgesteld tot na de datum dat u weer mag stoppen met deze medicijnen.
  • Gebruikt u dabigatran, apixaban of rivaroxaban, neem dan contact op met de huisarts of specialist die dit medicijn voorschrijft. Als u niet met deze medicatie mag stoppen, bespreek dit dan zo snel mogelijk met de oogarts.
  • Op de dag van de ingreep vragen wij u schone, makkelijk zittende kleding aan te trekken en geen make-up te dragen, ook geen dagcrème en nagellak. Uit hygiënisch oogpunt vragen wij u de haren te wassen. Laat u uw waardevolle spullen, zoals bijvoorbeeld sieraden, zoveel mogelijk thuis. Voor hetgeen u op de operatiedag wel bij u heeft, zijn kluisjes aanwezig.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Wanneer u een ooglidcorrectie ondergaat is het verstandig iemand mee te nemen om u te begeleiden. Na de behandeling zullen de ogen niet worden afgedekt maar de oogleden zullen wel gezwollen zijn hetgeen invloed kan hebben op het zicht.
Mocht u met de auto komen dan is het noodzakelijk iemand mee te nemen die u naar huis kan rijden. Direct na de behandeling mag u namelijk niet zelf autorijden.

Instructies voor thuis na de behandeling

De eerste 48 uur na de ingreep is het verstandig om de ogen regelmatig met een ijsbril te koelen om zwelling en verkleuring verder tegen te gaan. De eerste week zijn de oogleden vaak flink blauw, waarbij de bloeduitstortingen kunnen uitzakken in de onderoogleden. Na twee weken is in de meeste gevallen het grootste deel van de zwelling verdwenen.
De eerste drie dagen na de ingreep dient u activiteiten waarbij druk op het hoofd en de ogen ontstaat, bijvoorbeeld zwaar tillen en sporten, te vermijden. Dit om nabloedingen te voorkomen. Ook wordt u aangeraden de eerste week de oogleden niet nat te maken, geen oogmake-up te gebruiken en de contactlenzen niet te dragen.
De huid rondom de ogen is de eerste weken extra gevoelig voor zonlicht, hierdoor kunnen er verkleuringen van het litteken optreden. Vermijd direct zonlicht en gebruik een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor.

Hechtingen verwijderen

De hechtingen worden een week na de ingreep verwijderd en zes weken na de ingreep krijgt u een controleafspraak om het uiteindelijke resultaat van de operatie te beoordelen.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist.


Oogcentrum Noordholland vertelt u graag meer

Bekijk onderstaande video om goed voorbereid naar Oogcentrum Noordholland te gaan. Heeft u vragen naar aanleiding van deze informatie belt u ons dan gerust. De medewerkers van Oogcentrum Noordholland staan voor u klaar en geven u deskundig antwoord op uw vragen.


Oogcentrum Noordholland
Gildestraat 10
1704 AG Heerhugowaard

Telefoonnummer: 088-9191800
E-mail adres: info@oogcentrumnoordholland.nl

Openingstijden:
ma-vr 8.00-17.30 uur

Voor spoed zijn wij 24 uur bereikbaar 088-9191800

 

Wat is het?

Traanvocht heeft als belangrijkste functie het oog vochtig te houden. Bij elke knipperslag wordt het traanvocht in een dun, gelijkmatig laagje over het oog verdeeld. Dit dunne laagje noemt men de traanfilm en dient om het oog glad te houden en te beschermen tegen de buitenlucht. De traanfilm bestaat uit drie bestanddelen; een olieachtige laag, een waterige laag en een slijmachtige laag (mucous). Het olieachtige buitenste laagje wordt geproduceerd door de kliertjes in de ooglidranden, de waterige laag door de traanklier en de slijmachtige laag door kleine kliertjes in het bindvlies van het oog.

Sommige mensen produceren niet genoeg traanvocht of hebben traanvocht van een dusdanig slechte kwaliteit, dat hun ogen niet goed vochtig worden gehouden. Men spreekt over droge ogen als de traanproductie in hoeveelheid of samenstelling niet voldoende is om bescherming aan het oog te geven.

Oorzaken

Een oorzaak van droge ogen kan zijn dat de verdamping van de traanfilm is toegenomen. Afwijkingen aan de oogleden (zie de folder ‘Blepharitis’) of het bindvlies (zie de folder ‘Conjunctivitis’), weinig knipperen of onvolledige knipperslag, omgevingsfactoren als airconditioning, rook, wind, droge lucht, een aangezichtsverlamming of slapen met halfopen ogen kunnen hieraan ten grondslag liggen.

Droge ogen kunnen ook ontstaan doordat de traanklier minder traanvocht produceert. Hierbij moet vooral gedacht worden aan hormonale veranderingen en algemene lichamelijke aandoeningen als de ziekte van Sjögren.
Bij een onregelmatig hoornvliesoppervlak is de verdeling van de traanfilm niet optimaal, waardoor er droge plekken kunnen ontstaan. Dit kan gebeuren indien u een litteken op het hoornvlies heeft of een verdikking op het oogwit (zie de folder ‘Pterygium’).

Ook een (seizoensgebonden) allergie of een intolerantie voor het dragen van contactlenzen geeft droge ogen.

Symptomen

De meeste mensen met droge ogen hebben last van rode en geïrriteerde ogen. Daarbij heeft men vaak het idee dat er zand of stof in het oog zit. Maar ook tranende ogen kunnen een teken van een droog oog zijn. Als gevolg van de irritatie maakt de traanklier meer tranen aan, die echter minder goed van kwaliteit zijn. Hierdoor plakken ze niet goed op het oog maar rollen ze over de wangen. Daarbij kan de gezichtsscherpte wisselen.

Mogelijke behandelingen

De behandeling is meestal niet eenvoudig omdat het niet altijd lukt de oorzaak van de droge ogen weg te nemen. Als het probleem wordt veroorzaakt door een ontsteking van de oogleden (zie de folder ‘Blepharitis’) of van het bindvlies (zie de folder ‘Conjunctivitis’), zal deze eerst worden behandeld. Daarbij kan er worden gekozen voor de zogenaamde kunsttranen. Dit zijn druppels of een gel die uw oog nat houden en een aanvulling vormen op uw eigen traanfilm. Ook is het mogelijk het afvoerkanaaltje van de tranen (tijdelijk of permanent) te belemmeren. Dit zorgt ervoor dat de weinige tranen die u heeft, zo lang mogelijk worden vastgehouden.

Om het snelle verdampen van de traanfilm verder tegen te gaan, zijn er speciale brillen met kappen in de handel. Deze brillen zorgen ervoor dat het vocht in het oog minder snel verdampt.

BlephEx

Welke resultaten kunt u verwachten van uw behandeling?

Of uw klachten volledig verdwijnen hangt af van de oorzaak.

Mogelijke complicaties

Bij het gebruik van de warme kompressen en het masseren kan het zijn dat de huid wat schraal of droog wordt.
Na het inbrengen van oogdruppels en/of de zalf kan het zicht tijdelijk verminderd zijn.

Over het algemeen is er een kleine kans op bijwerkingen. Er bestaan echter ook medicijnen met een grotere kans op bijwerkingen. Lees daarom altijd goed de bijsluiter.
Bij het gebruik van oogdruppels kan de kans op lichamelijke (systemische) bijwerkingen aanzienlijk worden verminderd door het dichtdrukken van de traanbuis na het druppelen. Hierdoor vloeit er minder oogdruppelvloeistof af naar de neus- en keelholte, zodat er minder werkzame stof wordt ingeslikt. De kans op bijwerkingen wordt gewoonlijk groter bij hogere doseringen.

Wanneer er tijdens het gebruik van een medicijn effecten optreden die u niet kent, verwacht of vreemd vindt, kan dat wijzen op: (1) een bijwerking, (2) een wisselwerking van dit medicijn met een ander medicijn, (3) overgevoeligheid of (4) een allergische reactie. Neemt u in dat geval contact met ons op.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Geen.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Geen.

Instructies voor thuis na de behandeling

Als u merkt dat u onder bepaalde omstandigheden meer klachten heeft, probeer hier dan verandering in aan te brengen. U kunt voorkomen dat het traanvocht snel verdampt door bijvoorbeeld de luchtvochtigheid in huis te verbeteren. Dit kunt u doen door waterbakken in huis neer te zetten of een luchtbevochtiger aan te schaffen.

Als u buiten bent kunt u een speciale fiets- of zonnebril dragen die aan de zijkant is afgesloten en ervoor zorgt dat de ogen door de wind niet te veel uitdrogen. Vermijd zaken die irritatie geven zoals een föhn, een ventilator, airconditioning of rook. Ook de draagtijd van eventuele contactlenzen verkorten kan de ogen rust geven.

Maar volg bovenal de instructies van de arts of optometrist betreffende het gebruik van de voorgeschreven medicatie.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.


Oogcentrum Noordholland vertelt u graag meer

Bekijk onderstaande video om goed voorbereid naar Oogcentrum Noordholland te gaan. Heeft u vragen naar aanleiding van deze informatie belt u ons dan gerust. De medewerkers van Oogcentrum Noordholland staan voor u klaar en geven u deskundig antwoord op uw vragen.


Oogcentrum Noordholland
Gildestraat 10
1704 AG Heerhugowaard

Telefoonnummer: 088-9191800
E-mail adres: info@oogcentrumnoordholland.nl

Openingstijden:
ma-vr 8.00-17.30 uur

Voor spoed zijn wij 24 uur bereikbaar 088-9191800

 

Wat is het?

Bij Diabetische Retinopathie (DRP) raken de fijne bloedvaatjes in het netvlies beschadigd. Deze kunnen gaan bloeden en/of vocht lekken. Er kunnen bloedingen ontstaan in het glasvocht. De bloedvaatjes kunnen afgesloten raken en nieuwe, zeer fijne, zijvaatjes krijgen die weer heel gemakkelijk bloeden. Ook kunnen nieuwe bloedvaatjes op het oppervlak van het netvlies of de oogzenuw ontstaan.

Oorzaken

Diabetische Retinopathie is een complicatie van suikerziekte die de ogen aantast. Diabetes Mellitus heeft namelijk de eigenschap de bloedvaten van het hele lichaam te verzwakken. Zo ook de bloedvaten in en rond het netvlies van het oog.

Symptomen

Indien het netvlies door bloedingen of lekkage beschadigd raakt, wordt het beeld wat u waarneemt op een gegeven moment wazig. Deze aandoening ontwikkelt zich echter zeer geleidelijk en zolang de afwijkingen zich buiten het maculagebied (centrale deel van het zien) bevinden zullen er vrijwel geen klachten zijn. Het is daarom belangrijk uw ogen regelmatig te laten controleren door een oogarts, optometrist of via een zogenaamde fundusfoto.

Indeling netvliesafwijkingen

  • Geen DRP
    Er zijn nog geen klinische afwijkingen geconstateerd.
  • Non-proliferatieve DRP (achtergronds- of background DRP)
    De wanden van de kleine bloedvaten veranderen waardoor er lekkage van vocht en bloed kan optreden. Deze vorm van DRP wordt nader ingedeeld in licht, matig, ernstig en zeer ernstig.
  • Proliferatieve DRP
    Dit is een ernstig stadium waarbij het hele netvlies te weinig zuurstof krijgt. Om meer zuurstof te krijgen gaat het netvlies nieuwe bloedvaatjes aanmaken (neovascularisatie). Deze nieuwe bloedvaatjes zijn echter erg broos en kunnen gemakkelijk bloedingen in het glasvocht en netvlies veroorzaken.
  • Diabetische maculopathie (afwijkingen in de gele vlek)
    Deze term geeft aan dat bovengenoemde afwijkingen zich voordoen in het centrum van het netvlies (macula). De macula speelt een cruciale rol bij het scherpe zien. Met name bij deze vorm ontstaan er klachten van minder zien.

Mogelijke behandelingen

Het is niet altijd nodig een behandeling te ondergaan. Diabetische Retinopathie komt namelijk in verschillende vormen voor. De meest voorkomende vorm (non-proliferatieve DRP) is vrij onschuldig, daarbij is het zien ook niet aangetast. In dit geval is het alleen nodig om regelmatig terug te komen voor controle.
Ook wanneer het glasvocht troebel is geworden door bloedingen, hoeft niet altijd direct te worden ingegrepen. Vaak verdwijnt het bloed op natuurlijke wijze.
Bij een ernstiger vorm van DRP (proliferatieve DRP) is het noodzakelijk om te gaan behandelen.
Deze behandelingen kunnen bestaan uit:

Laserbehandelingen
Met een retinalaser is het mogelijk bijzondere lichtstralen op het netvlies te richten en de afwijkingen van het netvlies te vertragen of tot stilstand te brengen. Hierdoor kan het gezichtsvermogen zo goed mogelijk bewaard blijven. Afhankelijk van de aard van de afwijking zijn er één of meerdere laserbehandelingen nodig.
U krijgt vooraf druppels die de pupil verwijden en druppels die uw oog verdoven. Als de druppels goed zijn ingewerkt, loopt u met de arts mee de laserkamer in. Voordat de laserbehandeling wordt gedaan, plaatst de arts een lens op uw oog. Dit kan een oncomfortabel en drukkend gevoel geven. Hierna volgt de laserbehandeling. De laser maakt de nieuwe vaatjes kapot en laat een litteken achter. Soms vindt men de behandeling gevoelig, is dit bij u het geval, geef dit dan aan bij de arts.
Mocht het zo zijn dat u na de laserbehandeling zo’n onprettig gevoel heeft dan kunt u thuis een paracetamol nemen. Na de behandeling mag u weer naar huis.

Injecties in het oog (toediening van medicamenten in de glasvochtruimte)
Wanneer er ernstige afwijkingen ontstaan in het centrum van het oog (Diabetische Macula- oedeem) is het niet mogelijk een laserbehandeling uit te voeren. Dit komt omdat er dan te veel vocht in het netvlies zit waardoor de laser niet aanslaat of te veel schade geeft in het centrum. In dit geval kan er gekozen worden het inspuiten van medicijnen in het aangedane oog. Dit heeft als doel de vochtlekkage in het netvlies te verminderen zodat het zicht niet verder achteruit gaat.
De behandeling vindt plaats onder steriele omstandigheden en een locale verdoving door middel van oogdruppels. Ook krijgt u oogdruppels die de pupil verwijden, zodat het mogelijk is het oog voor of na de injectie eventueel te onderzoeken. Als alle druppels goed zijn ingewerkt, krijgt u in de operatiekamer de injectie toegediend. Hierna neemt u weer plaats in de wachtkamer en zal na vijftien minuten de oogdruk worden gemeten. Als deze goed is krijgt u zalf in uw oog en mag u naar huis.
Na de injectie kunt u vlekken zien, dit komt door het ingespoten geneesmiddel en zal na enkele dagen verdwijnen.
Soms wordt er in een later stadium aanvullend nog een laser behandeling uitgevoerd. Vaak zijn er meerdere injecties nodig.

Vitrectomie (glasvochtoperatie)
Het oog is opgevuld met een gelei (glasvocht). Soms ontstaat er bij vaatnieuwvorming een bloeding in het glasvocht. Hierdoor neemt het gezichtsvermogen plotseling af. Als de bloeding na een bepaalde periode niet voldoende opheldert, kan een glasvochtoperatie (vitrectomie) worden uitgevoerd. Dit is een operatie waarbij het glasvocht met bloed wordt verwijderd en wordt vervangen door nieuw glasvocht. Deze operatie wordt niet uitgevoerd in Oogcentrum Noordholland. Mocht dit nodig zijn dan zult u worden doorverwezen.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Laserbehandelingen
Deze behandeling is erop gericht het proces te vertragen of te stoppen, u zult in de meeste gevallen geen verbetering in zicht opmerken, in sommige gevallen kan het zicht zelfs iets minder worden. Echter uit onderzoek is gebleken dat als men niets doet het zicht zeker zeer slecht wordt.

Injecties in het oog
Deze behandeling heeft als doel de vochtlekkage in het oog te verminderen of te stoppen zodat het zicht niet verder achteruit gaat. Zonder deze behandeling zal het zicht vrijwel zeker zeer slecht worden.

Glasvochtoperatie
Door het wegnemen van het bloed dat het zicht blokkeert zal het zicht duidelijk verbeteren.

Mogelijke complicaties

Laserbehandelingen
Wanneer de behandeling in de buurt van de macula (het centrale deel van het zien) plaats vindt, is een goede medewerking van de patiënt tijdens de laserbehandeling erg belangrijk. Plotseling bewegen of wegdraaien van het oog kan schade veroorzaken aan de macula waardoor het zicht kan verminderen.
Als reactie van de aandoening kunnen na de laserbehandeling zwakke, nieuwgevormde vaten een bloeding geven in het glasvocht.

Injecties in het oog
Zie de folder ‘intravitreale injecties’.

Glasvocht operatie
Binnen 2 jaar na een vitrectomie ontstaat er staar in het behandelde oog Er is ongeveer 5% kans is op een netvliesloslating.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Laserbehandeling
Geen.

Injecties in het oog
Geen, zie folder “Intraviteale injectie”.

Glasvocht operatie
Eventuele instructies voor thuis zult van de behandelend arts krijgen in het ziekenhuis waar u de vitrectomie zult ondergaan.

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Laserbehandeling
Na de laserbehandeling mag u naar huis. Zelf autorijden of fietsen wordt afgeraden. Reizen met het openbaar vervoer is geen probleem.
Indien de gezichtsscherpte van uw andere oog voldoende is, mag u de dag na de behandeling weer autorijden.

Injecties in het oog
Na de behandeling met een intravitreale injectie mag u naar huis. Zelf autorijden of fietsen wordt afgeraden. Reizen met het openbaar vervoer is geen probleem.
Indien de gezichtsscherpte van uw andere oog voldoende is, mag u de dag na de behandeling weer autorijden.

Glasvocht operatie
eventuele instructies voor begeleiding, opvang en vervoer zult van de behandelend arts krijgen in het ziekenhuis waar u de vitrectomie zult ondergaan.

Instructies voor thuis na de behandeling

Laserbehandeling
Geen.

Injecties in het oog
Zie de folder “Intraviteale injectie”.

Glasvocht operatie
Eventuele instructies voor thuis zult van de behandelend arts krijgen in het ziekenhuis waar u de vitrectomie zult ondergaan.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.


Oogcentrum Noordholland vertelt u graag meer

Bekijk onderstaande video om goed voorbereid naar Oogcentrum Noordholland te gaan. Heeft u vragen naar aanleiding van deze informatie belt u ons dan gerust. De medewerkers van Oogcentrum Noordholland staan voor u klaar en geven u deskundig antwoord op uw vragen.


Oogcentrum Noordholland
Gildestraat 10
1704 AG Heerhugowaard

Telefoonnummer: 088-9191800
E-mail adres: info@oogcentrumnoordholland.nl

Openingstijden:
ma-vr 8.00-17.30 uur

Voor spoed zijn wij 24 uur bereikbaar 088-9191800


Het Oogcentrum Noordholland vertelt u graag meer

Bekijk onderstaande video om goed voorbereid naar Oogcentrum Noordholland te gaan. Heeft u meer vragen naar aanleiding van deze informatie belt u ons dan gerust. De medewerkers van het Oogcentrum Noordholland staan voor u klaar en geven u deskundig antwoord op al uw vragen.


Oogcentrum Noordholland
Gildestraat 10
1704 AG Heerhugowaard

Telefoonnummer: 088-9191800
E-mail adres: info@oogcentrumnoordholland.nl

Openingstijden:
ma-vr 8.00-17.30 uur

Voor spoed zijn wij 24 uur bereikbaar 088-9191800

 

Suikerziekte en het oog

Bij patiënten met diabetes mellitus (DM) kunnen zich twee oogheelkundige
problemen voordoen.

  1. Wisselend gezichtsvermogen
    Dit treedt met name op bij een slechte instelling van de suiker, doordat de suikerspiegel in bloed en ooglens wisselt. Het is niet ernstig maar wel lastig. Als de instelling goed is verdwijnt dit probleem veelal weer. Het is raadzaam om een eventuele bril pas aan te meten als de suikerspiegel stabiel is. Bovendien is het verstandig om de brilmeting bij de opticien op verschillende momenten te laten verrichten bij voorkeur eenmaal ‘s morgens en eenmaal eind van de dag.
  2. Netvliesafwijkingen (diabetische retinopathie of DRP)
    Ten gevolge van suikerziekte kunnen er beschadigingen optreden in de bloedvaten van het netvlies. Deze afwijkingen kunnen aanwezig zijn zonder dat al direct het gezichtsvermogen is aangetast, dus zonder dat er klachten zijn. Men noemt deze netvliesafwijkingen “Diabetische Retino-Pathie” (DRP).

De netvliesafwijkingen kunnen zich in verschillende stadia bevinden, van
gering tot ernstig. Regelmatige controle van het oog door een oogarts,
optometrist of fundusfotografie (bijv: bij huisarts) is noodzakelijk. Wanneer
deze schadelijke afwijkingen niet tijdig worden onderkend en behandeld kan
blindheid het gevolg zijn.

Indeling netvliesafwijkingen

  1. Geen DRP: er zijn nog geen klinische afwijkingen geconstateerd
  2. Non-proliferatieve DRP (achtergronds- of background DRP)
    De wanden van de kleine bloedvaten veranderen waardoor er lekkage van vocht en bloed kan optreden. Deze vorm van DRP wordt nader ingedeeld in licht, matig,ernstig en zeer ernstig.
  3. Proliferatieve DRP
    Dit is een ernstig stadium waarbij het hele netvlies te weinig zuurstof krijgt.
    Om meer zuurstof te krijgen gaat het netvlies nieuwe bloedvaatjes aanmaken (neovascularisatie). Deze nieuwe bloedvaatjes zijn echter erg broos en kunnen gemakkelijk bloedingen in het glasvocht en netvlies veroorzaken.
  4. Diabetische maculopathie (afwijkingen in de gele vlek)
    Deze term geeft aan dat bovengenoemde afwijkingen zicht voordoen in het centrum van het netvlies (de macula). De macula speelt een cruciale rol bij het scherpe zien. Met name bij deze vorm ontstaan er klachten van minder zien.

Risico’ en beloop

De kans op DRP neemt toe naarmate de suikerziekte langer bestaat en/of slechter is ingesteld. Andere risico factoren zijn hoge bloeddruk, pubertijd, zwangerschap en een snelle/scherpe instelling van de suiker (bijv. overgang van tablet naar insuline). Omdat het mogelijk is al geruime tijd aan suikerziekte te lijden zonder dat men daar iets van heeft gemerkt, is het verstandig de ogen te laten controleren zodra er suikerziekte is vastgesteld. Er kunnen afwijkingen optreden in de ogen die (nog) geen klachten geven maar wel behandeld moeten worden om verdere beschadiging te voorkomen.

Bij het onderzoek worden de pupillen met druppels verwijd, zodat het netvlies goed kan worden bekeken. Deze druppels maken het zien tijdelijk minder, het wordt u dan ook aangeraden niet zelf de auto te besturen, tot een paar uur na het toedienen van de druppels.
Soms is het noodzakelijk om een fluorescentieangiogram (contrastfoto) of een OCT (foto van de dwarsdoorsnede van het netvlies) te maken om de mate en ernst van de afwijking te bepalen.

  1. Algemene behandelingen (niet oogheelkundig)
    Het is belangrijk dat de diabetes mellitus en de risicofactoren optimaal worden behandeld door uw huisarts of internist.
  2. Laserbehandeling
    Met laserbehandeling is het mogelijk bijzondere lichtstralen op het netvlies te richten. Hierbij wordt een deel van het netvlies uitgeschakeld zodat het risico op verdere schade afneemt.
    De voorbereiding op de laserbehandeling bestaat uit oogdruppels om de pupil te verwijden en druppels om het oog te verdoven.
    Het is belangrijk om te weten dat een laserbehandeling meestal niet leidt tot beter zien, maar dat het in een groot aantal gevallen een verder achteruitgaan van het zien stopt of vertraagt! Soms is er zelfs sprake van een daling van de gezichtsscherpte na een laserbehandeling, maar desondanks is dit op langere termijn gunstiger dan het niet behandelen van het netvlies!
  3. Intravitreale injecties (toediening van medicamenten in de glasvochtruimte)
    Indien er vooral centraal veel lekkage is en dus veel vocht onder het netvlies zit, kan het nodig zijn tevoren een injectie met ontstekingsremmende medicijnen in het glasvocht te spuiten. Hierdoor neemt het vocht tijdelijk af waardoor een laserbehandeling beter effect heeft.
  4. Vitrectomie (glasvochtoperatie)
    Als er een bloeding in de glasvochtruimte ontstaat die niet opheldert kan een vitrectomie worden uitgevoerd. Dit is een operatie, waarbij het glas- vocht wordt verwijderd. Tijdens de operatie kan het netvlies eventueel aanvullend met laserstralen of met koude (cryotherapie) worden behandeld.

Oogcentrum Noordholland vertelt u graag meer

Bekijk onderstaande video om goed voorbereid naar Oogcentrum Noordholland te gaan. Heeft u vragen naar aanleiding van deze informatie belt u ons dan gerust. De medewerkers van Oogcentrum Noordholland staan voor u klaar en geven u deskundig antwoord op uw vragen.


Oogcentrum Noordholland
Gildestraat 10
1704 AG Heerhugowaard

Telefoonnummer: 088-9191800
E-mail adres: info@oogcentrumnoordholland.nl

Openingstijden:
ma-vr 8.00-17.30 uur

Voor spoed zijn wij 24 uur bereikbaar 088-9191800